Scepticisme – par. 3.4 + 3.5 – vragen

  1. Wat wordt bedoeld met het contextualisme?
  2. Moore draait het basisargument van het scepticisme om (pagina 87). Wat is het basisargument van het scepticisme en in hoeverre draait Moore dit argument om?
  3. Werk uit hoe Moore reageert op het droomargument van Descartes. Verwerk in je antwoord ook het concept van het gezonde verstand.
  4. Waarom hangt het “weten dat” af van de context waarbinnen met “weet dat”? Leg tevens uit wat de kerngedachte is van het contextualisme (pag. 89). Verwerk in je antwoord de omstandigheden binnen een gegeven context en de lage en hoge eisen die we stellen voor het “weten dat”.
  5. Bekijk Ames Room (pag. 88). Waarom is de correspondentie met de feiten als waarneming niet voldoende?
  6. Wat wordt bedoeld met het relevantisme?
  7. Leg uit wat de kerngedachte van “gewone-taal-filosofie” is.
  8. Wanneer is genoeg genoeg? (Pag. 91). Hoe ver moeten we gaan in het uitsluiten van sceptische alternatieven?
  9. Wat is het verschil tussen het contextualisme en relevantisme?

Scepticisme – par. 3.3 – antw.

  • Waar staat de correspondentietheorie voor? Waar gaat deze theorie vanuit?
    De correspondentietheorie gaat uit van het idee dat de feiten moeten “corresponderen” met de feiten. Het klinkt bijna te vanzelfsprekend voor woorden. Iets is pas waar als het “klopt” met de feiten. Maar soms denken we dat iets waar is, maar in werkelijkheid correspondeert datgene waarvan we denken dat het correspondeert met de feiten, niet met de feiten. Dan zijn we wel overtuigd van de correspondentie met de feiten, maar is dat in werkelijkheid niet zo.
  • Wat is het verschil tussen correspondentie en coherentie? Welke vraag speelt bij correspondentie geen rol en bij coherentie wel? Bij coherentie komen feiten voort uit een vooraf gestelde theorie/opvatting. Bij correspondentie is dat niet noodzakelijk.
  • Lees de primaire tekst van Plato, Wat is kennis? (blz. 195-196 uit het Voordeel van de Twijfel). Er zijn drie voorwaarden voor kennis: I. De persoon moet overtuigd zijn en II. Het moet waar zijn. De derde voorwaarde is, in lijn met Plato, de verantwoording of rechtvaardiging. Wat houdt de verantwoordingseis in? Zorg ervoor dat de eis voor verantwoording wordt gelinkt met het uitgangspunt van de -correspondentietheorie. De verantwoordingseis is noodzakelijk om te voorkomen dat onze overtuiging dat iets correspondeert met de feiten ook daadwerkelijk correspondeert met de feiten. De overtuiging moet verantwoord worden. Zoiets als: het is 1 uur, omdat ik nu kijk naar de klok en ik zie dat de wijzers op 1 uur staan.
  • Leg uit waarom het problematisch is, op basis van het voorbeeld van Russells klok, om uit te gaan van de verantwoordingseis als derde voorwaarde voor kennis? Het is in het geval van de klok noodzakelijk om alternatieve gedachte-experimenten uit te voeren van mogelijke andere overtuigingen/ideeën/feiten die wellicht ook corresponderen met de feiten maar de eigen overtuigingen weerleggen. Stel bijvoorbeeld vragen als: Is er een wereld mogelijk waarin de klok toevallig op 1 uur staat, maar dat deze klok niet goed loopt of kapot is? Dit soort tegenfeitelijke gedachte-experimenten kunnen voorkomen dat we iets verantwoorden en voor “waar” aannemen dat als zodanig niet waar is.
  • Welke eis stelt Robert Nozick voor in plaats van de (klassieke) verantwoordingseis? Waar gaat deze eis vanuit? Verwerk in je antwoord de noodzaak om een tegen-feitelijk gedachte-experiment uit te voeren. Haal desnoods nog paragraaf 1.7 (blz. 40) er nog eens bij. De waarheidsgevoeligheidseis. Nozick stelt voor om tegenfeitelijke gedachte-experimenten uit te voren. De vraag is natuurlijk hoeveel experimenten relevant zijn. Zo kun je toch weer eindeloos doorgaan.