HGL – Week 3

Hoofdstuk 2 Plato en Aristoteles over het goede leven (2.3 t/m 2.7)

  • De kandidaten kunnen Plato’s argumentatie voor de ‘ideale staat’ reconstrueren en evalueren. Hierbij kunnen zij:
     de kritiek van Plato op de democratie weergeven;
     uitleggen wat bij Plato het verband is tussen de hiërarchische orde in de samenleving en de drie delen van de menselijke ziel;
     beargumenteren dat Plato’s ‘ideale staat’ zowel als een utopie als een dystopie kan worden beschouwd en daarbij de kritiek van Popper betrekken.

    Volgens Plato slaat een democratie (een staatsvorm waarbij het volk (demos) regeert (cratie)) onvermijdelijk (p. 59) om in een “ochlocratie“. Een “ochlocratie” staat voor de “heerschappij van het gepeupel“. Een democratie geeft ruimte voor het “gepeupel”. Een democratie is daarom volgens Plato een land vol onmatigheid, eigendunk, geldzucht en eigenbelang. In een dergelijke staat is er geen besef van een “waardig, edel, deugdzaam leven”: arete.
    In een rechtvaardige staat, staat niet het gepeupel maar het gemeenschapsbelang van de polis (stad) centraal, zodat arete tot bloei kan komen. Later zal Hegel reageren op Plato door te stellen dat het gaat om een subjectivering. Subjectivering is het idee dat het individu (subject) centraal staat en dat het denken gericht is op de ontwikkeling van het subject. Dit ondermijnt wellicht de macht van de polis. Kijk ook eens naar het filmpje “Viewpoint: What can Plato teach us about Donald Trump?”.

    Plato vergelijkt de staat met een mens. Een mens bestaat uit drie delen: 1. vegatief-verlangend (onderbuik), 2. thymotisch-eergevoelig (borst) en een denkend-beschouwend (hoofd) deel.
    Een polis/staat bestaat ook uit drie delen: 1. de boeren en werklieden, 2. strijders en wachters en 3. bestuurders.

    De bestuurders worden ook wel de filosoofkoning genoemd. Iedere stand (boeren, strijders en filosoofkoningen) dienen bij te dragen aan het geheel en daarmee het welzijn van de gemeenschap als geheel. Dit vraagt om orde en stabiliteit in de wijze hoe mensen samenleven en intermenselijke contacten onderhouden.
    Het Goede Leven vertrekt vanuit het aanpassen aan de polis en het bijdragen aan het voortbestaan van de polis.

    Interessante aanvulling: kinderen werden gemeenschappelijk opgevoed (geen familiebanden), omdat anders ouders de belangen van kinderen zouden kunnen voortrekken. De polis zorgt voor de opvoeding en vorming van jonge mensen: Paideia (denk aan: pedagoog). De opvoeder/vormer (pedagoog) heeft als taak om iedereen binnen de grenzen van de polis tot recht/bloei te laten komen (als boer, militair of filosoof-koning).
    Tevens mag de filosoofkoning geen bezit hebben. Bezit, bijvoorbeeld beroepspolitici in deze tijd, hebben andere belangen naast het belang het land te besturen.

