Parlementaire democratie (8) – antw.

8    Internationale politiek

VRAGEN  blz. 99

1.    Vraag bij de begincase is: Heeft Obama gelijk en is een verenigd Europa noodzakelijk voor ons allemaal?

Voorbeelduitwerking:

Eens:

–      Alleen verenigd kunnen lidstaten snel en effectief ingrijpen bij grensoverschrijdende problemen.

Denk aan milieuvervuiling, terrorisme, georganiseerde criminaliteit.

–      Alleen verenigd kunnen lidstaten hun belangen verdedigen bij conflicten met machtige landen als China of de VS.

Denk aan de handelsoorlog tussen de EU en de VS.

–      Een verenigd Europa waarborgt de democratische rechtsstaat van de lidstaten en vermindert de kans op oorlog.

Oneens:

–      De EU als economisch en politiek machtsblok is nadelig voor de rest van de wereld.

Denk aan ontwikkelingslanden die niet kunnen concurreren met Europese boeren of aan migranten die door de Europese grensbewaking worden teruggestuurd.

–      Lidstaten verliezen hierdoor een deel van hun soevereiniteit.

Voorbeelduitwerking:

Politiek:

–      Beperkt risico op oorlogen.

–      Overzichtelijkere diplomatieke banden.

–      Stabiele diplomatieke banden.

Economisch:

–      Betere import- en exportmogelijkheden.

–      Stabiele handelspartners.

–      Overzichtelijke regelgeving rond import en export.

–      Stabiele munt.

2.    Economisch: het vormen van één markt maakte de handel in kolen en staal stabieler en de productie goedkoper.

Politiek: de strijd om grondstoffen was een belangrijk motief voor oorlog. Door samen te werken werd het risico op conflicten verkleind.

3.    Bij supranationale besluitvorming neemt een orgaan dat boven de landen staat beslissingen.

De landen geven daarmee een gedeelte van hun soevereiniteit op.

Bij intergouvernementele besluitvorming gaat het om samenwerking tussen landen en wordt de soevereiniteit niet uit handen gegeven.

Intergouvernementeel duidt ook op besluitvorming op basis van unanimiteit. In internationaal verband betekent dit dat er alleen een besluit wordt genomen als alle deelnemende landen overeenstemming hebben bereikt.

4.    –      De Raad van Ministers heeft wetgevende macht.

–      De Europese Commissie heeft uitvoerende en beperkte wetgevende macht.

–      Het Europees Hof van Justitie heeft rechtsprekende macht.

–      Het Europees Parlement heeft een beetje wetgevende macht en controleert voornamelijk het EU-beleid.

De Europese Raad, waarin alle regeringsleiders samenkomen, heeft geen wetgevende taak, maar stelt de hoofdlijnen vast van het politieke beleid.

5.    Vanwege de noodzaak om snel (kopen of verkopen van euro’s) en efficiënt te handelen.

Het gaat in dit geval om de Europese Centrale Bank die supranationaal opereert.

6.    a.    Het gekozen Europees Parlement:

–      heeft niet het laatste woord in de politieke besluitvorming, zoals in Nederland;

–      mag geen wetsvoorstellen indienen;

–      kan individuele commissarissen niet dwingen tot aftreden.

Het Europees Parlement kan wel de gehele Europese Commissie dwingen om af te treden.

b.    Door de gelekaartprocedure kunnen nationale parlementen voorstellen van de Europese Commissie terugsturen voor herziening.

Europese besluitvorming is door deze regel een stap dichter bij de bevolking komen te staan.

7.    Europees Parlement: met de Tweede Kamer.Beide zijn controlerende overheidsorganen met gekozen volksvertegenwoordigers.

Europese Commissie: met de regering. Beide vormen het dagelijks bestuur.

8.    De VS, Rusland, China, Frankrijk en Engeland.

Het waren de machtigste landen na de Tweede Wereldoorlog, de tijd waarin de VN werden opgericht.

De landen wilden hun machtspositie vastleggen voor het lidmaatschap van de toen nieuwe organisatie, de Verenigde Naties. De macht van deze landen wordt gehandhaafd door hun permanente plek in de Veiligheidsraad.

