Parlementaire democratie – hoofdstuk 4 “Verkiezingen” – antwoorden.

4. Verkiezingen

VRAGEN  blz. 78

  1. In een dictatuur is de macht in handen van een kleine groep mensen. Die beschermen hun macht door tegenkandidaten te weigeren, zodat alleen kandidaten verkiesbaar zijn die loyaal zijn aan het regime.

 

  1. a. Een kiesdrempel zorgt ervoor dat kleine partijen niet in het parlement komen, waardoor de politieke besluitvorming sneller gaat en partijen makkelijker coalities kunnen vormen.

Voer een klassengesprek over de meerwaarde en het effect van kleine, principiële partijen in het parlement.

  1. Niet echt, er is wel een kiesdrempel maar die is dermate laag (0,67 procent van het totale aantal stemmen) dat het voor een kleine partij relatief makkelijk is om een zetel in de Kamer te krijgen.

In landen als Duitsland, België (beide 5 procent) en Zweden (4 procent) hebben kleine partijen het aanzienlijk moeilijker.

 

  1. One man, one vote” past bij het evenredige kiesstelsel omdat iedere stem even zwaar meetelt bij de verdeling van de zetels.

The winner takes it all” past bij het districtenstelsel. De kandidaat die in het district de meeste stemmen haalt, wordt de afgevaardigde in het parlement.

De stemmen op de verliezende kandidaat tellen niet mee.

 

  1. Voorbeelduitwerking eerste vraag:

–      Kiezers laten zich leiden door de peilingen in plaats van door partijprogramma’s.

–      Kiezers denken dat ze geen verschil kunnen maken en gaan niet stemmen.

–      Partijen die laag in de peilingen staan krijgen ten onrechte een verliezersimago.

–      Kiezers besluiten mogelijk onterecht om strategisch te stemmen.

Antwoord tweede vraag: eigen mening leerling.

 

  1. 5. Voordeel: hierdoor kunnen partijen makkelijker een meerderheidscoalitie vormen.

Nadeel: de grootste partij krijgt meer macht dan door het volk is toebedeeld.

De regeling waarbij de winnaar van de Griekse parlementsverkiezingen vijftig bonuszetels krijgt, is sinds 2016 afgeschaft. Gelijk met deze aanpassing in de Griekse kieswet werd de kiesgerechtigde leeftijd van achttien jaar verlaagd naar zeventien jaar.

Bediscussieer met de klas wat voor effect deze wetswijzigingen zullen hebben op de samenstelling van het parlement bij de volgende Griekse verkiezingen.

 

  1. In het regeerakkoord staat het te voeren kabinetsbeleid.

In de miljoenennota wordt de financiering van deze plannen samengevat.

Op gehaktdag legt de regering verantwoording af over het gevoerde beleid en de financiering zoals vermeld in de miljoenennota.

Deze dag bestaat sinds 2000 en wordt ook wel Verantwoordingsdag genoemd.

 

  1. Voorbeelduitwerking:

Door te stemmen op:

–      de grootste concurrent van het CDA, bijvoorbeeld de nummer twee in de peilingen;

–      een grote partij die niet wil regeren met het CDA;

–      een partij die een regering zonder het CDA mogelijk kan maken.

Bij deze vraag gaat het niet zozeer specifiek om het CDA, maar om de vraag wat een strategische stem is als je regeringsdeelname van een bepaalde partij wilt verhinderen.

Een ander voorbeeld van een strategische stem: stemmen op je tweede keuze, omdat de partij van je voorkeur onvoldoende zetels dreigt te halen om te kunnen meeregeren.

 

 

8    In het nieuws  blz. 79

 

  1. Het standpunt van de PVV komt dan overeen met zijn of haar ideeën.

Blijkbaar associeert die kiezer de islam ook met terreur en met joden-, homo- en christenhaat.

  1. Ja, spindoctors adviseren over een zo positief mogelijk imago en overtuigend beeld van de partij. Een goed verkiezingsspotje helpt daarbij.

Zie voor een interessant artikel over spindoctors: themasvwo.nl/spindoctors.

Beluister hier een interessant interview met de Vlaamse spindoctor Noël Slangen: themasvwo.nl/vlaamsespindoctor.

 

 

9    Tweede Kamerverkiezingen  blz. 79

 

  1. De PvdA: 29 zetels verlies.

Mogelijke verklaringen:

–      In de regeringsperiode met de VVD was de PvdA onvoldoende herkenbaar als sociaaldemocratische partij.

–      Veel PvdA-stemmers zijn overgestapt naar GroenLinks.

–      PvdA-stemmers hebben strategisch op de VVD gestemd om te voorkomen dat de PVV de grootste werd.

  1. 2012: GroenLinks, ChristenUnie, PvdD, 50PLUS, SGP, DENK, FvD.

2017: ChristenUnie, PvdD, 50PLUS, SGP, DENK, FvD.

0,05 x 150 zetels = 7,5;  afgerond is dat 8 zetels.

 

 

10    verkiezingsstelsels vergeleken  blz. 80

 

  1. Bij 2 procent zitten partijen met minder dan 3 zetels (0,02 x 150 = 3) niet in de Tweede Kamer. Maar DENK, SGP en FvD hebben respectievelijk 3, 3 en 2 zetels en zitten wel in de Tweede Kamer.
  2. Districtenstelsel: 7

Evenredige vertegenwoordiging: 13

  1. In een districtenstelsel krijgt de winnaar alle stemmen, waardoor een partij die in geen enkel district wint geen enkele zetel bemachtigt.

