HGL – Week 24

67. De kandidaten kunnen uitleggen wat nihilisme bij Nietzsche inhoudt. Daarbij kunnen zij uitleggen:
 wat Nietzsche verstaat onder de Übermensch;
 welke invloed het idee van de Übermensch heeft gehad op de ontwikkeling van de westerse cultuur.

Op pag. 302 wordt gesproken over “de zin van het menselijk handelen”. Het gaat hierbij om de moraal als basis voor het handelen. Wat is het goede om te doen? Waarop baseer je je handeling? Wanneer je ervan uitgaat dat de mens een egoïstisch wezen is, dan is het mogelijk dat je het goede beschouwt als voor jezelf kiezen.
Het maakt dus nogal wat uit, op welke “zin” je jouw handelingen baseert. Wanneer er geen zin is, waarom zou iemand dan nog handelen? Wanneer je zin ervaart in het dienen van een christelijke God, dan ga je andere handelingen plegen dan wanneer je zin ervaart in het losbandig leven voor alleen jezelf, want YOLO (you only live once 🙂 ).

Vanaf de verlichting komt de natuurwetenschap centraal te staan. De successen van Newton spelen hierin een belangrijke rol. Ook zien we Darwin opkomen met zijn theorie over de “survival of the fittest”. Al met al staat rationaliteit en wetenschap centraal sinds de verlichting. De moderniteit/moderne tijd bouwt voort op wetenschap en rationaliteit. Dit geldt ook voor de moraal. Wanneer Kant stelt dat we zodanig moeten handelen dat deze handeling een algemene wet zou kunnen worden, dan veronderstelt dit ook een geloof in een algemene wet, waarbij deze wet altijd door rationaliteit/reflectie gevormd wordt. Het is dus een rationeel proces waarvoor systematisch denken kan helpen.
Op pagina 301 wordt gesproken over de moderniteit en haar “rationele fundering van de moraal”. De moraal is in de moderne tijd een moraal die rationeel benaderd moet worden.

Een tijdgenoot van Nietzsche (die elkaar nauwelijks gekend hebben waarschijnlijk) was Karl Marx. Marx sprak over religie als het opium van het volk. Specifiek staat hier VAN het volk. Het volk heeft opium nodig. Het volk heeft iets nodig om zichzelf voor de gek te houden: een Godsopvatting wat niets anders is dan “een projectie het menselijke bewustzijn zelf” (p.300).
Nietzsche redeneert ongeveer in dezelfde lijn. Voor de moraal biedt de moderniteit haar eigen God: de God van de rationaliteit als fundering/opium/illusie van de moraal. Volgens Nietzsche is dit hypocriet. Het ideaal van de bevrijding van de mens creëerde een nieuwe “God”: de rationele God als fundering van de zin en de moraal. Deze discussie speelt nu ook tijdens de Covid-19/Coronacrisis (maart 2020). Langzaam zien we de fundering van onze moraal/ons handelen in tweeën splijten met aan de ene kant diegenen die “geloven” in rationaliteit als fundering voor het handelen en voor wat het goede is om te doen (niet hamsteren in de supermarkten) en anderzijds een nieuwe God van verbinding waarbij mensen de zin van het handelen zoeken bij elkaar en in de relatie tot en met elkaar. Kijk maar eens naar het ontroerende filmpje van het zwaar getroffen Italië met geïsoleerde mensen op balkons die aan het zingen zijn met elkaar.

Maar zowel de moderne God van de rationaliteit als de God van de verbinding en de liefde hebben één ding gemeen: ze prediken een idee wat de mens overstijgt. Een idee waarin mensen gezamenlijk kunnen geloven. Het staat boven de mens… een transcendentie (bovenzinnelijk – samenstelling over…). De zin is niet iets persoonlijks, maar bovenzinnelijk. De zin wordt vanuit iets wat boven de mens staat iets “hogers” gevonden. Voor Nietzsche is alles wat transcendent is hypocriet! We bouwen rechtssystemen, relaties, cultuur, normen, waarden en tradities op hypocrisie/religie/transcendentie. Dit kan nooit de bevrijding van de (individuele) mens zijn. Nietzsche ziet een nieuwe wereld voor zich van wat Heidegger later de “laatste mens” zal noemen: de nihilistische mens. Een menstype in een hypermoderne wereld (zie vorige week over de supernova & het antihumanisme bij Charles Tayler). Een nihilistisch mens voor wie geen gedeelde waarheid/God meer bestaat. Een nihilistische hypermoderne mens die alles van waarden, alle religieuze, moderne, christelijke of wat dan ook waarden omver wil werpen. Dit noemt Nietzsche de omverwerping en herwaardering van alle waarden! De mens die zich los wringt van alle overheersende waarden en religies noemt Nietzsche de Übermensch. Nietzsche stelt dat hij breekt met het verleden. Volgens hem is de mens niet meer gevat voor een alomvattend idee. Heidegger zal later stellen dat Nietzsche niet breekt met het verleden, maar de laatste religie neerlegt. Een religie die stelt dat de alomvattende werkelijkheid (p. 302) bestaat uit nihilistische mensen die als Übermenschen niet gebonden zijn aan overheersende waarden, maar louter aan de eigen wil. De ultieme zin van ons handelen is de wil naar macht! Dus niet de rationele grond, niet de bijbel, maar de pure wil. Het Christendom en het Jodendom hebben vooral (vaak via rationele instituten) deze pure wil willen onderdrukken door normen en waarden op te leggen (via de instituties bijvoorbeeld. Iets wat Foucault 100 jaar later dus zal uitwerken). Nietzsche noemt de moraal van onderdrukking dan ook de slavenmoraal. De Übermensch houdt zich niet aan de slavenmoraal, behalve als dit aansluit bij de persoonlijke wil. De Übermensch rukt zich los van de kuddemens en zijn slavenmoraal.

Nietzsche is op verschillende manieren geïnterpreteerd. Zo kan de Übermensch nooit gebonden zijn aan regels, normen en waarden, maar betekent dit dat hij zomaar gaat moorden. Nietzsches filosofie van de wil naar macht en de Übermensch gold als blauwdruk voor de ideale Nazi. Nietzsche is ook misbruikt door economen. Mensen zouden alleen maar egoïsten zijn (survival of the fittest). Nietzsche zou daarmee aan de basis staan van sociaal-Darwinisme. De mens is een strijdvaardig wezen dat anderen wil aftroeven. Maar eigenlijk heeft Nietzsche nooit uitgewerkt HOE de Nietzscheaanse Übermensch zou moeten handelen. Persoonlijk denk ik dat iedereen dit voor zichzelf moet afvragen. De Übermensch kan namelijk ook de eigen geestelijke beperkingen proberen te overwinnen door bijvoorbeeld juist heel vredelievend proberen te zijn tegen de menselijke natuur in. Of door vetzucht te bestrijden tegen de eigen drang naar eten in. Wanneer iemand werkelijk lief wil zijn, kan het zo zijn dat dat niet altijd lukt. Iemand kan wel willen afvallen, maar dan kan de menselijke natuur (lekker blijven eten) toch tegenwerken. De Übermensch zou ook deze menselijke natuur kunnen willen overwinnen. Dit is een meer psychologische Nietzsche (al valt het maar te bezien of Nietzsche het hiermee eens zou zijn).

