Filmfilosofie (1) – vragen

A. Laten we eerst een aantal stappen zetten om enigszins helder te krijgen waar het begrip filosofie voor staat om vervolgens een brug te bouwen richting film en filmfilosofie.

  1. Filosofie betekent letterlijk “liefde voor wijsheid” en/of “liefde voor waarheid”.
  2. Filosoferen is een werkwoord.
  3. Filosoferen is filosofie in praktijk.
  4. Filosoferen is het tot leven brengen van de filosofie.
  5. Filosoferen is denken.
  6. Een denken dat vertrekt vanuit de liefde voor wijsheid/kennis/waarheid

Een voetbal is op zichzelf niks bijzonders totdat een mens ermee gaat voetballen. Dit geldt ook voor filosofie. Filosofie is op zichzelf niks bijzonders, totdat een mens gaat filosoferen. Werkwoorden zijn handelingen/oefeningen: Oefening baart kunst.

B. De richting van het filosoferen

  1. Blindelings voetballen heeft geen zin. Op een gegeven moment blijf je dezelfde trucjes herhalen en kom je niet veel verder. Idem geldt dit ook voor filosoferen.
  2. Oefening baart kunst, maar soms heb je sturing nodig om op een juiste manier te oefenen.
  3. Maar als er een juiste manier van oefenen is, op grond van welke criteria is dit dan de juiste manier?
  4. Is het niet zo dat  “de juiste manier” ervoor zorgt dat het “vrije” van het oefenen verloren gaat?
  5. Ergo: moet er wel een richting (juiste manier) worden gegeven aan het filosoferen?

C. Het object van het filosoferen

  1. Het filosoferen is als een zoektocht naar wijsheid/waarheid.
  2. De aanname is dat systematisch, op basis van de wetten van de logica, filosoferen bijdraagt aan de zoektocht naar wijsheid.
  3. Systematisch, op basis van de wetten van de logica, filosoferen over a. de wereld en b. jezelf in deze wereld (zelfreflectie).
  4. Filosoferen, systematisch op basis van de wetten van de logica, gebeurt altijd in taal.
  5. Taal is de huis van het zijn (Heidegger). Wat er is, wat bestaat, wat zeker in ons leven is, al het zijn, kennen we alleen in taal.
  6. Taal, gesproken taal, geschreven taal, wellicht zelfs gebarentaal, biedt de mens het huis van waaruit de waarheid/wijsheid op een systematische en logische wijze gezocht kan worden.

D. Bekijk nogmaals Plato’s allegorie van de Grot en lees deze website: https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/kunst/127225-is-kunst-imitatie.html

  1. Leg uit wat de kern is van Plato’s Allegorie van de Grot. Verwerk in je antwoord het verschil tussen het zuivere idee in de geest en de troebele, slappe representaties van deze zuivere ideeën, in de (tastbare) buitenwereld.
  2. Plato ziet de kunstobjecten als afspiegelingen van de werkelijkheid en het werk van de kunstenaar als een reproductieproces/imitatieproces. In hoeverre heeft Plato volgens jou wel of niet gelijk? Wat is de afgelopen jaren veranderd als we het hebben over kunst, kunstwerken en kunstenaars?
  3. Is een kunstenaar een leugenaar/bedrieger?

4. Bekijk het youtube-filmpje met Dave Grohl, de frontman van de rockband Foo Fighters. Als we kunst zien, willen we niet dat alles duidelijk is. We willen onze eigen ideeën erin vinden. Grohl zegt dat hij niet gaat uitleggen waar de liedjes over gaan omdat hij het belangrijk vindt dat je de interpretatie van liedjes moet overlaten aan het publiek. Grohl geeft aan, ondanks dat mensen verschillende interpretaties hebben over dezelfde tekst, ze toch samen het liedje meezingen. Als taal de huis van het zijn is, hoe komt het dan, dat dezelfde mensen met elkaar gaan zingen terwijl ze wellicht iets anders bedoelen als je ze ernaar vraagt?

5. Is het samen zingen en het verbroederen op een rockconcert, in zichzelf een zoektocht naar wijsheid/waarheid? Zijn er naast taal nog andere huizen te bouwen die mensen samen brengen en de wereld helder en begrijpelijk kunnen maken?

6. Wat is het verschil tussen kunst en techne?  (par. 9.2.4).

E. Film

  1. Wat is kunst? Is het mogelijk om logisch en systematisch iets (in taal) te zeggen over wat kunst is/wat de essentie is van kunst (en in lijn daarmee de essentie van de film als kunstvorm)?
  2. Wat is film? Is film een optel soms van wat er allemaal gedaan moet worden om over een film te kunnen spreken? In hoeverre is film een kunstvorm? Is film expressie? (paragraaf 9.2)
  3. Moet een film altijd een film zijn met een begrijpelijk (en verkoopbaar) verhaal? Of kan een film ook als film een kunstvorm zijn?
  4. In hoeverre is film “techne” (par. 9.2.4)?
  5. Wat betekent “aisthesis”? Waar kijken we naar als we naar de aisthesis van een film?
  6. Wat is de taal van de film? (Denk ook aan een stomme film)
  7. Wat is de taal in een film? Draagt een film een eigen manier van waarheidsvinding in zich mee?
  8. Draagt een film een eigen, niet-talige, waarheid in zich? Bied taal de enige weg naar waarheid of zijn er meer wegen zoals de film?
  9. In hoeverre is een film een representatie van de werkelijkheid? En in hoeverre draagt een film bij aan het zoeken naar waarheid/wijsheid?