Introductieles 3VWO

1. Wat voor vragen komen er op zo’n toets?
Ik voorzie je hierbij van een aantal voorbeeldvragen uit verschillende toetsen uit leerjaar 4, 5 en 6. Ik hoop wel dat je begrijpt, dat je zonder kennis en studie deze vragen waarschijnlijk niet zo makkelijk kunt beantwoorden. Gemiddeld halen leerlingen een 6,5 en variëren de examenresultaten gemiddeld tussen een 6,3 (vorig jaar) en een 8,2 (twee jaar geleden).
 
In leerjaar 4 krijg je bijvoorbeeld voor het onderdeel Logica de volgende vraag (ik ga het antwoord natuurlijk nog niet geven 😊):

Vraag 1:
In een stadje, laten we het stadje maar Sevilla noemen, woont een kapper, laten we zeggen; een barbier. Dit verhaaltje gaat over de barbier van Sevilla.

Deze barbier is niet zo geliefd bij het stadsbestuur; de bestuurders zien hem liever gaan dan komen. Dit stadsbestuur doet de barbier een doortrapt voorstel: hij moet voortaan tegen een gigantisch jaarsalaris uitsluitend alle mannen in Sevilla die zichzelf niet scheren, scheren.  Als hij dat doet zal hij een riant jaarsalaris verwerven, maar houdt hij zich niet aan de opdracht, dan zal hij de stad uit moeten…… Gretig stemt de barbier toe. Hij ziet een zorgenloze oude dag voor zich. Midden in de nacht vlucht hij echter de stad uit ……… Weet jij waarom?

In leerjaar 5 krijg je bijvoorbeeld wetenschapsfilosofie. Een van de zes vragen op de toets was vorig jaar:
Vraag 7. Overweging
Overweeg het volgende statement: Wetenschappelijke kennis is nauwkeurig opgebouwd met behulp van de natuurwetenschappelijke methode. Objectieve kennis over de natuurlijke wereld is gebaseerd op feiten die ons gegeven zijn op basis van gekleurde observaties en gebonden zijn aan wetenschappelijke theorieën. Wetenschappelijke theorieën zijn voortgekomen uit feiten en logische redenering.

  1. Hoe zou Thomas Kuhn reageren op dit statement? Welke kritiek zou hij leveren? Reageer specifiek en helder.
  2. Hoe zou Paul Feyerabend reageren op dit statement? Welke kritiek zou hij leveren? Reageer specifiek en helder.
  3. Als iemand je zou vragen naar een demarcatiecriterium, wat voor antwoord zou je dan geven?

In leerjaar 6 krijg je het thema “De vrije markt & het goede leven”. Een van de vijf vragen op de laatste toets was:

Nederlandse groei overtreft die van alle buren: Duitsland niest, maar Nederland is nog niet verkouden De Nederlandse economie groeit lekker door, harder dan in Frankrijk en België. En dat terwijl in Duitsland een recessie dreigt. Kan het idee dat Nederland economisch gezien een deelstaat is van Duitsland bij het oud vuil? Peter de Waard14 augustus 2019, 17:17

Vraag 1: Bespreek en bekritiseer vanuit Nussbaums “capabilities approach” de heersende opvatting, zoals onder andere wordt verondersteld in het bovenstaande krantenbericht, dat het bruto nationaal product (BNP) als criterium voor het goede leven kan worden gehanteerd.
– Werk vervolgens alternatieve criteria/dimensies uit voor het goede leven.

2. Is Filosofie levensbeschouwing level 2?
Een van de zes thema’s van filosofie op het VWO is het thema ethiek. Het thema ethiek komt ook terug bij het schoolvak levensbeschouwing. Echter, de filosoof is niet alleen geïnteresseerd in het herhalen van ethische theorieën zoals deze staan omschreven in veel lesboeken. De filosoof probeert het gedrag van mensen te observeren, maar ook vooral duidelijk te krijgen wat mensen doen en waarom ze zich op een bepaalde manier gedragen om vervolgens te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om het “juiste” te doen. Uiteindelijk draait ethiek niet alleen om de ethische theorieën, maar om het persoonlijke onderzoek naar wat het juiste is om te doen. Sommige filosofen zeggen zelfs hele extreme dingen. Bentham zegt bijvoorbeeld dat we altijd moeten streven naar zoveel mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen. Hoe we dat dan moeten doen… dat blijft de vraag. De filosoof Nietzsche zegt zelfs dat wat mij niet ombrengt/doodt, mij sterker maakt. Er valt enorm veel te onderzoeken als het om het juiste handelen en denken van mensen gaat. De filosofen kunnen ons hierbij vooruit helpen en wij mogen op de schouders van deze filosofische reuzen gaan staan!

Je kunt nog veel meer vinden op mijn website: http://filosofie.gruijthuijzen.nl

3. Had Socrates een hekel aan leraren en waarom?
Op wikipedia staat: “En evenals de sofisten vond Socrates het gesproken woord belangrijk, maar met de invulling die hij hieraan gaf zette hij zich juist tegen hen af. De nadruk die sofisten legden op “gelijk krijgen” in plaats van “gelijk hebben”, leidt volgens Socrates tot een cynische opvatting over het leven, waarin waarachtigheid en ethiek ondergeschikt zijn. Het belang dat de sofisten hechtten aan overtuigingskracht en welsprekendheid als doel op zich, verraadt slechts een gebrek aan inzicht in de waarheid in de vorm van objectieve en algemeen geldende maatstaven om het menselijk gedrag aan te beoordelen. De pretentie van de sofisten om leerlingen een juiste levenshouding bij te brengen kan dan volgens Socrates niet worden waargemaakt.” (https://nl.wikipedia.org/wiki/Socrates_(filosoof)#Socrates_en_de_sofisten)

Het woord, het gesprek en de discussie is voor zowel Socrates als de sofist belangrijk. Socrates heeft het niet zo op de sofist. Een sofist wil gelijk krijgen en niet zozeer hebben. De vraag die ik me stel is of leraren ook gelijk willen krijgen, zoals een sofist dat ook graag wil. En zijn alle sofisten leraren en alle leraren sofisten? Ik denk dan aan de leraar die met het boek in de hand en overtuigd van het eigen gelijk, leerlingen vertelt wat “waar” is. Dit type leraar doet alsof het boek of zijn of haar mening heilig is. Alsof de waarheid niet ergens (anders) gevonden kan worden. Een sofist/leraar kan het gelijk ook krijgen door machtsmiddelen in te zetten. Denk hierbij aan de taak van leraren om cijfers uit te delen, voldoendes en onvoldoendes. Socrates zou het uitdelen van cijfers denk ik dit niet vanzelfsprekend vinden. Een cijfer wordt gebaseerd op een antwoordvel en dat antwoordvel moet dan wel echt perfect zijn. Ook ik denk dat het perfecte antwoordvel en het perfecte antwoord niet zo vanzelfsprekend is. Ik zal niet zeggen dat het niet bestaat, want dan moet je beter zoeken. Maar ik wil wel zeggen dat ik tot op heden nog geen perfect antwoordvel gezien heb. Dat wil niet zeggen dat het niet bestaat, maar dat ik mijn oordeel en wens voor het perfecte antwoordvel voorlopig nog moet uitstellen. Door middel van het stellen van vragen probeert Socrates te zoeken naar waarheid (en zo ook bijvoorbeeld het perfecte antwoordvel en de perfecte toets). Hij neemt geen genoegen met makkelijke antwoorden uit boeken van Sofisten die machtsmiddelen, straf en punten inzetten om “gelijk te krijgen”. Socrates wil geen gelijk krijgen. Hij stelt vragen, zodat hij wellicht op een gegeven moment het gelijk heeft gevonden. Gelijk krijgen is iets anders dan gelijk hebben. De filosoof blijft altijd kritisch zoeken naar de waarheid. Een filosofieprofessor zei ooit eens dat de adviseur de waarheid verkoopt alsof hij deze bezit. Deze adviseur leeft van het verkopen van waarheid. De grap is dat deze adviseur om de zoveel jaar een andere waarheid verkoopt. De adviseur lijkt zo vooral op iemand die zijn of haar waarheid wil verkopen en gelijk wil krijgen. De filosoof is niet zozeer een adviseur (al kan de filosoof wel deze rol aannemen), maar iemand die zoekt naar de waarheid.