74. De kandidaten kunnen de opvatting van Camus ten aanzien van de afhankelijkheid en de kwetsbaarheid van een absurd en zinloos bestaan, weergeven en beoordelen. Daarbij kunnen zij Camus’ opvatting vergelijken met die van Nietzsches Übermensch, de christelijke agapè en de moderne zelfontplooiing.

“Als God niet bestaat, dan is alles geoorloofd” (Ivan uit de Gebroeders Karamazov – Dostojevsky). Het mag duidelijk zijn dat Nietzsche het hiermee eens zou zijn. Camus in zekere zin ook. Nietzsche heeft echter nooit uitgewerkt wat de Übermensch nu in de praktijk doet. Hoe hij of zij zich gedraagt. Dit biedt mogelijkheden om te kijken of er een zin voor het handelen mogelijk is vanuit het nihilisme zonder te vervallen in radicale, Nazistische en fascistische ideologieën die voortkomen uit haat en ressentiment. Ressentiment staat voor “work” en letterlijk voor het terug (re) voelen (sentiment). Ressentiment zien we in deze tijd ook. Het idee dat het vroeger altijd beter was. Het verlangen naar vroeger. Het opnieuw willen voelen van iets wat ooit zo goed aanvoelde. En iedereen die dat gevoel in de weg zit, moet bestreden worden. Het nihilisme kan dus ook zorgen voor een mens die in vrijheid andere groepen mensen wil onderdrukken en zelfs vernietigen voor zichzelf en de eigen groep. Wat weer paradoxaal klinkt, omdat hier dan toch weer een kuddedier lijkt voort te komen die een heersende moraal van het fascisme omarmt als de zin voor het handelen.

Camus komt (en is daarmee een grote inspirator voor Taylor) met de liefde voor het leven. Camus verwerkt in zijn boek “De Pest” (nu zeer actueel!!) een hoofdpersoon die arts is en in een stad met veel pest blijft. Waarom hij blijft, is niet duidelijk. Een strijdende arts zou vertrekken en iedereen later sterven aan de pest. Maar deze arts blijft. Hij is geen held, maar vooral trouw aan zijn stad en medemensen. Hij voelt met anderen mee (empathie). Zelf in de biologie zien we medemenselijkheid en wederkerigheid (je krijgt ook liefde terug). Wellicht is de nieuwe uitdaging voor de toekomst wel het verbinden van het christendom, humanisme en anti-humanisme richting een nieuwe zin voor het handelen, waarbinnen de liefde voor elkaar niet meer door een oriëntatie op God gebouwd wordt, maar een liefde die zich op aarde afspeelt. Een “binnenwereldlijk alternatief” voor het christendom. In een nihilistische wereld houden mensen niet voor elkaar omdat God dit wil. Ook niet omdat dit hoort volgens de rationele gronden, maar omdat men trouw, medemenselijk, empathisch en daarmee liefdevol wil zijn naar en voor elkaar.

Het zou best wel eens zo kunnen zijn dat de Covid-19/Coronacrisis van vandaag de basis vormt voor een nieuwe, wellicht nihilistische maar binnenwereldlijk alternatief voor samenleving op basis van liefde. De vraag is of deze crisis bij kan gaan dragen aan een meer Gaia-achtige (lees: Latour) oriëntatie op de zin voor het handelen. Een oriëntatie op het handelen van waaruit blijkt dat het goede wordt bepaald door de liefde van alles en iedereen in de wereld. Een oriëntatie die vertrekt vanuit empathie.

De pest
Camus on the Coronavirus (New York Times)

De Pest:
Camus: het leven is absurd. De natuur discrimineert niet. De natuur is rechtvaardig maar in essentie wellicht onbegrijpelijk. (In de film The Dark Knight refereren de twee “bad guys” ook vaak naar het onrechtvaardige karakter van de rechtsstaat. De natuur en het instinct heeft geen voorkeur. Voorkeuren komen voort uit een opvatting van iets of iemand. De voorkeur voor een jongen boven een meisje kan alleen ontstaat als iemand een bepaalde essentie ophangt aan een jongen en een meisje. De jongen kan dit en een meisje doet dat). De natuur kent geen essentie. De pest woekert bij rijke en arme mensen en laat niemand ongemoeid. De pest is willekeurig en nihilistisch.

Existentie voor essentie
Essentie:
1. Priester Paneloux -> De zin van het leven ligt bij God. God straft en beloont.
2. Rambert (journalist) -> De liefde voor de vrouw overwint (Romantiek)
3. Tarrou -> De plicht om te helpen (Kant)

Rambert en Tarrou vertegenwoordigen twee delen van het humanisme. Zingeving komt voort uit de mens zelf. Zingeving is iets romantisch (ik houd van mijn dierbaren). Of zingeving is iets wat systematisch onderzocht kan worden door zelfreflectie en analyse (plichtenethiek/Kant).

Paneloux legt de nadruk op de zin van het leven bij God.

Essentie: Dokter Rieux laat meerdere keren in het boek zien dat wanneer je de dood in de ogen ziet en de willekeur voorbij ziet komen, dat er geen tijd is voor essenties. Denken in essenties/discriminatie is een luxe. Denken dat je je liefde niet meer gaat zien is een luxe voor diegenen die in een willekeurige nihilistische wereld aan het werk zijn om zo lang mogelijk vol te houden. Denken aan de plicht is ook een luxe, omdat je geen tijd hebt voor analyse. De Nietzscheaanse Übermensch is ook niet bezig met analyse, maar met actief nihilisme: actief proberen te overleven. Camus gaat verder in de persoon van Rieux. Rieux heeft geen God en laat niks los over de essentie van het leven. Rieux heeft hier geen tijd en aandacht voor. Rieux heeft ook een geliefde buiten de stad waar de pest heerst, maar is te druk bezig om daaraan te denken. Rieux ziet het als fatsoen in een illusieloze wereld die willekeurig mensen raakt. De liefde voor elkaar ontvouwt zich daar waar mensen in niks geloven en geen illusies meer hebben. Daar waar men geen tijd meer heeft om zoals nu te discussiëren over wat onze politici goed en slecht doen. Daar waar er geen tijd is om de eigen groep te steunen en anderen uit te sluiten. Zoals de zorgmedewerkers ons ook willen vertellen, hebben deze essenties in vorm van decadente steun geen zin. Wat wel zin heeft, is om te handelen: je te houden aan de richtlijnen in een nihilistische wereld waarin we vol moeten houden voor elkaar en met elkaar.

