Meta-ethiek (2) – vragen

  1. “A sentence is truth apt if there is some context in which it could be uttered (with its present meaning) and express a true or false proposition. Sentences that are not apt for truth include questions and commands, and, more controversially, paradoxical sentences of the form of the Liar (‘this sentence is false’); or sentences (‘you will not smoke’) whose apparent function is to make an assertion, but which may instead be regarded as expressing prescriptions or attitudes, rather than being in the business of aiming at truth or falsehood.”
    (https://www.oxfordreference.com/view/10.1093/oi/authority.20110803105953845)
    Een uitspraak/moreel statement is “truth-apt” wanneer er 1. een context is waarin deze uitspraak betekenis heeft en 2. deze uitspraak een goede of foute propositie vertegenwoordigt.
    Geef een voorbeeld van een truth-apt uitspraak.
  2. Waarom zijn commando’s geen truth-apt uitspraken?
  3. Hoe komt het dat met name bij morele statements de vraag of iets goed of fout is, nadrukkelijk een rol speelt?
  4. Wat is het verschil tussen cognitivisme en non-cognitivisme? Verwerk in je antwoord de begrippen “truth-apt” & “emotionele afkeer (dissaproval).
  5. Geef een eigen voorbeeld waaruit het verschil tussen cognitivisme en non-cognitivisme duidelijk wordt. Verwerk in je antwoord de volgende elementen: i. Een onderwerp, ii. Een aanname of geloof betreffende dit onderwerp en iii. de eigenschap van goedheid of slechtheid betreffende de aanname betreffende het onderwerp.
  6. Eigen mening: Welke van de twee stromingen zijn volgens jou het meest overtuigend als het gaat over de wijze hoe mensen het leven al dan niet zo goed of zo slecht mogelijk leven?

Meta-ethiek (2) – antw.

  1. Waar staat het begrip “meta” voor? Het begrip “meta” kan op verschillende manieren vertaald worden. Denk hierbij aan: na, voorafgaand, voorbij, overstijgend, funderend. Een meta-perspectief is altijd een perspectief gericht op datgene wat na, vooraf, voorbij gaat aan iets. Of zelfs het “iets” een fundament geeft of overstijgt.
    Een metamorfose komt van de begrippen meta + morph (na de verandering).
    Metafysica komt van de begrippen meta + fysica (dat was na, vooraf, voorbij de natuur gaat, dat wat de natuur een fundament geeft). Denk hierbij aan bijvoorbeeld het idee dat de natuur alleen bestaat voor zoverre mensen betekenis geven aan de natuur. Wat zou de betekenis zijn van de natuur zonder het bestaan van mensen? Dan zou de natuur voor mensen (aangezien ze niet bestaat) geen betekenis hebben? De mens gaat dus vooraf aan de natuur in die zin dat de mens betekenis geeft aan deze natuur. Metafysica zou je kunnen zien als een poging om te kijken wat vooraf gaat aan de natuur, zoals de mens en zijn betekenisgeving aan de natuur in taal, gevoelens, geloof/religie, etc. Wat is er het eerst? De natuur of de mens die de natuur (in woorden, gevoelens, etc.) betekenis geeft en daarmee tot begrip voor gesprek brengt?
    Fysica, natuurkunde, onderzoekt de natuur. Metafysica kijkt naar wat er vooraf gaat aan de natuur (mens, ruimte, tijd, taal, etc.).
  2. Waar gaat meta-ethiek over? Meta-ethiek gaat over het fundament van de ethiek. Dus niet over de bedoeling van verschillende ethische stromingen om een handeling goed of fout te noemen, maar het fundament en daarmee de stromingen die ten grondslag liggen aan de ethiek. Of andersom gedacht. De mens kijkt (achteraf, nadat de stromingen zijn geformuleerd) van boven naar alle ethische stromingen en probeert een fundament te zoeken waar alle stromingen op voortborduren.
  3. Welke drie stromingen worden in het filmpje onderscheiden? 1. Toegepaste ethiek (applied ethisch), 2. Normatieve ethiek en 3. Meta-ethiek.
  4. Leg iedere stroming in eigen woorden uit.
    Toegepaste ethiek (Aristoteles’ deugdenethiek) vertrekt vanuit een praktische situatie. Vanuit deze praktische situatie wordt een antwoord gezocht naar het goede en het kwade.
    Normatieve ethiek vertrekt vanuit het geheel. Wat is het goede (niet zozeer in een praktische situatie) in alle mogelijke situaties? (Utilisme & Kantianisme/deontologie/plichtenethiek).
    Meta-ethiek -> zie vraag 2.