Dus had Socrates een hekel aan leraren? Wat denk jij? Ik heb dit wel gezegd, maar eigenlijk kun je ook aan mijn uitspraken twijfelen. Iemand die een hekel heeft aan iets of iemand anders, moet toch wel vrij zeker zijn van zijn of haar mening. Ook aan de eigen mening moeten we denk ik twijfelen. Dat is voor veel mensen misschien wel het moeilijkste en het meest leerzaam. Het gaat denk ik niet alleen om wat je weet, maar dat je wil weten. Het gaat denk ik ook niet om hoe slim je bent, maar om hoe slim je kunt worden. Misschien probeer ik jullie ook wel te veel te overtuigen van mijn gelijk. Misschien probeer ik met deze reacties en antwoorden wel te veel mijn gelijk te krijgen en laat ik stiekem zien dat ik zelf een sofist ben (geworden). Een filosoof die na 18 jaar onderwijservaring een leraar is geworden.

4. U vertelde dat filosofen een hekel aan leraren hebben. Toch bent u een filosoof en een leraar. Heeft u ook een hekel aan uzelf?
Haha, ja soms wel 😊. Ik zou deze vraag graag verder willen uitdiepen als dat mag! Laat ik Aristoteles aanhalen. Aristoteles gaf aan dat het goede leven een kwestie is van het juiste midden zoeken tussen twee uitersten. Stel je voor er gebeurt iets ergs op straat. Iemand wordt aangevallen door twee gewapende jonge mannen (mogen ook vrouwen zijn). Ik kan wegrennen en ik kan ook meteen zelf ten aanval gaan. Wat ik van Aristoteles heb geleerd is dat het wegrennen wel een beetje laf is, maar dat het meteen ten aanval gaan erg overmoedig is. Met overmoedig bedoel ik overdreven moedig en wellicht zelfs dom. Het is niet ondenkbaar dat ik zelf het slachtoffer wordt van geweld. Wat is nu het juiste midden, vraagt Aristoteles zich af. Deze vraag, zet mij aan een afweging te maken tussen lafheid en overmoed. Wat is het juiste om te doen? Ik denk dat ik de telefoon zou pakken en 112 zou bellen en ondertussen mensen om mij heen zou vragen dat ook te doen. Samen sta je sterker en daders gaan niet snel een grote groep mensen aanvallen.

Wat heeft dit voorbeeld (we noemen dit ook wel een gedachte-experiment) met de oorspronkelijk vraag te maken? De filosoof Hegel is een van de grondleggers van de dialectiek. Dialectiek is volgens de encyclopedie een “systematische manier van denken die gebruik maakt van een gedachte en het tegenovergestelde ervan om tot een standpunt te komen”. (https://www.encyclo.nl/begrip/dialectiek) Deze definitie is misschien iets te kort door de bocht, maar laten we voor nu even deze definitie hanteren.

Wat zijn dan de tegenovergestelde standpunten/mogelijkheden? In het geval van de aanval, zijn er twee tegenovergestelde mogelijkheden: lafheid en overmoed. Ik weet al vrij snel wat in deze situatie laf en wat overmoedig gedrag is. En vervolgens ga ik nadenken over wat het goede is om te doen.

Ik kom nu tot de kern. Ik ben leraar, een Sofist zoals Socrates zou zeggen, en een filosoof. Het is niet zo dat Socrates, als Godfather van de filosofie, ook meteen alles bepalend is voor de filosofie. Er zijn genoeg filosofen die wel waardering hebben voor de Sofist. Maar je stipt wel een worsteling/tegenstelling aan. Enerzijds wil ik vragen blijven stellen en het wezen van de filosofie en de liefde voor wijsheid recht doen (filosoof zijn) maar anderzijds moet ik leerlingen en studenten ook uitleggen hoe het zit en ze cijfers geven en eigenlijk afrekenen volgens het nakijkmodel wat ik bij elkaar gefantaseerd heb en waarvan ik hoop dat mijn fantasie klopt met wat de eisen zijn van mijn vak en waar iedereen mee kan leven (leraar/sofist zijn). Soms zou ik het liefste hele dagen met mensen al wandelend vragen stellen over van alles en nog wat. Maar aan de andere kant is het ook fijn als we duidelijke regels en doelen hebben, dan weet ook iedereen waar ze aan toe zijn. Ik probeer, geïnspireerd door Aristoteles, iedere dag weer het juiste midden te vinden en ik blijf zoeken… Weet je wat grappig is?
Misschien wordt het duidelijker wanneer we de coach en de leraar op school vergelijken met elkaar. Aan de ene kant staat de leraar die in de les vertelt hoe “het” (zijn vak) zit en aan de andere kant staat de coach die niet vertelt hoe “het” zit, maar die geïnteresseerd in jou als mens vraagt hoe het gaat en wat jij wil en waarom. Zelfs op onze school zie je deze worsteling tussen de coach en de leraar. Begrijp je wat ik bedoel? Misschien is deze worsteling juist ook wel mooi… dan blijven we zoeken en leren! Bij de vraag verderop “Wat is de luis in de pels?” laat ik niet voor niets een foto zien van een worstelend varkentje 😊. Op een gegeven moment kom je erachter dat de filosoof het worstelen leuk vindt. Het is gewoon gaaf om te leren, te denken en vragen te stellen!
(Helaas, dat vind ik persoonlijk, leren we kinderen van jongs af aan af om zelf te denken. Veel kinderen moeten zich al vrij vroeg “gewoon” gedragen. Wist je dat een kind rond het vierde jaar 10x meer vragen stelt per dag dan een kind rond het achtste jaar… jammer toch? Waar is die verbazing en interesse gebleven in het leven, de natuur en de wereld om ons heen? Soms hoor ik ook wel eens van collega’s dat we leerlingen meer “ruimte” moeten geven om zelf te kiezen. Ik ben het daar maar gedeeltelijk mee eens. Ik vind dat we tijdens het opvoeden van kinderen vooral naar ons zelf moeten kijken (reflecteren/spiegelen) en we aan ons zelf moeten vragen hoeveel ruimte we eigenlijk van kinderen willen innemen… dan hoeven we later deze kinderen geen ruimte meer terug te geven. Hetzelfde geldt voor leraren overigens. Vaak hoor ik schooldirecteuren door het hele land de vraag stellen hoe ze leraren zover krijgen dat ze iets gaan doen (ze noemen dit dan teacher leadership of krachtig leraarschap)… Ik denk dan wel eens… iedereen, dus ook leraren, hebben duizenden vragen gesteld… misschien moeten we niet meteen antwoord geven, maar ze de ruimte geven om zelf op zoek te gaan. Laat ze worstelen en omarm het worstelen. De vraag van een schooldirecteur hoe ze leraren zover kunnen krijgen iets te gaan doen, verraadt eigenlijk al dat ze een idee hebben hoe dit “iets” eruit moet zien. Dus stiekem wil zo’n directeur (bewust of onbewust) een bepaalde richting op. Dit geldt denk ik ook voor leerlingen. Hier doe ik dus ook veel onderzoek naar 😊, naar eigenaarschap en teacher leadership).

5. Hoe lang doe je al onderzoeken?
Ik ben ergens in 2011 begonnen met een onderzoek naar krachtig meesterschap. Dit heeft uiteindelijk ook geleid tot een publicatie.