Verteller (Camus) wil ons ook nog iets duidelijk maken: Dat is, zoals in het bovenstaande fotootje duidelijk wordt, er een vorm van liefde ontvouwt als “uitzichtloos geduld” en hardnekkig afwachten. Zo leven wij in tijden van beperking waarin mensen meesterschap moeten tonen. In een nihilistische tijd zonder verlossing (God). Dit is een andere soort van liefde, dan de journalist Rambert die lang in de luxe positie verkeerd te dromen en te denken aan het vluchten uit de stad (die afgesloten is – total lockdown). Het argument hierbij is dat Rambert zijn geliefde mist die buiten de stad zit en hij geen onderdeel is van de stad. Hij hoort hier niet. Dit is wederom idee: essentie. Het idee/de essentie dat liefde de kern is van het leven. Voor de nihilistische mens is dit ook een overheersende waarde. Werkelijke liefde is uitzichtloos en hardnekkig en zoals de Pest traag en langdurig (en niet flitsend en heldhaftig).

Existentialisten zoals Camus en Nietzsche willen aantonen dat de existentie (de nihilistische wereld van het uitzichtloze en hardnekkige) voorafgaat aan de essentie (de wereld zoals wij deze in termen zien en definiëren en begrijpen).


https://www.npostart.nl/POMS_WNL_16052290

https://www.trouw.nl/opinie/wat-de-democratie-kan-leren-van-de-pest-van-albert-camus~b5927b31/

HGL – Week 20

54. De kandidaten kunnen met voorbeelden uitleggen dat passies zich volgens Freud manifesteren buiten het bewustzijn om, onder meer in ons consumptiegedrag. Daarbij kunnen zij hierover een beargumenteerd standpunt innemen.

Freud onderscheidt drie delen van de “persoonlijkheid”, namelijk:

I. Über-ich (overstijgende ik/superego)
II. Ich (ik/ego)
III. Es (het/it)

Über-ich – De mens ontwikkelt zich vanaf de geboorte. De mens leert hierbij de heersende, normen, waarden en tradities van zijn of haar omgeving (socialisaties). De mens ontwikkelt samen met anderen ook een idee van wat het “goede” is om te doen. Het Über-ich staat voor het geweten en het geweten is sterk verbonden met de mensen in de persoonlijke omgeving.

Ich – De mens heeft bewustzijn. Alles waarvan het zich bewust is, noemt Freud “ich”. Ik (ich) ben me bewust van het feit dat ik deze zin aan het typen ben. Ik ben me bewust dat ik slecht tegen mijn verlies kan (of goed).

Es – De mens beschikt over een onbewuste, geestelijke energie (getransformeerde vervulling van seksuele energie, p. 241). Noem het instincten of natuurlijke behoeftes. Volgens Freud zijn deze onbewuste instincten ongrijpbaar rationeel, maar sturen ze ons wel. Freud, en dit is twijfelachtig, stelt dat iedere mens onderdrukte, seksuele behoeftes heeft en dat deze tot uitdrukking moeten komen op de een of andere manier.

Deze “een of andere manier” kunnen we observeren. Denk hierbij aan de gefrustreerde man die niet aan zijn “trekken” komt en op een gegeven moment zichzelf niet meer kan beheersen. Het “ich” is zich niet bewust van die onbewuste frustraties en het Über-ich (geweten) weet voorlopig nog wel het leven in bedwang te houden (zelfdiscipline), maar wanneer de frustratie te hoog oploopt, moet het eruit. Net als in de film Fight Club zien we de onbewuste neigingen van mensen, frustraties etc., die er toch op de een of andere manier uit moeten.
Op pagina 242 wordt gesproken over het “monsterverbond”. Stel je voor je bent de baas van een reclamebureau. Je wilt een bepaald product verkopen. Laten we zeggen dat je als leraar het vak filosofie wilt verkopen aan je leerlingen :). Je vraagt aan leerlingen wat ze willen. Ze geven van alles aan. Ze zijn zich bewust van wat ze willen (ich) en weten ook wat op school wenselijk is (Über-ich). Veel scholen houden bijvoorbeeld leerlingenquetes en vragen ouders om hun opvattingen, net als leraren overigens. Dit is over het algemeen de manier hoe veel mensen denken. Maar stel je eens voor dat Freud gelijk heeft. Leerlingen, leraren, ouders, schooldirecteuren hebben onbewuste (seksuele) neigingen waar ze dus allemaal geen weet van hebben. Jij als leraar/reclamemaker gaat vervolgens niet vragen naar de bekende weg (wat wil je als leerling), maar je gaat massaal onderzoeken welke verborgen en onbewuste verlangens leerlingen hebben. Je komt erachter dat ze allemaal extra aandacht geven aan foto’s van het achterwerk van Kim Kardashian en bij het zien van een naakte vrouw die aan het kantklossen is, terwijl ze aan een lolly zucht (ik noem maar iets heel fouts en denigrerends en moreel verwerpelijks). Je gaat vervolgens onderzoeken hoe je het beste lesprogramma kunt maken die aansluit bij de (onbewuste) behoeftes van leerlingen. Vragen met bronnen waarin naakte vrouwen komen met lolly’s, etc. verpakt in een “formeel” jasje en waarbij je als leraar achteraf natuurlijk vraagt hoe de leerlingen het programma vonden en speciaal de lesstof. De leerlingen zeggen misschien, de lesstof was heel goed, maar stiekem weet jij als onderzoeker dat het niet de lesstof is, maar de foto’s en de lolly’s die leerlingen aanspreekt. Zo manipuleer je mensen zonder dat ze het zelf weten. Zo maak je van consumenten slaven van de verleiding.
In de laatste alinea op pagina 242 wordt gesproken over de verdamping van het kernprobleem. Het onbewuste gedrag wordt door onderzoek bewust gemaakt (denk aan fake news en de Trump-campagnes). Alleen weten de consumenten veelal zelf niet hoe hun onbewuste gedrag concreet is gemaakt en wie deze informatie heeft (denk aan de grote 5 van van Silicon Valley). Hoeveel macht hebben Microsoft, Apple, Facebook, Amazon en Google? Hoeveel weten ze over “Es”, over het onbewuste, over mijn en onze onbewuste neigingen? Hoe dichter ze bij de “waarheid” komen, hoe problematischer. We zijn dan gevoelig voor onbewuste manipulatie. Ons lichaam kan dan gestuurd worden op bepaalde hoogte. De vraag blijft natuurlijk of we überhaupt in staat zijn om bewust iets te weten te komen over het onbewuste. De Theory U en de IJsbergtheorie is heel populair tegenwoordig. Deze theorieën stellen dat er veel onbewust gebeurt in onze geest, maar dat we dit kunnen “openbaren” via introspectie/zelfinzicht. Dit lijkt ook op wat de grote 5 van Silicon Valley pogen te doen: het inzichtelijk maken van het onbewuste. Het is maar zeer te vraag hoever wij hierin gaan komen, maar daarmee niet minder relevant als thema!

