Verdeling wijsgerige antropologie

Dirkje beoordeelt: julie, romee, youp
Julie beoordeelt: romee, youp, iris
Romee – youp, iris, fieke
Youp – iris, fieke, martijn
Iris – fieke, martijn, kayleigh
Fieke – martijn, kayleigh, max
Martijn – kayleigh, max, senna
Kayleigh – max, senna, zoë
Max – senna, zoë, süreyya
Senna – zoë, süreyya, mila
Zoë – süreyya, mila, mees
Süreyya – mila, mees, max
Mila – mees, max, giel
Mees – max, giel, jordan
Max Schraven – giel, jordan, nele
Giel – jordan, nele, dirkje
Jordan – nele, dirkje, julie
Nele – dirkje, julie, romee

https://filosofie.gruijthuijzen.nl/category/socratische-gesprek-en-filosofisch-essay/

Wijsgerige antropologie – par. 1.2 – antwoorden

  1. Leg uit wat de kern is van het dualisme en verwerk hierin de begrippen lichaam en geest en de filosoof Plato en zijn ideeënleer.

Dualisme is het idee dat de geest en het lichaam… het denken en de wereld buiten ons, van elkaar gescheiden zijn. Vandaar dat Plato in zijn Ideeënleer de scheiding maakt tussen het zuivere Goddelijke idee gelegen in de geest/het denken en de onzuivere buitenwereld waarin nooit iets perfect en goddelijk is.

De wiskunde is pure abstractie. Het bestaat alleen in het denken. De werkelijkheid laat altijd variaties zien van wiskunde. Met wiskunde proberen we de werkelijkheid te duiden, maar een perfecte driehoek bestaat alleen in het denken. Zodra we een driehoek tekenen is deze nooit perfect. Vandaar dat voor Plato en later voor Descartes de wiskunde belangrijk was. Wellicht zelfs de weg naar het Goddelijke.

  1. Leg uit wat de kern is van Descartes’ substantiedualisme. Verwerk hierin ook de begrippen res extensa en res cogitans.

De Res Extensa is de buitenwereld.
De Res Cogitans is het denken/de geest.

De kern van Descartes’ filosofie resulteert in de uitspraak: “Cogito ergo sum” -> Ik denk, dus ik ben. Zie ook dia 13 t/m 17 van de volgende powerpointpresentatie: https://filosofie.gruijthuijzen.nl/category/scepticisme-hoofdstuk-1-ppt/

  1. Wat wordt er bedoeld met het interactieprobleem? Is er een verband tussen het interactieprobleem en het concept van zelfreflectie?

Het lichaam en de geest lopen niet symmetrisch. De geest heeft een idee en in de werkelijkheid blijkt telkens weer dat dit idee niet helemaal klopt. Iedereen beschikt over eindeloos veel ideeën die in werkelijkheid vaak anders zijn. De interactie tussen geest en lichaam is dus problematisch. Ze komen zelden tot nooit tot eenzelfde slotsom. Het kan dan ook niet anders dan dat iedere geest voortdurend bij zichzelf te rade moet gaan of het idee wel aansluit bij de werkelijkheid of bij het Goddelijke… Dit kunnen we wellicht ook zelfreflectie noemen.

  1. Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen het dualisme van Plato en van Descartes?

Overeenkomst: scheiding tussen lichaam en geest. Beiden gaan uit van aangeboren ideeën.
Verschil: Descartes heeft een helder en onderscheidend idee van God (dit idee bestond nog niet als zodanig bij de oude Grieken). Descartes gaat ook op zoek naar het orgaan in de hersenen dat zorgt voor de interactie tussen lichaam en geest. Daarnaast stelt Plato dat alle Goddelijke ideeën bij geboorte al aanwezig zijn. Descartes gaat alleen uit van de aangeboren ideeën ‘waarheid’, ‘denken’, ‘bestaan’, ‘zelf’, en ‘ding’.

  1. Wat is de oorsprong van het Materialisme? Verwerk in je antwoord het begrip monisme?

De mens bestaat slechts uit een optelsom van functies. Alles is te verklaren vanuit de wijze hoe deze functies op elkaar inwerken. De geest is ook simpelweg het gevolg van het samenwerkingsproces van functies en verder niets.

  1. Is de mens volgens jou een machine? Kunnen we mensen ooit namaken?
    Eigen mening.
    Voor de geïnteresseerden onder ons, kan ik heel erg de serie Westworld aanraden! Eigenlijk een must voor iedereen!
  2. Wat is het verschil tussen monisme en dualisme? Dualisme gaat uit van een scheiding tussen lichaam en geest. Monisme gaat uit van het idee dat lichaam en geest van dezelfde orde zijn. Bij het materialisme is de geest het product van het lichaam (functies).

Wijsgerige antropologie – par. 1.2 – vragen (2)

  1. Wanneer spreken we van of over bewustzijn?
  2. Wat wordt bedoeld met “het gesitueerde lichaam”? A. Leg uit wat gesitueerd betekent, B. Geef vervolgens antwoord op de vraag. Verwerk in je antwoord de (voortdurende) interactie tussen lichaam en omgeving. Gebruik ook het citaat “Het bewustzijn van onszelf in een omgeving komt tot stand via een lichaam dat altijd gesitueerd is”.
  3. Wat is het verschil tussen de ervaring van het leven en “de koelte van het papier” (citaat uit het tekstboek)?
  4. Wat is het nadeel van de “gebondenheid van het lichaam” (citaar uit het tekstboek)? Waaraan is het lichaam gebonden?
  5. Omschrijf de strijd tussen het Cartesiaanse dualisme enerzijds en de fenomenologie van Merleau-Ponty anderzijds. (Cartesiaans verwijst naar Descartes). Hier mag je best uitgebreid de tijd nemen. Dit is een van de meest wezenlijke debatten in de hedendaagse Westerse (en in zekere zin ook Oosterse) filosofie.
  6. Waaruit bestaat volgens Bruno Latour “de grote kloof” typerend voor de filosofische stroming van de fenomenologie?
  7. Wat betekent het begrip “hybride”?
  8. Wat betekent het begrip “cyborg”?
  9. Waar staat het begrip “symmetrische antropologie” bij Latour voor? Hoe lost Latour het dualisme op zijn manier op? Leg tevens uit waardoor de mens ook als hybride of cyborg begrepen kan worden.