Scepticisme – par. 1.5 – antwoorden

  1. Wat is een bewustzijnsverschijnsel? Geef een voorbeeld.

Een bewustzijnsverschijnsel is een “object”dat als zodanig tot ons (de geest) komt (verschijnt). Hume onderscheidt twee verschillende bewustzijnsverschijnselen: impressies en ideeën.

  1. Geef duidelijk aan wat het verschil is tussen impressies en ideeën.

Impressies zijn krachtige en hevige verschijnselen. Ze zijn direct via onze zintuigen verkregen.

Ideeën zijn de verwerkingen van deze impressies als gevolg van denkprocessen en redeneringen. We herschikken of ordenen de directe impressies tot ideeën. Over ideeën is als het ware een beredeneerde sluier overheen gegaan.

  1. Probeer te omschrijven wat het verschil is tussen enkelvoudige en complexe ideeën.

Een enkelvoudig idee is een beredeneerd bewustzijnsverschijnsel van 1 eigenschap. Bijvoorbeeld geur, kleur, smaak, etc.

Een complex idee is een beredeneerd bewustzijnsverschijnlijk van meerdere samengevoegde eigenschappen tot 1 complex idee.

  1. Leg uit hoe de verbeelding kan leiden tot illusies.

Complexe ideeën als substantie, identiteit, causaliteit kunnen we niet letterlijk waarnemen. Denk maar eens aan de identiteitsdiscussies tegenwoordig over wie we zijn en wat we willen zijn etc. We kunnen datgene wat we “zijn”, behalve het uiterlijke lichaam, niet concreet waarnemen. Het zijn complexe ideeën. En deze abstracte, complexe ideeën kunnen we eindeloos herhalen, maar nooit kunnen we zeker zijn dat morgen het idee overeind blijft. De veronderstelde aanwezigheid van causaliteit, identiteit en substantie zijn wellicht illusies.

  1. Leg uit wat causaliteit betekent. Kunnen we een enkelvoudig idee vormen van causaliteit?

Nee. Causaliteit betekent oorzakelijkheid… met andere woorden: de gebeurtenis waarbij een bepaalde oorzaak een gevolg veroorzaakt. Als … dan… Als-dan vragen zijn typische vragen die passen bij causaliteit. Voor causaliteit heb je twee ideeën nodig: oorzaak en gevolg. Het werkelijk moment van oorzakelijkheid. Het moment dat het ene het andere beïnvloedt, kunnen we nooit echt exact waarnemen. Denk maar aan de biljarttafel en het raken van biljartballen waar Hume vaak naar refereert.

  1. Waarom is causaliteit psychologisch wel en filosofisch niet te onderbouwen.

Psychologisch is de mens op zoek naar eenheid. Filosofisch hebben we voorbij de dag van vandaag geen zekerheid of zoiets als causaliteit altijd en overal geldt.

  1. Waarom zou je kunnen zeggen dat verbeelding discrimineert?

De verbeelding is psychologisch geneigd om eenheid te ervaren. En wat als deze eenheid niet aansluit bij het idee van de ander of iets anders?

  1. Wat is het “eigene”? Hebben we wel een enkelvoudig idee van het “eigene”?

Heeft te maken met identiteit. We weten dat de cellen van het lichaam om de zoveel jaar helemaal vernieuwen. Lichamelijk is het moeilijk om over het eigene te praten. Ook zoiets als karakter verandert door de jaren heen. Wat is dan dit gevolg van zelf, het eigene? Is dit een enkelvoudig intuïtief idee of een complex idee van samengestelde ideeën?

  1. Is er wel zoiets als bestendigheid mogelijk? Bestaat er een wereld buiten ons?

Mening.

Scepticisme – par 1.5 – vragen

  1. Wat is een bewustzijnsverschijnsel? Geef een voorbeeld.
  2. Geef duidelijk aan wat het verschil is tussen impressies en ideeën.
  3. Probeer te omschrijven wat het verschil is tussen enkelvoudige en complexe ideeën.
  4. Leg uit hoe de verbeelding kan leiden tot illusies.
  5. Leg uit wat causaliteit betekent. Kunnen we een enkelvoudig idee vormen van causaliteit?
  6. Waarom is causaliteit psychologisch wel en filosofisch niet te onderbouwen.
  7. Waarom zou je kunnen zeggen dat verbeelding discrimineert?
  8. Wat is het “eigene”? Hebben we wel een enkelvoudig idee van het “eigene”?
  9. Is er wel zoiets als bestendigheid mogelijk? Bestaat er een wereld buiten ons?