Als laatste is het belangrijk om de derde paragraaf van pagina 242 over de jaren 60 te duiden! Wanneer iemand aanneemt dat de mens onbewuste neigingen heeft en vervolgens ook gaat definiëren wat de oorzaken zijn van deze neigingen (onderdrukte seksualiteit), dan kun je ook een platte regel (norm) opstellen waarbij je bijvoorbeeld zegt dat monogamie afgeschaft moet worden en dat kinderen niet meer onderdrukt moeten worden, maar juist vrijgelaten moeten worden zodat ze geen uitbarstingen (zie Fight Club) meer krijgen. In het onderwijs zien we deze richting ook wel terug bij ouders en kinderen die stellen dat het kind vrij moet spelen omdat het anders gevoelens en neigingen gaat onderdrukken en dat is heel ongezond en slecht. Let wel op! Wanneer je zo normerend naar het onbewuste kijkt, dan moet je al aannemen dat er veel onbewust gebeurt. Je moet ook weten wat er gebeurt en je bepaalt vervolgens ook dat dit bij iedereen gebeurt.

De paradox bestaat dat de vrije mens aanneemt dat er onbewust van alles gebeurt. Dat de vrije mens ook weet wat er gebeurt. Dit wordt dan een nieuwe maatschappelijke norm: het Über-ich (geweten) stelt dat het goed is om je (seksuele) gevoelens niet te onderdrukken en de grote bedrijven en reclamemakers proberen hierop in te spelen omdat je zo producten kunt verkopen.


55. De kandidaten kunnen het onderscheid dat Arendt maakt tussen arbeiden, werken en handelen uitleggen, toepassen en evalueren.
Daarbij kunnen zij uitleggen dat volgens Arendt in de moderne consumptiemaatschappij arbeiden dominant is geworden.

Arendt onderscheidt drie basiselementen voor het mens-zijn (vita activa):

I. Arbeid
II. Werk
III. Handelen

Arbeid: noodzakelijk handelen gericht op het overleven in een natuurlijke omgeving (eten verbouwen, etc.)
Werk: creëren van nieuwe zaken zoals een gebouw, technieken, etc.
Handelen: nieuwe initiatieven samen met anderen (vraagt om een moreel-ethische stellingname – wat is het goede om met elkaar en voor elkaar te maken?)

Arbeid is het laagste werk. Bij de oude Grieken zijn dit soort handelingen voor onvrije mensen zoals vrouwen en slaven.
Werk draait om het creëren van technieken. Niet zelden technieken die voort blijven bestaan ook als de maker sterft. Technieken die ons leven in de natuur makkelijke maken. Technieken die ervoor kunnen zorgen dat we nog minder arbeid hoeven te verrichten. Technieken kunnen ook destructief zijn (atoombom), maar ook helpen (betere landbouwtechnieken en zorg). Door werk ontworstelt de mens zich van de natuur.
Handelen draait om het politieke en dus om macht. Mensen bepalen samen (diegenen met meer macht bepalen meer) wat voor werk wenselijk is (geen massavernietigingswapens maar betere zorg bijvoorbeeld).

Handelen is waar vrijheid is om samen met anderen vorm te geven aan de wereld met elkaar gericht op waar we samen heen willen. Het handelen van mensen kan ook het werk in de weg zitten. Denk hierbij aan de techneuten die geen arbeid verrichten, maar een nieuwe machine aan het programmeren zijn omdat ze het gaaf vinden om te programmeren. Maar wanneer ze niet nadenken over de gevolgen en/of wanneer de samenleving bepaalt dat ze deze machine niet willen (te gevaarlijk of gewoon niet nuttig), dan kan de werkende techneut boos worden omdat hij niet kan creëren. Hij kan dan het gevoel hebben niet vrijgelaten te worden in zijn of haar streven iets te creëren. Vrijheid zit niet, in lijn met Arendt, in het creëren van iets, maar dus in het politieke spel waarbij we samen bepalen wat het goede is… in het ethische handelen dus!

Problematisch is, zoals Arendt analyseert een paar honderd jaar na Locke, Marx en Hegel, het gegeven dat de protestantse ethiek (zie week 6 over de opkomst van het protestantisme en burgerrechten) heeft gezorgd voor juist het centraal stellen van de arbeidsethos: het is goed om hard te werken. Zo vergaat je bezit en kun je als autonome burger worden wie je wil worden. Hoeveel mensen zijn wel niet opgevoed met het idee dat arbeid “vrij maakt”? Cynisch genoeg staat bij binnenkomst van het concentratiekamp Auswitch: “Arbeit macht frei”. Het is niet per definitie verkeerd om hard te werken, maar het protestantisme ten tijden van Locke en later Marx (Marx zette de arbeider zelfs centraal – de arbeider moet zich bewust worden van zijn noodzakelijke plek in de samenleving en dan in opstand komen), zetten het harde werken, de arbeid specifiek, centraal.
Het is misschien een beetje plat, maar wellicht verhelderend. Loop eens door de school en kijk naar leerlingen en leraren. Creëren ze iets nieuws (werk), zijn ze aan het handelen (ethiek en onderlinge afstemming) of doen ze dingen die louter noodzakelijk zijn (arbeid)? En in hoeverre zijn deze zaken echt noodzakelijk? Een van de mogelijke kritieken op Marx zou ook kunnen zijn of er nog wel echte noodzaak bestaat. Is er nog wel zoiets als arbeid? Toch kan ik me niet van de indruk onttrekken dat ik vaak mensen zogenaamde noodzakelijkheden die doen, die ze zelf noodzakelijk vinden, maar waarbij het nut onduidelijk is. Mensen die 10x per dag (verslaving) schoonmaken of ’s avonds nog even een schoolopdracht in elkaar gaan zetten of weer controleren of het stappenplan voor morgen duidelijk is. Er zijn zelfs mensen die figuurlijk gesproken met de hamer door de straat lopen, hopende ergens iets vast te kunnen timmeren.