Na deze publicatie ben ik onderzoekscoördinator geworden. Ik zat toen nog niet op het Udens College. Ik heb drie jaar leraren en studenten begeleid tijdens hun (afstudeer)onderzoeken op school. Sinds een paar jaar ben ik ook onderzoekscoördinator op het Udens College. Daarnaast ben ik sinds twee jaar trainer bij Trainees in Onderwijs, waar ik afgestudeerden van de universiteit “train” om een tweejarig universitair leraarsprogramma te doorlopen. Ik train vooral door vragen te stellen met als doel onderzoeksvragen en doelen helder te krijgen. Veelal gaan deze vragen over uiteenlopende schoolontwikkelingsvraagstukken. Daarnaast verzorg ik colleges over ondernemerschap, netwerken en les- en curriculumontwerp. Als laatste verzorg ik de cursus persoonlijk leiderschap waar ik op onderzoeksmatige wijze probeer trainees/studenten daar te krijgen dat ze zelf het heft in handen nemen en “eigenaar” (ik vind persoonlijk het woord eigenaar en eigenaarschap een beetje stom, maar ik hoop dat je begrijpt wat ik bedoel) worden van het eigen leven/leren.

6. Wat is een basisgroep?
Goede vraag. Ik kan hier nog geen helderheid over geven. Ik weet wel wanneer verschillende basisgroepen zijn ingeroosterd. Ik weet ook wel wie aanwezig zijn (mijn coachleerlingen). Ik weet misschien ook wel wat er door een aantal collega’s wordt gedaan tijdens een basisgroep. Maar ik merk ook dat alle leerlingen en leraren de basisgroepen anders invullen. De essentie, de oorspronkelijke vorm, het perfecte idee van de basisgroep heb ik nog niet gezien en/of gevonden. Dit geldt ook voor de perfecte les, de perfecte leraar en/of leerling/ouder, etc.

Ik denk dat de bedoeling van een basisgroep is, dat de leerlingen in een vaste groep de dag samen starten om vervolgens de dag- en weektaken te plannen die zijn opgegeven door de docenten. Daarnaast zal de basisgroep ook wel een sociale functie hebben. Het doel is waarschijnlijk om ervoor te zorgen dat leerlingen samen met de coach een band opbouwen en er een hechte groep kan ontstaan. Het is bekend dat vertrouwen in elkaar ook te maken heeft met de mate waarin mensen met elkaar omgaan. Dus ik denk dat het oorspronkelijke idee (de oorspronkelijke oervorm) is dat we vanuit vertrouwen werken met elkaar naar een hechte groep die de dag opstart. In de praktijk denk ik niet dat dit altijd zo werkt. Wanneer we ook kijken naar het speculaasje, dan zie je dat de uiteindelijke vorm nooit precies past bij de oervorm: de oorspronkelijke bedoeling. Dit kan denk ik ook niet anders. Een aantal dingen wil ik hier wel op zeggen aan de hand van een foto die ik heb gemaakt tijdens een onderwijsconferentie (Eapril) in Tartu, waar ik zelf ook moest presenteren. De onderstaande foto laat zien dat het leren van studenten wordt beïnvloed door de leerlingen waar ze naast zitten. Een aantal dingen weten we uit onderzoek. Leerlingen die niet naar school gaan, scoren soms beter dan leerlingen die wel naar school gaan. Leerlingen die wel naar school gaan maar naast leerlingen zitten die niet gemotiveerd zijn om te leren, halen slechtere resultaten. Aan de andere kant halen leerlingen die naar school gaan en naast gemotiveerde leerlingen zitten, juist betere resultaten. Relaties met medeleerlingen zijn dus enorm belangrijk voor het leren. Dit is een inzicht die mij niet zelden aan het denken zet. Neem nu bijvoorbeeld de filosofieles van woensdag. Een aantal leerlingen waren niet gemotiveerd, waardoor ze eigenlijk voor een aantal andere leerlingen het succes dreigden weg te nemen. Ik vraag me dan na de filosofieles af, wat ik hieraan kan doen als leraar. Een negatieve houding heeft invloed op alle leerlingen. Dit vind ik dan doodsonde. Alle leerlingen verdienen een goede les met een positieve insteek. Alle leerlingen moeten namelijk een goede keuze kunnen maken aan de hand van een interessante en zo compleet mogelijke introductieles. Maar ik weet ook dat het anders kan. Ik heb ieder jaar een groepje enorm enthousiaste filosofieleerlingen die elkaar ophitsen om op natuurlijke wijze beter te worden en meer vragen te stellen! Het tweede wat ik wil zeggen is dat motivatie niet uit de lucht komt vallen. Leerlingen die voelen dat ze iets kunnen, ontwikkelen ook meer motivatie. Ik ben persoonlijk niet zo van het positief coachen, waarbij je altijd zegt dat iets goed is (ook al is het niet zo goed). Ik denk dat ieder kind aanvoelt wanneer een leraar meent wat hij of zij zegt en wanneer niet. Ik denk dat we beter kunnen zoeken naar uitdagingen die voor een leerling niet onmogelijk zijn maar wel tot denken aanzetten en motiveren. En als het dan lukt, dan ben ik niet alleen complimenteus, maar dan kan ik soms zelfs een beetje ontroerd zijn of worden door het mooie werk wat leerlingen hebben geleverd. De filosoof Nietzsche zei ooit eens heel mooi dat de grootste beloning voor de leraar een leerling is die beter wordt dan de leraar zelf!

Ik hoop dus als leraar geïnteresseerd te blijven in onderwijs en ook de ontwikkeling van basisgroepen. Ik wil graag met iedereen die wil hierover in gesprek gaan. Ik vraag me bijvoorbeeld af je vertrouwen in elkaar en het opbouwen van een band alleen tijdens een opstart/basisgroep kunt ontwikkelen of dat dat ook kan tijdens mooie lessen waarbij leerlingen met elkaar aan de hand van een door leraren gestuurde les werken aan een mooi product of idee. Ik denk dat vertrouwen en relatie vele dimensies kennen en vele vormen. Voor mij is die ene vorm (basisgroepen) niet het uitgangspunt, maar het oorspronkelijke idee (vertrouwen en relatie). Ook hier geldt weer de metafoor van het speculaasje. Vertrouwen is de oervorm en het oorspronkelijke idee en een basisgroep is een van de vele vormen. Ik ben niet zozeer geïnteresseerd in de specifieke vorm, maar in de oervorm. In hoeverre stimuleren de basisgroepen op het Udens College het vertrouwen van en de relaties tussen leerlingen en leraren en wat zijn daarbij de belemmerende en stimulerende factoren? Dit zou een mooie onderzoeksvraag kunnen zijn :).

Maar ik blijf dus geïnteresseerd. Althans ik probeer geïnteresseerd te blijven en ik hoop dat me dat aardig lukt. Ik probeer niet te oordelen over bijvoorbeeld een basisgroep. Wat heb ik eraan om iets af te keuren of goed te keuren? Word het onderwijs op het Udens College daar nu echt zoveel beter van? Voel je vrij om hier met mij over in gesprek te gaan. Misschien kunnen we elkaar vooruit helpen!

Een aantal filosofische citaten blijven me altijd bij: “Het niet onderzochte leven is het niet waard te leven”, “Ik ben voor mijzelf een vraag geworden” en “Durf te denken!”.

Laten we onderzoeken wat we onder een basisgroep verstaan en of een basisgroep het oorspronkelijke doel bereikt. Laten we met elkaar niet zomaar in gesprek gaan, maar echt systematisch analyseren waar we staan en wat we willen. Laten we ook ons zelf onderzoeken en specifiek de vooroordelen in positieve en negatieve zin die we hebben over basisgroepen?

Laten we durven denken en ons bevrijden van allemaal ideeën die vooral het denken in de weg zitten.