    In het filmpje “Plato on Truth in ideal city” wordt Plato geciteerd op 0:28m: “And this is why knowledge is more value even than true believe”.
    In het filmpje “Plato’s philosopher kings” wordt op 0:22m een dilemma voorgesteld: Stel je op een schip, wil je dan samen gaan stemmen over de wijze hoe het schip naar huis gevaren wordt, of wil je liever iemand aan het roer met de nodige kennis en ervaring om het schip te besturen. Wanneer je kennis en ervaring belangrijker vindt, dan is expertise een belangrijk punt. Voor Plato geldt hetzelfde. Plato deelde, iets wat in onze tijd bijna niet meer voor te stellen is, mensen in op basis van expertise. Sommige mensen zijn goede boeren, sommigen goede soldaten en anderen goed als filosoof-koning.
    Volgens Plato is regeren een vaardigheid. De ene persoon is hier beter in dan de andere. Het idee van mensen die beter of slechter zijn dan andere mensen, resulteert automatisch is het idee van een hiërarchie. Voor Plato is het denkend-schouwende deel superieur aan de andere twee delen. De filosoof-koning verbindt theorie (in deze tijd bijvoorbeeld data) met de praktijk (bijvoorbeeld cultuur). Volgens Plato zijn deze denkende filosoof-koningen deugdzaam en voortreffelijk. Ze matigen de onderbuik, zijn dapper (borst) en bedachtzaam (hoofd) en rechtvaardig. Rechtvaardigheid bestaat uit het zoeken naar balans in het geheel. De filosoof-koning kan ontsporing van de democratie, de heerschappij van het gepeupel, voorkomen.

    In onze tijd geven we een aparte status aan ondernemers (handelaren). De vrije markt zorgt ervoor dat ondernemers over de grenzen van de polis, de staat en het land over de hele wereld kunnen handelen. Plato stelt dat dit zorgt dat slechts bepaalde mensen rijk worden en dat door de handel vreemde invloeden van buiten naar binnen komen. Geld verdienen met geld noemt Aristoteles later chrematistiek: de geldvermeerderingskunst. Aristoteles zal later beargumenteren dat de geldvermeerderingskunst de samenleving (polis) ondermijnt en de politici haar greep verliezen op de samenleving. De geldvermeerderingskunst gaat namelijk verder dan de grenzen van de stad (vrije markt/globalisering). Volgens Aristoteles staat de chrematistiek linea recta tegenover de oikonomos. Oikonomos staat voor zorg (nomos) voor de huishouding of het huis (oikos). Het begrip economie (oikonomos) betekende oorspronkelijk dus “zorg voor de huishouding” en was aan de regels van de polis en politiek gebonden. Tegenwoordig leven we in een vrije markt, waarbij het woord economie meer wegheeft van chrematistiek dan van haar oorspronkelijke betekenis. Wellicht ondermijnt de vrije markt en daarmee de chrematistiek (geldvermeerderingskunst) het politieke leven en democratieën: https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/het-is-de-vraag-of-de-huidige-vorm-van-wereldvrijhandel-onze-samenlevingen-en-onze-geopolitieke-positie-ten-goede-komt~b1e7053b/. Denk hierbij aan de handelaar die voorbij de eigen grenzen van de stad en zijn of haar medeburgers vooral voor zichzelf en de eigen ontwikkeling geld wil verdienen. De ontwikkeling van het eigen subject ondermijnt mogelijk het samen leven en het Goede Leven. (Voor meer diepgang (en de gevaarlijke weg van Heidegger, via Plato richting het Nazisme -> zie Heidegger, pagina 62 en zijn concept van Dasein en het gevaar van het collectiviteitsdenken). In ieder geval kan Nederland niet meer zonder andere landen. Militair, maar ook technologisch (tv’s, auto’s, machines, voedsel, etc.) zijn we niet meer zelfvoorzienend (autarkisch van autarkeia). Deze afhankelijkheid zorgt ervoor dat we anderen wel moeten toelaten. De vraag blijft hoe om te gaan met het vreemde zonder aan politieke macht en eenheid te tornen.

    Karl Popper zal het collectiviteitsdenken van Plato bekritiseren. Is het mogelijk een samenleving perfect te organiseren? Kun je uitkomsten controleren? Offer je vrijheid van mensen op? In hoeverre is zo’n samenleving leefbaar? Dit geldt ook voor de ondermijnende kracht van de vrije markt. Is inkomensongelijkheid acceptabel?