Loop dus eens door de school. Wat denk jij? Had Hannah Arendt een punt toen ze aangaf dat de oude Grieken qua ontwikkeling op het gebied van het mens-zijn verder ontwikkeld waren dan de moderne mens in de hedendaagse consumptiemaatschappij?

Primaire tekst (12): Hannah Arendt – De menselijke conditie
59. De kandidaten kunnen uitleggen dat Arendt de kunstenaar de enige overgebleven ‘werker’ in een maatschappij van arbeiders noemt en dat in de moderne tijd alle activiteiten van de mens die geen arbeid zijn, spel of hobby genoemd worden.

Arendt (p. 428) stelt dat “we er bijna in zijn geslaagd alle menselijke activiteiten te herleiden tot die ene activiteit”. Deze activiteit bestaat uit het in overvloed verschaffen van middelen (producten) (voor consumptie). Mensen worden arbeiders. Arbeiders maken producten. Hoe harder arbeiders werken, hoe meer producten ze kunnen maken, hoe meer geld ze kunnen verdienen en hoe meer ze weer kunnen consumeren.
De mens wordt geacht “de kost te verdienen” (p. 428).
Arbeid is de serieuze activiteit waarvan het resultaat niet interessant is, behalve dat het geld oplevert (voor consumptie) door verkoopbare producten te maken (de kwaliteit doet er niet toe en ook niet wie het product consumeert. Wat telt is dat het geconsumeerd wordt).

Het enige “beroep” wat niet gericht is op de kost verdienen en productie, is het beroep van de kunstenaar. De kunstenaar werkt aan iets nieuws. Hij (of zij) probeert iets te creëren omwille van de creatie en niet omwille van de noodzakelijkheid om geld te verdienen om te kunnen consumeren.
Hier ontvouwt zich het verschil tussen de arbeider en de werker! Echter, in de moderne samenleving staat, sinds Locke, Smith en Marx, het arbeidersideaal en haar protestantse werk-/arbeidersethiek centraal met als gevolg dat het werken aan iets nieuws gelijkgeschakeld wordt aan een hobby. Twee jaar geleden was minister Wiebes te gast bij het tv-programma Zomergasten. Wiebes werd gevraagd naar zijn opvatting over kunst en kunstsubsidies. Zijn antwoord was: “De ene hobby is niet beter dan de andere.” Arendt lijkt een punt te hebben wanneer ze op pagina 429 analyseert hoe het spel (van de kunstenaar) zijn “wereldse betekenis” heeft verloren. Verloren aan het arbeidsideaal voor wie maar één activiteit telt: hard werken (arbeiten) om het werken (niet omwille van wat je wilt creëren) en de rest is vrije tijd/hobby… De homo ludens (spelende mens) is een leuke hobby, maar niet het primaire doel van een samenleving waarin de arbeider hard moet arbeiten.

60. De kandidaten kunnen uitleggen dat Marx’ ideaal van de animal laborans volgens Arendt op een verkeerde vooronderstelling berust en dat dit ideaal noodzakelijk leidt tot een economie van verspilling, waardoor de mens uiteindelijk zijn tehuis zal verliezen. Tevens kunnen zij deze opvattingen van Arendt herkennen, toepassen en beoordelen.

Marx stelde dat wanneer de Arbeider bewust zou worden van zijn noodzakelijke positie, dat deze in opstand zou komen en de macht naar zich toe zou trekken. De arbeider verricht het noodzakelijke werk. Zonder de arbeider, is er geen leven mogelijk. Marx, zo stelt Arendt, ging er wellicht vanuit dat de arbeider zijn macht zou inzetten om ook als een kunstenaar aan het werk te gaan door nog betere technieken te bouwen, waardoor er minder lagere arbeid nodig is. En uiteindelijk zou de Arbeider via politiek dus bepalen/handelen in lijn met wat het goede is om te doen.

Maar, zo stelt Arendt, deze hogere bevrijding van de Arbeider heeft niet plaatsgevonden. Een nieuwe onvrijheid is hierdoor juist ontstaan. De arbeider moest hard gaan werken om zichzelf te bevrijden van het juk van de bourgeoisie. In werkelijkheid zorgde dit voor arbeiders die harder gingen produceren om nog meer geld te verdienen om nog meer te consumeren. Omdat er nog meer werd geconsumeerd, moest er nog meer worden geproduceerd, waardoor de arbeiders nog harder moesten werken. Waardoor de arbeiders nog meer geld gingen verdienen voor consumptie, waardoor er nog meer producten geproduceerd moesten worden, etc. etc. Het mag duidelijk zijn dat hier 1. geen sprake is van een manier van werken waarbij de kunstenaar voorop staat, 2. het politieke debat nauwelijks wordt gevoerd omdat individuen vooral bezig zijn met nog harder produceren om nog meer en sneller te consumeren, 3. waardoor er een armoedige samenleving/cultuur ontstaat die de samenleving en de natuur (te veel consumptie) verbruikt (met nauwelijks ruimte voor mensen die met elkaar vorm geven aan de wereld maar vooral voor zichzelf produceren en consumeren) en 4. de mens en zijn cultuur niet alleen minder ontwikkeld lijkt te zijn in vergelijking met de Oude Grieken, maar ook nog eens in een vicieuze cirkel is beland met alle mogelijke gevolgen van dien. En als laatste is een wereld waarin één visie op het active leven (vita activa) in termen van de mens die arbeid verricht, een wereld zonder andere perspectieven en visies. Een wereld zonder een diversiteit aan visies en denken, is een wereld die totalitair kan worden. Totalitarisme/fascisme/nazisme kan niet bestaat in een pluriforme wereld met een diversiteit aan visies en denkwijzen. In de moderne tijd dreigt de arbeidsethiek en het daaraan gekoppelde vicieuze cirkel van productie en consumptie dé visie op samenleving te worden.

Hannah Arendt omschrijft in dit artikel de voorboden van de consumptiemaatschappij… een vicieuze product- en consumptiepatroon, gebouwd op een protestantse arbeidsethiek die door vrijwel iedereen op individueel is overgenomen en waar nauwelijks nog aan getornd wordt. Ze is wellicht een van de strijders voor de natuur en de mens avant la lettre!

HGL – Week 16

45. De kandidaten kunnen de kritiek van Habermas op het proces van modernisering weergeven aan de hand van het onderscheid tussen instrumentele en communicatieve rationaliteit. Daarbij kunnen zij de opvatting van Habermas dat de leefwereld en het goede leven kunnen worden gekoloniseerd door het bureaucratische en het economische systeem uitleggen, toepassen en beoordelen.

