HGL – Week 10

Hoofdstuk 7 Mens in enkelvoud, mens in meervoud: relaties (7.2 + 7.3 en 7.5 + 7.6)

30. De kandidaten kunnen aan de hand van het voorbeeld van de virtuele biotoop uitleggen dat de moderniteit kan leiden tot sociaal atomisme. Daarbij kunnen zij uitleggen dat individualisering, rationalisering, vrije markt, de opkomst van de techniek en moderne instituties onze ervaring van relaties hebben doortrokken.
Een biotoop staat voor de natuurlijke levensruimte (van in dit geval mensen). De nieuwe biotoop van de moderne mens (p. 173) omvat twee kernbegrippen: moderne techniek en virtuele wereld. De virtuele wereld is een denkbeeldig wereld. Deze wereld bestaat niet los van het denken. Mensen bedenken een beeld van de/hun wereld. Wat dat betreft, is de ideeën wereld van Plato wellicht ook een virtuele wereld, net als The Matrix. Wellicht is het wezenlijk menselijk om de werkelijke wereld via het denken een denkbeeldige wereld op te leggen. Dit is ook de kern van het idealisme. De werkelijkheid bestaat louter als idee/ideaal in de geest. Omdat de mens in staat is een wereld te denken, kan de mens ook utopieën en dystopieën (zoals omschreven in boeken als 1984 en Brave New World) denken. Plato en Aristoteles benadrukten al het streven naar het Goddelijke idee (Plato) of het zoeken naar het juiste midden (Phronesis – Aristoteles); op zoek naar Utopia: de ideale wereld! Op weg naar Utopia gebruiken mensen instrumenten om de wereld naar hun hand te zetten. Deze instrumenten zijn breed aanwezig in de moderne techniek. Heidegger benadrukt in “De vraag naar de techniek” twee uitwerkingen van Techniek: 1. Techniek is een middel om een doel te bereiken en 2. Techniek is een manier van denken.
De eerste uitwerking is eenvoudig. De mens gebruikt een hamer om een spijker in de muur te slaan. De mens gebruikt een drukpers om boeken te drukken. De leraar gebruikt magister om gegevens in op te slaan… en ga zo maar door. Techniek als middel om een doel te bereiken en dat doel is het leven van de mens op weg naar Utopia, of dan in ieder geval een betere wereld met een beter en minder zwaar leven. Zo zorgt een vliegtuig ervoor dat we makkelijker kunnen reizen en zorgt Spotify ervoor dat alles meteen voorhanden is. Het voorhanden-zijn zorgt ervoor dat de wereld voor de mens bestelbaar moet zijn, wanneer de mens deze naar zijn hand gezette wereld nodig heeft. Kijk eens naar het volgende filmpje: https://www.youtube.com/watch?v=RMq3WtrkGms. Dit is een filmpje van een stukje wereld in Eindhoven waar een winkelcentrum staat. Op zondagochtend is dit stukje wereld “dood”. Het wacht letterlijk op het moment dat het functioneel ingezet kan worden door de mens. De mens heeft dit stuk naar zijn hand gezet en ervoor gezorgd dat het alleen nut heeft wanneer de winkel open gaan. Op zondagochtend is dit stukje wereld leeg en een beetje treurig. In dit filmpje legt een van de schrijvers van Het Goede Leven (Ad Verbrugge) het voorbeeld van Heidegger uit: https://www.youtube.com/watch?v=8IlHtEu-JxA. Dit voorbeeld betreft een waterkrachtcentrale aan de Rijn. Heidegger geeft aan dat de mens de Rijn naar zijn hand heeft gezet. De mens heeft de Rijn “besteld” als instrument om een doel (elektriciteit) te bereiken. Verbrugge spreekt vanaf minuut 2 over de manier hoe het Zijn naar voorschijn komt. Neem hier bijvoorbeeld de wijze hoe de Rijn voor persoon X naar voorschijn komt. In dit kader spreekt met over het “bepaalde licht” wat door persoon X op het Zijn wordt geschenen. De Rijn kent niemand alleen maar als Rijn. De Rijn wordt door iedereen op een bepaalde manier bekeken. Zo kan persoon X de Rijn zien als een rivier waarin gevaren kan worden. Persoon Y kan de Rijn zien als een stroom water waarin natuurkrachten spelen en Persoon Z kan de Rijn zien als een instrument (stroom) voor energie.