7. Wat is het NRO?
Ik ben lid van de programmacommissie Lerarenagenda (https://www.nro.nl/onderzoeksprojecten/lerarenagenda/#1501498456991-fa815edb-f32e) binnen het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Het NRO wordt gefinancierd door het Ministerie van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap). Het NRO verdeelt honderden miljoenen euro’s aan onderzoeksgeld aan wetenschappers. Ik zit in een commissie als lid waarbij ik mede bepaal (met 4 andere leden) waar zo’n 10 miljoen per jaar van dat geld naartoe gaat en of het goed terecht is gekomen en wat we kunnen met de publicaties. Gisteren kwam bijvoorbeeld een publicatie uit over het beroepsbeeld van de leraar: https://www.beroepsbeeldvoordeleraar.nl/drieluik/

8. Wat vind je het leukste onderzoek wat je hebt gedaan? Wat voor onderzoeken doe je?
Moeilijke vraag… Ik werk nu voor het vierde schooljaar voor het Lerarenontwikkelfonds (LOF). Het LOF is een door de tweede kamer gefinancierde samenwerking tussen leraren (zonder directeuren enzo 😊). Dit varieert zo van 1 miljoen euro tot 7 miljoen euro per jaar. Leraren mogen zelf mooie dingen gaan maken met elkaar voor de leerlingen en krijgen hier geld voor om daarmee aan de slag te gaan en worden begeleid. Ik heb vier jaar onderzoek gedaan naar de effecten van het LOF op de persoonlijke ontwikkeling van de leraar en op alles wat ze ontwikkelen. Dit was heel interessant. Je kunt alles wat we hebben gedaan tot nu toe hier vinden: https://www.lerarenontwikkelfonds.nl/activiteiten/onderzoek/

Persoonlijk heb ik twee jaar terug heel veel tijd gestoken in netwerken en hoe mensen relaties opbouwen en netwerken uitbouwen en wat het effect is van een school op het netwerk van leraren en hoe scholen kunnen bijdragen aan beter onderwijs door leraren meer ruimte te geven buiten de school interessante mensen te ontmoeten en kennis op te doen. Ik ben zelf wel trots op deze infographic: https://www.lerarenontwikkelfonds.nl/wp-content/uploads/LOF_infographic_netwerken.pdf

Als je hierover nog meer vragen hebt, dan moet je ze zeker stellen. Verder ben ik nu nog bezig met een groot onderzoek naar het proces van innovaties (vernieuwingen). Dit moet ik nog verder uitwerken.

9. Wat??? Wat zie je hier???
Ooit gaf een Amerikaanse filosofieprofessor als toets aan alle leerlingen een wit vel maar daarop een grote zwarte stip en de vraag: Wat zie je?






























Veel studenten antwoorden dat ze een zwarte stip zagen. De filosofieprofessor reageerde teleurgesteld. Het witte vel was voor 95% wit en slechts 5% zwart in de vorm van een stip. Dat wij zo geprogrammeerd zijn, dat we ons focussen op een kleine zwarte stip, maakt ons blind voor alles wat daaromheen is. Dit is misschien wel de kern van de filosofie. We vinden zoveel vanzelfsprekend, dat we eigenlijk niet meer zien hoe iets werkelijk is. Dit geldt natuurlijk ook voor natuurwetenschappen zoals biologie, natuurkunde en scheikunde. Wetenschappers observeren, maar kunnen door alles wat ze weten ook blind worden voor andere manier van kijken naar de werkelijkheid. Wanneer je helemaal gefocust ben op 1 theorie of idee, dan is het maar de vraag of andere ideeën nog opvallen.

10..Heb je de school van Athene in het echt gezien?
Meerdere keren. De laatste keer dat ik in het Vaticaan museum was, was in 2017. Het was toen meer dan 45 graden. Iedere keer ben ik weer onder de indruk van dit schilderij door Rafael, maar ook van de grootste prestaties van de oude Grieken. Sorry voor mij suffe look trouwens 😊.

11. Wat is de luis in de pels?
De luis is de pels symboliseert iemand die lastig is. Natuurlijk zijn filosofen niet lastig omdat ze dat leuk vinden, maar een filosoof kan lastig zijn voor mensen die denken dingen zeker te weten. Zo zullen er vast wel collega’s, ouders, leerlingen etc. zijn die mijn antwoorden en ook deze vragen lastig vinden. Ik vroeg mij bijvoorbeeld zonet af hoe het komt dat zoveel leerlingen het leuk vinden om tijdens een introductieles filosofie via het online Padlet allemaal foto’s te posten met “grappige opmerkingen”. Ik zou graag vragen willen stellen om erachter te komen waarom al deze leerlingen ongeveer hetzelfde doen (posten). Misschien willen ze graag erkenning of gezien worden of vinden ze dit humor. Ik ben altijd geïnteresseerd in hun beweegredenen. Zelfs de meest grove opmerkingen doen mij niet zoveel eerlijk gezegd, omdat ik de leerlingen niet ken. Ik weet dat het veelal pubers zijn en dat dit ook hoor bij de pubertijd. Niets bijzonders op zich, maar dan nog interessant om vragen te stellen. Dus ik denk dat ik binnenkort maar eens wat leerlingen ga vragen waarom ze zich zo gedragen. Misschien leer ik er iets van 😊.

Ik heb dit vaker gedaan en niet alle leerlingen vinden dit altijd meteen leuk. Ze moeten hier in het begin een beetje aan wennen.

Ik vind zelf deze afbeelding wel treffend.

12. ?????? Wat bedoel je met vragen van jeugd?
Ik weet niet precies wat met deze vraag wordt bedoeld, maar ik denk dat het gaat over de reden waarom Socrates, als luis in de pels, de gifbeker dronk en stierf. Socrates stelde vragen over wat veel mensen (sofisten/leraren) vanzelfsprekend vonden. Maar Socrates bleef vragen en de jeugd vond Socrates heel interessant. Jullie zullen ook wel vragen hebben gesteld bij wat veel mensen zeggen. Dat kan ook wel eens vervelend zijn. Omdat velen vonden dat Socrates op deze manier de jeugd op verkeerde gedachtes bracht (terwijl Socrates alleen maar vragen stelde), kreeg hij de doodstraf.

13. Wat betekent corampeerde?
Ik zei “corrumpeerde”. Corrumperen betekent zoiets als bederven (http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/corrumperen). Socrates zou de jeugd corrumperen/bederven met al zijn moeilijke en kritische vragen.

14. Wat is NRO?
Nogmaals: het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek. https://www.nro.nl/

14. Ok boomer
Een boomer refereert volgens mij naar de naoorlogse baby-boomers. Mijn vader is bijvoorbeeld een babyboomer. Hij is 71 jaar oud. Eigenlijk zijn, mijns inziens, mensen jonger dan 65 jaar geen boomers. Boomers komen ook uit een specifieke tijd. Ik ben 40 jaar. Ik ben van de generatie X uit 1979. Ik ben dus niet geboren tussen 1945 en 1955.
Maar wellicht is een boomer wel een idee. Een fantasie wellicht. Het idee van de oude witte man (dat hoor je wel eens). Als de boomer een oude, witte man is, dan moet dit denk ik van te voren wel helder worden uitgelegd. Waarom? Want anders kan een boomer alles zijn wat we willen dat het is. Een boomer kan ook iemand zijn die van kantklossen of breien houdt. Wanneer een boomer alles kan zijn, dan is het dus eigenlijk niks. Je zegt dan niks zinnigs. Je klets dan een beetje uit je nek 😊. Ik ken je niet dus ik neem jouw opmerking serieus en ga er dus ook op in… ik ben niet naïef, ik voel best wel aan dat je gewoon grappig wilt zijn 😊.  