Habermas komt met een positieve (p. 210) interpretatie van de modernisering/rationalisering van de samenleving. De moderniteit bouwt niet voort op religie en mythes. De moderniteit draait om demystificatie: de wereld wordt ontdaan van haar irrationaliteit. Dit zien we ook terug in de ontkerkelijking. Maar de nadruk op rationaliteit “(…) is erg eenzijdig geweest” (p. 210). Ik denk dat we kunnen stellen dat de nadruk op rationaliteit voor een wereld heeft gezorgd met instituten die rationaliteit benadrukken. Dit wil dus zeggen dat de onderlinge machtsverhoudingen tussen mensen resulteren in zachte instituties gedreven op “cognitief-instrumentele rationaliteit”. Oftewel: burgers moeten denken (cognitie) op een instrumentele manier (alles moet nut hebben en zo efficiënt en doelgericht mogelijk worden bereikt). Het is niet ondenkbaar dat er zoiets als institutioneel cognitief-instrumentele rationaliteit bestaat :). Maar ook dit is niet altijd even makkelijk te duiden. We kunnen deze vorm van rationaliteit niet oppakken. Het is wat dat betreft ook vooral een idee. Dat gezegd hebbende, gaat deze vorm van rationaliteit “(…) ten koste van moreel-praktische en esthetisch-praktische rationaliteit” (p. 210). Mensen gaan steeds minder met elkaar communiceren en hun handelen vinden steeds minder plaats op basis van communicatie en afspraken. Velen richten zich op de meest efficiënte en nuttige, technische, instrumentele keuze/mogelijkheid.
Een viertal voorbeelden van het spanningsveld tussen instrumentele rationaliteit en praktische wijsheid:
1. Denk hierbij bijvoorbeeld aan leerstrategieën. Veel leerlingen leren alleen en voor zichzelf en vragen niet zelden om duidelijke doelen om zo efficiënt mogelijk de stof te kunnen leren (instrumentele rationaliteit), terwijl samenwerken en in groepjes leren en waardevolle gesprekken over de lesstof niet zelden een betere strategie is. Maar deze strategie wordt veelal als inefficiënt beschouwd.
2. Als docent zijn er ook voorbeelden. Zo kan een gezamenlijke opdracht instrumenteel worden vormgegeven: verdeel de taken en laat iedereen afzonderlijk de taken uitvoeren en breng aan het einde alles samen. Maar het is ook mogelijk om tijd te nemen voor communicatie en dialoog om zo samen tot een plan te komen. Maar veelal wordt dit laatste als niet efficiënt beschouwt.
3. Afgelopen week hoorde ik een voorbeeld van een oud-leerling op een ROC. Ze had een poging tot zelfmoord gedaan en vroeg mij om hulp ten aanzien van haar school. Haar school had naar alle leraren en leerlingen een formele brief gestuurd dat er “een leerling was die (…)” zus en zo. Iedereen wist wie deze leerling was, maar dat mocht formeel/juridisch niet gezegd worden. Vervolgens vroeg mijn oud-leerling aan mij, wat te doen. School reageert formeel dat ze niet mogen praten en dat ze niet naar school mag komen. Ze krijgt weinig steun, omdat iedereen bang is aansprakelijk te zijn voor wat dan ook. De brieven worden met een jurist opgesteld. Hier vinden we instrumenteel handelen dat ten koste gaat van het gesprek… Een gesprek met een kind in nood dat handvatten nodig heeft om met elkaar een oplossing te vinden voor haar leven.
4. Dit is ook de kern van het prachtige boek van Franz Kafka (het proces) over een man die in een bureaucratisch-technisch en juridisch systeem terecht komt en niet meer weet wat te doen. Het lijkt ook op wat afgelopen week is gebeurd in de tweede kamer ten aanzien van de rol van de belastingdienst in het kinderopvangdebacle/toeslagaffaire, waarbij staatssecretaris Menno Snel aangeeft in de tweede kamer zo 1-2-3 geen oplossing te hebben voor het bureaucratische systeem. Naar Kafka is ook het woord Kafkaesque genoemd. Kafkaesque betekent: “de hulpeloze toestand van kleine burger tegenover kracht van bureaucratie”.

(…) Daarbij kunnen zij de opvatting van Habermas dat de leefwereld en het goede leven kunnen worden gekoloniseerd door het bureaucratische en het economische systeem uitleggen, toepassen en beoordelen.

Wanneer het systeem “de leefwereld naar hun hand proberen te zetten” via valse voorstellingen (Marx) of (institutionele) Disciplinering (Foucault) van macht, dan is er sprake van kolonialisering volgens Habermas (p. 210). Habermas geeft dan ook aan dat de leefwereld (communicatieve rationaliteit), hoe wij samen willen leven en wat wij de juiste balans in relatie tot het goede leven en instituties vinden, niet kan worden beantwoord op een technische, instrumentele manier (instrumentele rationaliteit). Terug naar het gesprek dus!
* Een goed thema voor een essay: de opvatting van Habermas dat de leefwereld en het goede kunnen kunnen worden gekonaliseeerd door het bureaucratische en het economische systeem uitleggen, toepassen en beoordelen.

46. De kandidaten kunnen het onderscheid tussen het Angelsaksische en het Rijnlandse model als varianten van het idee van de vrije markt uitleggen, toepassen en beoordelen. Daarbij kunnen zij aangeven wat in beide modellen de verschillen zijn in de bedrijfscultuur aan de hand van het onderscheid tussen recht en moraal en het onderscheid tussen shareholder-capitalism en stakeholder-capitalism.