    Kijk anders eens naar het exclusieve interview met de moderne Philosopher King “Lee Kuan Yew”. De voormalig oprichting van, in de ogen van veel westerlingen wellicht bestempeld als “dictatuur”, maar schatrijk land, Singapore. Singapore is van derde wereldland in 40 jaar naar de top 5 beste landen ter wereld gegaan. (Let goed op: Lee Kuan Yew ontvouwt zich als een ras-pragmatist. Het pragmatisme is niet zozeer geïnteresseerd in hogere idealen, maar kijkt simpel naar wat werkt. Wat werkt is goed en wat niet werkt leg je naast je neer. Maar pragmatisme kan ook blind zijn voor hogere waarden als mensenrechten. Daarnaast is een pragmatist niet per se geïnteresseerd in het moreel goede, maar in wat werkt. Wat werkt hoeft moreel niet goed of slecht te zijn. Het morele vraagstuk dreigt wellicht helemaal niet meer gesteld te worden. Popper zal hierop reageren, dat hierdoor de mens als vrij en verantwoordelijk wezen onder druk komt te staan.

    De vraag blijft staan: Is de ideale staat van Plato een utopie of dystopie? Wenselijk of onwenselijk? De hemel of de hel?

  • De kandidaten kunnen Aristoteles’ argumentatie dat er verschillende
    goede staatsvormen zijn, reconstrueren en evalueren. Daarbij kunnen zij:
     uitleggen welke rol de rede (logos), de deugd (aretè) en het handelen (energeia) als werkelijkheid van de ziel daarin spelen;
     beargumenteren dat deugdzaamheid en geluk (opgevat als
    eudaimonia van het praktische leven) uitsluitend bereikt kunnen
    worden binnen de polis (stadstaat);
     met voorbeelden uitleggen dat staatsvormen volgens Aristoteles kunnen ontaarden.

    Plato gaat op zoek naar de ideale staatsorde. Aristoteles is ook niet bepaald positief over democratie als staatsvorm, omdat in een democratie niet zozeer het gepeupel heerst, maar willekeur en meningen van allen. Misschien hebben ze elkaar gevonden in de opvatting dat expertise (Plato) ligt bij het verstandige inzicht van een deugdelijke elite (Aristoteles), oftewel: de filosoofkoning (Plato).

    Aristoteles vertrekt vanuit een ander “perspectief”. In het schilderij “The School of Athens” van Rafael (zie afbeelding beneden, dit werk is te vinden in het vaticaanmuseum), staan in het midden Plato en Aristoteles. Plato wijst naar boven en Aristoteles naar beneden.
    Plato zoekt naar het perfecte idee en de Ideeënwereld bestaat niet op aarde, maar zijn geestelijke, (universele) Goddelijke en zuivere concepten. De ideale staat vinden we dan ook niet op aarde, maar als zuiver idee.
    Aristoteles wijst naar beneden. Aristoteles, de grondlegger van de wetenschap en logica, kijkt naar de wereld om hem heen. Welke maatschappelijke orde is mij gegeven (p. 65)? Denk hierbij aan het interview met Lee Kuan Yew. Kuan Yew geeft aan dat hij zeer geïnteresseerd is in het westerse denken en de westerse theorieën, maar dat Singapore en China andere culturen zijn en daarmee dus een andere maatschappelijke orde zijn dan het westen. De vraag is natuurlijk over Kuan Yew gelijk heeft en of hij deze orde als specifiek culturele orde (waarom geen mannelijke orde, of dierlijke orde, of wetenschappelijke orde) onderscheidt van andere ordes. Maar Kuan Yew stelt dat gegeven een specifieke orde, een specifieke manier van regeren en politiek bedrijven noodzakelijk is. Er is niet, zoals Plato zou zeggen, een zuiver idee van de ideale staat die overal zou moeten gelden en dus ook in Singapore. Toch lijkt het wel zo te zijn dat mensen streven naar de ideale staat. Ook het pragmatisme van Kuan Yew zal ergens toch geboren moeten zijn vanuit de overtuiging dat het naar iets beters toewerkt… Is dit toch stiekem weer een streven naar de best mogelijke orde, en daarmee het ideaal?