De tweede uitwerking betreft de Techniek als een manier van denken. Technisch denken is zoiets als rationeel en logisch denken. In alles (alle Zijnden) wat iemand ziet, tracht de persoon eerst de logica achter dit Zijnde te vatten op een rationele manier. Denk hierbij aan academische studenten met heel veel technische kennis en die niet-academici niet serieus nemen omdat ze niet zo logisch en systematisch denken. Hierdoor leg je alles wat we vinden en denken allereerst de logica, rationaliteit en systematiek op. Is het niet mogelijk om op een meer poëtische manier naar iets te kijken. Dat iemand de schoonheid eerst ziet en de liefde achter het werk, in plaats van het nut en de logica? Moet alles altijd nuttig en functioneel en technisch zijn? Echter, in week 3 tijdens de behandeling van Aristoteles, kwam al het volgende naar boven: “Om (2) “gehoor te kunnen geven” aan de rede (ethische deugden), is (1) de dianoëtische deugd noodzakelijk. Op ethisch te kunnen handelen (2) is het noodzakelijk (1) vaardigheid (techne), kennis (episteme), bedachtzaamheid (fronesis/phronesis), sophia (wijsheid) en intelligentie (nous) te ontwikkelen”. Technische vaardigheden garanderen niet per definitie een goed en deugdzaam leven. Daarvoor is ook kennis, bedachtzaamheid, wijsheid en intelligentie nodig. Er zijn talloze academici met universitaire titels die uitmuntende vakvaardigheden hebben, maar over weinig brede kennis beschikken, niet goed zijn in bedachtzaam handelen in maatschappelijke contexten, daarmee de wijsheid ontberen en niet echt getuigen van intelligentie. De kern van Heideggers verhaal is, dat menselijke rationaliteit en logica, een manier van verlichten is! Heidegger spreekt in termen van “ont-bergen”: het uit het niets verlichten tot iets. Het in de wereld brengen van iets op een bepaalde manier. Bedenk bijvoorbeeld dat het woord Alitheia (tegenwoordig vertaald als Waarheid) letterlijk niet (a) – verborgen betekent. Dat wat uit het niets verlicht wordt en opeens iets is. Heidegger benadrukt dat het technische denken, denk hierbij ook aan leerdoel-denken, systematische reflectie, etc. een van de vele manieren van verlichten is. Heidegger benadrukt daarnaast dat het technische denken wel de neiging heeft alle andere manieren van denken te overstemmen zoals de academicus die een niet-logische denker niet serieus neemt bij voorbaat. Maar ook virtuele computerliefde Samantha (p. 173) uit de film Her. Samantha bestaat niet werkelijk, maar alleen in een denkbeeldige wereld. De wereld is technisch geconstrueerd door de juiste hardware te installeren met de juist geprogrammeerde software en netwerken. Vervolgens rekent de computer uit wat Samantha gaat zeggen tegen haar aanbidders. Dit is niets anders dan technisch en berekenend plannen, communiceren, praten en dus denken. De rationalisering van de werkelijkheid (p. 173) heeft natuurlijk ook invloed op hoe wij de werkelijkheid ont-bergen/verlichten/zien. Een mooi voorbeeld is een kind met een krant in de hand die denkt dat de krant een tablet is die als zodanig kapot is: https://www.youtube.com/watch?v=aXV-yaFmQNk&t=24s

