WA (1) verdeling opdrachten

student_0 got: paper_14 paper_12 paper_13
student_1 got: paper_18 paper_15 paper_7
student_2 got: paper_15 paper_0 paper_5
student_3 got: paper_12 paper_2 paper_9
student_4 got: paper_16 paper_9 paper_12
student_5 got: paper_15 paper_2 paper_7
student_6 got: paper_10 paper_13 paper_17
student_7 got: paper_10 paper_2 paper_8
student_8 got: paper_10 paper_4 paper_11
student_9 got: paper_10 paper_4 paper_13
student_10 got: paper_2 paper_9 paper_6
student_11 got: paper_9 paper_6 paper_5
student_12 got: paper_4 paper_17 paper_13
student_13 got: paper_8 paper_15 paper_1
student_14 got: paper_9 paper_2 paper_4
student_15 got: paper_7 paper_9 paper_11
student_16 got: paper_9 paper_11 paper_17
student_17 got: paper_6 paper_11 paper_8
student_18 got: paper_2 paper_12 paper_1

Wijsgerige – antropologie – par. 1.1 – antwoorden

1.1 Wat is wijsgerige antropologie

Kernbegrippen: ziel. lichaam en zelf.

  1. Leg aan de hand van Plato’s allegorie van de Grot uit, hoe Plato denkt over het lichaam en de ziel. Wat is volgens Plato een lichaam en een ziel?
    Het lichaam is slechts het vervoersmiddel van het brein, de geest, de ziel. De tastbare werkelijke wereld buiten ons is inferieur aan de zuivere goddelijke ideeën die in de geest gelegen liggen. Plato zou waarschijnlijk de nadruk leggen op een geestelijke weg naar het zuivere Goddelijke idee. Plato had geen hoge pet op van de buitenwereld.
  2. “Wijsgerige antropologie combineert de studie naar de mens met de filosofische reflectie op wat de mens is”. 
  • Waaruit bestaat de studie naar de mens? Vanuit welke wetenschappen kunnen we een studie naar de mens aanvangen? Je kunt vanuit een psychologisch, sociologisch, neurologisch, historisch, antropologisch, technologisch en zelf economisch perspectief/wetenschap naar de mens kijken. Psychologisch wanneer de wetenschappelijke methode zich richt op de ontwikkeling van het geestelijke leven. Sociologisch wanneer de wetenschappelijke methode zich richt op de ontwikkeling van de mens als groepswezen. Neurologisch wanneer de wetenschappelijke methode zich richt op de werking van het brein. Historisch wanneer de ontwikkeling van de mens wordt bekeken vanuit het heden tot aan nu? Antropologisch wanneer de wetenschappelijke methode wordt ingezet om naar de ontwikkeling van de mens en zijn cultuur uit het verleden tot nu en op de ene plek en op de andere plek te kijken? Technologisch wanneer de wetenschappelijke methode wordt ingezet om de mens van de toekomst vorm te geven? Economisch wanneer de wetenschappelijke methode wordt ingezet om a. het (keuze)gedrag van mensen/consumenten in kaart te brengen en/of b. sociaal-economische ontwikkelingen in de samenleving in kaart te brengen.
  • Wat houdt de filosofische reflectie op wat de mens is, in? Wat is reflectie? Is ene mens in staat voorbij de eigen reflectie te reflecteren? Zo ja, hoe? Zo nee, wat zegt dat over de vraag naar wat de mens is?
    Wijsgerige antropologie houdt zich niet zozeer bezig met het inzetten van de wetenschappelijke methode om de ontwikkeling van de mens en zijn cultuur uit het verleden tot nu toe en op de ene plek en op de andere plek in kaart te brengen.  Wijsgerige antropologie, filosofische antropologie, gaat uit van het principe reflectie.
    – In alle gevallen, bij alle wetenschappen, en wanneer welke methode dan ook wordt gebruikt, is er altijd sprake van een mens die werkt met deze methodes.
    – Een mens observeert/onderzoekt de buitenwereld (de geest, de groep, het brein, de geschiedenis, mens en cultuur, technologie, economie, etc.).
    – Maar, en dit is misschien wel de kern van de filosofie!, de mens kan niet alleen maar de buitenwereld observeren. De mens observeert altijd ook meteen zichzelf. Met andere woorden: Ik zie iets buiten mij en meteen, direct, voel ik aan, begrijp ik, of wat dan ook, dat ik aan het observeren ben. Ik zie mensen dansen op de dansvloer en meteen begrijp ik dat ik daar ook sta en dat ik misschien wel mee moet dansen.
  • Waardoor is de vraag naar de combinatie van enerzijds de studie naar de mens en anderzijds de filosofische reflectie op wat de mens is, een hele complexe vraag?
    – We weten dat een mens voortdurend op zichzelf reflecteert en dat kan soms ook zwaar zijn. Je wilt niet altijd maar met jezelf bezig moeten zijn. Met een buitenwereld geconfronteerd worden waar je meteen van begrijpt dat je daar zelf ook in staat. Echter! Een ding kunnen we, denk ik, niet en dat is reflecteren op reflectie. Kunnen we ooit in kaart brengen HOE de mens reflecteert, en dus naar zichzelf kijkt, zonder vanuit de mens daarop weer te reflecteren? Als je antwoord is: Nee dat kunnen we niet. Hoe kunnen we dan ooit zuivere kennis verkrijgen over welke wetenschap met welke methode dan ook? Dan is het altijd kennis vanuit de mens die ook zichzelf (subjectiviteit) als gevolg van reflectie meeneemt.