    Aristoteles omschrijft vervolgens verschillende staatsvormen en analyseert hoe deze staatsvormen onder druk kunnen komen te staan en over kunnen gaan naar andere staatsvormen (p. 64). In een van de onderstaande afbeeldingen kun je zien dat Aristoteles twee principes uitwerkt:
    1. Het aantal mensen dat de macht heeft:
    – 1 Persoon heeft de macht, (Monarch)
    – Een aantal personen hebben de macht (Aristocratie)
    – Een groot deel, of zelfs iedereen, heeft de macht. (Politeia)


    2. Het doel van deze machthebbers?
    – Egoïsme/eigen belang
    – De gemeenschap


    Vervolgens onderscheidt Aristoteles drie normale staatsvormen (en drie staatsvormen waarin deze normale staatsvormen kunnen overgaan. Dus in totaal zes staatsvormen.):
    1. Monarchie
    2. Aristocratie
    3. Politeia


    De monarchie heeft een monarch (koning) en deze leidt het volk, de gemeenschap. Denk hierbij aan bijvoorbeeld Alexander de Grote van het oude Macedonische rijk of Lee Kuan Yew. Een monarchie wordt geleid door iemand die beste voor heeft met de gemeenschap. Wanneer de monarch niet het beste voor heeft met de gemeenschap, maar vooral met bezig is met eigen belang, dan ontstaat er volgens Aristoteles een tirannie.
    In een aristocratie wordt de gemeenschap geleid door een groepje wijze mannen, Plato zou zeggen filosoof-koningen. Deze mensen zouden we wellicht elite kunnen noemen. Misschien heeft de hedendaagse Volksrepubliek China en de communistische partij van China (CPC) wel iets weg van een aristocratie, al zouden we wellicht ook kunnen stellen dat de CPC geleid wordt door een monarch (Xi Jinping), maar dat is een kwestie van hoe je naar de zaak kijkt. Sommigen zouden Xi Jinping een tiran noemen en anderen de CPC als partij een oligarchie. Een oligarchie is een staatsvorm waarbij een klein groepje “wijzen”, voorheen Aristocraten, niet meer strijden voor de gemeenschap voor bezig zijn met eigen belang. Een Aristocratie dreigt altijd een oligarchie te worden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het moderne Rusland, waar een kleine groep mensen veel macht heeft. Maar ook hier is het een kwestie van hoe je naar de zaak kijkt of deze “wijzen” Aristocraten of Oligarchen zijn. Trump wordt ook wel eens geschaard onder de oligarchen.
    Als laatste is politeia. Politeia is een gemengde staatsvorm met een aanzienlijke invloed van een groot deel van de bevolking en een plek voor militairen. Politeia is gericht op de samenleving en dreigt altijd te onder te gaan in een democratie. Een democratie is volgens Aristoteles de ergste staatsvorm die er is. De democratie zorgt ervoor dat willekeur en meningen de overhand krijgen in plaats van verstand en deugd.

    Op http://www.politicalsciencenotes.com/articles/classification-government-sccording-aristotle/308 worden acht kritiekpunten gegeven op Aristoteles’ opvatting over de ontwikkeling van staatsvormen:
    I. Het is niet-wetenschappelijk,
    II. Geen onderscheid tussen staat en overheid,
    III. Geen goede weergave van de moderne samenleving,
    IV. Democratie is niet de ergste staatsvorm in deze tijd,
    V. De ontwikkeling van staatsvormen klopt niet. Na democratie in Duitsland volgde bv. een dictator.
    VI. Classificatie laat geen ruimte voor tussenvormen (sommigen beschouwen China als een land in transitie. Een tussenvorm).
    VII. Geen plek voor ideocratie/theocratie: landen die worden geregeerd op basis van een ideologie/religie.
    VIII. De grens tussen eigen belang en gemeenschap is onduidelijk, net als de grens tussen een, een groepje of meerdere machthebbers.