De uitspraak “Ok boomer” staat misschien wel symbool voor de fantasierijke jeugd die graag een hele groep mensen belachelijk wil maken door deze mensen enigszins te beledigen door te wijzen naar de grijze haren en de leeftijd. Misschien wel een manier om te zeggen dat de boomer niet meer belangrijk is of relevant. Sorry, ik heb niet het gevoel dat ik irrelevant ben… Maar daarover mogen we in gesprek gaan met elkaar. Lijkt me heel interessant! Ik zou graag een filosofisch essay willen lezen met als titel: “Waarom Gruijthuijzen een volstrekt irrelevante boomer is”. Ik kijk uit naar het essay!

15. Is dit de laatste donderdag van de week?
Moeilijk vraag 😊. Allereerst zullen we moeten duiden wat we met het woordje “de” bedoelen. “De” is niet “deze”. “De” kan refereren naar iets algemeen: week als idee of de een en echte week… de week der weken! Verschillende taal-filosofen (Russell en Quine) hebben zich eindeloos beziggehouden met alleen al het woordje “de” :). Ik denk eerlijk gezegd dat er nog meer weken zullen volgen en dat de donderdag van vandaag niet de laatste donderdag zal zijn van alle weken die zijn geweest en alle weken die nog gaan volgen. Ervan uitgaande dat de donderdag begrepen moet worden als een van de 7 dagen in de week. We accepteren dan wel de roots uit het Sanskriet, Babylonië en het oude testament. Deze zeven daagse week heeft diep-christelijke roots… Dat verraadt wellicht al dat we allemaal gewend zijn geraakt aan een basis die oorspronkelijk duizenden jaren geleden is gelegd. Er waren (en er zijn) nog steeds culturen die niet met een zeven daagse werkweek werken.

Dus moeilijke vraag. Het ligt er wel aan wat je onder week verstaat en als we weten wat een week is, dan is het in deze vraag nog niet duidelijk welke week precies… Gaat het nu om de week van 2 februari tot en met 8 februari of om een andere week? Of gaat het om een meer vanuit de school en het werk gebaseerde week. Mensen die werken of naar school gaan en minder met God hebben beginnen de week meestal op maandagen. Dan zou je onder week 3 t/m 9 februari verstaan.

Kortom… ik weet niet of dit antwoord bevredigend is, maar ik moet je eigenlijk vooral nog veel vervolgvragen stellen voordat ik met enige zekerheid deze vraag kan beantwoorden 😊. Maar je bent altijd welkom om jouw vraag verder te onderzoeken!

16. Waar denken jullie allemaal over bij filosofie?
Een filosoof kan over (bijna) alles nadenken. In iedereen zit wel een filosoof. Iedereen is wel op een of andere manier ergens in geïnteresseerd. Dat is juist het mooie van filosofie. Over alle onderwerpen kunnen we nadenken. Het ene onderwerp interesseert mij persoonlijk net iets meer dan het andere onderwerp en eigenlijk vind ik dat jammer. Waarom vind ik dat jammer? Omdat mijn voorkeuren voor bepaalde onderwerpen ook verraden wie ik ben en er ook voor kunnen zorgen dat ik blind ben voor interessante onderwerpen die juist voor mij leerzaam zouden kunnen zijn, maar waar ik niet meteen op kom. Soms schrijf ik mij dan ook in voor cursussen (Boschlogie of online MOOC’s zoals Coursera) waar ik geen beeld bij heb… misschien kom ik iets interessants tegen 😊.

Tijdens de gastles heb ik nagedacht over een speculaasje, maar ik denk ook na over onderwijs, pedagogiek, politieke en sociaal-maatschappelijke thema’s en wetenschappelijke inzichten op talloze gebieden.

Gisteren gaf ik een gastles en twintigtal leerlingen vonden het achteraf leuk om op de online padlet talloze grappige en beledigende reacties te plaatsen. Ik vind dat oprecht interessant. Ik ga dan op zoek naar onderzoeken over ontwikkelingspsychologie (Piaget, Vygotsky, Kirschner). Ik probeer dan ook te zoeken naar neurowetenschappelijke inzichten (prefrontale cortex, puberbrein) en naar onderwijsfilosofische posities (Biesta & Branssen). Ik probeer zo onderzoekend te duiden waarom zoveel “grappige leerlingen” ten koste van de grote meerderheid die graag een les filosofie volgt, zichzelf niet kan beheersen. De vaak weinig originele grappige en beledigende reacties, blijken niet zelden het gevolg te zijn van wat de filosoof Nietzsche de dierlijke instincten noemt en wat breinwetenschappers de nog niet volgroeide pre-frontale cortex wellicht noemen. Sommige pubers hebben moeite zichzelf te beheersen. Dit hoort bij het puber-zijn. Ik vind dat mooi om te zien, maar ook jammer voor de meerderheid die graag geïnteresseerd is. Op de manier voelen sommige leerlingen zich uitgesloten en durven ze denk ik minder snel te reageren…

Dat is dan weer jammer. Dus de eerste les (woensdag) was voor mij een experiment. Ik heb de les van donderdag aangepast en langzaam kom ik tot de beste les. En nu ik aan het schrijven ben, besef ik me dat ik weer iets geleerd heb… geweldig toch?

17. Is Mark Zuckerberg een robot?

Moeilijke vraag. Ik ken Mark Zuckerberg niet persoonlijk. Ik heb hem als mens nog nooit werkelijk geobserveerd. Wat ik van het idee “Mark Zuckerberg” weet, is dat hij de oprichter is van het sociale medium Facebook en dat hij via Facebook enorm veel kennis/big data heeft over 1 miljard FB-leden. Dit maakt van hem een machtig persoon. Maar ik ken hem alleen als idee via de digitale wereld. Dus in dat opzicht is hij wel een soort van robot. Maar nogmaals, ik kan niet in zijn geest kruipen. Ik weet niet hoe of wat hij nu, gisteren of morgen denkt. Dus de vraag of hij een robot is, blijft een complexe vraag. Wederom het onderzoeken waard.

18. Wanneer is het wiekent?
Wat bedoel je met “wiekent”?

19. Denkt u ook na over vragen als, is de aarde plat of rond?
De laatste wetenschappelijke inzichten geven aan dat de aarde rond is 😊. Maar als je het water weg zou halen, dan krijg je een rotsblok. Dus, tsja… wat is de aarde? Ik zou zeggen gewoon rond. De aarde ziet er plat uit in onze verbeelding en ik denk dan dat dit wel interessant is. Onze verbeelding kan ons bedriegen.
Bij Kenleer gaan we dit vraagstuk ook behandelen. Kijk eens naar deze website: https://www.bodyworlds.nl/nl/blog/blauw-zwart-of-wit-goud-wij-vertellen-je-hoe-het-zit/
Vraag eens aan verschillende mensen hoe zij de jurk zien. Is de jurk blauw- of goudkleurig?

20. Vinden alle filosofen speculaasjes interessant? Waarom denk u zoveel na over speculaasjes?
Haha, ik probeer zelf altijd op zoek te gaan naar iets interessants… Ik denk dat het speculaasje (van specere/zien) als spiegel van de oorspronkelijke vorm, wel paste bij de introductieles die jullie hebben gehad. Wat ik wilde aangeven is dat speculaasje interessant kan zijn, maar dat er natuurlijk nog veel meer is. Het speculaasje staat voor mij symbool voor eigenlijk alles wat er bestaat en waar we ons mee bezig kunnen houden. Persoonlijk ben ik ook heel erg geïnteresseerd in muziekfilosofie. Ik houd namelijk heel erg van muziek. Verder vind ik economiefilosofie, politieke filosofie, wetenschapsfilosofie, logica en kenleer heel erg interessant. De laatste jaren, ook omdat ik onderzoek doe naar onderwijs, ben ik me ook veel gaan verdiepen in onderwijsfilosofie. Het speculaasje is slechts een voorbeeld van alles waarover de filosoof zich mag en kan verwonderen!
(Misschien denk ik wel gewoon veel na over speculaasjes, omdat ik speculaasjes heel erg lekker vind :)).

