Scepticisme – par. 4.1 – vragen

  1. Ga naar de (Google) app-store en download de Eliza app: https://play.google.com/store/apps/details?id=com.cc.eliza. Probeer de app een beetje uit. Stel eens een paar vragen. Kun je je voorstellen dat midden jaren 60 veel mensen toen dachten dat Eliza een echt mens is?
  2. In hoeverre laat Eliza voor het eerst het probleem van “Andere Geesten” zien? Verwerk in je antwoord de Turin-test van Alan Turing.

3. Wat is conceptueel scepticisme en waardoor speelt het concept “andere geesten” een centrale rol binnen het conceptueel scepticisme?

4. Beschikt een robot, die de Turing-test doorstaat, over een geest? Verwerk in je antwoord ook het begrip “belevingswereld”.

Tip: De film “The imitation game” over (een deel van) het leven van Alan Turing. (Must see!!! Westworld serie!!)

 

 

Scepticisme – par. 3.6+3.7 – antw.

  1. Wat is het verschil tussen inductie, deductie en abductie? In de onderstaande afbeelding wordt heel algemeen de “empirische cyclus” afgebeeld. Dit sluit aan bij wetenschapsfilosofie. Aan de ene kant beschikken we over een theorie. Vanuit deze theorie kunnen we bepaalde verwachtingen uit/voorspellingen doen/hypotheses stellen en vervolgens zien we in de realiteit of deze theorie in aparte/geïsoleerde gevallen klopt, gedeeltelijk klopt of niet klopt (deductie).
    Ook kunnen we specifieke/aparte/geïsoleerde gevallen waarnemen (empirisme) en op basis van een aantal waarnemingen een bepaalde theorie vormen (inductie).
    Bijvoorbeeld:
    Ik heb een twintigtal mensen geobserveerd en ik kwam erachter dat ieder mens sterfelijk is door simpelweg te constateren dat alle mensen zijn overleden. Hieruit heb ik de volgende conclusie getrokken/theorie gevormd (inductie): Alle mensen zijn sterfelijk.
    Vervolgens kwam ik vandaag Socrates tegen. Socrates is een mens. En omdat ik de theorie ken “Alle mensen zijn sterfelijk” en Socrates een mens is, kan ik niet anders zeggen dan dat in dit specifieke geval (Socrates), Socrates sterfelijk is (deductie).
    Dit is een logisch gevolg. Het kan niet anders dan dat een mens sterfelijk is en als ik een mens tegenkom dat deze mens sterfelijk is.

    Bij abductie is iets anders aan de hand. Wanneer ik op zoek ben naar de dader van een moord en ik veel aanwijzingen heb (maar geen logisch bewijs), dan is het niet per definitie “logisch” dat uit een set data (uit de realiteit) ik een logische conclusie/theorie kan trekken (dus niet inductie), maar het is ook niet logisch dat ik over een theorie beschik waaruit blijkt dat de verdachte in alle gevallen de dader is. Neem als voorbeeld een DNA-bewijs. Een DNA-spoor van een verdachte op een slachtoffer ik een zeer goede aanwijzing, maar wil niet automatisch zeggen dat de verdachte het slachtoffer heeft vermoord. Met behulp van data (zoals o.a. het DNA-spoort) kan er een redenering worden opgezet, waaruit niet onlosmakelijk blijkt dat de verdachte ook de dader is, maar wat als zodanig wel de “best mogelijke verklaring” biedt. Dit noemen we abductie.

  2. Leg uit wat het verschil is tussen ondergecodeerde en overgecodeerde abductie? Leg je antwoord uit aan de hand van een voorbeeld.
    Alleen een DNA-spoor is ondergecodeerd. Je hebt dan te weinig codes/data/informatie om tot de verklaring te komen m.b.t. de dader. Je kunt dan wel tot de best mogelijke verklaring komen, maar deze best mogelijke verklaring is dan nog steeds niet goed genoeg om iemand daadwerkelijk te veroordelen.
    Wanneer er naast een DNA-spoort nog karrevrachten aan andere sporen/data/codes/informatie beschikbaar is en je heb eigenlijk aan een stuk of 10 sporen al genoeg, dan is het overgecodeerd. Dit kan in praktische zin ook een probleem opleveren (verder niet filosofisch). Wanneer de politie op informatie/codes/data vraagt via zoiets als opsporing verzocht op tv en de politie krijgt vervolgens tienduizenden berichten die veelal bruikbaar zijn, dan is het niet alleen overgecodeerd, maar kost het ook heel veel tijd om deze berichten te duiden en te onderzoeken.
  3. Sherlock Holmes (zie filmpje) spreekt vaak over deductie. Zijn redeneringen zijn voor hem niets meer dan logische deductieve stappen naar de uiteindelijke conclusie (het weten dat). Leg uit waarom Sherlock Holmes beter over creatieve abductie kan spreken dan over deductie.
    Deductie staat voor een logisch, onvermijdelijk gevolg dat uit een theorie een specifiek geval te verklaren kan worden alsof er sprake is van 1+1=2. Bij creatieve abductie beschikt iemand over een set aan codes/informatie/data en deze set is net te weinig (ondergecodeerd). Door middel van geestelijke inspanning (creativiteit en verbeelding) kan de mens zich iets voorstellen, waardoor het langzaam duidelijker kan worden wie de dader is.
  4. Leg uit in hoeverre er in de film Rear Window, sprake is van creatieve abductie. In Rear Window “fantaseert” (of niet :)?) de hoofdrolspeler een mogelijke moord op basis van wat hij ziet en vervolgens hoe hij de geobserveerde data van achter zijn raam in zijn geest op een creatieve wijze verwerkt.
  5. Wanneer zou er wel sprake kunnen zijn van deductie in plaats van (creatieve) abductie?
    Wanneer het onvermijdelijk en onlosmakelijk zo is dat uit theorie x, specifiek geval y kan worden herleid.
  6. Hoe verhouden “afleiding naar de beste verklaring” en “creatieve abductie” zich tot elkaar?
    Zie vraag 2.