Filosofie & Economie – week 1

1. Economie (oikonomos)

In onze tijd geven we een aparte status aan ondernemers (handelaren). De vrije markt zorgt ervoor dat ondernemers over de grenzen van de polis, de staat en het land over de hele wereld kunnen handelen. Plato stelt dat dit zorgt dat slechts bepaalde mensen rijk worden en dat door de handel vreemde invloeden van buiten naar binnen komen. Geld verdienen met geld noemt Aristoteles later chrematistiek: de geldvermeerderingskunst. Aristoteles zal later beargumenteren dat de geldvermeerderingskunst de samenleving (polis) ondermijnt en de politici haar greep verliezen op de samenleving. De geldvermeerderingskunst gaat namelijk verder dan de grenzen van de stad (vrije markt/globalisering). Volgens Aristoteles staat de chrematistiek linea recta tegenover de oikonomos. Oikonomos staat voor zorg (nomos) voor de huishouding of het huis (oikos). Het begrip economie (oikonomos) betekende oorspronkelijk dus “zorg voor de huishouding” en was aan de regels van de polis en politiek gebonden. Tegenwoordig leven we in een vrije markt, waarbij het woord economie meer wegheeft van chrematistiek dan van haar oorspronkelijke betekenis. Wellicht ondermijnt de vrije markt en daarmee de chrematistiek (geldvermeerderingskunst) het politieke leven en democratieën: https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/het-is-de-vraag-of-de-huidige-vorm-van-wereldvrijhandel-onze-samenlevingen-en-onze-geopolitieke-positie-ten-goede-komt~b1e7053b/. Denk hierbij aan de handelaar die voorbij de eigen grenzen van de stad en zijn of haar medeburgers vooral voor zichzelf en de eigen ontwikkeling geld wil verdienen. De ontwikkeling van het eigen subject ondermijnt mogelijk het samen leven en het Goede Leven. (Voor meer diepgang (en de gevaarlijke weg van Heidegger, via Plato richting het Nazisme -> zie Heidegger, pagina 62 en zijn concept van Dasein en het gevaar van het collectiviteitsdenken). In ieder geval kan Nederland niet meer zonder andere landen. Militair, maar ook technologisch (tv’s, auto’s, machines, voedsel, etc.) zijn we niet meer zelfvoorzienend (autarkisch van autarkeia). Deze afhankelijkheid zorgt ervoor dat we anderen wel moeten toelaten. De vraag blijft hoe om te gaan met het vreemde zonder aan politieke macht en eenheid te tornen.

2. Moderniteit – manier van denken


Hiërarchie: rangorde ( http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/hierarchie)
Formaliteit: volgens de afgesproken vorm (form)
Rationaliteit: berekenbaarheid, methodologisch, reflexiviteit (makkelijk te verliezen -> risico om verloren te raken in een calculerende en betekenisloze routine).
Systeem/instituties/organisatie: gedeelde en afgesproken normen en waarden die in een gestructureerde vorm worden gegoten.
Sociale stratificatie: mensen leven samen (sociaal) en passen zich aan (socialisatie). Stratificatie betekent dat mensen in lagen worden ingedeeld. De ene heeft een belangrijke en hoge functie in de groep en de ander een lage. Op de manier wordt op sociaal niveau de mens gestructureerd in een maatschappij met hoge en lage treden.
Macht/politiek: politiek draait om de verdeling van macht. Wie macht heeft, kan de eigen normen en waarden vertalen in de (her)vorming van bestaande systemen/instituties.
Politieke partijen: groepen mensen die met macht aan de slag gaan.
Klassen: sociale groepen in de samenleving. Bijvoorbeeld de sociaal zwakkeren en de hoge middenklasse.
Status: Hoe wordt naar iemand gekeken vanuit de groep? Status kun je jezelf niet opleggen, maar wordt gegeven.

3. Economische rationaliteit

Homo Economicus: algemeen – quasi-Latijn: veronderstelling dat de mens economische handelt. Hiermee wordt bedoeld dat de mens rationeel, efficiënt en logisch denkt en handelt. ‘de calculerende burger’ is een synoniem. Voor het doorrekenen van modellen is het gemakkelijk de mens als rationeel te veronderstellen. De tegentheorie van de ~ beseft dat een mens soms ook irrationeel handelt, of handelt naar een onderbuikgevoel, bijvoorbeeld impulsaankopen, merkentrouw, aankopen in een kwade of goede bui, etc. Al in de jaren 30 vorige eeuw won deze tweede zienswijze het onder economen: de mens handelt om zijn behoeften te bevredigen, en deze behoeften zijn subjectief.
(https://www.economischwoordenboek.nl/?zoek=homo%20economicus)

Rationaliteit: berekenbaarheid, methodologisch, reflexiviteit (makkelijk te verliezen -> risico om verloren te raken in een calculerende en betekenisloze routine).

Homo Economicus: de mens die op rationele, methodologische en berekenende wijze de zorg voor de huishouding om zich neemt.

Echter, de mens is niet puur rationeel, methodologisch en berekenend en de mens handelt soms ook uit moraliteit. De mens is gebonden rationeel (bounded rationality) en daarnaast koopt de mens niet alleen rationeel en berekenend, maar ook gewoon bij een familielid, vriend of buurman (of buurvrouw) omdat deze persoon hierbij een fijn gevoel krijgt. De zorg voor de huishouding is niet alleen een financieel plaatje, maar ook een plaatje van gevoel en vertrouwen. Deze zorg is ook niet alleen maar gebouwd op eigen belang.