Scepticisme – par. 1.4 – Godsbewijs

“In ons hoofd hebben wij een idee van volmaaktheid. Zelf zijn wij niet volmaakt en we hebben nog nooit volmaaktheid meegemaakt, het idee van volmaaktheid komt dus niet van onze waarnemingen en is een aangeboren idee. Er moet dus wel een volmaakte schepper zijn die die ideeën in ons hoofd heeft gestopt. Daarbij kan deze schepper geen kwaadaardige demon zijn, want kwaadaardigheid past niet bij volmaaktheid.” 

Scepticisme – par. 1.4 – zes meditaties Descartes

Het boek is grotendeels metafysisch van aard en Descartes is, zoals de ondertitel aangeeft, erop uit het bestaan van God en de onsterfelijkheid van de ziel te bewijzen. In de inleiding schrijft Descartes dat de reden dat hij dit boek geschreven heeft is omdat hij op zoek is naar de fundamenten van het kennen om zo tot onbetwistbare kennis te komen.

Meditatie 1:

  1. Zintuigen onbetrouwbaar
  2. Waarneming hallucinatie
  3. Dromen we?
  4. Kwade geest

Meditatie 2:

  1. Geen vaste grond
  2. Geen twijfel dat er wordt getwijfeld
  3. Twijfel bestaat/twijfelde ding bestaat
  4. Cogito Ergo Sum (uit: Discours de la Methode)
  • Res Cogitans als denkend ding “bewezen”
  • Rationalisme

Meditatie 3:

  1. Zuivere cognitie / zuivere waarneming als voorwaarde voor kennis
  2. Cognitie is niet zintuiglijke waarneming, maar waarneming met zijn “geestesoog”.
  3. In de geest ligt het idee God (niet waarneembaar)
  4. God is de veroorzaker
  5. Perfecter dan de veroorzaker is niet mogelijk
  6. God is oneindig en perfect. Oneindige perfectie bedriegt niet, dan zou er sprake zijn van imperfectie!

Meditatie 4:

  1. God heeft een oneindig intellect.
  2. Mens een eindig
  3. Is mens ooit in staat het oneindige intellect correct te gebruiken (onderzoeken)?
  4. Cartesiaanse cirkel: Descartes moet eerst het bestaan van God bewijzen m.b.v. het verstand om vervolgens te kunnen stellen dat hij kan vertrouwen op zijn verstand!

Meditatie 5:

  1. Ontologisch godsbewijs (Anselmus): God is perfect.
  2. Perfectie, of het “perfecte” (God), bestaat en bestaat niet (of bestaat voorbij de wereld/universum waarbinnen wij mensen zaken “zien” bestaan.

Meditatie 6:

  1. Perfecte God misleidt niet.
  2. Zintuiglijke waarneming laat ons geloven in een materiële werkelijkheid buiten hemzelf
  3. God heeft deze gecreëerd, want God misleidt niet.
  4. De werkelijkheid (buiten/extern) bestaat

Res extensa!

Scepticisme – par. 1.3 – antwoorden

  1. Welke drie soorten scepticisme worden er onderscheiden in hoofdstuk 1 en leg ze uit?

Enerzijds: 1. Scepticisme, 2. Hume, 3. Descartes

Anderzijds: 1. Metafysisch, 2. epistemologisch, 3. conceptueel. Zie ook: https://filosofie.gruijthuijzen.nl/scepticisme-par-1-2-antwoorden/

  1. Wie is volgens Sextus Empiricus een “dogmaticus”?

Mensen die een vastomlijnd geloofsartikel, leerstelling/geloofsleer aanhangen.

  1. Leg uit wat epochè betekent.

Opschorten. Wanneer er sprake is van “gelijkwaardigheid van revaliserende opvattingen” (Isothenie) dan is het irrationeel om uit een van deze gelijkwaardige opvattingen te kiezen. Het is dan zaak om het oordeel, de keuze, uit te stellen/op te schoren (epoche).