21. Denken filosofen over alles te veel na?
Tsja, een filosoof probeert altijd te definiëren waar de vraag over gaat. Wat is “te veel”? Dat blijft voor mij een beetje onduidelijk. Maar als je wilt dat ik hier persoonlijk antwoord op geef, dan wil ik je misschien een ander inzicht geven. Ik denk niet dat ik te veel over iets na kan denken. De menselijke interesse en fantasie, en zo ook die van mij, is denk ik ongrijpbaar, eindeloos en onuitputtelijk. De schoonheid van de verbeelding en de fantasie wordt heel mooi weergegeven, vind ik, in dit fragment uit de film “The Neverending Story” (veel van jullie ouders zullen deze film wel kennen).

Wanneer wordt het denken “te veel”? Ik denk dat ik te veel nadenk wanneer ik over dingen moet nadenken waarover ik helemaal niet wil nadenken. Ik denk dan aan verplichtingen die ik heb als leraar zoals veel nakijkwerk. De gedachte alleen al dat ik veel na moet kijken, zorgt er misschien wel voor dat ik het nakijkwerk ga uitstellen of dat ik me te druk ga maken over al het werk wat ik nog moet gaan doen. Ik denk dat leerlingen dat ook wel eens hebben wanneer ze toetsen moeten maken en veel moeten gaan leren. De gedachte aan het leren van de toets belemmert soms het leren van de toets of zorgt misschien wel voor een overspannen reactie. Ik heb eigenlijk al vrij snel geleerd om hiermee om te gaan door mijn leven en werkzaamheden zo te organiseren dat ik niet te veel hoef na te kijken en niet te veel klassen heb. Daarnaast ben ik gaan zoeken naar manieren om toetsen na te kijken samen met leerlingen om zo van elkaar te leren. Dan lijkt het net alsof het nakijken niet iets is wat moet, maar wat we samen aan het doen zijn… en dat geeft dan weer energie.

Dus om terug te komen op de vraag. Ik denk dat de filosoof vrij moet proberen te zijn, dus ook vrij van verplichtingen of ander moet proberen deze verplichtingen zo te draaien dat het positief is en energie geeft en leuk is om over na te denken. Dit beschouw ik wel als een sport. Vaak lukt het en soms niet… Wist je dat het woord school, bij de oude Grieken “vrije tijd” betekende? Niet vrij om niks te gaan doen, maar vrij om niet te hoeven werken. Kinderen werden door de huisslaaf, de pedagoog (het woord pedos betekent kind en agoog betekent brengen, naar een vrije plek (school) gebracht. Hier konden kinderen zich vrij ontwikkelen en leren zonder te moeten werken en zonder verplichtingen.

22. Wat als je graag van de muur eet?
Dan adviseer ik je naar het sprookjesbos te gaan in de Efteling en dan specifiek naar Hans en Grietje.

23. Wat is phillozophie????????
Ik neem aan dat je filosofie bedoelt. Filosofie is een combinatie van het woord “filos” en “sofia”. Filos betekende voor de oude Grieken “liefde voor” of “houden van”. Tegenwoordig gebruiken de moderne Grieken het woord filos wanneer ze het over een vriend hebben. Sofia betekent wijsheid. De filosof houdt dus van wijsheid.

Ik heb dit ook proberen te leggen tijdens de introductieles. De presentatie die ik tijdens deze les heb laten zien, kunnen jullie hier vinden: https://filosofie.gruijthuijzen.nl/wat-is-filosofie/

24. Is er een mogelijkheid om iets met Filosofie te doen op de HAVO?
Helaas wordt filosofie niet aangeboden op de/het HAVO op het Udens College. Maar ik heb ieder jaar wel 1 of 2 leerlingen die naast het HAVO-pakket toch nog ruimte vinden om filosofie te volgen samen met de VWO leerlingen. Ik heb zelfs dit jaar een HAVO-leerling die de lessen filosofie bij 6VWO volgt en misschien examen gaat doen. De regel is, volgens mij, dat de school geen rekening houdt met de filosofielessen op VWO voor HAVO leerlingen, maar dat vervolgens de HAVO-leerlingen wel met de coach een programma mogen opstellen waarbij ze toch mee mogen doen tijdens de VWO-lessen filosofie. Voor mij ben je altijd welkom. Ik hoop dat, wat in de randstad al heel normaal is en wat bij veel nieuwe scholen ook al vaak het geval is, jonge mensen van jongs af aan niet alleen het examenvak filosofie kunnen kiezen, maar filosofie als standaard vak krijgen vanaf de brugklas op alle niveaus. Het is niet zo dat je über-slim moet zijn om te filosoferen. Wat dat betreft heeft iedereen een filosoof in zich. Natuurlijk bestaat het eindexamen filosofie wel uit lesstof en die kan soms best moeilijk zijn.

25. Moet je eindexamen doen?
Laat ik voorop stellen dat je geen eindexamen moet doen. Het staat je vrij om geen filosofie te kiezen. Echter, wanneer je filosofie kiest, dan moet je in 6vwo eindexamen gaan doen inderdaad. En dan nog ben je vrij om geen eindexamen filosofie te doen, maar dan vraag ik mij wel af hoe je jouw vwo-diploma wilt gaan behalen.

Ik heb ieder jaar wel een stuk of 4 leerlingen die filosofie als extra vak kiezen trouwens. Ik vind dit wel een hele eer. Vakken als filosofie, muziek, BSN, Spaans, Latijn en Grieks staan altijd onder druk. Dit komt omdat veel leerlingen denken dat ze exacte vakken zoals natuurkunde, scheikunde en wiskunde moeten kiezen. Niet altijd omdat ze dat zelf willen, maar omdat je dan een baan kunt krijgen. Allereerst denk ik dat je filosofie juist heel goed kunt combineren met deze exacte vakken, maar daarnaast ben ik bang dat veel leerlingen dingen kiezen omdat ze dan later veel keuzemogelijkheden hebben. Ik vind dit jammer. Als coach heb ik vorig jaar aan een betaklas gevraagd wat voor vervolgopleiding ze gingen doen en 25% ging een vervolgopleiding doen waar helemaal geen natuurkunde, scheikunde of wiskunde voor nodig was. Waarom kiezen kinderen best vaak voor het brede pakket waar je van alles mee kan en niet voor wat ze zelf echt leuk vinden? We zien in de bovenbouw best veel leerlingen met een vakkenpakket die heel zwaar voor ze is en waar ze niet altijd gemotiveerd voor blijven. Hier heb ik ook veel over nagedacht.. hoe dan? Nou, het gevolg hiervan is dat er veel leerlingen zijn die eigenlijk niet het pakket hebben gekozen waar ze blij van worden, waardoor ze nog meer bijlessen op school nodig hebben, waardoor de keuze uren nog meer naar deze moeilijke vakken toegaan ten koste van muziek, maatschappijleer, levensbeschouwing, filosofie, spaans, frans en ga zo maar door… En als dat allemaal niet werkt, dan het liefste nog wat extra bijles buiten de school. Dit noemen we schaduwonderwijs (https://www.oudersonderwijs.nl/nieuws/schaduwonderwijs-schoolkosten-en-gelijke-kansen/). Ik ken in mijn persoonlijke omgeving heel veel mensen die nog veel meer dan ik verdienen met schaduwonderwijs. Voor 100 euro per uur wiskunde en natuurkunde bijles geven aan leerlingen die eigenlijk beter tekenen of muziek hadden kunnen kiezen bijvoorbeeld. Op deze manier put je scholen, leraren, leerlingen en eigenlijk het hele onderwijs uit, maar je maakt de verschillen qua kansen tussen kinderen met rijke ouders en kinderen zonder rijke ouders groter. Filosoof Kees Vuyk schreef hier een prachtig filosofieboek over “Oude en nieuwe ongelijkheid” https://www.bol.com/nl/f/oude-en-nieuwe-ongelijkheid/9200000079530421/). Dit boek heeft in 2017 de Socratesbeker gewonnen voor beste filosofieboek van het jaar. Overigens heeft in 2018 het boek “Het goede leven en de vrije markt” (https://www.bol.com/nl/p/het-goede-leven-de-vrije-markt/9200000095604974/) deze Socratesbeker gewonnen. Wat bijzonder is, is dat dit boek het goede leven en de vrije markt het eindexamenthema is voor 6vwo. Dus alle leerlingen die filosofie kiezen, krijgen een lesboek wat de prijs voor beste filosofieboek van het jaar heeft gewonnen. En weet je wat ook gaaf is? Iedere vier jaar verandert het eindexamenthema en schrijven een paar filosofen gewoon een lesboek… zonder opdrachten (die maken we vaak zelf, zie ook mijn website). Volgens mij zijn wij de enige vakgroep van filosofiedocenten die iedere vier jaar een eigen thema uitwerken waar de leerlingen dan eindexamen in gaan doen.

