Filmfilosofie (3) – vragen

  1. Om over filmfilosofie te spreken kunnen we ons beperken tot de theorie over film. Echter, filmtheorie is het domein van de filmwetenschappen. Filmfilosofie zou wellicht beter kunnen vertrekken vanuit het idee van Poetics zoals omschreven door Aristoteles. Aristoteles gaat in Poetics op zoek naar de eigenschappen van een Griekse tragedie (toneelstuk). Eigenlijk is er in alle tijden nagedacht over de op dat moment relevante kunstvorm. De vraag is of de film ook een dergelijke analyse zoals Aristoteles in Poetics verdient. Bekijk het onderstaande filmpje:

2. Waarom moet Poetics niet gezien worden als een theorie over kunst, maar meer als een analyse van een Griekse tragedie? Wat is het verschil? (Minuut 2:35)
3. In minuut 3 stelt Aristoteles: “Tragedy is an imitation of an action that is admirable, complete and possesses magnitude; in language made pleasurable… performed by actors, not through narration, effecting through pity and feat the purification of such emotions”. Hoe zou Plato reageren op het waarheidsgehalte van de tragedie?
4. Wat zijn de zes componenten van een tragedie? (minuut 3:22).
5. Waarom is het plot het belangrijkste? En wat wordt bedoeld met de universaliteit van een plot?
6. Aan welke vijf karaktereigenschappen moet een acteur voldoen? (minuut 4:44).
7. Wat is het probleem, volgens Plato, wanneer een filmregisseur met de vier karaktereigenschappen in de hand een filmscript gaat uitwerken? Denk aan het risico van imitatie en reproductie.
8. Neem een eigen film en leg uit wat het idee of de gedachte achter de film zou kunnen zijn. Wat is het alom verbindende idee achter de film? Als er een universeel en alom verbindend idee achter te film zit, representeert de film dan niet een bepaalde, universele vorm van wijsheid/waarheid? In hoeverre kan film met een universeel achterliggend idee, bijdragen aan filosofie?
9. Wat wordt bedoeld met “diction” (eigenschap nummer 4)? In hoeverre is taal bepalend in een film?
10. Taal kan op verschillende manieren gebruikt worden volgens Aristoteles. Denk hierbij aan een versje, ritme, rijm, lange of korte vertellingen, platte taal, etc. Bekijk minuut 5:42 en reflecteer op een zelfgekozen film en leg uit hoe de taal in deze film wordt gebruikt.
10. De vijfde eigenschap is melodie. Melodie is meer dan alleen muziek. Melodie gaat ook over het ritme van de dialoog, het geluid van bepaalde handelingen (zoals een oorlog) en de muziek. Neem twee films in gedachte. Luister naar het ritme van de dialogen, het geluid van bepaalde handelingen en naar de muziek. Wat zijn de verschillen en overeenkomsten? Probeer twee totaal verschillende films te analyseren. (Bijvoorbeeld een film als Stalker enerzijds en Avengers anderzijds)
11. Doe hetzelfde voor de beelden/visuele elementen (punt 6. spectacle, min. 6.25). Denk hierbij aan de kostuums, lfilmset, icht en beweging in beide films.
12. Wat is volgens jou belangrijker voor een film? Een universeel plot of het geluid en het spectakel (het beeld).

Het PLOT:
13. Wat wordt bedoeld met het begrip “Catharsis”? Verwerk in je antwoord de begrippen medelijden en angst (minuut 7:00).
14. Noem twee voorbeelden uit het eigen leven waarbij er sprake is van Catharsis.

15. Waar staat “Hamartia” voor? Waarom is Hamartia heel erg belangrijk en waaruit bestaat de verantwoordelijkheid? (Minuut 7:25)

16. Leg uit wat herkenning (recognition), momenten van realisatie en herkenning, en de omkering (reversal), momenten waarbij de kijker het idee heeft dat de hoofdrolspeler zich iets realiseert maar dat nog niet doen, inhouden. (Minuut 7:50).

17. Bekijk een film vanuit de drie eenheden (unities): I. Tijd, II. Plaats en III. Actie (minuut 8:45). Voldoet de film aan de drie eenheden?