Bij het stelsel van evenredige vertegenwoordiging gaan geen stemmen verloren, waardoor dus meer partijen vertegenwoordigd zijn.

 

 

11    cartoon  blz. 80

 

Voorbeelduitwerking:

De 28 snaren symboliseren de deelnemende partijen aan verkiezingen. Met zoveel verschillende politieke standpunten is het lastig om tot een coalitie en uiteindelijk tot een regeerakkoord te komen.

 

 

 

12    alternatieve coalities  blz. 81

 

Voorbeelduitwerking (veel meer antwoorden zijn mogelijk)

 

Coalitie Aantal zetels Waarom onhaalbaar?
VVD – PVV – SP – GL 81 VVD, SP, GL sluiten de PVV uit
VVD – CDA – SP – GL 80 SP sluit de VVD uit

 

Zie themasvwo.nl/coalitiechecker voor alle coalities die met vier partijen aan een meerderheid komen. Hier kan ook geselecteerd worden op ‘verenigbaarheid’.

 

 

13    wie zijn dit?  blz. 81

 

  1. Simone Weimans, presentatrice van NOS Journaal.
  2. Eva Jinek – presentatrice van talkshow bij de NPO.
  3. Gijs Rademaker – opiniepeiler bij de NPO.
  4. Frits Wester – politiek verslaggever bij RTL Nieuws.

 

 

14    OPKOMSTPERCENTAGES  blz. 82

 

  1. Dan is er minder draagvlak voor de democratie en verliest de politiek haar legitimiteit.
  2. Diverse trends zijn hier te beschrijven, afhankelijk van gekozen begin- en eindpunt. Voorbeelduitwerking:

Ten opzichte van 2008 is de opkomst bij de:

–      Europese Parlementsverkiezingen licht gedaald;

–      Provinciale Statenverkiezingen op een tussentijdse stijging na licht gedaald;

–      gemeenteraadsverkiezingen min of meer gelijk gebleven;

–      Tweede Kamerverkiezingen licht gestegen.

Of:

De Tweede Kamerverkiezingen hebben vergeleken met de andere verkiezingen voortdurend het hoogste opkomstpercentage.

Mogelijke verklaring:

De Tweede Kamerverkiezingen krijgen de meeste aandacht van de media, waardoor deze verkiezingen meer leven bij kiezers.

  1. Voorbeelduitwerking:

Voordelen:

–      Hogere opkomstpercentages.

–      Betere representatie in het parlement.

–      Meer betrokkenheid van kiezers bij de politiek.

–      Het voorkomt ‘free-riding’ (wel de baten van democratie, niet de kosten).

–      Kosten voor campagnes om het stemmen te stimuleren vervallen.

Nadelen:

–      Inperking van de vrijheid om niet te gaan stemmen.

–      Vertroebeling van de uitslag (door kiezers die willekeurig stemmen).

–      Partijen hoeven zich minder in te spannen om kiezers te overtuigen.

–      De verplichting zorgt voor meer weerzin bij de burger ten aanzien van de politiek.

Correctie: in België geldt een opkomstplicht, niet een stemplicht. Dit houdt in dat de burger de keuze heeft om blanco te stemmen.

 

 

 

15    IN HET NIEUWS  blz. 82

 

1     Nicolás Maduro, 2013 – heden, Venezuela

2     Kersti Kaljulaid, 2016 – heden, Estland

3     Justin Trudeau, 2015 – heden, Canada

4     Abdel Fattah Al-Sisi, 2014 – heden, Egypte

5     Donald Trump, 2017 – heden, Verenigde Staten

6     Emmanuel Macron, 2017 – heden, Frankrijk

 

 

16    WIE DOET WAT IN DEN HAAG?  blz. 83

 

 

 

 

Verkiezingsdebat

blz. 84

 

 

Zie ook ‘Gereedschap voor discussie en debat’ (bladzijde 14 en 15 van het werkboek en ‘Klassengesprekken en discussievormen’ in het document Inleiding en extra’s van de Docentenhandleiding I VWO 2018-2019.

 

Toelichting bij de punten 1 t/m 6:

 

  1. Laat bij de toewijzing van leerlingen aan partijen hun politieke voorkeur meespreken. Het debatteert makkelijker als je daadwerkelijk achter de standpunten van een partij staat, al is het ook uitdagend om juist een standpunt te verdedigen waar je niet achter staat.
  2. Vanzelfsprekend moeten de standpunten bij de uitgangspunten van de partij passen. Het is raadzaam dat de leerlingen kernachtig de standpunten over de zes thema’s voor zichzelf noteren.
  3. Het woordvoerderschap past bij de praktijk van de Tweede Kamer. Ook daar heb je specialisten per thema.

Laat woordvoerders zo veel mogelijk een thema kiezen waar zij affiniteit mee hebben. Zij hebben dan meer kennis over die zaak en kunnen er met meer bevlogenheid over praten.

  1. De debatleider houdt de tijd goed in de gaten: met het horloge in de hand.
  2. U kunt eventueel de punten vijf en zes overslaan als u niet gecharmeerd bent van dit competitie-element.

Benadruk dat het niet alleen gaat om de inhoud van de standpunten, maar ook om de vaardigheid om te debatteren en of de standpunten bij de identiteit van de partij passen.

  1. De beste partij en spreker verdienen uiteraard een applaus!