    * Eerder is gewezen op het pragmatisme van Lee Kuan Yew, de oprichter van Singapore. Het pragmatisme, simpelweg observeren en kijken wat werkt, heeft niet zelden een blinde vlek voor “het goede”. Wat goed is, is wat werkt. Misschien typeren deze kritiekpunten op Aristoteles wel een fundamenteel probleem met Aristoteles en zijn praktische, aardse manier naar de wereld om hem heen en de maatschappelijke orde die hem gegeven is. Aristoteles heeft wellicht gekeken naar zijn eigen plek in zijn eigen tijd. Vanuit Plato zouden we juist moeten kijken naar de ideale staat als zuiver idee, voorbij ruimte en tijd en daarmee universeel altijd geldend (en waar!). Aristoteles was een fenomenale empirist (eigenlijk zelfs de eerste bioloog – voor de geïnteresseerden: kijk anders op youtube eens naar Aristotle’s Lagoon. Een fenomenale documentaire over Aristoteles: de eerste bioloog die de evolutietheorie ontvouwde), laat dat buiten kijf staan, maar hij zag de moderne wereld van vandaag niet voor zich (dat zou ook wel bizar zijn geweest overigens).

    Plato was in veel opzichten de leermeester van Aristoteles. Plato omschreef de volgende vijf staatsvormen (zie ook filmpje Five forms of government – onderaan deze pagina):
    1. Aristocratie
    2. Timocratie
    3. Oligarchie
    4. Democratie
    5. Tirannie