3.  Wat is het verschil tussen antropologie en wijsgerige antropologie? Antropologie hanteert een wetenschappelijke methode naar de mens en zijn cultuur. Wijsgerige antropologie houdt zich bezig met het element reflectie en gaat wellicht verder. Is de mens een reflecterend wezen of misschien wel een ander soort wezen? Dat is nogal essentieel? Wat is het wezen van de mens? Deze vraag kunnen we niet wetenschappelijk oplossen, omdat we dan de subjectieve mens inzetten om de wetenschap en methoden te gebruiken om iets over de mens te zeggen…

4.  Wat is het “zelf”?
Ook hier speelt de vraag naar identiteit. Wie ben ik? Ben ik wat ik kies dat ik ben? Ben ik vrij? Ben ik meer dan mijn lichaam? Ben ik alleen mijn geest? Verandert het zelf? Zo ja, hoe kan ik dan ooit 1 ding zijn? Hoe kan ik ooit over zelf spreken als ik altijd alleen maar als mens op mezelf kan reflecteren? Blijft een vraag die meer vragen oproept.
Persoonlijk zie ik mezelf als een technisch wezen dat voortdurend, in lijn met Peter Sloterdijk (pagina 18, links boven), het denken inzet om (nieuwe) technieken te bouwen in verschillende contexten. En dit bouwen is iets wat mensen niet niet kunnen doen -> Ze blijven het doen, zelfs als ze liever niks doen, blijven mensen dingen doen en bewegen en oefenen en aan zichzelf werken en veranderen.
Ik denk hier vaak over na, want als we voortdurend blijven werken en veranderen dan staat a. vast dat we veranderen en b. dat we blijven werken. Als vast staat dat we veranderen, dan is dat voor mij hoopvol. Wat nu niet goed is, kan beter worden en wat nu wel goed is, zou ook weer weg kunnen gaan. En wat we ook doen, de mens blijft bouwen, of we dat nu willen of niet. En van hieruit kunnen we eindeloos blijven doordenken. Maar er zijn genoeg filosofen die op deze positie van mij ook weer (wellicht terecht) kritiek hebben.

5.  Is het belangrijk om te onderzoeken hoe we ons “zelf” ervaren? Ja, met de hele #metoo en zwartepietendiscussie zien we hoe belangrijk identiteit voor mensen is. Mensen voelen wellicht aan, zo denk ik dan, dat de wereld voortdurend onder druk staat door veranderingen. Andere mensen brengen andere ideeën en opvattingen naar binnen en daar is niet veel tegen te doen, behalve bijvoorbeeld deze mensen buiten te houden. Maar hoe doe je dat in een geglobaliseerde samenleving? Ik zou zeggen dat juist het gevoel dat de wereld te veel zou kunnen veranderen, het gevoel kan geven bij mensen dat de eigen identiteit en wie ze zijn onder druk staat. Ik denk dat als we de vraag stellen wat het “zelf” is, dan hoef ik niet bang te worden voor de veranderlijke buitenwereld, maar kan ik me richten op mezelf en wie ik ben. Maar ook dit is weer mijn eigen opvatting.