Dus! A. Het technische denken wint terrein en B. Techniek helpt als instrument om een doel te bereiken. Tel daarbij de ontwikkeling van de autonome, moderne mens op, besproken in week 5 in het kader van de invloed van het Christendom gericht op de innerlijke relatie van het individu met zijn of haar God, en we zien een modern menstype dat:
1. technisch denkt, 2. instrumenten zoek om 3. het eigen leven (Utopie) vorm te geven/te bedenken. Denk hierbij aan het instagram-account (instrument) waarbij individuen heel berekenend (technisch) nadenken over het verkrijgen van likes (doel) om vervolgens het eigen leven vorm te geven (hoger doel). Mensen kunnen een heel individueel leven in een virtuele wereld gaan leven. Deze individualisering leidt tot sociaal atomisme.
Een interessant artikel betreft “Have we witnessed the death of boybands?” . In dit artikel wordt duidelijk gemaakt dat de tijd van boybands grotendeels voorbij is. Enerzijds omdat het te veel tijd kost om artiesten bij elkaar te krijgen en om vervolgens te gaan oefenen. En anderzijds omdat artiesten steeds vaker op eigen naam met een Instagram publiek en fans weten te benaderen. Sociale Media heeft gezorgd voor minder groepjes en meer individuen die zichzelf profileren. Groepen zijn dan ook minder interessant. Wat wel mogelijk is, is dat een aantal individuen tijdelijk een groepje vormen, maar dan is het altijd nog Beyonce featuring… Het zal niemand verbazen dat deze virtuele wereld met nadruk op het individu dat als zodanig berekenend de wereld naar zijn of haar hand probeert te zetten, invloed heeft op de wijze hoe mensen hun relaties vorm geven.

Hegel (p. 174) geeft aan dat “ieder zichzelf tot doel is” in de vrije markt. Oftewel: iedereen gebruikt technieken als instrumenten voor zichzelf als het hoogste doel. Hier vinden we het eigenbelang terug wat eerder bij Adam Smith in week 7 is besproken. Het draait hierbij om het kopen en verkopen van producten. Persoon X verkoopt een product en met het geldt dat deze verdient, koopt deze nieuwe producten voor zichzelf. Persoon X moet blijven innoveren en ontwikkelen door na te denken welke producten consumenten van hem willen kopen. Consumenten zullen niet een heel leven lang hetzelfde product willen kopen. De manier hoe kopers en verkopers, producenten en consumenten, relaties aangaan wordt hierbij gereduceerd tot “transactionele verhoudingen” (p. 175). Het transactionalisme is reeds besproken in week 9 aan de hand van het filmpje van Donald Trump over de Koerden. Wanneer relaties louter bestaan uit transacties, dan komt de vraag naar boven: Ik geef jou iets, wat geef jij mij? En als de ander je niet genoeg teruggeeft, dan verbreek je de relatie. Relaties op basis van transacties (what’s in it, the relation, for me?) worden versterkt door het feit dat we niet meer werkelijk contact met elkaar hoeven te hebben. Sociale Media reduceren dit contact tot contact in een virtuele wereld. Tekstschrijvers kunnen worden besteld om liefdesbrieven voor je te schrijven en zelfs knuffels kun je bestellen tegen betaling. Juist doordat we steeds verder individualiseren en leven in virtuele werelden en het contact in de werkelijke wereld bestaat uit transacties, zijn verdere contacten van liefde en respect niet vanzelfsprekend. Denk hierbij aan de jaren 90, waarin westerse maatschappijen in Rusland zaken gingen doen. Ze sloten de deal (de transactie) en vertrokken weer. Veel Russen voelden geen binding en beschouwden deze nadruk op geld en transactie als een belediging. Een relatie opbouwen was voor velen meer dan alleen een transactie. Wellicht is dit nog steeds het geval.

Heidegger benadrukt in “De vraag naar de Techniek” de mens in het virtuele, rationele totaalsysteem. De mens wordt op een gegeven moment ook in het systeem geplaatst. De mens krijgt een nummer (BSN-nummer of leerlingnummer), zodat het systeem (belastingdienst en/of magister) kan werken. De mens krijgt een nummer op Instagram of Facebook, zodat Instagram en Facebook (zelfde bedrijf overigens) vele virtuele accounts kunnen bestellen en gebruiken als instrumenten voor marketing- en verkoopdoeleinden (doel). Dan wordt de mens in deze virtuele wereld een instrument voor bedrijven om een doel te bereiken. De mens is geen mens meer maar een instrument/nummer. De mens wordt “geconsumeerd” (p. 175). En hoe meer sociaal atomisme, hoe minder community. Wellicht zien we hier een giftige combinatie van technologie, technisch denken, individualisering en transactionele relaties die bijdragen aan nog meer sociaal atomisme en isolatie van mensen, waardoor de vereniging en saamhorigheid en liefde voor elkaar steeds verder weg lijkt te geraken. Het is dan ook niet vreemd dat de eenzaamheid onder jongeren toeneemt en onder druk van het individuele streven naar een eigen persoonlijke Utopische wereld men steeds vaker de concurrentiestrijd aangaat met anderen voor meer geld, consumptie, productie, positie en imago (p. 175). Het is dan ook niet ondenkbaar dat hierdoor stress onder jongeren ontstaat.

