Filosofische essay – beoordelingscriteria

Relevantie
Punten worden toegekend op grond van de mate waarin het essay aansluit bij het gekozen citaat. Met andere woorden, de deelnemers tonen aan dat zij de focus op het onderwerp of de problematiek in het citaat kunnen vasthouden.

Filosofisch begrip
Punten worden toegekend op grond van de mate waarin het essay overtuigend aantoont dat de deelnemers filosofische begrippen en theorieën correct verwoorden, toepassen of herkennen. Met andere woorden, de deelnemers tonen aan dat zij een inhoudelijke kennis van de filosofie hebben.

Consistentie
Punten worden toegekend op grond van de kwaliteit inzake argumentatie, redenering en analyse. Met andere woorden, de deelnemers tonen aan dat zij filosofische vaardigheden als verheldering, analyse en logisch redeneren overtuigend beheersen.

Coherentie
Dit onderdeel betreft de formele structuur van het essay. Punten worden toegekend op grond van de mate waarin het essay geordend, leesvriendelijk en overzichtelijk opgesteld is. Met andere woorden, de deelnemers tonen overtuigend aan dat zij hun essay met behulp van alinea’s, tussenkoppen, voetnoten, tussentijdse samenvattingen of aankondigingen (denkstappen) kunnen structureren.

Originaliteit
Punten worden toegekend op grond van de mate waarin het essay een persoonlijke toon heeft, of de persoonlijkheid van de deelnemers doorklinkt in hun tekst. Dit criterium is vaak controversieel of multi-interpretabel. Originaliteit betreft in dit geval niet het baanbrekende gehalte van het essay, maar de persoonlijkheid van de tekst.

Uitmuntende essays scoren goed op alle criteria. Deel deze beoordelingscriteria vooral met je leerlingen zodat ze weten waar ze op worden beoordeeld, en voel je vrij om ze met behulp van deze criteria concreet voor te bereiden op de Olympiade.

(Bron: https://filosofieolympiade.nl/criteria/)

Filosofisch essay – structuur (voorbeeld)

Alinea 1:

  1. Begin in de eerste alinea met een pakkende inleiding waarmee jullie ethisch-filosofisch probleem meteen duidelijk wordt. Omschrijf dit probleem duidelijk en concreet.
  2. Vervolgens stel je de filosofische vraag. Een filosofische vraag/stelling begint bijna altijd met “Waarom (het belangrijk is) (…)”. Met deze waarom vraag maak je duidelijk waarvoor het belangrijk is om dit probleem op een bepaalde manier op te lossen. Verwerk in je vraag ook een “abstract” thema/probleem. Denk hierbij aan begrippen als “dromen”, “illusies”, “hallucinaties”, “vrijheid”, “verantwoordelijkheid”, “ruimte, “tijd”, “ruimtetijd”, “ervaringstijd”, “chronologische tijd”, “determinisme”, “identiteit”, “zelfbeeld”, “nihilisme”, “maakbaarheid”, “sociale media”, etc. Ik heb hieronder een aantal vragen verpakt als stellingen.
    Voorbeelden:
    Waarom het belangrijk is om te weten of we dromen of niet.
    Waarom het belangrijk is dat er een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen chronologische tijd en ervaringstijd
    Waarom het concept ruimtetijd ons aan het denken zou moeten zetten
    Waarom het niet uitmaakt of wij in een gedetermineerde wereld leven.
    Waarom het belangrijk is dat we aannemen dat we als mensen vrij en niet gedetermineerd zijn.
    Waarom met vrijheid altijd verantwoordelijkheid komt
    Waarom mensen in een liberale samenleving moeite hebben met vrijheid en verantwoordelijkheid.
    Waarom het belangrijk is om zin te geven aan een zinloos leven.
    Waarom het belangrijk is om een leeftijdsbeperking te hebben op Sociale Media.
    Waarom het belangrijk is om genetische manipulatie van mensen te verbieden.
    Waarom het belangrijk is om de welvaart in Afrikaanse landen te stimuleren.
    Of meer gewaagde stellingen als
    Waarom het belangrijk is om de Nederlandse cultuur en identiteit te beschermen tegen linkse indoctrinatie van leraren. 😊
    Waarom het belangrijk is dat er meer mannen in het basisonderwijs gaan lesgeven.
    Waarom het belangrijk is dat de mens nooit wordt vervangen door Artificiële Intelligentie.
    Waarom onnadenkende mensen gevaarlijker zijn dan mensen met een doordachte maar ook vreselijke denkbeelden.
  3. Eindig alinea 1 met een nieuwe regel, maar geen open regel (shift-enter) en leg uit wat in jullie essay (stapsgewijs) besproken gaat worden (in een paar regels). Zoiets als: Eerst gaan we de begrippen x en y verhelderen. In de volgende alinea wordt blabla besproken, etc. etc. In de laatste alinea beantwoorden we de hoofdvraag “Waarom (…)”.

