Ethiek – par. 2.3

  1. Wie is de grondlegger van de deontologie?
  2. Waarom wordt deontologie ook wel plichtenethiek genoemd? Wat is de maatstaf binnen de deontologie/plichtenethiek?
  3. Wat is het verschil tussen de maatstaf van het consequentialisme en de plichtenethiek? Werk dit uit aan de hand van een persoonlijk voorbeeld.
  4. Hoe luidt Kants categorische imperatief? Waar staat het begrip “maxime” voor?
  5. Waar staat deze imperatief voor en waarom sluit deze aan bij de plichtenethiek en de principiële maatstaf?
  6. Ben je het eens dat Kants morele integriteit resulteert in moreel narcisme? Maak aan de hand van je antwoord duidelijk op de hoogte te zijn van de begrippen morele integriteit en moreel narcisme?