Wetenschapsfilosofie

‘Klimaatrapport is geen zekerheid’


‘Zeer kwalijk’, vindt wetenschapsfilosoof Herman de Regt het dat kranten schrijven dat het misschien wel meevalt met het klimaatprobleem. Achter veel reacties op het vijfde rapport van het IPCC, het klimaatpanel van de VN, schuilt volgens hem een verkeerde opvatting van wetenschap. Daardoor vragen mensen iets van haar wat ze nooit kan bieden: zekerheid.

Herman de Regt, u sprak in 2010 uw vertrouwen uit in het IPCC en stelde in een adem door dat je wetenschap nooit blind moet vertrouwen: ‘Je ziet dat je beslissingen op grond van uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek nooit gelijk kunt stellen met een uitspraak als: We hebben nu besloten dat we dit jaar naar Italië op vakantie gaan. Zo’n vakantie boek je en klaar. Wetenschap daarentegen is nooit af en beslissingen op grond van wetenschappelijke inzichten dragen altijd een bepaald risico met zich mee. Al met al denk ik wel dat je met wetenschap in de politiek een stuk verder komt in het realiseren van je doelen. Tegelijk moet het vertrouwen in wetenschap ook hier niet blind zijn. Volg nieuwe ontwikkelingen. Al is het maar het nieuwe IPCC-rapport (…). Het zou overigens goed zijn als het IPCC daarin met op korte termijn te toetsen uitspraken komt. De zeespiegel stijgt het komende jaar met zo veel centimeter. Dat is ook een manier om het vertrouwen te herstellen. Als het IPCC een betrouwbare loodgieter blijkt te zijn, willen we best beslissen op grond van zijn rapporten’. Inmiddels is deel een van het nieuwe klimaatrapport verschenen. Toont het panel zich daarin een betrouwbare loodgieter?
‘Ja, laat ik dat optimisme proberen vol te houden. Ik denk nog steeds dat het een goed initiatief is om te proberen de klimaatverandering in kaart te brengen. Stel je voor dat er geen IPCC was, terwijl we wel de indruk hadden dat er iets aan de hand is met het klimaat! Ik begrijp de bezwaren tegen het panel, maar het is er toch maar. Het kijkt toch maar mooi of we een trend kunnen zien in de klimaatverandering. Het doet dat ook systematisch en met veel inzet: dit is het vijfde rapport in korte tijd.’
 
Voldoet het rapport ook aan de wetenschapsfilosofische criteria? 
‘Het onderzoek moet minimaal voldoen aan de door de wetenschapsfilosoof Karl Popper opgestelde eis van falsificatie: de theorie over klimaatverandering moet kunnen worden tegengesproken door empirische standen van zaken. In principe moet je dus waarnemingen kunnen doen die de theorie weerspreken. Aan die eis voldoet het IPCC. Het rapport staat vol falsifieerbare uitspraken, met name in sectie E die handelt over de toekomstige trends in regionale en globale klimaatverandering. Bijvoorbeeld: “De wereld-oceaan zal blijven opwarmen gedurende de 21e eeuw. Warmte dringt door van het oppervlak tot de diepe oceaan en beïnvloedt de oceaanstroming”, of “De globale zeespiegelstijging tussen 2081-2100 (ten opzichte van 1986-2005) zal waarschijnlijk liggen tussen 0.26-0.55 meter bij scenario RCP2.6, 0.32-0.63 meter bij scenario RCP4.5 etc.” (RCP staat voor Representatieve Concentratie-Paden; afhankelijk van wat wij doen aan onze emissies doet het IPCC verschillende voorspellingen).’
 
Dat klinkt wat zuinig: het rapport voldoet aan de minimale eis.
‘Als wetenschapsfilosofen zijn we inmiddels zover dat we vinden dat er niet een uniek criterium is. Er bestaat een hele familie van criteria waaraan wetenschappelijk onderzoek moet voldoen. Falsifieerbaarheid is daarvan wel een heel belangrijke.’
 
Is het ook het belangrijkste?
‘Bijna. De belangrijkste eis is waarachtigheid. Maar dat is vanzelfsprekend, of zou dat moeten zijn. Daarbij is het één ding dat uit een theorie in principe te falsifiëren uitspraken vallen af te leiden, de volgende stap is laten zien hóe je falsifieert. Dat is een enorme klus. Je moet data verzamelen, kijken of die je theorie onderuithalen. Zo ja, dan verwerp je je theorie of stel je die op wetenschappelijke wijze bij. Zo niet, dan is die gecorroboreerd, bekrachtigd, en mag je daar voorlopig je voorkeur voor uitspreken. Zo kom je stapje voor stapje bij hypotheses die niet worden tegengesproken door de bekende data en toch informatief zijn.’
 