In paragraaf 6, p. 216/217 wordt het onderscheid gemaakt tussen het Angelsaksische en Rijnlandse model. Ook hierin zien we de geschiedenis die doorweegt in de dagelijkse instituties en hoe deze worden georganiseerd. Kort door de bocht :): de USA heeft nauwelijks geschiedenis en bouwt op individualisme en eigen keuze in lijn met John Locke en Adam Smith. De USA staat ook aan de basis van het vrije markt denken als “survival of the fittest”, waarbij het niet gaat over het meest fitte gezin of cultuur, maar het meest fitte individu. Het West-Europese/Duitse Rijnlandse model vertrekt vanuit de Middeleeuwen, waarbij de samenleving belangrijk is. Het individu is niet zomaar individu voor zichzelf, maar moet ook zorgen voor de samenleving. Een directeur is niet baas over zijn werknemers, maar heeft een zorgfunctie voor zijn werknemers.
Dit vraagt ook om een lange termijnvisie over hoe alle stakeholders in en rondom het bedrijf te betrekken. Minder top-down en minder individueel. Maar ook hier zien we terug hoe verschillende achtergronden en opvattingen in de relaties en onderlinge machtsverhoudingen uiteindelijk doorgetrokken worden in de wijze hoe instituties worden vormgegeven. In andere landen van de wereld zijn de instituties ook weer geheel anders en gaan daar ook weer andere machtsprocessen aan vooraf!
Wat is dan het verschil tussen een stakeholder en een shareholder? Investopedia.com geeft de volgende definitie: Shareholders are always stakeholders in a corporation, but stakeholders are not always shareholders. A shareholder owns part of a public company through shares of stock, while a stakeholder has an interest in the performance of a company for reasons other than stock performance or appreciation. These reasons often mean that the stakeholder has a greater need for the company to succeed over a longer term.” Neem nu bijvoorbeeld de voetbalclub AJAX. AJAX is een beursgenoteerd bedrijf. Dit betekent dat iemand een “aandeel” kan kopen van de voetbalclub AJAX. Een aandeel betekent dat je een stukje van het bedrijf AJAX bezit. Wanneer het goed gaat, wordt het aandeel meer waard en krijg je wellicht een deel van de winst en wanneer het slecht gaat wordt het aandeel minder waard. Ander voorbeeld. Een broer wil een eigen bedrijf starten en vraagt of jij een aandeel wilt hebben in zijn nieuwe bedrijf. Dat kost je 10.000 euro en voor deze 10.000 euro krijg je 20% van zijn bedrijf. Wanneer het bedrijf later 1.000.000 waard is, dan heb jij 20% van deze waarde nog in aandelen, dus 200.000 euro. Aandeelhouders (shareholders) hebben dus een aandeel (waarvoor ze dus een bedrag betalen) van een bedrijf. Stakeholders hebben “stakes”: belangen. Een AJAX-fan of profvoetballer bij AJAX heeft er belang bij dat het goed gaat met AJAX. Net als dat jij een persoonlijk belang hebt, gewoon als broer, dat het goed gaat met je broer en zijn bedrijf. Je hoeft niet altijd een aandeel te hebben om wel een belang te hebben dat het goed gaat met het bedrijf. Japanse bedrijven werken meestal zo dat werknemers van een bedrijf niet alleen een belang hebben in het bedrijf als werkgever, maar ook naast salaris aandelen krijgen. Zo worden stakeholders ook shareholders. Maar niet alle stakeholders hebben ook aandelen (shares) en zijn dus ook niet allemaal aandeelhouders (shareholders).
De grote vraag die gesteld moet worden, is of shareholders (aandeelhouders) het beste voor het bedrijf willen of op korte termijn vooral veel geld willen verdienen. In de film The Big Short speelt een van de hoofdrolspelers een directeur van een hedgefund. Een dergelijk hedgefund Kohlberg, Kravis, Roberts (KKR) koopt in 2004 de V&D. Het gaat dan niet goed met de V&D en de aandelen (shares) zijn niet zoveel meer waard. Waarvoor koopt KKR deze aandelen van een bedrijf waar ze verder niet veel mee kunnen? Om vervolgens de V&D op te splitsen in twee bedrijven. Het ene bedrijf (1) houdt zich bezig met het vastgoed. Dit zijn alle grote dure en kostbare gebouwen die de V&D in veelal de centra van de grote steden bezit. Het tweede bedrijf (2) blijft zich bezighouden met het verkopen van goederen zoals de V&D altijd al heeft gedaan. Je zou denken dat dit niet zo erg is, maar wat is er vervolgens gebeurd. Het bedrijf wat over de gebouwen ging, was veel meer waard dan het bedrijf dat producten verkocht in winkels. Daarnaast moest opeens bedrijf (2) huur gaan betalen aan het vastgoedbedrijf (2). Voorheen waren dit dezelfde bedrijven en hoefden bedrijf 2 natuurlijk geen huur te betalen. Ondertussen wordt het vastgoedbedrijf meer waar (huizen en panden worden duurder) en de huuropbrengsten komen ook nog eens binnen. Uiteindelijk verkoopt KKR de vastgoedtak voor veel geld en kan bedrijf 2 natuurlijk de kosten en de huur niet betalen. Het ging al slecht en met hoge huurprijzen gaat het nog slechter. Met als gevolg: het faillissement van de V&D en veel winst voor KKR. De vraag is: hebben deze shareholders (KKR) dezelfde belangen voor ogen gehad als de stakeholders? Er zijn twee antwoorden mogelijk:
Nee, ze hebben bewust het bedrijf gesplitst en een tak met veel werknemers en andere stakeholders failliet laten gaan.
Ja, ze hebben meer geld gegenereerd en daarmee de markten geholpen nog “rijker” te worden.
Het antwoord hangt een beetje af of iemand wel of niet gelooft in de kracht van de vrije markt en de shareholdersbelangen zoals Gordon Gekko deze al eerder benoemde in de film Wallstreet.

Paragraaf 2, p. 205 sluit af met de tamelijk Aristotelische opvatting dat de onderlinge instituties in balans moeten zijn en dat het goede leven draait om het zoeken met elkaar naar het juiste midden.