Een van de afsluitende alinea’s in HGL, paragraaf 7.2 (p. 176) vat alles heel netjes samen: “Echte individualisering, waarin een mens op betekenisvolle wijze tot persoonlijke wasdom komt te midden van medemensen, vergt een context die dat ook ondersteunt en stimuleert. Dat is in de moderniteit, met haar combinatie van een abstract vrijheidsbegrip en een technisch-rationeel georganiseerde wereld, niet zonder meer het geval”. Wat dat betreft hadden de oude Grieken wellicht een breder perspectief op de mens als volwassene tussen en samen met andere mensen. Meer gericht op het zoeken naar het juiste midden, wijsheid en samenleving. Onze samenleving wordt wellicht gekenmerkt door moderne instituties op alle vlakken voortkomen uit een technisch-rationeel proces. Zo is de rechtsstaat van Locke en ook onze democratische rechtsstaat het product van individuen die gaan stemmen en waaraan rationele systemen aan ten grondslag liggen die uiteindelijk formeel leiden tot een tweede kamer en een regering en onderliggende wetten. Dit kan er dan ook voor zorgen dat bijvoorbeeld advocaten niet zozeer kijken naar de “geest van de wet” (wat is het meest rechtvaardig) maar louter naar de techniek van de wet (wat is toegestaan en hoe kan ik mijn cliënt vrij krijgen). Deze advocaten zullen aangeven dat het rechtvaardig is om de techniek van de wet te volgen, zelfs als dat in individuele gevallen leidt tot onterechte vrijspraak. Daarnaast omarmen instituten als Facebook, Instagram, Google, Amazon allemaal techniek. Artificiële Intelligentie rekent uit wat klanten, werknemers en producenten allemaal doen en kijken hoe het productie- en consumptieproces nog efficiënter kan worden en wat tegen nog hogere prijzen verkocht kan worden. Mensen, cliënten en werknemers, passen zich aan, aan het berekenende systeem. Ze gaan berekenend en technisch denken. Dit is de strategie om met techniek om te kunnen gaan: probeer te denken als de techniek. In de technologiesector is juist veel behoefte aan creativiteit, terwijl de technologiesector een technisch denken stimuleert (gericht op het bewust en systematisch behalen van doelen) wat juist deze creativiteit in de weg zit. Dit is een van de grote uitdagingen in de wereld van de techniek: mensen vinden die niet te technisch denken en via een meer poëtische manier van denken originele ideeën creëren. Idem geldt dit voor leerdoelen, waarbij leerlingen systematisch en berekenend een virtuele denkwereld moeten creëren waarin ze helder krijgen welke doelen ze nastreven en hoe deze doelen in kleine stapjes te behalen. Hier kan dan wederom een heel technisch begeleidingssysteem omheen gebouwd worden. Het is heel moeilijk/problematisch en waarschijnlijk onmogelijk om rationeel en technisch te beargumenteren dat we minder rationeel en technisch moeten denken.

31. De kandidaten kunnen de neoklassieke (economische) opvatting over hebzucht en egoïsme weergeven, uitleggen en beoordelen:
als aanjager van economische ontwikkeling;
als invulling van het goede leven;
als invulling van een bepaalde sociale orde.

