Rechtsstaat (2) – hoofdstuk 2 Grondwet en grondrechten – antwoorden

VRAGEN  blz. 21

  1. a. De stelling onder de begincase is: “Op het moment dat in een land de noodtoestand geldt, kun je niet meer van een rechtsstaat spreken.”

Voorbeelduitwerking:

Eens: want het tast fundamentele rechten aan en de overheid krijgt buitengewoon veel macht.

Oneens: want de overheid houdt vast aan het legaliteitsbeginsel door aan de noodtoestand strikte wettelijke voorwaarden te verbinden.

Zo heeft de noodtoestand een beperkte duur en mag deze alleen worden ingesteld als de staatsveiligheid in het geding is.

  1. Voorbeelden van grondrechten die worden aangetast: gelijke behandeling, recht op privacy, onaantastbaarheid van het lichaam, vrijheid van meningsuiting, recht op vergadering en betoging.

Voorbeelden van grondrechten die niet of nauwelijks in het geding zijn: recht op eigendom, vrijheid van onderwijs, kiesrecht.

De ene noodtoestand is de andere niet; daarom is het lastig om in algemene zin deze vraag te beantwoorden.

 

  1. Omdat het iedereen dezelfde rechten en plichten geeft.

De duidelijkheid van alle rechten en plichten is van belang in een samenleving met mensen van (oorspronkelijk) verschillende nationaliteiten en verschillende normen en waarden.

 

  1. Eenheid, om zo de onvrijheid en onderdrukking te maskeren.

 

  1. Voorbeelduitwerking:

–      Spottende uitlatingen over homoseksuelen, vrouwen of bepaalde bevolkingsgroepen.

–      Religieuze scholen die atheïstische docenten weigeren.

 

  1. Sociale grondrechten veronderstellen een actieve overheid, bij klassieke grondrechten heeft de overheid een passieve rol.

De rechterlijke macht is juist actiever bij (schending van) klassieke grondrechten. Sociale grondrechten zijn niet bij de rechter afdwingbaar.

 

  1. Iemand die uitlegt hoe er volgens zijn of haar geloof wordt gedacht over een bepaalde maatschappelijke kwestie, hoeft daarmee geen grievende bedoeling te hebben.

Iemand die hetzelfde beweert, maar zijn standpunt onderbouwt met een verwijzing naar religieuze bronnen, kan eerder rekenen op een veroordeling.

 

  1. Voorbeelduitwerking:

–      Camerabewaking in de kroeg, want dit voorkomt agressief gedrag.

–      Een 3D-scanner bij de poortjes op vliegvelden, want hierdoor ontdekt de douane of je wapens of een bom bij je hebt.

–      De politie die appjes met daarin gevaarlijke woorden als ‘vermoorden’, of ‘bom’ helemaal leest. Dit kan zware misdrijven voorkomen.

 

 

  1. Ze bedoelt dat de Bijbel geen grond biedt om vrouwen uit te sluiten.

Volgens Janse staat niet in de Bijbel wie in een democratie in aanmerking komt voor verkiesbare posities.

In Korinthe 14:34 staat: “Dat uw vrouwen in de gemeente zwijgen; want het is haar niet toegestaan te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn.”

In Galaten 3:28 staat echter: “(…) Mannen of vrouwen, u bent alleen één in Christus Jezus.”

De rechter oordeelde in 2010 dat het “onaanvaardbaar [is] dat een politieke groepering […] in strijd handelt met een grondrecht dat de kiesrechten van alle burgers waarborgt, ook al berust dit handelen op een voor die groepering in haar godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging wortelend beginsel.”

