Scepticisme – par. 2.5 – antwoorden

  1. Wat bedoelt Kant met “iets bestendigs” dat de zintuiglijke ervaringen voortbrengt? Verwerk in je antwoord de ervaringen van eerdere gebeurtenissen. Je bent je ervan bewust dat je mentale toestanden een welbepaalde volgorde hebben, bijvoorbeeld dat de nasmaak die je nu ervaart werd voorafgegaan door een eerdere smaakervaring. Door dit voorafgaande kan het niet anders dan dat je je voorafgaand aan een ervaring bewust bent van dit voorafgaande. Je kunt niet zeggen dat de appel groen is, wanneer je nog nooit de kleur groen hebt gezien (ervaren). Je moet al een bestendig idee hebben. Idem geldt dat voor alles in de wereld, en wellicht voor de gehele wereld. 
  2. In hoeverre is “iets bestendigs” uit vraag 1 een kritiek op de filosofie van George Berkeley? Voor Berkeley bestaat iets alleen bestendig wanneer ik het zie. Wanneer ik iets niet zie, dan bestaat het ook niet meer -> Zijn is waargenomen worden (Esse est percepi). 
  3. Wat is het verschil tussen transcendent en transcendentaal? Transcendent gaat over een wereld buiten onze wereld in ruimte en tijd. Denk hierbij aan de geestelijke, zuivere goddelijke wereld die zuiver is en niet onderhevig is aan de dynamiek in ruimte en tijd (Plato). Maar ook aan bijvoorbeeld het concept van de hemel… De hemel bevindt zich voorbij ruimte en tijd. De hemel transcendeert, overstijgt de tastbare wereld in ruimte en tijd.
    Transcendentaal heeft betrekken op de mogelijkheidsvoorwaarden. De mogelijkheidsvoorwaarden om te kunnen ervaren in de tastbare wereld zijn bijvoorbeeld ruimte en tijd. De mens legt de werkelijkheid ruimte en tijd op. Zonder ruimte en tijd kan de mens überhaupt geen ervaring opdoen. Opdoen is sowieso een werkwoord… Je hebt er tijd voor nodig om het te doen. En de ervaring is altijd de ervaring van iets in een ruimte. Ergo: ruimte en tijd. 
  4. Kant lijkt de twijfel over een onafhankelijke wereld te leggen in de opvatting dat je alleen over iets kunt twijfelen als het ook daadwerkelijk bestaat. Hoe komt het dat Kant, in het licht van deze twijfel, wordt ingedeeld bij de idealisten? Omdat Kant aangeeft dat de mens de werkelijkheid alleen kan zien vanuit de mogelijkheidsvoorwaarden… Het is de mens, de geest, die de werkelijkheid daarmee ruimte, tijd, veelheid, massa etc. oplegt, waardoor de realiteit onvermijdelijk een realiteit als idee in de geest wordt. 
  5. Wat bedoelt Kant met de buitenwereld die met ons bestaan verbonden is en hoe kunnen we dat begrijpen als een bewustzijn van ons bestaan in de tijd? Zoals uit vraag 1 al voortkwam: je kunt je alleen van iets bestendigs bewust zijn (in de tijd). De buitenwereld moet (intuïtief of vanuit een innerlijke ervaring) al aanwezig zijn, zodat vervolgens deze buitenwereld ervaren en bekeken kan worden.