Meta-ethiek (3) – ant.

  1. “A sentence is truth apt if there is some context in which it could be uttered (with its present meaning) and express a true or false proposition. Sentences that are not apt for truth include questions and commands, and, more controversially, paradoxical sentences of the form of the Liar (‘this sentence is false’); or sentences (‘you will not smoke’) whose apparent function is to make an assertion, but which may instead be regarded as expressing prescriptions or attitudes, rather than being in the business of aiming at truth or falsehood.” 
    (https://www.oxfordreference.com/view/10.1093/oi/authority.20110803105953845
    Een uitspraak/moreel statement is “truth-apt” wanneer er 1. een context is waarin deze uitspraak betekenis heeft en 2. deze uitspraak een goede of foute propositie vertegenwoordigt. 
    Geef een voorbeeld van een truth-apt uitspraak.
    3+3=6 (context = wiskunde & uitspraak is juist)
    3+3=7 (context = wiskunde & uitspraak is onjuist)
    In beide gevallen is er 1. een context en 2. een uitspraak die juist of onjuist is.
  2. Waarom zijn commando’s geen truth-apt uitspraken? Deze worden opgelegd en zijn niet juist of onjuist. De vraag of deze juist of onjuist is, is irrelevant.
  3. Hoe komt het dat met name bij morele statements de vraag of iets goed of fout is, nadrukkelijk een rol speelt? Omdat morele statements moeilijk te reduceren zijn tot logica. De goede keuze is niet altijd helder en komt voort uit menselijke overweging.
  4. Wat is het verschil tussen cognitivisme en non-cognitivisme? Verwerk in je antwoord de begrippen “truth-apt” & “emotionele afkeer (dissaproval).
  5. Geef een eigen voorbeeld waaruit het verschil tussen cognitivisme en non-cognitivisme duidelijk wordt. Verwerk in je antwoord de volgende elementen: i. Een onderwerp, ii. Een aanname of geloof betreffende dit onderwerp en iii. de eigenschap van goedheid of slechtheid betreffende de aanname betreffende het onderwerp.
    Ik zou het verschil benadrukken tussen “de wil naar waarheid” en “waarheidsvinding”. Wanneer het gaat om het toestaan van abortus (onderwerp) dan zijn er verschillende aannames.
    De ene zal zeggen dat het ongeboren kind rechten heeft en de ander zal zeggen dat de vrouw de baas is over het eigen lichaam. Laten het geloof in het recht van het ongeboren kind nemen. Vanuit dit geloof is het plegen van abortus moord op het ongeboren kind en dus slecht. De vraag is, vanuit de meta-ethiek, niet zozeer of we het eens zijn met dit geloof (en welke ethische stroming we omarmen om een antwoord te vinden op de morele vraag naar abortus). De vraag is of ieder geloof, ongeacht wat iemand gelooft, het gevolg is van een cognitieve, dus: rationele keuze (denken) of dat dit denken achteraf pas verzonnen is en dat de mens allereerst intuïtief handelt (non-cognitief) en achteraf pas de rationele keuze eromheen fantaseert/bedenkt.
  6. Eigen mening: Welke van de twee stromingen zijn volgens jou het meest overtuigend als het gaat over de wijze hoe mensen het leven al dan niet zo goed of zo slecht mogelijk leven?