 

 

9    Tijdlijn  blz. 22

 

 

  1. Nederland wordt een koninkrijk met een grondwet.
  2. Het staatshoofd is niet langer verantwoordelijk voor het beleid, maar de ministers. De Tweede Kamer krijgt meer invloed en wordt rechtstreeks gekozen.
  3. Periode van sociale onrust tussen arm en rijk, tussen arbeid en kapitaal.
  4. Voortaan stem je niet langer op een kandidaat uit het eigen kiesdistrict, maar op landelijke kandidaat-volksvertegenwoordigers.
  5. Actief vrouwenkiesrecht krijgt een basis in de grondwet.
  6. Nederland verandert tijdelijk in een totalitaire staat; veiligheids- en vrijheidsrechten gelden niet meer.
  7. De verlaging van de stemgerechtigde leeftijd van 21 naar 18 jaar wordt opgenomen in de grondwet.

 

 

10    RECHTEN EN PLICHTEN  blz. 22

 

Verticale werking b. Verdachte staat terecht voor moord
Grondwet d. Stichtingsakte van een samenleving
Geen verantwoordelijkheid voor wetgeving en beleid e. Onschendbaarheid
Overheid zorgt vooral voor veiligheid a. Nachtwakersstaat
Recht op eigendom f. Vrijheidsrecht
Horizontale werking c. Werknemer stapt naar rechter vanwege ontslag

 

 

11        BIDVERBOD  blz. 22

 

  1. Vrijheid van godsdienst, want dit recht wordt beperkt omdat de docent niet op school mag bidden.

Vrijheid van onderwijs, want de school wil zelf kunnen bepalen hoe zij het onderwijs inricht.

  1. Eigen uitwerking leerling.

De staatssecretaris van Onderwijs wilde naar aanleiding van Kamervragen niet op de specifieke zaak ingaan, maar vindt wel dat de werkgever een werknemer niet kan verbieden om te bidden op de werkplek. Zie voor de Kamervragen en antwoorden themasvwo.nl/bidverbod.

 

 

12    IN HET NIEUWS  blz. 23

 

  1. Het recht op vrijheid van religie (artikel 6) en vrijheid van meningsuiting/drukpers (artikel 7).
  2. Dat ze niet absoluut zijn, omdat je je ook aan (andere) wettelijke regelingen moet houden.

Zo is het in principe verboden om mensen te beledigen of te discrimineren, ook als dat gebeurt op grond van een geloofsovertuiging.

  1. Om de verticale werking. Het gaat om een strafzaak waarbij het OM tegenover de verdachte staat.

 

 

13    dILEMMA  blz. 23

 

Zie voor een toelichting bij de Dilemma-opdrachten het document Inleiding en extra’s van de docentenhandleiding 1 vwo 2017-2018.

 

  1. De waarden:

–      autonomie

–      de vrijheid om te beschikken over je eigen lichaam

–      onaantastbaarheid

–      de waarde van het leven.

De waarde veiligheid kan eventueel ook worden genoemd: als het een vluchtgevaarlijke gevangene betreft, zal de directeur moeten inschatten of inwilliging van de eisen de kans op ontsnapping vergroot.

  1. Besluit de directeur niet in te grijpen, dan eerbiedigt hij het recht op onaantastbaarheid van het lichaam (artikel 11), maar bestaat de kans dat de gevangene overlijdt.

Als hij wel ingrijpt, wordt dit grondrecht geschonden, maar blijft de hongerstaker wel leven.

 

 

14        Grondig bekeken  blz. 26

 

  1. – Artikel 1 beschermt minderheden tegen discriminatie.

–      Artikel 6 geeft mensen de vrijheid hun geloof te belijden.

–      Artikel 7 geeft allerlei groepen en stromingen in de samenleving het recht om ongecensureerd hun manier van leven en hun gedachtegoed te laten zien.

Tegelijk zorgt het pluriforme media-aanbod ervoor dat allerlei verschillende groepen zich gerepresenteerd weten.

  1. De sociale grondrechten, artikel 18 t/m 23.
  2. Voorbeelduitwerking:

–      Dwangvoeding bij hongerstakers.

–      DNA-afname bij een verdachte seriemoordenaar.