Dat klinkt nog altijd zuinig.
‘Begrijp me niet verkeerd: wetenschap is een groot goed, het beste overlevingsinstrument dat we hebben. Maar zoals ik in het eerdere interview ook al stelde: ze blijft altijd werk in uitvoering. De Amerikaanse filosoof John Dewey heeft daar een prachtige uitspraak over gedaan: wetenschap heeft niets met bewijs te maken maar alles met ontdekking. We weten niets zeker. Wetenschap is onze beste gok. De reserve die ik heb bij het 5e rapport van het IPCC heb ik ook bij andere wetenschappelijke uitspraken.’
 
Nu is de opwarming van de aarde volgens het IPCC ‘unequivocal’ (ondubbelzinnig). De invloed van de mens op die opwarming is ‘extremely likely’ (hoogst waarschijnlijk). Hoe moeten we die kwalificaties duiden? Kun je als wetenschapper verder gaan dan ‘unequivocal’ en ‘extremely likely’? Zijn er hogere graden van betrouwbaarheid? 
‘Volgens mij niet. In de wetenschapsfilosofie en de epistemologie is de kwalificatie van betrouwbaarheid wel voorgesteld als de inzet bij een weddenschap. Het IPCC gaat een weddenschap met ons aan en is bereid zeer hoog in te zetten.’

‘Ik vind het niet fair om van een “juridisch geheel” te spreken, zoals KNMI-klimaatmodelleur Wilco Hazeleger deed. Het kan niet anders dan dat wetenschappers in termen van minder of meer zekerheid spreken. Nu weet ik wel – uit, alweer!, wetenschappelijk onderzoek – dat mensen moeite hebben met waarschijnlijkheden. Stel dat de weerman zegt: er is 60 procent kans op zonneschijn. Wat betekent dat? Ga je 60 procent van de tijd in de zon lopen? Is 60 procent van het Nederlandse aardoppervlak beschenen? Is het ook daadwerkelijk zonnig op 60 procent van alle dagen waarop de weerman zegt dat de zon gaat schijnen?’

‘Onze hersenen zijn niet gemaakt om met waarschijnlijkheden te rekenen. Dat wetenschappers dat nu juist wel moeten doen, is een van de grote frustraties van onze samenleving. Mensen willen graag zekerheid. Maar zekerheid vragen van wetenschappers is een oneigenlijke vraag.
‘Het IPCC is sterk afhankelijk van de techniek van extrapolatie. Klimaatwetenschappers zouden het liefst alle gegevens uit het verleden in een grafiek zetten, daar een liniaal langs leggen en de lijn doortrekken naar de toekomst. Dan krijgen ze een mooie dunne lijn. Maar daarvoor weten ze eenvoudigweg te weinig van het klimaat. Dus krijgt die dunne lijn een staart, een bandbreedte, van zeer grote waarschijnlijkheid naar grote onwaarschijnlijkheid.’

‘Wel neemt de waarschijnlijkheid toe naarmate klimaatwetenschappers de achterliggende mechanismes beter in kaart brengen. Ik proef in het laatste rapport dat het IPCC daarin begint te slagen. Headline statement van de 8e alinea vind ik frappant: deze keer wordt expliciet ons begrip van het klimaatsysteem genoemd als een van de redenen waarom we menen te kunnen zeggen dat er sprake is van menselijke invloed op het klimaat. Dat is spannend. Klaarblijkelijk begrijpen we steeds meer van de mechanismen achter klimaatverandering op de lange termijn.’
 
Opvallend is dat sommige kranten juist suggereren dat het wel meevalt met de opwarming van de aarde en de menselijke rol daarbij. Trouw kopte aan de vooravond van de publicatie van het rapport: ‘Aarde warmt al jaren minder snel op dan was berekend’. De onderkop luidde: ‘Nieuwe gegevens voeden discussie over urgentie van maatregelen om klimaat te redden’. En NRC Handelsblad had een groot artikel over ’De ramp die niet kwam’.
‘Dat de aarde sinds 1998 nauwelijks opwarmt, kun je op twee manier interpreteren. Ten eerste zoals Trouw en NRC dat deden in die bewuste artikelen. Ten tweede op een positievere manier, en ik neig daartoe. We weten dat er in het vierde rapport van het IPCC nogal wat hobbels zaten. Zo stonden er komma’s verkeerd. Ik zou zeggen dat het panel daarvan heeft geleerd en voor dit nieuwe rapport de cijfers veel beter heeft gecontroleerd. Zo heeft het ook geconstateerd dat de opwarming afvlakt. Dat is interessant! Dat klopt niet met de voorspellingen die eerder zijn gedaan. Dan zeg ik: bravo! Dit bewijst dat de achterliggende theorie (of: het model) wetenschappelijk is: er vallen falsifieerbare feiten uit af te leiden. Bovendien, als de theorie gecorroboreerd was hadden we geen nieuwe inzichten verkregen, wat nu wel het geval is. Het IPCC heeft om de afwijking te verklaren namelijk een hulphypothese opgesteld: er wordt en er ligt energie opgeslagen in de onderste lagen van de oceaan, wat weer te maken heeft met de oceaanstroming.’
 