De hedendaagse neoklassieke/neoliberale economische opvatting vertrekt vanuit de gedachte dat de mens hebzuchtig is. Deze gedachte wordt, zoals eerder aangegeven in hoofdstuk 7, eindterm 21, helder uitgelegd door Gordon Gekko in de film Wallstreet uit 1987, wanneer Gekko de human spirit (sociaal-darwinisme) uitwerkt, waarbij hij de mens de essentie oplegt die vertrekt vanuit het idee dat wanneer iemand sociaal is, deze de strijd met anderen zal verliezen. Sociaal-Darwinisme draait om de idee dat mensen in strijd met elkaar leven en dat je vooral aan jezelf moet denken. En dat deze hebzuchtige wijze van in-het-leven-staan volgens Gekko, en vele neoliberalen/neoklassieken het fundament is voor vooruitgang. Want, zo luidt de neoliberale logica, wanneer iedereen hebzuchtig is, zal iedereen streven naar het beste. De onzichtbare hand bestaat uit mensen die in strijd met elkaar streven naar het beste en dat zorgt dan weer voor de beste wereld voor iedereen. Wanneer immers iedereen het beste uit zichzelf haalt, worden de beste producten gemaakt voor de goedkoopste prijs voor iedereen beschikbaar. Zelfs de armste persoon in het rijkste land kan dan nog meer spullen consumeren dan de rijkste persoon uit het armste land. De vraag blijft dus of dit juist is. Herbert Simon bespreekt het concept bounded rationality, waarbij hij de idee van de berekenende en afwegende mens (homo economicus genoemd) die vanuit hebzucht altijd het beste voor zichzelf uitrekent, betwist. De menselijke rationaliteit is “gebonden”. De meeste mensen kunnen in eenvoudige situaties in veel gevallen hoogstens drie en in extreme gevallen zeven verschillende keuzes onderscheiden om vervolgens de juiste keuze te maken/uit te rekenen. Herbert Simon vertrekt vanuit de idee van de rationele, utilistische en berekenende mens. Simon trekt vervolgens de conclusies dat er grenzen zijn aan de mate waarin mensen de juiste keuze kunnen maken en de context kunnen overzien waarin deze keuze wordt gemaakt. Amartya Sen bekritiseert in rational fools de idee dat de mens berekenend denkt. Sen vertrekt dus niet vanuit de idee dat de mens als homo economicus berekent wat het beste is, zoals aanhangers van het neoklassieke denken en in zekere zin ook Herbert Simon (al zet Simon dus vraagtekens bij de grenzen aan deze “rekenkracht” van de mens). Sen spreekt over de mens als rational fools!

Amartya Sen benadrukt twee menselijke eigenschappen die voorbij gaan aan de idee van de berekenende mens: empathie en commitment:

“Sen addresses two particular motivations that do not fit easily into the standard theory: sympathy and commitment. Sen’s concept of sympathy includes situations where the act of helping another person gives the actor a positive feeling and cases where someone else’s bad situation leads to unpleasant feelings in an observer. Thus, actions taken out of sympathy can be of positive net utility to the actor as well as the recipient because the actor takes pleasure in the pleasure of others or feels pain in the pain of others. Commitment is a subtler phenomenon. It includes actions that are taken not out of sympathy, utility maximization or avoidance of guilt, but out of a sense of right and wrong. Sen suggests that this sense can be enough to move a person to act despite an expected net decrease in utility. Defenders of the homo economicus model may claim that such pure actions do not exist (either as a philosophical assertion or because they have defined them out of existence). But even if additional motivations are present, claiming that commitment is never even a partial motivation is to say that a non-consequentialist belief is never a reason in itself for action. If, on the other hand, we accept that commitment may play a role in decision-making and want to reform utility theory, we need an alternative idea of preference orderings (how individuals rank alternatives by desirability) that can accommodate it.”