26. Wat vind je van het systeem die er nu op deze school is?
Je vraagt eigenlijk drie dingen. Ik ga proberen jouw vraag zo zorgvuldig mogelijk te beantwoorden door antwoord te geven op de volgende drie vragen:

  1. Wat verstaan we onder een systeem? (Het idee, zoals de oervorm van het speculaasje)
  2. Welke vorm heeft het onderwijssysteem op het Udens College? (een van de vele vormen van de oervorm en nooit zo perfect als het origineel)
  3. Wat vind ik? Wat is mijn moreel-ethische positie? Wat vind ik het goede om te doen?

1. Een systeem wordt door mensen gemaakt. Zodra er meer dan twee mensen samenleven, moeten ze afspraken maken met elkaar hoe ze samen gaan leven. En hoe meer mensen samenleven, hoe meer je moet afspreken. Een school is een instituut en heeft dus een schoolsysteem. Een instituut is een samenwerkingsverband. Een bedrijf, school, sportclub bestaat niet zonder mensen en niet zonder mensen die niet samenwerken. Dat klinkt stom, maar het is gewoon zo 😊. Systemen zijn noodzakelijk. Ze zijn het gevolg van samenwerking en organiseren onze samenwerking. Het is ook fijn om te weten dat we met elkaar dingen hebben afgesproken. Stel je toch eens voor dat er geen regels zouden zijn… Gewoon helemaal geen. Ik denk niet dat we dan veilig en fijn kunnen samenleven.

2. Echter, een systeem kan ook te veel regelen. Een systeem zegt ook wel eens: “Wij vinden dit heel erg belangrijk”. Ik geef je een voorbeeld van het Udens College. Op de website van het Udens College (https://www.udenscollege.nl/udens/missie-en-visie/) staat:

“Kernwaarden

Onze kernwaarden vormen ons DNA. Ze zijn bepalend voor wie we zijn en willen zijn. De kernwaarden van de school zijn:

We tonen verantwoordelijkheid
We hebben vertrouwen in elkaar
We houden het veilig. Pesten accepteren we niet!
We zijn open naar elkaar
We zijn betrokken bij elkaar.”

Zoals je kunt lezen, lees je vaak het woord “we”. Blijkbaar heeft iemand een tekst getypt die gaat over wat “wij” op het Udens College vinden en waar wij in geloven, wat onze waarden zijn. De eerste vraag die ik als filosoof stel is: “Wie is “we”? Wie wordt er bedoeld met “we”? Ben jij dat? Ben ik dat? Is deze claim juist? Is het zo dat iedereen bij ons op school vertrouwen heeft in elkaar? Of is het zo dat iedereen op school de waarde omarmt dat we open moeten zijn naar elkaar? Ik persoonlijk kan mij hier wel goed in vinden, maar ik ben hierin nooit echt gehoord. Blijkbaar spreekt iemand namens ons. Misschien zijn er clubjes opgericht, hebben veel leraren en leerlingen meegepraat over wat wij waardevol vinden, maar dan nog hebben we niet iedereen gevraagd om hun waarden. Het grote probleem met “wij” is dat wij geen “Wij!” kunnen zeggen. Ik kan nu wel heel hard schreeuwen: “Ik!!!”, maar wanneer ik 1500+ leerlingen en 200+ leraren op het Udens College in het Atrium zet en ik zeg vervolgens dat ze allemaal te gelijk “Wij!!” moeten schreeuwen, dan zul je altijd zien dat dit chaos wordt. Veel zijn te vroeg, te laat, schreeuwen niks… Het punt is, dat het idee “wij” heel moeilijk is. Dit is ook meteen moeilijk als het gaat om het schoolsysteem. Ik denk dat “wij”, alle leraren en leerlingen achter het schoolsysteem moeten staan, maar dit is zo makkelijk nog niet. Daarnaast is het nog niet altijd duidelijk wat men nu eigenlijk verstaan onder de verschillende onderdelen van het schoolsysteem. En wat gaan we dan doen? Dan gaan we meer samenwerken, in gesprek met elkaar, hopende dat we het systeem voor ons zelf en onze leerlingen nog duidelijker kunnen maken… volgens mij zijn we hier mee bezig. We zijn, om het maar een beetje klef te zeggen, op weg naar het ideale schoolsysteem… We zien (observeren, net als speculaasje) nog geen perfect schoolsysteem, maar hoe meer we met elkaar positief werken aan de school en daarmee uiteindelijk ook de afspraken en het systeem, hoe dichter we wellicht bij de ideale schoolwereld komen. En hier werkt filosofie en kritisch denken en vragen stellen heel goed bij kan ik je vertellen!

3. Wat vind ik van het schoolsysteem?
Persoonlijk vind ik dat we tijdens het overdenken van de verbeterstappen die we met elkaar zetten naar het ideale schoolsysteem, meer gebruik zouden moeten maken van kritische vragen en onderzoek. Ik ben van het type dat we onze weerstand moeten organiseren. Ik wil graag mijn tegenstanders voor me hebben zitten en een discussie voeren op feiten. Ik ben niet zo van de meningen en ik houd ook niet van mensen die hard schreeuwen en via macht hun mening willen doordrukken. Gelukkig is het Udens College heel erg open. Maar onderzoeksmatig denken en ontwikkelen vind ik persoonlijk wel een puntje… Het Udens College, zoals veel scholen, werkt toch veel op de automatische piloot met enthousiaste leraren, leerlingen en ouders. Maar op enthousiasme kun je niet altijd de beste wereld bouwen. Enthousiasme is een voorwaarde voor succes, maar niet het eindpunt. Ik vind namelijk dat wanneer je geen onderzoeken verwerkt in je ontwikkeling van de school, je eigenlijk gaat experimenteren met leerlingen. Experimenten die niet gestaafd zijn op wetenschappelijke inzichten. Ik kan mij hier wel eens over opwinden. Op veel scholen, en ook het Udens College, valt hier nog wel een wereld te winnen.