18. Huge Müsterberg is een van de eerste filosofen die heeft nagedacht over de film als filosofie en het onderscheid tussen film en theater/griekse tragedie. Lees desnoods het hoofdstuk “2. The nature of film”. Volgens Müsterberg onderscheidt de film zich van theater door haar technische mogelijkheden. Denk hierbij aan de factor tijd (flashbacks, close-ups en edits) en de factor plaats  (bewegende beelden op verschillende plaatsen). Film kan op een andere manier werelden openen in vergelijking met een theater.  Dit zorgt er ook voor dat de film een andere vorm is. Lees paragraaf 9.2.3. In hoeverre is volgens jou de vorm van de film bepalend of we wel of niet over een kunstfilm kunnen praten? En in hoeverre beperkt de vorm van de film het Platoonse streven naar verlichting?

19. In het bovenstaande filmpje wordt aangegeven dat volgens Müsterberg de film zonder een verhaal/plot, slechts een gadget is. Wat wordt hiermee bedoeld? Kan een film nog kunst zijn als het slechts een gadget is? Kunnen gadgets een bijdrage leveren aan filosofie?
20. In minuut 1:34 wordt gesproken over “cinema” als de kunst van de geest en een imitatie van mentale processen. Wat wordt hiermee bedoeld? Is deze imitatie bedrieglijk in het licht van Plato’s allegorie van de Grot? Of wordt hier een andere soort imitatie bedoeld?

21. Vanaf minuut 1:44 wordt het verschil tussen theater en film uiteengezet. Reflecteer op een film vanuit de verschillen tussen theater en film? Hoe zie je deze verschillen terug in de film?

22. Edits in films zorgen ervoor dat de kijker heen en weer blijft kijken. Kijk eens naar een stukje uit de film Stalker en daarna na een recente actiefilm. Bekijk de snelheid waarmee de beelden wisselen? Welke film heeft de snelste wisseling van beelden?
23. Wat is het effect op de kijker wanneer de beelden snel afwisselen? Wat is de impact van dergelijke edits om de mate waarin de film kan bijdragen aan reflectie, denken en daarmee filosofie?

24. Bekijk het bovenstaande filmpje. Wat is de impact van de close-up?
25. Waarom wordt steeds vaker in moderne films gebruik gemaakt van close-ups zoals in de nieuwe film over Vincent van Gogh (At etenity’s gate): https://www.vulture.com/2018/11/extreme-close-ups-are-defining-the-current-movie-moment.html
26. Dragen close-ups (en de functie van close-ups) bij aan reflectie, denken en filosofie?
27. In een film wordt het geheugen, de verbeelding en de emotie hapklaar gemaakt voor de filmconsument. Wat is de impact hiervan op de film als filosofie? Denk ook aan wat eerder is geschreven over de impact van Netflix op de film.

Filmfilosofie (1) – antw.

D. Bekijk nogmaals Plato’s allegorie van de Grot en lees deze website: https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/kunst/127225-is-kunst-imitatie.html

  1. Leg uit wat de kern is van Plato’s Allegorie van de Grot. Verwerk in je antwoord het verschil tussen het zuivere idee in de geest en de troebele, slappe representaties van deze zuivere ideeën, in de (tastbare) buitenwereld.
    Het is belangrijk om een aantal punten samen te brengen. Allereerst het concept van imitatie en kunde (techne), daarna het concept kunst als expressie (par. 9.2.2) en vervolgens het historische concept van kunst dat in de tijd verandert van techne, via de artes liberales naar de schone kunsten en de esthetica.
    Techne: De oude Grieken beschouwden kunst als techne. Van het woord techne komt techniek vandaan. Techne kan het beste worden vertaald als een kunde. Volgens Plato bestond de kunde uit het imiteren van een zuiver idee of zelfs het namaken van een werk van de ander. Vanuit het perspectief dat de zuiverheid gelegen ligt in de (geestelijke) ideeën en niet in de imitaties in de tastbare werkelijke wereld, was Plato geen “fan” van techne in de oude betekenis van kunst.
    Natuurlijk heeft de tijd niet stilgestaan. Lees bijvoorbeeld eens https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/kunst/127225-is-kunst-imitatie.html over kunst als imitatie en de verandering van de betekenis van het begrip kunst richting de schone kunsten en de esthetica, ergo: de schoonheidsleer. Kunst, techne, werd steeds minder imitatie en ging op zichzelf staan. Kunst werd steeds meer representatie, expressie en vorm qua concrete eigenschappen en schoonheidsleer als betekenis. Het gaat hierbij om de eigenschappen van kunst: kunst als representatie (9.2.1), expressie (9.2.2) en vorm (9.2.3) en de ontwikkeling van de betekenis van het begrip kunst richting de schoonheidsleer. De vraag die hier centraal staat is: Wanneer is iets schoon/mooi? In België spreekt men dan ook nog steeds over musea van de schone kunsten. De technieken/techne die schoonheid voortbrengen.
  2. Plato ziet de kunstobjecten als afspiegelingen van de werkelijkheid en het werk van de kunstenaar als een reproductieproces/imitatieproces. In hoeverre heeft Plato volgens jou wel of niet gelijk? Wat is de afgelopen jaren veranderd als we het hebben over kunst, kunstwerken en kunstenaars?
    Eigen mening
  3. Is een kunstenaar een leugenaar/bedrieger?
    Ik zou zeggen dat de essentie van de kunstenaar, of zoals men tegenwoordig zegt “maker”, verandert door de tijd heen. De oorspronkelijke betekenis van de kunsten als imitatie is veranderd richting een op zichzelf staande leer van de schoonheid. Iemand die schoonheid nastreeft, onderscheidt zich van de imitator. De vraag blijft wel wanneer er sprake is van schoonheid en of alle vormen van schoonheid ook kunst genoemd kunnen worden.

