Parlementaire democratie (5) – antw.

 

5    Regering en parlement

 

 

VRAGEN  blz. 85 en 86

  1. De vragen onder de begincase zijn: Van welk orgaan is steun nodig om dit wetsvoorstel van de minister te laten ingaan? en Ben je voor het verbieden van elk gebruik van je telefoon in het verkeer?

Eerste vraag:

Het parlement.

Tweede vraag, voorbeelduitwerking:

Ja, want een algeheel verbod is duidelijker voor verkeersdeelnemers.

Ja, want het wordt veiliger op de weg.

Nee, niet voor elk gebruik: bellen via een oortje is relatief veilig, maar appen is veel gevaarlijker.

Nee, want het is onmogelijk om alle weggebruikers hierop te controleren.

Nee, voorlichtingscampagnes over de gevaren vind ik effectiever dan een verbod.

 

  1. Dan is hij geen lid meer van de regering en daarmee verdwijnen de taken van:

–      het ondertekenen van wetten;

–      het voorlezen van de troonrede;

–      de benoeming van de ministers en staatssecretarissen.

Informeel overleg met de premier blijft mogelijk.

 

  1. Het recht van amendement en het recht van initiatief.

De Eerste Kamerleden mogen geen wetsvoorstellen wijzigen en mogen geen wetsvoorstellen indienen.

 

Argumenten voor:

–      De Eerste Kamer herhaalt wat de Tweede Kamer eerder al heeft gedaan.

–      De Eerste Kamer heeft toch maar weinig macht en zonder Eerste Kamer gaat de politieke besluitvorming sneller.

–      Ik vind dat alleen direct gekozen politici mogen beslissen over wetsvoorstellen.

Argumenten tegen:

–      ‘Checks and balances’: de interne controle van het parlement verzwakt hierdoor.

–      Zonder Eerste Kamer worden wetten minder zorgvuldig beoordeeld.

De Eerste Kamer let op uitvoerbaarheid, noodzaak en of de wet niet strijdig is met andere wetten.

–      De verkiezingen voor de Provinciale Staten worden voor de burger nog minder belangrijk dan ze al zijn.

 

  1. Stemrecht. Dit recht hoort bij de medewetgevende taak.

 

  1. Kamerleden dragen geen directe verantwoordelijkheid voor bestuurlijke beslissingen, ministers en staatssecretarissen wel.

 

  1. De keuze tussen efficiëntie en participatie. Doordat het parlement zich niet over AMvB’s hoeft uit te spreken, verloopt de besluitvorming sneller. Maar hierdoor ontbreekt wel de democratische controle.

 

  1. 7. Als parlementslid zou hij zichzelf als minister en lid van de uitvoerende macht moeten controleren. Dat is geen scheiding van machten.

Anders dan in Nederland zijn de ministers in Groot-Brittannië altijd lid van een van de Kamers van het parlement, de meesten van het Lagerhuis.

 

 

 

  1. 8. Oppositiepartijen, want zij zullen zeggen dat de regeringspartijen het kabinet blind steunen. Dan is er nog maar weinig sprake van dualisme.

Als leden van coalitiepartijen in de Tweede Kamer alles zouden goedkeuren wat de regering voorstelt, alleen maar omdat ze samen regeringspartijen zijn, dan vervullen ze hun controlerende functie niet goed. Kamerleden dienen kritisch te zijn, ongeacht welke partijen in de regering zitten.

 

  1. 9. Voorbeelduitwerking:

Ministers, want zij maken de meeste wetten en zijn verantwoordelijk voor de uitvoering ervan.

Tweede Kamerleden, omdat zij het laatste woord hebben bij wetgeving.

 

 

10    Rechten van het parlement  blz. 86

 

Situatie Recht
a.      Een gemeenteraadslid stelt voor om de afvalstoffenheffing te verlagen tot 114 euro in plaats van de voorgestelde 122 euro. 6    Recht van amendement.
b.      Bij een demonstratie heeft de ME betogers in elkaar geslagen. 2    Recht om vragen te stellen.
c.      Voor een spoeddebat dat de Partij voor de Dieren heeft aangevraagd over de eiercrisis komen Tweede Kamerleden versneld terug van vakantie. 8    Recht van interpellatie.
d.      Het NOS Journaal laat zien hoe varkens tijdens het transport in vrachtauto’s lijden. Een Kamerlid stelt hierover kritische vragen aan de betrokken minister. 2    Recht om vragen te stellen.
e.      Uit publicaties van NRC blijkt dat aannemers steekpenningen geven aan wethouders. De Kamer wil dat hier een groot onderzoek naar gedaan wordt. 5    Recht van parlementaire enquête.
f.       Een Kamerlid heeft een omvangrijk plan om werkloze jongeren sneller aan een baan te helpen. 4    Recht van initiatief.
g.      Na enkele tbs-ontsnappingen vraagt een Kamerlid de Kamer het vertrouwen in de minister van Justitie op te zeggen. 3    Recht van motie.
h.      De SGP is tegen het plan van de minister om een internationaal fonds op te richten dat arme vrouwen financieel helpt als zij abortus willen plegen. De SGP dreigt het plan te torpederen:

“De minister kan dit echt niet doen zonder het parlement.”

1    Stemrecht.

 

Ook goed:

7    Budgetrecht.

 

 

 

12    WIE ZIT WAAR?  blz. 87

 

8
7
6
5
4
1
2
3

 

 

12    IN HET NIEUWS  blz. 87

 

  1. Volksvertegenwoordigers moeten de regering aanspreken op problemen in de samenleving, in dit geval de doorverkoop van concertkaartjes.