–      Preventief fouilleren in een veiligheidsrisicogebied.

 

 

15    Afgewezen vanwege geaardheid  blz. 26

 

  1. Horizontale werking, omdat het gaat om de verhouding tussen burgers onderling, tussen Bas en het tuin- en dierenbedrijf.

Bas deed geen aangifte, maar beklaagde zich bij het College voor de Rechten van de Mens. Het oordeel van dat college is niet bindend, maar wel gezaghebbend. Als Bas wel aangifte had gedaan en het OM tot vervolging was overgegaan, was er sprake geweest van verticale werking.

  1. Van een botsing tussen de vrijheid van religie (artikel 6) en het recht op gelijke behandeling (artikel 1).
  2. Voorbeelduitwerking:

–      Situatie waarin vrijheid van religie zwaarder mag wegen: een islamitische school geeft bij het aannemen van personeel de voorkeur aan moslims.

Het College voor de Rechten van de Mens oordeelde in 2014 dat het ontslag van een docent op een reformatorische school terecht was. De reden voor ontslag was dat de docent zich had aangesloten bij een kerk die niet past bij de grondslag van de school.

–      Situatie waarin gelijke behandeling zwaarder mag wegen: de SGP mag vrouwen die zich voor de partij verkiesbaar stellen niet weigeren op grond van hun geslacht.

Zie ook het cursiefje in deze handleiding onder vraag 8 van hoofdstuk 2 (werkboek, blz. 21).

 

 

16        Grondrechten  blz. 27

 

  1. en b.

In deze opdracht staan situaties waarin de individuele rechten van de burger op gespannen voet staan met de macht van de overheid. Bij mening en motivatie geven wij de juridische reikwijdte van dit grondrecht.

 

Situatie Grondwetartikel(en) Mening en motivatie
1.   Omdat er ordeverstoringen worden verwacht, geeft de gemeente een rechts-extremistische groepering geen toestemming om te demonstreren. artikel 9 Eigen uitwerking leerling.

Rechters geven demonstranten meestal gelijk als hun recht op betoging wordt geschonden. De ordeverstoringen hebben immers (nog) niet plaatsgevonden.

2.   Een gemeente weigert na protesten van buurtbewoners een bouwvergunning voor een moskee af te geven. artikel 1 en 6 Eigen uitwerking leerling.

Voor een rechter zijn protesten van buurtbewoners geen doorslaggevend argument. Bouwkundige voorschriften (bijvoorbeeld een te hoge minaret) en gevaar voor de leefomgeving wel.

3.   Een publieke omroep kondigt een tv-programma aan over websites die laten zien hoe je een bom kunt maken. artikel 7 lid 2 Eigen uitwerking leerling.

De minister kan hooguit vragen een programma niet uit te zenden. Achteraf zijn wel juridische stappen mogelijk.

4.   Marlies (21 jaar) wacht al drie jaar op een woning. Ze krijgt van de gemeente steeds te horen dat de wachtlijsten lang zijn. artikel 22 lid 2 Eigen uitwerking leerling.

Sociale grondrechten zijn niet bij de rechter afdwingbaar.

5.   Een discotheek weigert een groep Antilliaanse jongeren, omdat er eerder problemen waren met Antillianen. De eigenaar zegt: “De maat is vol, ze komen er niet meer in.” artikel 1 Eigen uitwerking leerling.

Bij aantoonbare discriminatie (ongelijke behandeling) is vervolging mogelijk.

6.   In verband met het onderzoek naar de verkrachting en moord op de 17-jarige Laura K. vraagt de politie alle mannelijke inwoners van Prinsenbeek om DNA af te staan. artikel 1 en 11 Eigen uitwerking leerling.

Als iedere Nederlander wettelijk verplicht wordt DNA af te staan, ligt de zaak anders. Ook als iemand verdachte is, is hij verplicht mee te werken. Dat is hier niet het geval.