HGL – Week 17

44. De kandidaten kunnen Foucaults kritiek op instituties aan de hand van de begrippen macht, onderdrukking, normalisering en disciplinering uitleggen, toepassen en beoordelen.

Foucault: Foucault brengt drie filosofen samen tot een groot verborgen concept achter instituten. Ieder instituut is gevormd door diegenen (Marx) die macht (Nietzsche) willen (Heidegger/Hegel). Diegenen is bijvoorbeeld de bourgeoisie. De bourgeoisie oefent haar macht uit (Nietzsche). Maar het is niet zomaar een uitoefenen van macht. De bourgeoisie moet ook macht willen uitdrukken. Dit is denken (Hegel en Heidegger). Heidegger spreekt dan ook over machtssteigerung, waarbij de mens niet alleen macht wil, maar altijd meer macht blijft willen… de mens geeft niet alleen vorm, maar wil blijven vormgeven .

Foucault – onderbouw en bovenbouw: Onder ieder instituut (bovenbouw) ligt samenwerking/machtsuitdrukking van een bepaalde groep mensen die via de instituten macht vastleggen en afspreken voor alle mensen. Marx legde de nadruk op de sociale context waarin mensen opgroeien. Mensen denken na, maar ze denken na in een context. Wanneer de context een bepaalde vorm krijgt via instituties, dan krijgt het denken ook een bepaalde richting. Waar men mee bezig is, waar de context ruimte voor biedt, bepaalt ook waar het denken en creativiteit zich mee bezig gaat houden. Dus via de instituties is het mogelijk om het denken en daarmee de weg van de mensen (in de onderbouw) te sturen (waarbij velen zich helemaal niet bewust zijn van de deze sturing, omdat het vanzelfsprekend aanvoelt).

Foucault spreekt dan ook over disciplinering. Vorige week werd een vorm van disciplinering aangehaald: institutioneel racisme. Dit is een (onbewust) racisme dat in de haarvaten van onze instituties verborgen ligt.
Problematisch… Wanneer iemand probeert het wantrouwen jegens deze disciplinering te omschrijven/te duiden, dreigt het mis te gaan. Want iedere omschrijving van disciplinering zorgt ervoor dat de mens gaat denken/handelen en dus voor iets anders gaat kiezen en de instituten gaat aanpassen. Echter, deze aanpassing is op zichzelf ook weer een uitdrukking van de wil van enkelen over de velen. Daarnaast blijft het onduidelijk of iemand disciplinering überhaupt wel goed kunnen omschrijven/duiden.

De vraag naar disciplinering en het oplossen van deze paradox is een prachtig thema voor een nieuw essay! Er zijn talloze onderwerpen (met name op het vlak van de psychiatrie) op dit moment waarbij Foucault weer een centrale rol krijgt. Lees het artikel van en luister interview met Klinisch Psycholoog Paul Verhaeghe over normaliteit, waanzin en discipline uitgewerkt vanuit het boek “Filosofie van de waanzin” van Michel Foucault.

“”Elke maatschappij definieert haar ideale “normale mens”. Vandaag is dat de sociale, hypercompetitieve professional die het gemaakt heeft, en daar ook mee naar buiten komt. Zo voeden wij ook onze kinderen op. Daar is op zich niets mis mee, maar je krijgt wel veel mensen die er niet aan beantwoorden. Een groep die massaal mislukt. Excelleren is het nieuwe normaal.”

47. De kandidaten kunnen uitleggen dat het Panopticum van Bentham volgens Foucault model staat voor moderne machtsuitoefening door instituties. Zij kunnen daarbij uitleggen: – dat in het Panopticum macht automatiseert en ontindividualiseert; – dat de gedetineerde het principe van zijn onderwerping – dwang – overneemt en toepast op zichzelf.

Argos Panoptus was voor de oude Grieken een reus met heel veel ogen. Deze reus kon alles zien en volgen. Bentham gebruikt panoptus als symbool voor een nieuw type gevangenis: de Panopticon. De Panopticon was een gevangenis waarbij de gevangenen niet weten of ze bekeken werden door de gevangenisbewaarders en dus altijd het gevoel hadden mogelijk bekeken te kunnen worden. Je had dus niet veel bewakers nodig, omdat de angst de gevangenen wel in toom zou houden. De gevangenen gaan vervolgens het gedrag reguleren en aanpassen in de angst bekeken te worden.

Foucault gebruikte wederom Benthams Panopticon als symbool voor een staat (government) die via surveillance (denk aan Big Data in deze tijd) het volk (als slaaf :)?) mogelijk kan controleren, waardoor de bevolking in angst bekeken te worden zich koest houdt. Op deze manier heeft de staat macht over de mensen, maar hoeft de staat geen mens meer te zijn (ontindividualisering). In sommige gevallen controleren ambtenaren verschillende mensen, maar dat weet niemand zeker. In veel gevallen is alles geautomatiseerd en ontmenselijkt. Een staatssecretaris (Menno Snel) is een maand geleden nog afgetreden omdat de belastingdienst op onmenselijke wijze om is gegaan met de toeslagen en boetes van ouders die jarenlang in angst hebben geleefd en niet konden rondkomen. Dit was natuurlijk niet de schuld van Menno Snel, maar typeert wellicht de onmenselijke, geautomatiseerde wijze hoe onze samenleving is georganiseerd. De ouders staan wellicht symbool voor burgers in een Kafkaesque en geautomatiseerd belastingsysteem zonder oog voor de mens, voor wie iedereen een BSN-nummer (belastingnummer) is. Op deze manier worden mensen gedwongen in angst bepaalde, onterechte aanslagen te betalen en vergoedingen te weigeren. In veel gevallen gaat het natuurlijk goed, maar de excessen kunnen lang en pijnlijk zijn. Systemen en instituten zijn over het algemeen niet echt flexibel.