Rechtsstaat (6) – antwoorden

VRAGEN  blz. 40

  1. a. De vraag onder de begincase is: Vind je dat de politie dieven mag opsporen met loktelefoons en lokfietsen?

Voorbeelduitwerking:

Ja, want het opsporen van echte dieven weegt zwaarder dan de bezwaren over het incidenteel uitlokken van criminaliteit.

Nee, door mensen op criminele ideeën te brengen, wordt het juist onveiliger.

Het aantal aangiftes in gemeentes die lokfietsen gebruiken daalt in het jaar na inzet van de lokfiets met gemiddeld 40 procent, zo blijkt uit onderzoek van Tilburg University. Zie: themasvwo.nl/lokfiets.

  1. Voorbeelduitwerking:

–      Het onschuldvermoeden, want bij lokmiddelen zet je opsporingsmiddelen in terwijl er nog geen redelijk vermoeden is van schuld aan een strafbaar feit.

      Daders van misdrijven, want de politie zet de lokmiddelen in om die op te sporen.

 

  1. – Eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (huiszoeking, afluisteren).

–      Recht op onaantastbaarheid van het lichaam (fouilleren).

–      Brief-, telefoon- en telegraafgeheim (afluisteren).

–      Huisvrede (huiszoeking).

–      Recht op vrijheid (arrestatie, voorarrest, hechtenis).

 

  1. De strafbeschikking. Het OM gaat dan op de stoel van de rechter zitten doordat het zelf een sanctie oplegt.

Dit gaat in tegen het principe dat alleen de rechterlijke macht bepaalt of iemand schuldig is en straf verdient. Volgens de trias politica mag het Openbaar Ministerie alleen vervolgen.

 

  1. Voorbeelduitwerking:

Argumenten voor:

–      De samenleving gaat boven het individu. Het oplossen van misdrijven is belangrijker dan de privacy van afzonderlijke burgers.

–      Dit idee gaat uit van het belang van de slachtoffers van een misdrijf. De huidige privacybescherming legt de crimineel in de watten.

–      Uit angst gepakt te worden, plegen mensen dan minder snel strafbare feiten.

Argumenten tegen:

–      Verplicht DNA-materiaal afstaan is onredelijk, omdat het onschuldige mensen als potentiële misdadigers afschildert.

–      Mensen met onzuivere motieven kunnen misbruik maken van de databanken.

Denk maar aan hoe Hitler bij de Jodenvervolging van een dergelijke databank gebruik had kunnen maken. Of aan een agent die sjoemelt met bewijsmateriaal.

–      Een rechtsstaat moet voorkomen dat de overheid te veel macht krijgt en burgers tegen hun zin allerlei overbodige verplichtingen krijgen opgelegd.

 

  1. Overeenkomst:

–      Beide wetten vergroten de opsporingsmogelijkheden van de politie.

–      Bij allebei zijn grondrechten van burgers in het geding.

–      Ze zijn beide bedoeld om zware criminaliteit te bestrijden.

Verschil:

–      Bij de Wet terroristische misdrijven is het begrip verdachte verruimd, bij de wet BOB is dit niet het geval.

 

  1. De volgende regels komen onder druk:

–      Iedereen heeft recht op een eerlijk proces.

–      Het onschuldvermoeden.

Je krijgt hier te maken met sancties nog voordat de rechter je schuld heeft vastgesteld.

 

  1. Voorbeelduitwerking:

Ja, de uitzending moest leiden tot opsporing en dus meer veiligheid. Maar het ging wel ten koste van haar privacy en dus haar vrijheid.

Privacy is een vrijheidsrecht. Ze durfde zich misschien niet meer in het openbaar te vertonen.

Nee, niet als de uitzending daadwerkelijk heeft geleid tot haar zelfmoord.

 

 

8    hoe lang kun je worden vastgehouden?  blz. 41

 

  1. Als meer mensen naar de situatie kijken, wordt de kans op willekeur en rechtsongelijkheid kleiner.
  2. Tussen arrestatie en rechtszaak vond een pro-formazitting plaats, waarbij de rechter besloot de verdachte langer in voorarrest te houden.