Vanuit het perspectief van Amarty Sen kan de vraag gesteld worden, waarom mensen zich als “rational fools” gedragen en niet zoals de berekenende mens, de homo economicus, zou moeten doen. Het antwoord is vrij eenvoudig. Mensen rekenen niet alles uit voor winstmaximalisatie en persoonlijk genot en hebzucht. Mensen voelen empathie voor andere mensen en streven niet zelden naar een goede verstandhouding en een goed gevoel. Daarnaast beschikken mensen over een vorm van moraliteit en zijn ze “committed” om andere mensen te helpen wanneer het geweten ze dat ingeeft. Dit gaat ook voorbij de idee van winstmaximalisatie. Of dit “foolish” is en of de “rational fool” hier zichzelf mee in de vingers snijdt is maar zeer de vraag. Zoals het Prisoners Dilemma duidelijk maakt, is samenwerking een betere strategie dan egoïsme. Francis Fukuyama benadrukt het element “vertrouwen” (p. 179) voor een florerende staat. Wanneer iemand de ander niet vertrouwt omdat deze ondeugdelijk en zelfzuchtig handelt, dan wordt er geen vertrouwensband gecreëerd. Wie sluit een hypotheek af bij iemand die men niet vertrouwt en die aantoonbaar ondeugdelijk en zelfzuchtig heeft gehandeld in het verleden? Niemand toch? In week 9 werd Joan Tronto besproken. Tronto bespreekt in de basistekst Caring democracy, Markets, Equality and Justice het “vrouwelijke” thema van zorg (care). De zorg voor elkaar wordt in de samenleving niet zelden overrulet door het egoïsme en militarisme wat Tronto verbindt aan de man en de wereld van mannen. Wellicht is er een link tussen de positie van Amartya Sen die stelt dat mensen enige vorm van commitment en empathie laten zien en Fukuyama’s nadruk op vertrouwen enerzijds en Tronto’s nadruk op de zorg voor elkaar anderzijds. Zorg, commitment, empathie en vertrouwen liggen misschien wel niet zo ver van elkaar vandaan en wellicht wordt het tijd om Tronto’s oproep voor meer nadruk op de zorg dan op het militante idee van hebzucht te leggen of om in ieder geval het thema van de zorg, moraliteit, commitment en empathie weer een serieuze plek te geven in onze samenleving en in het politieke debat.

De Rotterdammer Bernard de Mandeville benadrukt in “The Fable of the Bees” het neoklassieke denken als aanjager van economische ontwikkeling. Eigenlijk draait Mandeville de redenering om. Mandeville doet een gedachte-experiment. Stel je voor er is een bijenkolonie. De bijen in deze bijenkolonie werken een lange tijd heel erg goed samen, maar langzamerhand komen er steeds meer “criminele bijen” en neemt het ongenoegen toe tot het moment dat de grote meerderheid van de bijen er genoeg van heeft en een oplossing eist. Op mysterieuze wijze zijn de volgende dag alle bijen precies hetzelfde. Ze gedragen zich prima zoals het hoort. Mandeville geeft aan wat het gevolg hiervan is: werkloosheid. Politie, verzorgenden, onderwijzers, etc. zijn niet meer nodig omdat alles glashelder en puur en oprecht is. Na verloop van tijd stort deze samenleving in, omdat iedereen werkloos achterblijft. Veel bijen vertrekken naar andere samenlevingen. Mandeville benadrukt niet de deugden maar ondeugden: hoogmoed, hebzucht, genotzucht, jalozie, vraatzucht, woede en luiheid. Deze ondeugden zijn schitterend weergegeven in het schilderij “De Zeven Hoofdzonden” van (zeer waarschijnlijk) de wereldberoemde Bossche schilder Jheronimus Bosch (zie hieronder). Juist de ondeugden zijn het fundament voor iedere samenleving. Haal de ondeugden weg en iedereen blijft reddeloos en werkeloos achter.
Vandaar de eerste twee zinnen uit Mandeville’s gedicht “Private Vices, Publick Benefits”:

Thus every part was full of vice
Yet the whole mass a paradise

Oftewel: Iedere individuele mens zit vol met ondeugden, maar dat maakt van het geheel, de samenleving, een paradijs. In de tijd van Mandeville kwam Locke met de opvatting dat eigendom door de staat (en daarmee een rechtsstaat) beschermd moest worden. Wellicht terecht in een paradijs dat als zodanig alleen kan bestaan uit ondeugdelijke mensen. Zonder deze ondeugden geen paradijs. Een aantal decennia voor Mandeville en Locke (begin 17de eeuw) kwam de Amerikaanse filosoof Thomas Hobbes met de “Leviathan”. Hierin benadrukt Hobbes (in onrustige tijden vol oorlog) dat de mens voortdurend in een staat van oorlog met andere mensen leeft en dat daarom juist een staat noodzakelijk is die mensen bij elkaar houdt, desnoods met geweld. Dit noemde Hobbes een meerkoppig en noodzakelijk kwaad. Kwaad, maar noodzakelijk met verschillende gezichten, oftewel: het Bijbelse monster de Leviathan!
De vraag blijft natuurlijk of we toch op de een of andere manier kunnen leven in een paradijs en of de door Mandeville en Hobbes geschetste niet zo optimistische sociale orde “klopt”, wanneer alle mensen louter deugdzaam leven en niets verkeerd doen. De roerige tijden van Hobbes en daarna Mandeville en Locke zijn niet te vergelijken met de moderne, hedendaagse tijd.