4. Bekijk het youtube-filmpje met Dave Grohl, de frontman van de rockband Foo Fighters. Als we kunst zien, willen we niet dat alles duidelijk is. We willen onze eigen ideeën erin vinden. Grohl zegt dat hij niet gaat uitleggen waar de liedjes over gaan omdat hij het belangrijk vindt dat je de interpretatie van liedjes moet overlaten aan het publiek. Grohl geeft aan, ondanks dat mensen verschillende interpretaties hebben over dezelfde tekst, ze toch samen het liedje meezingen. Als taal de huis van het zijn is, hoe komt het dan, dat dezelfde mensen met elkaar gaan zingen terwijl ze wellicht iets anders bedoelen als je ze ernaar vraagt?

Enerzijds is er taal. Met de taal wisselen we ideeën/denkbeelden uit met elkaar. D.m.v. de taal kunnen we een film begrijpen en kunnen we elkaar begrijpen. Maar toch lijkt er iets te zijn, een niveau van communicatie die voorbij gaat aan de taal. Een niveau van communicatie wat er als zodanig voor zorgt dat mensen samen dezelfde tekst zingen, maar daar verschillende denkbeelden bij hebben. De vraag is hier wellicht of film ook iets van een dergelijke verbindende waarheid in zich draagt. Kan film verbinden op een niveau in taal maar ook voorbij taal? Is taal leidend in film? Wat nog meer?

5. Is het samen zingen en het verbroederen op een rockconcert, in zichzelf een zoektocht naar wijsheid/waarheid? Zijn er naast taal nog andere huizen te bouwen die mensen samen brengen en de wereld helder en begrijpelijk kunnen maken? Zie vorige vraag.