    Plato heeft een voorkeur voor de Aristocratie met filosoof-koningen. Denk hierbij nogmaals aan Singapore. In de geschiedenisboeken wordt Aristocratie vooral begrepen als een aangeboren rijke elite die het land bestuurt. Plato’s Aristocratie lijkt meer op een meritocratie of technocratie. Een meritocratie bestaat uit mensen die over de merits (talenten, kwaliteiten) beschikken om te regeren (kratos). Een technocratie bestaat uit mensen die over de technische, logische, rekenvaardigheden beschikken om te regeren. De filosoof-koningen analyseren de samenleving op een logische manier op zoek naar het zuivere ideaal. Dit is van een andere orde dan een aangeboren rijke elite die willekeurig op gevoel en intuïtie “maar wat doet”.
    Een Aristocratie loopt het risico mensen toe te laten van mindere kwaliteit. Mensen die minder zuiver zijn en zichzelf bijvoorbeeld inkopen. Hierdoor gaan zwakkere broeders meeregeren en kopen ze zichzelf in. De Aristocratie leidt dan tot een Timocratie. Een Timocratie heeft veel aandacht voor kunst en fitheid/sport zoals een Aristocratie, maar benadrukt ook de handel, eigen belang en rijkdom (timos). Voorbeeld: Sparta. Een sterk oorlogszuchtig volk dat veel handel dreef met het oude Athene. De Spartanen moesten wel oorlog voeren anders gingen ze met elkaar aan de haal.
    Een Timocratie kan volgens Plato vervallen in wat hij noemt een oligarchie. In een oligarchie heeft een klein groepje bezit en veel rijkdom. Het zijn dus geen filosoof-koningen zonder bezit zoals in een Aristocratie. Dit klein groepje mensen zorgt ervoor dat mensen uit deze kleine groep de politieke macht blijven behouden. Een oligarchie kenmerkt zich ook door grote klassenverschillen tussen arm en rijk, tussen machthebbers en onderdrukten. Als laatste hebben oligarchieën hele kleine legers, omdat oligarchen bang zijn dat wapens door de eigen bevolking tegen ze worden gebruikt.
    De oligarchie kan vervolgens vervallen in een democratie. In een democratie groeit de lagere klasse. De oligarch kan de armen niet klein houden met kleine legers en te grote verschillen. De armen worden winnaars. Mensen worden vrij en mogen leven zoals ze willen. Dit kan leiden tot het overtreden van de wet en het vervallen in chaos. Wat dat betreft is de democratische man vrij, maar zorgt deze vrijheid ook voor slavernij. Extreme vrijheid leidt namelijk tot anarchie en daarmee de ondergang van de samenleving. Denk hierbij wellicht aan het begrip superdiversiteit. Een samenleving zo divers dat er geen dominante cultuur of gemene deler meer is. Een samenleving met 180+ verschillende culturen en achtergronden, met consumenten die allemaal iets anders willen (individuen) met uiteenlopende verlangen en behoeftes, met een cultivering van intuïtie en gevoel, koopkracht (wat kan ik kopen met mijn geld), vluchtelingen, religies… Een chaotische samenleving waarin het niet meer duidelijk is wat men gemeenschappelijk wil. Een dergelijke samenleving zou Plato wellicht als argument tegen de democratie gebruiken. Een staat moet orde en evenwicht realiseren. Een democratische samenleving zit vol met mensen die doen wat ze willen, wanneer ze willen, zonder orde of prioriteit. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de (in een aantal gevallen gewelddadige) protesten in Hong Kong tegen de Chinese regering.
    Uit democratie ontstaat volgens Plato Tiranie. De tirannieke man heeft geen discipline en de samenleving is in chaos. Het verlangen naar vrijheid overstijgt alles. Denk hierbij aan het verlangen “jezelf te mogen zijn” of zoals in de USA na het zoveelste geweldincident de oproep om vrij te mogen zijn en wapens te mogen bezitten ( https://www.ad.nl/buitenland/dodental-schietpartij-el-paso-loopt-op-tot-22~a18529819/?referrer=https://www.google.com/ ). Er zijn ook scholen, denkers en ouders die kinderen helemaal vrij willen laten: http://hetgedwongenonderwijsvoorbij.nl/nl/. Plato zou hier waarschijnlijk met verbazing naar kijken. Het verlangen naar vrijheid wordt vervolgens getemd door noodzaak om orde te creëren. De opkomst van de sterke leider die weer orde brengt in de chaos van extreme vrijheid (tegenwoordig: überliberalisme). Denk hierbij aan Putin, Erdogan, Xi Jinping, Trump, Wilders, Le Pen, Dewinter, Bolsonaro, Orban, etc. Wellicht zou Plato deze leiders tirannen noemen, al hebben een aantal van deze leiders ook trekken van Aristocraten/filosoof-koningen. De mensen gaan veelal deze leiders haten, maar zullen realiseren dat het geen zin heeft deze leiders weg te halen. Zo denken velen dat een Rusland zonder Putin, of China zonder Xi Jinping in elkaar stort. De leiders kunnen niet verdwijnen, men voelt zich ook machteloos en begrijpt wellicht ook dat een tiran noodzakelijk is om het land bij elkaar te houden. (Maar dan nog zou je tegenwoordig een flink debat kunnen en moeten voeren over wat we verstaan onder een tiran, filosoof-koning, oligarch, etc.). In een van de onderstaande afbeeldingen zie je een hiërarchische weergave van hoe Aristocratie, uiteindelijk via democratie leidt tot wat Plato de minst wenselijke staatsvorm vindt van alle staatsvormen: Tirannie! Democratie moet dan ook vermeden worden, want democratie leidt tot tirannie. Zie ook het filmpje “What Plato can teach us about Trump”. (Waarbij we wederom ons moeten afvragen of Trump een tiran is natuurlijk!).

     beargumenteren dat deugdzaamheid en geluk (opgevat als
    eudaimonia van het praktische leven) uitsluitend bereikt kunnen
    worden binnen de polis (stadstaat);