9    Europese UNIE  blz. 100

10    WAT HOORT BIJ WAT?  blz. 100

Veiligheidsraad b. houdt zich bezig met het uitvoeren van resoluties.
Europees Hof van Justitie e. ziet erop toe dat EU-landen zich aan EU-wetgeving houden.
EEG d. economische gemeenschap bestaande uit België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland.
Europese Centrale Bank a. zorgt voor financiële stabiliteit.
Verenigde Naties f. deze organisatie staat onder leiding van António Guterres.
EMU c. Europese lidstaten die de euro hebben ingevoerd.

11    “ONZE VERZEKERINGSPREMIE”  blz. 101

a.    Voorbeelduitwerking:

–      Er kan gebrek aan adequate manschappen en materieel ontstaan als een grootschalige inzet noodzakelijk is.

–      De onderlinge solidariteit tussen de NAVO-landen wordt verzwakt.

Heel veel Europese landen betalen een (veel) lagere bijdrage dan afgesproken.

b.    Voorbeelduitwerking:

–      De staatsschuld beperken is belangrijker dan de NAVO-afdracht, want de gevolgen van een grote staatsschuld ervaren we wel direct.

Een grote staatsschuld drijft de rente op, beleggers willen de overheid dan geen geld meer uitlenen. Het remt de economische groei, mensen raken hun baan kwijt, de overheid moet stoppen met allerlei voorzieningen. Terwijl we bij het niet geheel betalen van de NAVO-afdracht nog steeds militaire bescherming genieten (niet volledig betalen, wel profiteren), zoals de afgelopen jaren is gebleken.

–      Nederland kan beter wachten tot landen die wel het verschil maken (ook) hun volledige bijdrage gaan betalen, anders is het geldverspilling.

De verplichte afdracht is voor alle lidstaten 2 procent van het bruto binnenlands product en dat komt voor een klein land als Nederland neer op een veel kleiner bedrag dan de verplichte afdracht voor een groot land als Duitsland.

c.    Voorbeelduitwerking:

De houding van de Amerikaanse president Trump tegenover de NAVO-bondgenoten.

Trump vindt het oneerlijk dat de EU-landen minder uitgeven aan de NAVO dan de VS. Trump heeft impliciet laten weten dat de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa hierdoor op het spel staat.

12    IN HET NIEUWS  blz. 101

a.    Rusland is permanent lid van de VN-Veiligheidsraad en zal een veroordeling van zichzelf vetoën.

b.    Voorbeelduitwerking:

Ja, de aanslag op de nabije NAVO-partner Groot-Brittannië maakt duidelijk dat ook de veiligheid van Europese lidstaten in het geding is.

Een NAVO-lidstaat dat zijn volledige bijdrage aan de NAVO betaalt, kan eerder rekenen op bescherming van het bondgenootschap dan een slecht betalend NAVO-lid.

Nee,misschien gaat het bijSkripal niet om een politieke afrekening door Rusland, maar is hij slachtoffer van een ordinaire ruzie.

Het wel of niet betalen van de volledige NAVO-bijdrage door Nederland is dan niet relevant.

De Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) van de VN concludeerde na onafhankelijk onderzoek dat bij de aanslag zenuwgas is gebruikt, maar deed geen uitspraken over wie de opdrachtgever was.

13    ESSAY: BESTRIJD NIET WILDERS MAAR BESTRIJD WAT HEM GROOT MAAKT  blz. 102

a.    Stemmen op een populistische partij die discrimineert en geen inhoudelijk alternatief biedt voor de EU. Of stemmen op een gevestigde partij die terechte kritiekpunten op de EU negeert.

Luyendijk stelt dat de gevestigde politiek te weinig ruimte heeft geboden aan burgers die zich kritisch uiten over de EU of het immigratievraagstuk. De enige mogelijkheid lijkt aansluiting bij populisten, waardoor hun kritiek nuance verliest.

b.    Kenmerken:

–      Populisme werkt polarisatie in de hand.

Het volk versus de politieke elite.

–      De vaak nationalistische standpunten van populisten.

“De Nederlandse lente’”.

–      Simpele oplossingen, maar geen uitvoerbaar alternatief.