‘Pro forma’ wil zeggen ‘voor de vorm’. De zaak wordt niet inhoudelijk behandeld, maar is bedoeld om het voorarrest met goedkeuring van een onafhankelijke rechter te verlengen. Bijvoorbeeld omdat de politie nog niet klaar is met het opsporingsonderzoek.

 

 

9    in het nieuws  blz. 41

 

  1. Van het infiltreren in een organisatie. Het anoniem aan- en verkopen van drugs is illegaal. Om hieraan mee te doen is toestemming nodig van de officier van justitie.
  2. Nee, de drugshandel op Hansa Market was al gaande, de politie heeft enkel geïnfiltreerd.

 

 

10   fokke en sukke in de rechtszaal  blz. 42

 

  1. De fasen: aanhouding, opsporing en vervolging.
  2. Ja, Fokke en Sukke suggereren dat de juwelier erom vraagt bestolen te worden omdat hij horloges en diamanten in de etalage legt.

Vanzelfsprekend gaat het hier om een ander type ‘uitlokken’ dan besproken in de begincase op bladzijde 56 van het lesboek.

 

 

 

11    op de stoEl van de officier van justitie  blz. 42

 

Zaak Beslissing van officier van justitie Motivatie
1.    Bij een demonstratie gooit een man (49) een steen in de richting van agenten. Bij de aanhouding is de politie zo ruw dat de man twee vingers breekt. Hij is beroepsgitarist en kan maandenlang niet spelen. vervolgen Er was sprake van openlijke geweldpleging, dus is er sprake van een strafbaar feit. De rechter kan beslissen dat de man voldoende gestraft is en hem veroordelen zonder strafoplegging.
2.    Een vrouw (24) wordt opgepakt voor winkeldiefstal. Ze heeft gebruikgemaakt van een speciale tas met dubbele bodem waar ze twee flessen parfum in had gestopt. Het is de eerste keer dat ze in aanraking komt met de politie. transactie vervolgen Als het de eerste keer is komt ze er met een geldboete van af. De richtlijn van het OM geeft een eis van 200-350 euro boete voor de eerste keer.
3.    Een man (38) doet bij de politie aangifte van een ruzie in een café, waarbij hij meerdere klappen en schoppen heeft gekregen. Hij heeft geen blijvend letsel, maar wel pijn. transactie Afhankelijk van de OM-richtlijnen. De dader krijgt waarschijnlijk een taakstraf van 32 uur.

 

 

Kijk op themasvwo.nl/moordzaak voor een serious game over de taken van de officier van justitie.

 

 

12   in het nieuws  blz. 43

 

  1. Vooral rechtshandhaving. De samenwerking met kroongetuige Nabil B. is vooral bedoeld om meer daders op te sporen en te kunnen bestraffen.
  2. Strafvermindering / beloning / bescherming.
  3. Voorbeelduitwerking:

–      Kroongetuigen hebben een crimineel verleden en krijgen niet de wettelijk vastgestelde straf voor hun daden. De overheid moet geen deals met criminelen sluiten omdat zij zichzelf dan verlaagt tot het niveau van de onderwereld.

–      Kroongetuigen kunnen liegen (en niet alles is te controleren wat waar is en onwaar) en zo justitie op een dwaalspoor brengen.

 

 

13    dilemma  blz. 43

 

Zie voor een toelichting bij de Dilemma-opdrachten het document Inleiding en extra’s van de Docentenhandleiding I VWO 2018-2019.

 

  1. Een snelle, efficiënte bestraffing enerzijds (efficiëntie) en anderzijds een grondige behandeling door de rechter (zorgvuldigheid, eerlijkheid, rechtvaardigheid, kwaliteit).

Het nadeel van de eerste optie is dat onschuldigen sneller ten onrechte bestraft worden. Het nadeel van de tweede optie is dat deze kostbaar en tijdrovend is.

Van de zaken waarbij de verdachten in 2014 in verzet gingen tegen de strafbeschikking leidde dat in één op de vijf gevallen tot vrijspraak door de rechter.

Zie: themasvwo.nl/strafbeschikking.

  1. Als de officier van justitie – zoals Lubach aangeeft – ‘rechtertje’ speelt, zijn uitvoerende en rechterlijke macht niet langer gescheiden.

Montesquieu bedacht de trias politica om machtsconcentratie tegen te gaan.

 

Wie wordt crimineel?