    Het hoogste goed, waar iedere mens naar streeft (p. 65) is volgens Aristoteles menselijk geluk, oftewel: Eudaimonia. Menselijk geluk verschilt per plaats en tijd. Het wezen van geluk is voor Aristoteles dan ook niet het geluksgevoel of persoonlijke meningen. Deze zaken kunnen per persoon en plaats en tijd verschillen. Wat geluk is, is datgene wat de edele mensen (Aristocratie) in de polis goed achten. Eudaimonia is alleen weggelegd voor mensen uit de juiste familie, met voldoende kennis en middelen, uiterlijk en rijkdom. Deze voorwaarden zijn geen garantie voor eudaimonia, maar noodzakelijke voorwaarden om überhaupt geluk mogelijk te kunnen maken. Excellentie (aretè) en/of talent (merits, denk nog eens aan de meritocratie) kan niet zonder deze noodzakelijke voorwaarden.

     dat ‘volkomen deugd’ niet is weggelegd voor de massa;
    Aretè staat voor het edele, deugd, het excellente, getalenteerde, superieure en is niet weggelegd voor slecht opgevoede boeren die niet opgegroeid zijn binnen de noodzakelijke voorwaarden. Aretè behoort tot de Aristocraten. Aretè is niet weggelegd voor de massa. De massa toont veelal het dierlijke en intuïtieve in de mens. Juist de logos zet aan tot zelfbeheersing en het beteugelen van hartstochten en begeerte (ascese). Het lagere (het vegatieve en dierlijke deel) moet beheerst worden door het hogere (logos). Het woord arete is verwand aan het woord Aristoi (van Aristocratie) wat verwijst naar de Griekse edelen (p. 66).

     uitleggen welke rol de rede (logos), de deugd (aretè) en het handelen (energeia) als werkelijkheid van de ziel daarin spelen;

    Aristoteles stelt vervolgens, wanneer natuurlijk aan de noodzakelijke voorwaarden is voldaan, dat de mens hiervoor zijn meest wezenlijke eigenschap moet inzetten: de rede (logos). De mens is volgens Aristoteles een Zooion Logon Echon, oftwel een dier dat rede heeft. Het is de rede, het denken, dat de mens aanzet tot handelen. Excellentie, het edele, Arete, staat daarmee in direct verband met de rede/logos. Arete, het edele, het voortreffelijke, de deugd, is de toestand die komt uit a. de noodzakelijke voorwaarden en b. de rede/logos en resulteert in de mogelijkheid goed te handelen! Het handelen, in-werking zijn (p. 67) van de ziel vanuit het edele, Arete, noemt Aristoteles energeia. Denk hierbij aan energie. Energie heb je nodig om in-werking te zijn. Hierbij gaan het om energie als het in-werking-zijn vanuit het edele, het voortreffelijke: Aretè. Dit is essentieel voor de vraag naar het goede leven, het grote vraagstuk uit dit boek!

    “Omdat geluk een volkomen doel is komt Aristoteles uiteindelijk tot de definitie van geluk (eudaimonia) als het in-werking-zijn (energeia) van de ziel krachtens een volkomen deugd (arete)” (p. 67).

    Deze uitspraak typeert een deugdzaam leven.
    Deze volkomen deugd is altijd in ontwikkeling totdat de mens tot volledig wassendom (volwassen) is gekomen. In een volwassene begrijpt rechtvaardigheid (dikaiosune) als het edele voor zowel zichzelf en voor alle mensen om zich heen (dus niet uit eigen belang): geluk voor iedereen (eudaimonia) laat het zelf en alle andere mensen samenvallen. Volwassen worden heeft als einddoel (telos) volwassen zijn: de essentie van het menselijk wezen. Deze doelgerichte (telos) ethiek (de mens heeft als doel volwassen te worden/zijn) wordt ook wel teleologische ethiek genoemd.
    (Niet te verwarren met theologische ethiek!)