“Die bieden geen inhoudelijk alternatief.”

c.    Voorbeelduitwerkingen:

–      Mede door het democratisch tekort is de Europese Unie makkelijk te beschouwen als elitaire politiek. Populisten gebruiken dit gegeven om de afstand tussen burger en politiek uit te vergroten.

“De hoge heren in Brussel luisteren niet naar de hardwerkende Nederlander.”

–      De EU en immigratie zijn onderwerpen die zich makkelijk laten vertalen naar gevaren voor de nationale identiteit of het verlies van autonomie. Dit sluit goed aan op het nationalisme van veel populisten.

“Onze cultuur zal lijden onder verdere europeanisering.” / “De Nederlander is slachtoffer van voortschrijdende immigratie.”

–      Het belang van het EU-lidmaatschap en de gevolgen van immigratie zijn voor veel mensen lastig te begrijpen. Populisten maken hier gebruik van door simpele, voor velen aansprekende oplossingen aan te dragen.

Oplossingen als: “Er moet een Nexit komen” of “We sluiten de grenzen” – zonder de reële gevolgen te benoemen.

d.    Voorbeelduitwerking:

Ja, want:

–      in het huidige debat kun je prima genuanceerde kritiek uiten op de EU en immigratie. Kijk maar naar de standpunten van partijen als de SP.

–      zonder genuanceerde kritiek zou de vluchtelingencrisis uit de hand zijn gelopen en zouden we in een federaal Europa leven.

Nee, want:

–      met kritiek op de EU word je al snel weggezet als nationalist.

–      met kritiek op immigratie word je al snel weggezet als xenofoob of racist.

e.    Eigen uitwerking leerling.

Case: De verenigde staten van Europa?

14    BRONVRAGEN  blz. 104

a.    Overwegend positief, gelet op de vier vaakst genoemde antwoorden.

Vrij verkeer van personen, de euro, vrede en democratie worden het vaakst genoemd.

b.    Oneerlijke concurrentie; uitbuiting door de EU en negatieve aspecten van arbeidsmigratie.

Geen werk, dan maar naar Canada; baan kwijtgeraakt door de EU.

Ook goed:

Werken aan een beter Europa: jongeren denken bij de EU aan geldverspilling en bureaucratie.

Wat betekent de EU voor jou? Jongeren denken aan geldverspilling en vinden dat de EU vastloopt.

c.    Eisen:

1.    Democratische rechtsstaat.

2.    Goed draaiende markteconomie.

3.    Gemeenschappelijke EU-wetgeving overnemen en de EU-doelstellingen ondersteunen.

4.    Toetreding mag het functioneren van de EU niet onder druk zetten.

Dit zijn de zogenaamde ‘Criteria van Kopenhagen’. De eerste drie zijn in 1993 opgesteld en het vierde criterium werd in 2006 toegevoegd.

Eigen antwoord leerling.

15    CARTOON  blz. 104

Voorbeelduitwerking:

De tekenaar laat de tweeslachtigheid / verdeeldheid van het Europese toelatingsbeleid voor vluchtelingen zien.

Enerzijds zijn vluchtelingen welkom in Europa (rode loper), anderzijds houden veel Europeanen de vluchtelingen liever buiten de deur (vuur) met beperkende maatregen. Ook is er veel discussie over de wenselijkheid van de komst van vluchtelingen.

16    DE EU IN HET POLITIEKE DEBAT  blz. 105

a.    Eigen mening en uitwerking leerling.

b.    Voorbeelduitwerking:

–      De PVV benadrukt de gevaarlijke gevolgen van buitenlandse inmenging en de voorkeur voor een ‘Nexit’. Dit nationalistische standpunt is kenmerkend voor het populisme.

–      De VVD spreekt vooral over de economische aspecten van de EU en deregulering (weinig overheid). Dit sluit aan op de liberale ideologie.

–      De SGP is sceptisch over het samenvoegen van verschillende economieën en culturen en pleit daarmee voor behoud van de eigen cultuur. Dit standpunt past bij het conservatisme.