32. De kandidaten kunnen het verschil tussen de opvattingen van het communitarisme en van het liberalisme over het goede leven weergeven. Daarbij kunnen zij: aan de hand van het onderscheid tussen ‘dunne moraal’ en ‘dikke moraal’ de kritiek van het communitarisme op het liberale mensbegrip uitleggen; beargumenteren dat de tegenstelling tussen de opvattingen van liberalisme en communitarisme over het goede leven vanuit een deugdethische benadering kan worden gerelativeerd.

Communitaristen (p. 180) vertrekken vanuit het principe van relaties. De uitspraak “leef en laat leven” is te kort door de bocht. Mensen leven niet zomaar, maar leven met andere mensen samen. Het leven krijgt zin via deze relaties. Verbondenheid is daarmee essentieel voor het goede leven! Oftewel: mensen ontwikkelen een “dikkere moraal” in de commune verbonden met andere mensen. Eerst komt de verbondenheid, daarna mogelijk de rechtsstaat. Nadruk op verbondenheid is een belangrijk hedendaags thema, waarbij men nadenkt over hoe deze verbondenheid vorm te geven. Moeten nieuwe Nederlanders de taal leren, gewoontes overnemen, normen, waarden en tradities omarmen?
Vanuit de gedachte van de dikkere moraal op zoek naar verbondenheid door relaties, staat niet het autonome individu centraal met eigen doelen, maar de gemeenschap en daarmee de vraag wanneer iemand tot een bepaalde gemeenschap behoort. Oorspronkelijk stonden de communitaristen tegenover de liberalen van Adam Smith, Locke, Mandeville en Hobbes, maar tegenwoordig is er geen liberaal te vinden die zal stellen dat een gemeenschap essentieel is voor het goede leven. Daarnaast is er geen communitarist te vinden die ten koste van het individu de commune en wanneer je toegelaten wordt tot de commune als enige doel stelt. Het goede leven draait toch weer om deugdzaam leven. Een thema wat sinds de oude Grieken tijdens week 2 en 3 al centraal stond voor het goede leven, met de aanvulling dat sinds de verlichting nadruk werd gelegd op het autonome individu (week 5). Naast de nadruk op het autonome individu wordt ook de commune waarin dit individu opgroeit door de communitaristen benadrukt. Oftewel: het autonome individu in de samenleving! En wanneer het autonome individu niet meer op zichzelf staat, maar in de samenleving, is het zaak om het autonome individu te vormen zodanig dat deze ook het goede leven in deze samenleving kan leven. Michael Walzer (p. 182) lijkt zelfs aan te geven dat deugdzaam handelen iets is wat alleen deugdzaam is in een bepaalde samenleving/context. Wat deugdzaam is, is cultureel bepaald. Neem bijvoorbeeld de verschillende opvattingen over wat deugdzaam is in het kader van het Trolley Problem (Who Would You Save?) en de Tesla-auto’s.

De combinatie tussen de liberalen en communitaristen creëert ruimte voor het ontstaan van de eerste contouren van het Duitse Bildungsideaal eind 18de eeuw, waarbij mensen worden opgevoed als goede burgers (en dus niet als slaafse consumenten) in de samenleving. Ze krijgen kunst, cultuur, muziek, sport, geschiedenis, filosofie, taal, logica, wiskunde, etc. Een brede vorming! Met een brede vorming wordt de autonome mens de ruimte gegeven om als een deugdzame mens in de samenleving van goede (en niet kwade) en deugdzame wil te zijn. Wellicht ontstaat hier de burgermaatschappij gericht op het creëren van burgers die allemaal wijsheid nastreven en allemaal Filosoof-koningen zijn zoals in week 2 reeds bij Plato aan bod is gekomen! Voor Plato was de Filosoof-Koning iets voor louter Aristocraten (zie week 3). In de burgermaatschappij ontstaat het ideaal van een brede vorming van de autonome mens gericht op de goede en deugdzame wil.