    Het goede leven draait volgens Aristoteles ook om het genieten van het leven. Iemand die leeft alsof het deugdzaam is, maar er niet van kan genieten is niet “waarlijk edel“. Een edel mens geniet van deugdzaam leven. Vorming en opvoeding is een oefening in het volwassen worden: het leren genieten van de juiste dingen. (Misschien wel de enige echte opdracht van het onderwijs! Leerlingen helpen met volwassen worden door te leren genieten van de juiste dingen).
    Op pagina 67 wordt in de laatste alinea de consumptiemaatschappij besproken. Een maatschappij die voortdurend aandacht vraagt aan consumenten, kan juist de persoonlijke ontwikkeling tot volwassene, het het leren genieten van de juiste dingen ondermijnen. Het gaat hier om activiteiten die je zelf vervult en (kunst)werken die je zelf creëert of tevoorschijn brengt.
    (Zouden consumenten die voortdurend op Instagram/Facebook zitten of spullen kopen, bezig zijn met volwassen worden, creéren, ontwerpen, vormgeven, sporten, muziek maken, schilderen, liefhebben van het eigen leven met elkaar en het genieten van de juiste dingen?)

     het onderscheid tussen dianoëtische en ethische deugden uitleggen;
    De mens is volgens Aristoteles een Zooion Logon Echon. Dit staat voor enerzijds “1. het hebben van rede” en anderzijds “2. het gehoor geven aan”.
    Het denkende deel van de ziel bouwt voort op de rede (logos) (1). Het denken als basis voor het ontwikkelen van vaardigheid (techne), kennis (episteme), bedachtzaamheid (fronesis/phronesis), sophia (wijsheid) en intelligentie (nous).
    Het strevende van de ziel kan luisteren naar de rede (logos) om vervolgens deugdelijk, waarlijk edel en voortreffelijk (arete), te handelen (2). Het denken als basis voor het werkelijke handelen: wat een mens doet. Een mens kan bijvoorbeeld moedig, gematigd, kalm, vriendelijk, waarachtig, vrijgevig, trots en stijlvol zijn/handelen. Dit zijn ethische deugden, waarlijk edel en voortreffelijk. De edele houding bestaat uit het zoeken naar het juiste midden tussen twee uitersten in een specifieke omstandigheid (denk nog eens Aristoteles die redeneert vanuit dat wat hem op aarde gegeven is (context)). Bijvoorbeeld het juiste midden (moed) tussen lafheid en overmoed, (gematigdheid) tussen ongevoeligheid en losbandigheid, (kalm) tussen stil en druk.

    “De deugd is een intentionele houding (waarin we ons handelingen voornemen), die in het midden ligt voor onszelf, en wel een midden zoals dat redelijk wordt bepaald, dat wil zeggen volgens een redelijkheid waarmee iemand met praktische wijsheid dat zou doen” (Aristoteles)
    (EN 1106b36-1107a2) (p. 69 uit HGL)

     uitleggen dat de verschillende deugden elkaar vooronderstellen.
    Om (2) “gehoor te kunnen geven” aan de rede (ethische deugden), is (1) de dianoëtische deugd noodzakelijk. Op ethisch te kunnen handelen (2) is het noodzakelijk (1) vaardigheid (techne), kennis (episteme), bedachtzaamheid (fronesis/phronesis), sophia (wijsheid) en intelligentie (nous) te ontwikkelen.

 wat ‘ware vriendschap met zichzelf’ betekent en een afweging maken in hoeverre dit voor mensen in de samenleving van toen mogelijk was en nu is. (Eindterm 8 over Aristoteles en Deugden).

De vraag is eerder aanbod gekomen bij de staatsvormen bij Aristoteles en de kritiek op Aristoteles dat hij vanuit (pragmatisch en misschien ook onvermijdelijk) redeneert (logos) vanuit de tijd en plek van het oude Athene. Wat kunnen we leren van het denken van Plato en Aristoteles (over het goede leven)?

School of Athens (Rafael)