  1. Leg het verband uit tussen opschorten en onverstoorbaarheid
    (Waarom is voor de Pyrronist het geen kwelling om sceptisch te zijn? Gebruik in je antwoord het begrip isothenie.)

Door het opschorten van het oordeel omdat er sprake is van isothenie, hoeft de mens geen keuzestress te hebben. De keuze wordt namelijk opgeschort totdat er voldoende duidelijke informatie is.

Het nadeel is keuzezwakte. Toch maken mensen veelal op emotionele gronden toch een keuze.

  1. Hoe denkt de scepticus over goed en kwaad en het vellen van een oordeel?

Ik zou zeggen dat het opschorten van een oordeel wellicht niet ervoor zorgt dat er geen keuze wordt gemaakt, maar dat het oordeel wordt uitgesteld. Ik zou op zich wel kiezen, maar met oog voor een toekomst die richting een andere keuze uitwijst. Hier moet je dan ook altijd voor open staan. Wanneer we toch finale keuzes maken zonder alle informatie te hebben, dan vervliegt neutraliteit. De vraag is of dat eerlijk is…

  1. Leg aan de hand van Buridans gedachte experiment, het begrip keuzestress uit.
    Bekijk desnoods: https://www.youtube.com/watch?v=bOp1_LIYvmk

Als we overal bewust moeten kiezen, hoe kunnen we dat dan doen? Waar vinden we de motivatie om de beste keuze te maken? Hoe kunnen we alles precies weten? En als twee keuzes even belangrijk zijn, dan kan ik toch nooit kiezen? Dat zou mijn ondergang zijn.

  1. Leg de vijf tropen uit de originele tekst “hoofdlijnen van het pyrronisme” uit.
  1. Onenigheid: als we niet kunnen beslissen, blijven we opschorten.
  2. Regressus ad infinitum: Je kunt oneindig blijven doorvragen. Ieder bewijs heeft weer een ander bewijs nodig.
  3. Relativiteit: Voorwerp wordt door zintuigen waargenomen en voorwerp wordt altijd samen met andere voorwerpen bekeken.
  4. Veronderstelling: een regressus ad infinitum doorbreken door simpelweg iets (axioma/dogma) aan te nemen
  5. Cirkelredenering: het te onderzoeken probleem wordt bevestigd door een bewijs dat uit dit probleem voortkomt. God bestaat, omdat dat in de Bijbel staat. Maar wie zegt dan dat de bijbel bestaat? Ja, dat zegt God. Maar wie zegt dat God bestaat? Ja, de bijbel.
  1. In hoeverre sluiten de vijf tropen aan bij Agrippa’s Trilemma?

De tropen 2, 4 en 5 sluiten direct aan bij Agrippa’s Trilemma. Zie ook de powerpointpresentatie!

  1. Vind je het waard om voor het doel, de onverstoorbaarheid, te streven?

Eigen mening

Scepticisme – par. 1.4 – vragen

  1. Leg uit welke drie niveaus van twijfel Descartes onderschrijft.
  2. Waarom is Descartes “bang” voor een Genius Malignus en wat bedoelt hij met systematisch vergissen?
  3. Leg de begrippen “Epoche” en “Hyperbolische twijfel” uit.
  4. Wat betekent de Latijnse uitspraak “Cogito Ergo Sum” letterlijk?
  5. Leg het verschil uit tussen Res Cogitans en Res Extensa.
  6. Wat zijn de meest eenvoudige beelden volgens Descartes? Wat is het verschil met meervoudige beelden?
  7. Leg de drie niveaus van de tegengestelde beweging uit.
  8. Leg het ontologisch Godsbewijs van Anselmus uit. Waarom is dit belangrijk voor Descartes? Wat vind je zelf van dit Godsbewijs?
  9. Welke aannames doet Descartes en reflecteert op deze aannames. Vertel hoe je over deze aannames denkt.