Dat doet Kwint door de minister er Kamervragen over te stellen. Hij diende al eerder een motie in over dezelfde kwestie.

  1. Nee, daarvoor moet de minister informatie achterhouden of de Kamer bewust verkeerd informeren.

Dat is hier niet het geval. De minister wordt door Kwint (slechts) opgeroepen in actie te komen.

  1. Nee, want de SP is als socialistische partij voor inperking van de vrije markt om zo ongelijkheid tegen te gaan.

Mensen met lagere inkomens kunnen zich de dure doorverkochte concertkaartjes niet permitteren, mensen met hogere inkomens wel.

 

 

Politici en de media

 

 

VRAGEN  blz. 88

 

  1. a. Nixon maakte qua uiterlijk een slechte indruk. Dit was wel zichtbaar voor de kijkers, maar niet voor de luisteraars.

Het uiterlijke verschil tussen de frisse, gebruinde Kennedy en de vermoeide, zwetende Nixon gaf uiteindelijk de doorslag voor de televisiekijkers. Bij de radioluisteraars eindigde het debat in een gelijkspel.

  1. Voorbeelduitwerking:

Dat het voor de verkiezingsuitslag behoorlijk veel kan uitmaken via welk medium een politicus in de publiciteit komt.

 

  1. Voorbeelduitwerking:

In het ene jaar vinden meer gebeurtenissen plaats die voor Kamerleden aanleiding zijn om Kamervragen te stellen dan in het andere jaar.

Ervan uitgaande dat de Kamerleden via de media van deze gebeurtenissen vernemen.

 

  1. Voorbeelduitwerking:

–      Of de doelgroep het bericht interessant vindt.

–      Nieuwswaarde.

Bij nieuwswaarde gaat het om vragen als:

Gaat het over een belangrijke politicus?

Vindt de gebeurtenis plaats in Nederland?

Hoe serieus/ernstig/afwijkend/sensationeel is de boodschap?

 

 

16    CARTOON  blz. 88

 

Bij de controlerende functie.

De controlefunctie van de media wordt ook wel de waakhondfunctie genoemd.

 

Voorbeelduitwerking:

Sociale media fungeren als een waakhond die aanslaat als er iets niet klopt in de politiek.

Politici moeten dus niet denken dat ze zomaar alles kunnen doen.

De waakhond zit wel vast aan een ketting. De vraag is dus hoe effectief sociale media zijn in het vervullen van de waakhondfunctie.

Of:

Op sociale media geven mensen op een harde, luide en agressieve manier hun mening over het functioneren van politici. Zoals een agressieve waakhond reageert op iets wat hem niet zint.

De waakhond zit wel vast aan een ketting. De vraag is dus hoe effectief sociale media zijn in het vervullen van de waakhondfunctie.

 

 

 

17    IN HET NIEUWS  blz. 89

 

  1. Nee, Zijlstra vertelde de anekdote niet in een radio- of tv-programma, maar in een speech op een partijcongres van de VVD.

Zijn speech was dus in eerste instantie bedoeld voor partijgenoten. Wel filmde de VVD de toespraak en plaatste die op YouTube. Zie: themasvwo.nl/zijlstra.

  1. Voorbeelduitwerking:

–      Hij wilde laten zien dat hij contacten onderhield met machtige buitenlandse politici.

–      Hij wilde waarschuwen voor de expansiedrift van Rusland.

Volgens Zijlstra wilde hij zijn bron (Jeroen van der Veer, destijds topman van Shell) beschermen, ofwel de persoon die hem over Poetins woorden informeerde. Shell doet namelijk zaken met Rusland en het openbaar maken van Van der Veers naam zou voor Shell nadelige gevolgen kunnen hebben. Zijlstra zei later dat hij het destijds “van politiek belang” vond om zijn toehoorders te vertellen over Poetins uitspraak. Zijlstra: “De geopolitieke betekenis van die woorden waren en zijn groot. Zeker gezien de annexatie van de Krim, het voortdurende conflict in Oost-Oekraïne en het feit dat de Baltische staten lid zijn van de NAVO.”

Partijgenoten van Zijlstra speelden de anekdote later door aan de media om daarmee te laten zien dat Zijlstra wel degelijk buitenlandervaring had. Zo wilden ze twijfels wegnemen over de vraag of Zijlstra geschikt was als minister van Buitenlandse Zaken, een functie die hij van oktober 2017 tot februari 2018 zou bekleden.

  1. Voorbeelduitwerking:

Ja, door de vasthoudendheid van de Volkskrant is Zijlstra’s leugen ontmaskerd en moest hij aftreden.

De media speelden dus een doorslaggevende rol bij het aftreden van de minister.

Nee, Zijlstra loog bewust op een partijcongres en heeft zijn val dus aan zichzelf te wijten.

 

 

18    GOUDEN TIPS  blz. 89

 

–      Wees niet te langdradig

–      Spreek rustig en duidelijk.

–      Overdrijf soms en vergroot je voorbeelden nu en dan uit.

–      Denk aan je lichaamstaal: schud soms je hoofd als je het oneens bent met wat gezegd wordt, niet wiebelen, gebruik handgebaren.

–      Gebruik een drieslag (ten eerste … ten tweede… ten derde…) in je argumentatie.

–      Onderbouw je argumenten met herkenbare voorbeelden.

–      Herhaal je kernboodschap regelmatig.

–      Gebruik frames (linkse hobby, villasubsidie, pro life).

–      Speel in op emoties.

–      Zorg voor een krachtig slot van je betoog.