Alinea 2:

  1. Geef een begripsverheldering van de centrale begrippen die jullie bespreken. Maak gebruik van woordenboeken, maar ook www.etymologiebank.nl en ga op zoek op internet door te zoeken op termen als filosofie + ”centrale begrip” of doe dit in het Engels. Kijk op de websites en zoek desnoods met de zoekfunctie “ctrl-f” naar begrippen op de pagina waar jullie iets over zoeken. Als ik bijvoorbeeld iets wil weten over identiteit, dan typ ik in google “filosofie identiteit” en dan ga ik naar een paar websites en op die websites zoek ik dan met “ctrl-f” naar woorden als filosofie en identiteit zodat ik meteen bij de juiste tekst kom.
  2. Geef vervolgens (weer met shift-enter) een definitie die je zelf gaat toepassen per begrip.
  3. Wanneer je verschillende begrippen toepast, zorg er dan voor dat er per begrip met een shift-enter een nieuwe regel wordt gestart.

Alinea 3: Argument 1 voor jouw/stelling/vraag

  1. Werk eerst in 1 of 2 regels uit wat de stelling is.
  2. Geef vervolgens voorbeelden bij de stelling die pakkend zijn.
  3. Beargumenteer met behulp van verschillende filosofen waarom je voor de stelling bent
  4. (shift-enter) Geef weer wat de tegenargumenten zijn.
  5. Weerleg de tegenargumenten met behulp van filosofen en wat je zelf hebt bedacht.

Alinea 4: Argument 2 voor jouw/stelling/vraag

Idem alinea 3

Alinea 5: Argument 3 voor jouw/stelling/vraag

Idem alinea 3

Alinea 6: Eventueel een sterk tegenargument

  1. Idem alinea 3, maar dan omgekeerd.
  2. Probeer het tegen argument van dit tegenargument te weerleggen
  3. Als dit niet lukt, dan is er sprake van een dilemma en is het belangrijk om uit te leggen waarom dit sterke tegenargument toch niet sterk genoeg is.

Alinea 7: Conclusie

  1. Begin met zoiets als: “Al met al (…)” of “Samenvattend (…)”, “Terugkijkend op (…)”, “Resume, (…)”.
  2. Herhaal de hoofdvraag
  3. Vat ieder argument uit alinea 3 t/m 6 in 1 regel per argument samen. Som ze op achter elkaar.
  4. Herhaal eventueel nogmaals de hoofdvraag
  5. Beantwoord de hoofdvraag
  6. Sluit het stuk af

Voorbeeld uit “How to write a philosophy essay”

Tip: Bekijk ook de prezi/powerpoint over “Schrijven & Structuren” (vanaf pagina 20) https://filosofie.gruijthuijzen.nl/category/schrijven-structureren/

Beoordelingscriteria filosofisch essay

Loader Loading…
EAD Logo Taking too long?

Reload Reload document
| Open Open in new tab

Download [164.63 KB]

Loader Loading…
EAD Logo Taking too long?

Reload Reload document
| Open Open in new tab

Download [1.07 MB]

http://www.mit.edu/~yablo/writing.html

Your paper must offer an argument. It can’t consist in the mere report of your opinions, nor in a mere report of the opinions of the philosophers we discuss. You have to defend the claims you make. You have to offer reasons to believe them.

So you can’t just say:

“My view is that P.”
You must say something like:

“My view is that P. I believe this because…”
or:

“I find that the following considerations…provide a convincing argument for P.”
Similarly, don’t just say:

“Descartes says that Q.”
Instead, say something like:

“Descartes says that Q; however, the following thought-experiment will show that Q is not true…”
or:

“Descartes says that Q. I find this claim plausible, for the following reasons…”
There are a variety of things you might aim to do in your paper. You’ll usually begin by putting some thesis or argument on the table for consideration. Then you’ll go on to do one or two of the following:

Criticize that argument or thesis
Offer counter-examples to the thesis
Defend the argument or thesis against someone else’s criticism
Offer reasons to believe the thesis
Give examples which help explain the thesis, or which help to make the thesis more plausible
Argue that certain philosophers are committed to the thesis by their other views, though they do not come out and explicitly endorse the thesis
Discuss what consequences the thesis would have, if it were true
Revise the thesis in the light of some objection
You’ll conclude by stating the upshot of your discussion. (For instance, should we accept the thesis? Should we reject it? Or should we conclude that we don’t yet have enough information to decide whether the thesis is true or false?)

No matter which of these aims you set for yourself, you have to explicitly present reasons for the claims you make. You should try to provide reasons for these claims that might convince someone who doesn’t already accept them.