Ook bij de andere standpunten zijn aspecten van de ideologie van de partij te herkennen, al is dit niet altijd even duidelijk.

c.    Voorbeelduitwerking:

SP: gelijkheid, soevereiniteit, solidariteit.

D66: vrijheid, veiligheid, welvaart, integratie.

PVV: soevereiniteit, eigenheid, identiteit.

CDA: solidariteit, gemeenschapszin.

VVD: vrijheid, welvaart, soevereiniteit.

SGP: conservatisme, eigenheid, identiteit.

DENK: gelijkheid, solidariteit, democratie.

17    EU-LANDEN MOETEN VERDER INTEGREREN”  blz. 106 en 107

a.    Als burgers zich niet in de besluiten van Europese politici kunnen herkennen, verliest Brussel het vertrouwen van de burgers.

b.    Voorbeelduitwerking:

Door zich van de EU af te keren, schaadt de PVV juist de Nederlandse belangen.

Voorbeeld: uitvoerige Europese samenwerking is nodig voor effectieve opsporing van grensoverschrijdende criminaliteit, terugdringen van milieuvervuiling, eenduidige tarieven voor bellen en internetten, enzovoort.

c.    Voorbeelduitwerking:

Onderstaande onderwerpen zijn sterk cultuurgebonden. Als Nederland hier zelf over kan beslissen, zorgt dit voor meer steun en vertrouwen vanuit de bevolking:

–      onderwijs;

–      sociale zekerheid;

–      volksgezondheid;

–      belastingen, uitgezonderd belastingen die de interne markt kunnen verstoren;

–      familierecht;

–      ruimtelijke ordening, mits op nationaal niveau voldaan wordt aan regels ter bescherming van flora en fauna;

–      openbare orde;

–      inrichting van het openbaar bestuur.

Genoemde beleidsterreinen zijn momenteel nog het exclusieve domein van de lidstaten. De EU heeft hierover niets te vertellen.

d.    Voorbeelden van argumenten:

“De EU moet zelf in staat zijn om gewapende conflicten op te lossen.”

Voor:

Dan is de EU minder afhankelijk van de militaire macht van de VS.

De VS hebben het sterkste leger ter wereld en zijn daarmee de belangrijkste NAVO-lidstaat.

Tegen:

Het oprichten van een Europees leger komt neer op nauwere samenwerking, terwijl er vanwege Euroscepsis juist een pas op de plaats nodig is.

Die pas op de plaats voorkomt desintegratie van de EU.

“Het oprichten van een Europees leger zorgt voor toenemende spanningen met andere landen.”

Voor:

Rusland heeft zich altijd verzet tegen het NAVO-lidmaatschap van de Baltische staten. Een EU-leger zal daarom op hetzelfde verzet stuiten.

Als EU-lidstaten zouden de Baltische staten immers ook een bijdrage leveren aan zo’n EU-leger.

Tegen:

Een Europees leger zorgt juist voor minder spanningen, doordat machtsblokken zoals Rusland en China dan minder snel agressie tonen jegens de EU of EU-lidstaten.

18    IN HET NIEUWS  blz. 107

  1.          Nee, voor asielbeleid geldt supranationale besluitvorming; lidstaten moeten zich neerleggen bij Europese meerderheidsbesluiten.

Een lidstaat die systematisch Europese regels schendt krijgt eerst een officiële waarschuwing. Situatie juli 2018: de EU overweegt om sancties uit te vaardigen, zoals het intrekken van EU-subsidies. Eventueel kan artikel 7 in werking worden gesteld: dan verliest Hongarije stemrecht in de Europese Raad. In september 2018 stemt het Europees Parlement over het wel of niet instellen van sancties.

b.    Bij het Hof van Justitie van de EU.

Hongarije en Slowakije startten in 2015 een procedure bij het hof tegen de door de EU opgelegde herverdeling van vluchtelingen. Het hof oordeelde in 2017 echter dat de landen zich aan de afspraak moeten houden.

c.    Ja, dan voldoet Hongarije niet aan de eis dat corruptie wordt teruggedrongen.

Op grond van de kritiek is ook te beargumenteren dat niet aan de andere eisen wordt voldaan: het doorvoeren van politieke hervormingen en vrije en eerlijke verkiezingen.