 

 

14   TOP600

 

  1. Met de rationele-keuzetheorie. Als de pakkans van deze veelplegers groter wordt door de nieuwe aanpak, zullen ze rationeel te werk gaan en niet meer het criminele pad opgaan.

Of:

Met de aangeleerd-gedragtheorie. Door aandacht voor preventie (het bieden van zorg) is de kans kleiner dat bijvoorbeeld broers of zussen het criminele pad op gaan en ook dat de daders zelf opnieuw de fout in gaan.

  1. In grote steden als Amsterdam hebben mensen minder bindingen met hun omgeving (je buren bijvoorbeeld). De sociale controle is daardoor kleiner. Dit zorgt, in combinatie met onder meer grote aantallen toeristen, weinig politiecapaciteit en veel inwoners, voor veel gelegenheidscriminaliteit: er zijn veel mogelijkheden om crimineel gedrag te plegen.

 

15   HENKIE  blz. 44

 

  1. Een diploma halen en werk vinden was moeilijk voor Henkie. Om de gewenste welvaart te bereiken koos Henkie voor het criminele pad.
  2. Voorbeelduitwerking:

Ja, want Henkie had weinig bindingen met zijn ouders en de school. Hij trok zich niets van de straffen van zijn ouders aan en spijbelde veel.

Nu zijn ouders hem al drie jaar niet hebben gesproken en Henkies situatie is verslechterd, is de bindingstheorie nog meer van toepassing.

Nee, want de ouders hebben wel goede bindingen met de andere kinderen en hem hetzelfde behandeld als de andere drie.

 

 

16    WELKE THEORIE HOORT ERBIJ?  blz. 45

 

Sommige uitspraken passen heel duidelijk bij één bepaalde theorie, bij andere passen meer theorieën.

 

Uitspraak Theorie
a.   Door de cursus agressiebeheersing weet ik hoe ik om moet gaan met mijn woedeaanvallen. zelfcontroletheorie

 

Een gebrek aan zelfcontrole kan de kans op crimineel gedrag vergroten.

b.   “De gelegenheid maakt de dief.” rationele-keuzetheorie

 

De aanwezigheid van kostbare goederen en de afwezigheid van sociale controle bepalen de kans op crimineel gedrag.

c.   “Ik heb alles bij elkaar toch niets meer te verliezen.” bindingstheorie

 

Mensen die geen of weinig bindingen hebben geven eerder toe aan criminele neigingen.

d.   “Je leert niets in de gevangenis. Ja toch, hoe je een BMW sneller kan openbreken.” aangeleerd-gedragtheorie

 

Zoals de spreker al aangeeft: hij leert crimineel gedrag aan van medegevangenen.

e.   “Als er iemand in het tehuis tegen me zei: ‘Ach, jij komt maar uit een achterbuurt’, dan kreeg ik rode vlekken en ramde erop los.” sociobiologie, psychoanalyse, zelfcontroletheorie

 

Gebrekkige zelfcontrole, (genetisch of door opvoeding) kan de kans op crimineel gedrag vergroten.

f.    “Het was hartstikke spannend, samen eerst even het café in en daarna op zoek naar auto’s waarin de spullen voor het grijpen liggen.” psychoanalyse, aangeleerd-gedragtheorie

 

Gevoelens van schaamte ontbreken blijkbaar en het criminele gedrag kan overgenomen worden van de omgeving.

g.   Meisje: “Ik was zestien toen ik hem leerde kennen en hopeloos verliefd. Dat hij zijn geld met inbreken verdiende, vonden we allebei geen probleem.” psychoanalyse

 

Gevoelens van schaamte ontbreken blijkbaar.

h.   “Ik heb wel eens vijf weken op mijn uitkering moeten wachten; dan wil je ’s avonds wel even op pad gaan …” anomietheorie

 

Om de gewenste welvaart te bereiken, kiest deze persoon voor misdaad.

 

 

17    in de media  blz. 45

 

  1. Met de anomietheorie, want Holleeder benadrukt dat hij in armoede opgroeide en geen normaal leven leidde. Hij ging het criminele pad op om aan geld te komen.
  2. Om hun privacy te waarborgen.

Op foto’s zijn verdachten beter herkenbaar dan op een tekening.