Echter, ik vind ook dat ik te kort door de bocht ben. Want wat ik zeg, kan ook niet waar zijn. Ik heb vaak nagedacht over de grenzen van mijn opvattingen. Wanneer ik kritiek probeer te leveren op mezelf (klinkt raar, maar ik doe het toch), dan denk ik vaak na over wat lesgeven nu eigenlijk is en hoe dat invloed heeft op het werk van de leraar. Ik denk dat lesgeven iets is tussen een leraar en een leerling. Dat lijkt me logisch. Cognitiefilosoof Jan Bransen geeft (https://www.janbransen.nl/nl/gepersonaliseerd-leren-2/) een mooie metafoor. Een leraar wil een leerling iets leren. Hij vertelt iets aan de leerling. Laten we nu even inbeelden dat wat de leraar vertelt, een bal is die de leraar gooit naar de leerling. Lesgeven, de bal gooien naar de leerling, is niet iets wat de leraar alleen doet. Het is ook de bedoeling dat de leerling probeert de bal te vangen en terug te gooien. Dan leert de leerling iets. De leerling mag zelfs boos worden en de bal wegschoppen. Dat wil je niet als leraar, maar de leerling geeft wel iets terug. Wanneer een leraar de bal gooit en hij ketst tegen de muur en een paar meter verder staat de leerling een beetje geestdodend door zijn Instagram-account te scrollen, dan is er geen sprake van interactie, communicatie en dus ook niet van leren en lesgeven.

Who cares? Ik heb hier ook lang over nagedacht. Ik denk dat wanneer een kind, een leerling, naar mij toekomt en mij in de ogen aankijkt (De Filosoof Levinas spreekt over een Appel in het aangezicht/gelaat van de Ander – https://www.filosofie.nl/nl/artikel/46960/het-gelaat-van-de-ander.html), dat ik niet anders kan dan reageren. Het kind gooit een bal naar mij (bijvoorbeeld door te vragen of ik hem of haar wil helpen). Ik als leraar zeg dan nooit, zoals bijvoorbeeld bij veel andere banen, ik heb volgende week maandag om 14.30u een half uur tijd voor je. Nee, een leraar zal acuut reageren en staat vaak meteen voor de leerling paraat. Ik denk dat dit een van de mooiste dingen is van onderwijs, maar ook geestelijk het meest zware. Je hebt als leraar niet veel tijd om rustig over dingen na te denken. Kinderen, net zoals ouders die opvoeden, hebben een enorme verantwoordelijkheid en staan bijna altijd dag en nacht voor leerlingen klaar. Dat is prachtig, maar ook soms zwaar en ik kan mij dan ook voorstellen dat veel leraren geestelijk gezien niet altijd de ruimte hebben of voelen om ook nog veel onderzoeken te lezen en rustig na te denken over onderwijsverbeteringen. De liefde voor het kind en voor de school kan zo dus ook het onderzoek en de reflectie in de weg zitten. Snap je dat? Daarom probeer ik als filosoof, maar ook als leraar, ook een paar andere baantjes te hebben waar ik meer met onderzoek bezig ben, zodat ik dat ook weer bij ons op school gaan doorgeven. Zo organiseer ik ook met een aantal collega’s de onderzoeksdagen ben ik op school onderzoekscoördinator voor nieuwe leraren en leraren die op de lerarenopleiding zitten.

Ik probeer hier iedere keer weer het juiste midden te zoeken tussen mijn liefde voor leerlingen (in de professionele zin van het woord) enerzijds en de noodzaak om kritisch en weloverwogen op basis van onderzoek na te denken over goede lessen. Dit is enorm interessant en ik ben nog lang niet uitgeleerd en ontwikkeld.  

27. Zou je ooit iets anders willen doen dan filosofie? Wat is het leven?
De filosoof Socrates zei ooit eens: “Het niet onderzochte leven, is het niet waard te leven”, waarop hij vervolgde met de opmerking “Ken uzelf”. Ik denk dat Socrates hier de basis legt van de filosofie. Het leven is een onderzoek naar jezelf, wie je bent en wat je wilt worden. Het leven is ook een onderzoek naar de wereld om ons heen. Zelf heb ik ooit een “Script-talk” gegeven met de titel: “Een niet onderzochte les, is het niet waard te doceren!“. De wereld waarin wij leven, de natuur, de chemie, de biologie en ga zo maar door verdient toch gewoon al onze interesse? Althans dat vind ik! Het leven zonder filosofie, een leven zonder onderzoek, is geen leven. En dat onderzoekende leven kan een muzikant zijn die een mooi muziekstuk probeert te schrijven, maar ook een raketwetenschappers die probeert bij Space-X een raket naar de maan te krijgen. Of een stratenmaker die probeert zo mooi en goed mogelijk de straat aan te leggen. En ook iemand met het syndroom van Down die voor zichzelf het leven op unieke wijze vorm geeft. Zolang niemand de oervorm van de mens en wat de mens is en wat het leven is, heeft ontdekt en gedefinieerd, is denk ik ieder mens uniek. Ik stel voor dat we allemaal blijven en juist ook daarom blijven leven! Ik zou al denkende nooit iets anders willen doen dan filosofie.

Of ik altijd filosofieles zou willen geven… Ja, want ik denk dat het leven en het onderzoekende leven nooit op zichzelf staat. Ik leef altijd samen met andere mensen. En daarom denk ik dat ik altijd geïnteresseerd moet blijven in andere mensen en in mezelf. Ik moet dus vragen blijven stellen. De filosoof Karl Popper zei op zijn sterfbed dat de toekomst onvoorspelbaar is en wanneer deze onvoorspelbaar is, ligt veel in de toekomst nog open en is het onze plicht om positief te zijn. Positief of negatief zijn is een keuze. Wanneer we negatief zijn omdat we het afgelopen jaar bepaalde dingen hebben gezien of gedacht, dan wil dat nooit zeggen dat dit juist is en dat dit het komende jaar nog een keer zal gebeuren. In wezen biedt filosofie en lesgeven en samen met elkaar filosoferen over lesstof en twijfelen aan wijsheid en waarheid een mooi beging voor het denken en het leven!

Ik weet dus niet hoe ik iets anders zou kunnen doen! Iedereen in een filosoof. Misschien kan het vak filosofie je zelfs helpen om op zoek te gaan naar het goede leven! Ik zeg misschien omdat ik niet te hard van stapel wil lopen en ook geen priester wil of kan zijn van een bepaald geloof.

28. Wat als de appel in een vliegtuig is?
Ik weet niet precies waar deze vraag over gaat. Maar misschien kan ik de Schotse filosoof George Berkeley aanhalen. Van George Berkeley komt de bekende uitspraak “Esse est percipi”. Dit betekent Zijn is waargenomen worden. Wat we zien (observeren), bestaat ook echt. Zodra ik iets niet meer zie, bestaat het ook niet meer. Ik zie mijn vrouw nu niet, dus ze bestaat ook niet. Als mijn appel in een vliegtuig is, en ik zit niet in het vliegtuig… bestaat de appel dan? Moeilijke vraag.

Wanneer een boom omvalt in een bos, maar niemand is in het bos aanwezig, maakt de boom dan geluid 😊? Een typisch kennisprobleem. Moeten we kennis waarnemen zodat het kan bestaan.

Kijk maar eens naar dit filmpje over Mary’s Room… Wat denk jij? Wanneer je iets wil weten kun je me altijd mailen: gruijthuijzen@hotmail.com

29. Mag ik het speculaasje opeten?
Ja, je mag het speculaasje opeten. Eigenlijk vreemd ook dat je hier toestemming voor vraagt… Ik hoop wel dat je dit nu al hebt gedaan overigens 😊.

Als er nog vragen zijn, dan kun je me altijd mailen op gruijthuijzen@hotmail.com.

Groeten van jullie mogelijk toekomstige filosofiedocent,
Robert-Jan Gruijthuijzen

Ps. In het geval dat ik talloze verkeerde redeneringen en vreemde dingen heb getypt, wil ik alvast de schaker Jan Hein Donner aanhalen: “Ik neem alles terug en beweer het tegendeel!”. Ik probeer voor mezelf ook een vraag te blijven. Ik denk dat wanneer ik ga wandelen, ik alweer anders denk over de kwesties die ik hier nu heb aangestipt. Niet heel anders, maar vast wel een beetje anders.