Scepticisme – par. 2.5 – vragen

  1. Wat bedoelt Kant met “iets bestendigs” dat de zintuiglijke ervaringen voortbrengt? Verwerk in je antwoord de ervaringen van eerdere gebeurtenissen.
  2. In hoeverre is “iets bestendigs” uit vraag 1 een kritiek op de filosofie van George Berkeley?
  3. Wat is het verschil tussen transcendent en transcendentaal?
  4. Kant lijkt de twijfel over een onafhankelijke wereld te leggen in de opvatting dat je alleen over iets kunt twijfelen als het ook daadwerkelijk bestaat. Hoe komt het dat Kant, in het licht van deze twijfel, wordt ingedeeld bij de idealisten?
  5. Wat bedoelt Kant met de buitenwereld die met ons bestaan verbonden is en hoe kunnen we dat begrijpen als een bewustzijn van ons bestaan in de tijd?

 

 

Scepticisme – par. 2.4 – antwoorden

  1. Reid acht het indirect realisme van Locke problematisch. Waarom?

Het scepticisme wordt niet overwonnen.

  1. Reid komt met direct realisme, wat houdt dit in? Verwerk in je antwoord Reids kritiek op de status (regel) van illusies en hallucinaties (gevolg van het onderscheid tussen primaire en secundaire eigenschappen) en de status van de wetenschap.

We nemen zaken direct waar. De wereld buiten ons bestaat. Dit is slechts gebaseerd op gezond verstand. Illusies en hallucinaties zijn uitzonderingen op de regel. De wetenschap is er om deze illusies de de-mystificeren (oftewel: uit het mystieke te halen). Zie volgende week (week 3), wetenschappelijke verklaring voor verschillen in hoe we kleur ervaren.

  1. Wat is het verschil tussen een naïef realist en een wetenschappelijk realist?

Naïef realist gelooft dat objecten werkelijk alle eigenschappen hebben die we waarnemen. Alles en dan ook alles is in the eye of the beholder. Een wetenschappelijk realist stelt dat er een wetenschappelijke wereld is die objectieve, wetenschappelijke kennis kan vergaren over die zaken die wij als eigenschappen van hetzelfde object ervaren. En deze wetenschappelijke kennis kan resulteren in een weerlegging van de ervaringen ons “vertellen”.

  1. Het punt van de wetenschappelijk realist is veeleer dat kleuren, smaken en andere secundaire kwaliteiten niet als dusdanig in de wereld zitten.” Wat zit er niet als “dusdanig” in de wereld en wat zegt dit over het onderscheid tussen primaire en secundaire eigenschappen?

Secundaire kwaliteiten zijn afhankelijke van de omgeving (en de waarnemer zelf).

  1. Verklaar het begrip “inkleuring”.

De waarnemer neemt waar en kleurt in.

  1. Waarom hoeft het direct realisme niet af te rekenen met het scepticisme.

!! Ik had indirect realisme geschreven, terwijl er direct realisme had moeten staan!!

Als we de wereld direct waarnemen, dan hoeven we ons geen zorgen te maken over de gevolgen van het verschil tussen onze waarneming en de werkelijkheid. Als we direct waarnemen en we hebben een wetenschap die deze directe waarneming verifieert en opslaat in kennis, dan is er ook een objectief perspectief (wetenschap). Het is deze wetenschap die de foutjes (inkleuringen die fout blijken te zijn) weerlegt.

  1. Hoe komt het dat (de gevolgen van) “inkleuring” (voor het voordeel van direct realisme) uiteindelijk door wetenschappers niet overwonnen kan worden?