6. Wat is het verschil tussen kunst en techne?  (par. 9.2.4). Zie vraag 1 t/m 3.

E. Film

  1. Wat is kunst? Is het mogelijk om logisch en systematisch iets (in taal) te zeggen over wat kunst is/wat de essentie is van kunst (en in lijn daarmee de essentie van de film als kunstvorm)? Ik denk dat het moeilijk wordt om vanuit het idee representatie, expressie en vorm de essentie van kunst te vatten.
  2. Wat is film? Is film een optel soms van wat er allemaal gedaan moet worden om over een film te kunnen spreken? In hoeverre is film een kunstvorm? Is film expressie? (paragraaf 9.2)
    Film omvat verschillende eigenschappen/bouwstenen zoals ritme (denk hierbij aan flashbacks, close-ups en edits), (gesproken) taal, geluid/melodie en acteurs. Daarnaast zijn er nog regisseurs, producers, marketeers, etc. De vraag blijft wanneer er sprake is van een film. Is dat wanneer er een beeld is? Een bewegend beeld? Beeld met geluid? En wanneer is de film kunst? Wat is de essentie van film? Wat kan een film ons vertellen over waarheid/wijsheid? (De filosofische vraag naar film)
  3. Moet een film altijd een film zijn met een begrijpelijk (en verkoopbaar) verhaal? Of kan een film ook als film een kunstvorm zijn?
    De wereldberoemde regisseur Martin Scorsese spreekt over “Theme park movies”: https://qz.com/878002/the-movies-are-dead-according-to-martin-scorsese-and-ridley-scott/. Scorsese spreekt over de ontwikkeling dat films geen gemeenschappelijke happening meer dreigen te worden in de bioscoop waar mensen samen komen en samen de film ervaren. Het samen ervaren van een film zou nog kunnen bijdragen aan het samen bespreken en beleven van de film. Hierin zit nog een zoektocht naar wijsheid in. Daarnaast nemen bedrijven als Netflix nemen de filmwereld over en kunnen ze als machtige speler bepalen welke films naar buiten komen en worden gemaakt. Dit zijn steeds vaker super-hero films. Hierin zit een vorm van imitatie en reproductie in. Iets waar Plato zeer op tegen zou zijn.  In deze vorm is het maar de vraag of de film een bijdrage kan leveren aan filosofie of dat het geweld doet aan de waarheid.
  4. In hoeverre is film “techne” (par. 9.2.4)? Bedrijven zoals Netflix zijn misschien wel in staat om op basis van Big-data analyses een film-op-maat te maken. Gepersonaliseerde film zeg maar :). Massaproductie van “kunst”. Hierin lijkt de film op techne in de oorspronkelijke betekenis van massaproductie/imitatie. Lees dit artikel: https://www.huffingtonpost.com/entry/can-netflix-mass-produce-art_us_59e78215e4b0153c4c3ec47b. Daarnaast gebruikt Netflix kunstmatige intelligentie / AI. AI analyseert het kijkgedrag van miljoenen kijkers en probeert op basis van het kijkgedrag een film(format) te reproduceren/imiteren dat goed verkoopt en dus een succes is. Plato zou hier waarschijnlijk fel op tegen zijn. We krijgen geen waarheid voorgespiegeld, maar iets dat toevallig goed verkoopt en lekker wegkijkt… vandaar de vele superhero-movies. Lees ook eens: https://blogs.nvidia.com/blog/2018/06/01/how-netflix-uses-ai/. Het nadeel van een opvoeding in een wereld met dergelijke films, is dat veel mensen eigenlijk andere vormen van films, zoals de film Stalker of kunstfilms, niet of nauwelijks meer kunnen zien. Ze voldoen niet aan het consumptiegedrag van de kijker en de kijker weet niet beter dan dat de beelden snel gaan, de dialogen niet te complexer en het verhaal behapbaar.
  5. Wat betekent “aisthesis”? Waar kijken we naar als we naar de aisthesis van een film? Esthetica betekent waarneming, maar Alexander Baumgarten spreekt ook wel over schoonheid. Een kunstfilm heeft een bepaalde vorm van schoonheid in zich. Wat deze schoonheid, blijft een vraag. Persoonlijk beschouw ik Stalker als een film vol schoonheid, maar iedereen kan voor zichzelf uitmaken wat schoon is en wat een specifieke film tot kunst maakt.
  6. Wat is de taal van de film? (Denk ook aan een stomme film) Film communiceert wellicht via de bewegende beelden. Ik denk dat bewegende beelden wezenlijk zijn voor een film. En met beelden, sluit een film aan bij onze waarneming en kan het een wereld representeren. Representatie (9.2.1) was een van de vertrekpunten om systematisch na te denken over het wezen van de film. De vraag vanuit Plato zou weer zijn, in hoeverre de film een zuivere representatie is van de werkelijkheid of wat een film ons kan vertellen over de werkelijkheid.
  7. Wat is de taal in een film? Draagt een film een eigen manier van waarheidsvinding in zich mee? Wellicht kan een film ons dienen als gids op weg naar verlichting, om Plato’s allegorie van de Grot aan te halen. Een film kan tot denken aanzetten. Wanneer men de film alleen maar ziet en niet gebruikt als instrument voor het denken, dan heeft de film weinig waarde denk ik.
  8. Draagt een film een eigen, niet-talige, waarheid in zich? Bied taal de enige weg naar waarheid of zijn er meer wegen zoals de film? Zie vraag 6.
  9. In hoeverre is een film een representatie van de werkelijkheid? En in hoeverre draagt een film bij aan het zoeken naar waarheid/wijsheid? Zie vraag 6.