6.  Leg uit wat het verschil is tussen enerzijds het Faustiaanse beeld van de mens die boven zichzelf wil uitstijgen en de ziel aan de duivel wil verkopen en anderzijds het mensbeeld van Sloterdijk waarbij de mens door te oefenen voortdurend aan zichzelf werkt en verandert. (Zie boven).
7.  Probeer een wereld te schetsen waarbij alle mensen boven zichzelf proberen uit te stijgen en de ziel aan de duivel verkopen.
Een wereld zonder God. Een wereld zonder een gemeenschappelijk kader. Een wereld vol individuen met een eigen streven naar perfectie. Ik denk dat zo’n wereld enorm veel druk kan opleggen aan individuen. Ik denk ook dat dit voor velen veel te zwaar is. Wellicht creëert het ook een wereld van winnaars en verliezers. Ik ben ook benieuwd of mensen zo individualistisch kunnen leven. Ik denk ook niet dat het gezond is voor de mensheid als geheel.

8.  Probeer een wereld te schetsen waarbij mensen voortdurend aan zichzelf werken en als zodanig veranderen, waardoor het in ieder geval onduidelijk blijft wat de mens is.
Veel lijkt ook op vraag 7, maar hier komt dan nog bij dat ik nooit zal weten wie ik ben. Soms denk ik wel eens dat mensen zoveel over zichzelf hebben, omdat ze geen God meer hebben om te vragen wie ze zijn en hoe ze moeten leven. We zien nu, denk ik, niet voor niets de opkomst van zelfhulpprogramma’s, coachingsuren, waarbij mensen (en dus ook leerlingen) aan zichzelf moeten gaan werken. We zien ook kleine groepjes mensen die voortdurend spreken over betekenisgeving in een kleine kring. Een wereld waarin je voortdurend aan jezelf moet werken, zonder perspectief op wie je bent, kan erg zwaar zijn.

Wijsgerige Antropologie (1)

1.1 Wat is wijsgerige antropologie

Kernbegrippen: ziel. lichaam en zelf.

  1. Leg aan de hand van Plato’s allegorie van de Grot uit, hoe Plato denkt over het lichaam en de ziel. Wat is volgens Plato een lichaam en een ziel?
  2. “Wijsgerige antropologie combineert de studie naar de mens met de filosofische reflectie op wat de mens is”. 
  • Waaruit bestaat de studie naar de mens? Vanuit welke wetenschappen kunnen we een studie naar de mens aanvangen?
  • Wat houdt de filosofische reflectie op wat de mens is, in? Wat is reflectie? Is ene mens in staat voorbij de eigen reflectie te reflecteren? Zo ja, hoe? Zo nee, wat zegt dat over de vraag naar wat de mens is?
  • Waardoor is de vraag naar de combinatie van enerzijds de studie naar de mens en anderzijds de filosofische reflectie op wat de mens is, een hele complexe vraag?

3.  Wat is het verschil tussen antropologie en wijsgerige antropologie?
4.  Wat is het “zelf”?
5.  Is het belangrijk om te onderzoeken hoe we ons “zelf” ervaren?
6.  Leg uit wat het verschil is tussen enerzijds het Faustiaanse beeld van de mens die boven zichzelf wil uitstijgen en de ziel aan de duivel wil verkopen en                              anderzijds het mensbeeld van Sloterdijk waarbij de mens door te oefenen voortdurend aan zichzelf werkt en verandert.
7.  Probeer een wereld te schetsen waarbij alle mensen boven zichzelf proberen uit te stijgen en de ziel aan de duivel verkopen.
8.  Probeer een wereld te schetsen waarbij mensen voortdurend aan zichzelf werken en als zodanig veranderen, waardoor het in ieder geval onduidelijk blijft wat                de mens is.