Dat maakt toch geen sterke indruk? Kun je zo niet elk falsificatie weer rechtbreien met een hulptheorie? Hoe onderscheid je legitieme van niet legitieme aanpassingen aan de theorie?
‘De wat vergeten wetenschapsfilosoof Imre Lakatos is hier interessant. Die zou gesproken hebben van het behouden van de harde kern van het klimatologisch onderzoeksprogramma: de verhoogde temperatuur wordt veroorzaakt door de verhoogde aanwezigheid van co2 in de atmosfeer. Als er dan opeens een dip in de opwarming blijkt ter zijn, probeer je die harde kern in stand te houden. Lakatos schept zo ruimte voor de dynamiek van wetenschap. Hij stelt echter wel dat je niet mag immuniseren zonder dat het de empirische inhoud van de hypothese omhoog gooit. De hulphypothese dat de cooling down te maken heeft met onderstromen in de oceaan, moet zelf weer te falsifiëren zijn.’
 
Dat is zéker frustrerend voor de buitenwacht: we moeten nu dus weer wachten op corroboratie of falsificatie van die hulphypothese. 
‘Dat is een van de psychologische redenen dat het vertrouwen in de wetenschap verdwijnt. Zoals gezegd, mensen verwachten zekerheid van de wetenschap, terwijl die altijd werk in uitvoering is. Daarom zijn wetenschapsfilosofen nodig, om uit te leggen hoe wetenschap werkt.’
 
Ja, de kranten hebben dit niet zo uitgelegd.
‘Zeer kwalijk. Ik heb me gestoord aan die kop in de NRC. Wat zullen NRC-lezers nu vinden van het IPCC?’
 
Wat in elk geval niet spreekt voor het IPCC is dat politici mee hebben gepraat over de eindversie van het rapport. 
‘Ook dat is zeer kwalijk. Of je bent politicus én klimaatwetenschapper, dan mag je je in de discussie mengen als klimaatwetenschapper. Of je bent alleen politicus (en een leek op het gebied van kennis van het klimaat), dan moet je je baseren op de standpunten van de experts.’

Wat doet die inmenging af aan het rapport?
‘Ik heb het idee dat het wel meevalt. Zover ik kan beoordelen zijn de conclusies gebaseerd op de data die in de samenvatting van het rapport staan – al kun je wel wat afdingen op de mate waarin de samenvatting voor beleidsmakers de conclusies uit de data-sets van het rapport zelf juist verwoordt, zoals Karel Knip in de NRC heeft geconstateerd nu de gehele tekst van het IPCC-rapport beschikbaar is.’
 
Tijdens het vorige interview zei u: ‘Ik ben liever geen democraat dan dat ik leef in een democratie die zich niets aantrekt van de beste beschikbare kennis over onze wereld.’ Leeft u anno 2013 in een democratie die zich voldoende aantrekt van de beste beschikbare kennis over de wereld?
‘Ik vind van niet, en dat doet pijn. Zolang de door onze beste wetenschap geïnformeerde beleidsbeslissingen onder de radar van de media blijven is er vaak niets aan de hand. Met het oog op de klimaatverandering de rivier verbreden en dijken verhogen kan, en niemand die zal zeggen dat we dit niet moeten doen. De problemen ontstaan als een politicus durft te zeggen: ik wil een deel van uw huidige welvaart opofferen om toekomstige gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. Wij weten – weer uit wetenschappelijk onderzoek – dat mensen zo in elkaar zitten dat we zelden bereid zijn welvaart op te offeren voor toekomstige generaties. Politici die dit durven te zeggen plegen politieke zelfmoord en worden weggestemd in een democratie.’

‘Zo dreigt het mechanisme van de democratie een echte aanpak van de problemen tegen te gaan. In termen van de ouder-kindrelatie: in een democratie is het niet mogelijk als een goede ouder tegen het kind zeggen “Jij wilt dat niet, maar het moet nu eenmaal”. Als kiezers van onze democratische rechtstaat de IPCC-conclusies onzin vinden, dan wordt de politicus gekozen die zegt: “Globale opwarming? Dure maatregelen? Allemaal onzin, zonde van uw geld.” Ik ben zeer pessimistisch.’
 
Maarten Meester

(Bron:
https://www.filosofie.nl/nl/content/51744/klimaatrapport-is-geen-zekerheid.html )