E&F – Week 2

Instituten maken gezamenlijk handelen mogelijk en overstijgen het individu. Dit kan voor sommige individuen dwingend overkomen wanneer het individu zijn of haar zin niet krijgt. Daarnaast kunnen instituten ook te veel of te weinig regelen. Dit is telkens een politieke afweging.

Tevens kunnen instituten ook de manier hoe mensen denken over samen leven beïnvloeden. Zo is het niet ondenkbaar dat instituten bijdragen aan de opkomst van de bureaucraat: een uitvoerend ambtenaar in een bureaucratie ambtenaar die een beleid voert of voorstaat dat centraal geleid wordt door een ambtelijk apparaat/instituut. Een bureaucraat denkt mogelijk eerst aan het beleid en de regelgeving binnen het ambtelijk apparaat / instituut, daar waar andere mensen wellicht geen zin hebben in allemaal regelgeving en formulieren, etc.
(Citaat: “Formal rules and policies” – Youtube – Bureaucracy Max Weber).
Voorbeeld:
Ik: Zullen we een nieuwe app gaan ontwikkelen?
Ontwikkelaar: Te gek! Gaan we doen!
Bureaucraat: Aan welke regels en beleidsmaatregelen moeten we voldoen?

Instituten zijn nuttig, maar daar zijn ook kanttekeningen bij te zetten wanneer instituten resulteren in (te veel) bureaucratie. Denk hierbij aan zaken als hiërarchie, regelgeving, “division of labor”, scheiding van werk en vrije tijd, selectie van personeel op basis van technische kwalificaties (diploma’s, certificaten, ervaring) en niet zozeer op de persoonlijke eigenschappen om met anderen samen te werken of vanuit de gedachte dat iemand kan groeien in een bepaalde functie. Daarnaast komen met regels ook meer juridische zaken en behoefte aan (dure) rechtspraak.