Op pagina 209, par. 4 worden de verschillen tussen het westen en oosten aangehaald, waarbij in het ene geval het totalitaire regime een disbalans lijkt te veroorzaken in het licht van het goede leven en in het andere geval wellicht de vrije markt deze disbalans veroorzaakt. Zo gaan de Chinezen op dit moment niet echt “netjes” om met de Oeigoeren. Echter, in het westen zijn er eindeloos veel berichten die duiden op het faillissement van de vrije markt. De vrije markt dringt door in alle instituten in Nederland en ontwricht de samenleving. Neem bijvoorbeeld de invloed van de vrije markt op het onderwijs. Of deze constatering klopt, zal blijken. Waar het om gaat, is dat het juiste midden… de balans ten aanzien van de organisatie van instituten als onderdeel van het goede leven, op verschillende plekken in de wereld op verschillende manier onder druk staat en dus nog steeds gezocht moet blijven worden.
Of neem bijvoorbeeld de vraag over regelgeving en beleid ten aanzien van zelf-rijdende auto’s. In China streeft men naar auto’s die met elkaar communiceren (connected zijn). Het is daarbij minder een probleem om de handen van de sturen te halen en auto’s met elkaar te laten communiceren. Mensen kunnen de communicatie alleen maar in de weg zitten en daarmee onveiligheid realiseren. Daarnaast bouwt men in China volledig nieuwe steden en wegen en breekt men niet zelden oude gebouwen af. Op deze manier kunnen er efficiënte en goede wegen gebouwd worden. In Europa koestert men de oude steden en dit vraagt om auto’s die kunnen anticiperen op moeilijke wegen, kleine steegjes, etc. Auto’s moeten dus autonoom kunnen reageren en niet alleen met andere auto’s rekening houden. Dit zien we ook terug in de opvatting van veel Europeanen dat ze geen behoefte hebben aan controle over het stuur. Europeanen willen veelal zelf bepalen en zelf rijden, daarnaast raakt het ook aan privacy-issues om van elkaar te weten wat men doet en waar men heen gaat. Tevens kunnen dergelijke connected-systemen ook ervoor zorgen dat bepaalde auto’s niet rijden omdat de regering of wie dan ook dat niet wil. Hier zien we verschillende opvattingen over autonome zelf-rijdende auto’s en connected zelf-rijdende auto’s. Cultuur is best bepalend voor de manier hoe bedrijven ethiek en moraliteit vertalen. De kern van dit verhaal is, dat moraliteit geen technisch-rationeel gegeven is en daarmee onoplosbaar. Jarenlang onderzoek naar variaties op the Trolley-problem in de hele wereld, hebben meer problemen opgeleverd dan oplossingen. Men wilde op zoek gaan naar de morele keuzes die in verschillende landen gemaakt zouden worden als een zelf-rijdende auto’s kon kiezen tussen het aanrijden van persoon X of persoon Y. Wanneer miljoenen zelf-rijdende auto’s gaan rijden, dan komt een dergelijke keuze meerdere malen per dag voor ergens in de wereld. Wat blijkt? In verschillende landen maakt men verschillende keuzes. Dit heeft met de cultuur te maken en hoe cultuur de vraag naar het goede leven beantwoordt. Zie hier voor de online test: http://moralmachine.mit.edu/. Ik het onderstaande filmpje wordt extra uitleg gegeven over de drie/vier verschillende visies op moraliteit. Wat duidelijk wordt, is: cultuur verandert waarden, normen en daarmee de ethische posities. Zelfs de beste programmeurs, de meest intelligente, rationele, technische en doelgerichte mens, heeft geen universele oplossing voor morele en ethische dilemma’s. Dit onderwerp kwam in week 3 als aan de orde toen het onderscheid tussen dianoëtische en ethische deugden werd uitgelegd, waarbij techne (vaardigheid) en episteme (kennis) niet voldoende was voor sophia (wijsheid) en een waarlijk voortreffelijk en deugdzaam leven. Dus? Het is onvermijdelijk dat mensen met elkaar gaan communiceren en afspreken wat ze samen belangrijk vinden. Een computer of een techniek kan deze oplossing niet vinden. En iedereen die denkt dat de techniek deze oplossing wel gaat vinden, zal instituten bouwen die zelf-rijdende auto’s produceren die keuzes maken waar de bijrijders niet altijd een goed gevoel bij hebben… een nieuwe vorm van macht en onderdrukking. Maar wanneer bijrijders allemaal zelf, autonoom, zonder in gesprek te gaan met elkaar, bepalen hoe de auto moet reageren, dan kunnen auto’s nauwelijks nog op elkaar anticiperen. Iedere auto is dan weer anders, net als dat ieder land andere regelgeving heeft. Velen denken dat de technologie veel vragen gaat beantwoorden, maar eigenlijk lijkt technologie en techniek als gevolg van rationaliteit en doelmatigheid de mensheid te dwingen om voor zichzelf weer een vraag te worden: wie ben ik? Wie zijn wij? En wat is wenselijk?

E&F – Week 2

Instituten maken gezamenlijk handelen mogelijk en overstijgen het individu. Dit kan voor sommige individuen dwingend overkomen wanneer het individu zijn of haar zin niet krijgt. Daarnaast kunnen instituten ook te veel of te weinig regelen. Dit is telkens een politieke afweging.

Tevens kunnen instituten ook de manier hoe mensen denken over samen leven beïnvloeden. Zo is het niet ondenkbaar dat instituten bijdragen aan de opkomst van de bureaucraat: een uitvoerend ambtenaar in een bureaucratie ambtenaar die een beleid voert of voorstaat dat centraal geleid wordt door een ambtelijk apparaat/instituut. Een bureaucraat denkt mogelijk eerst aan het beleid en de regelgeving binnen het ambtelijk apparaat / instituut, daar waar andere mensen wellicht geen zin hebben in allemaal regelgeving en formulieren, etc.
(Citaat: “Formal rules and policies” – Youtube – Bureaucracy Max Weber).
Voorbeeld:
Ik: Zullen we een nieuwe app gaan ontwikkelen?
Ontwikkelaar: Te gek! Gaan we doen!
Bureaucraat: Aan welke regels en beleidsmaatregelen moeten we voldoen?

Instituten zijn nuttig, maar daar zijn ook kanttekeningen bij te zetten wanneer instituten resulteren in (te veel) bureaucratie. Denk hierbij aan zaken als hiërarchie, regelgeving, “division of labor”, scheiding van werk en vrije tijd, selectie van personeel op basis van technische kwalificaties (diploma’s, certificaten, ervaring) en niet zozeer op de persoonlijke eigenschappen om met anderen samen te werken of vanuit de gedachte dat iemand kan groeien in een bepaalde functie. Daarnaast komen met regels ook meer juridische zaken en behoefte aan (dure) rechtspraak.

Essay-opdracht “MacIntyre”

Primaire tekst (9): Alasdair MacIntyre – After Virtue Na de deugd. Een moraalfilosofisch onderzoek
39. De kandidaten kunnen aan de hand van een uitgewerkt voorbeeld – afkomstig uit kunst, spel, wetenschap, gezin of politiek – weergeven wat MacIntyre verstaat onder praktijken en daarbij de begrippen interne en externe goederen uitleggen en van elkaar onderscheiden. Daarbij kunnen zij uitleggen dat interne goederen alleen te herkennen of te identificeren zijn door deelname aan een specifieke praktijk.

Werk voorbeeld/context/praktijk uit waarbinnen een bepaalde discipline heerst om vervolgens binnen deze discipline uit te werken wat de internal en external goods zijn en daarnaast de relatie is tussen deze “goods”. Geef tevens aan hoe het komt dat mensen uit een andere praktijk bepaalde interne goederen niet kunnen herkennen of identificeren. Probeer ook eens een gedachte-experiment uit te voeren waarbij je op sociale media gaat zoeken naar mensen die interne goederen proberen te herkennen of identificeren zonder kennis, ervaring en inzicht uit de werkelijke praktijk. Wellicht kan vervolgens ook aangegeven worden, wat de impact kan zijn van een dergelijke ontwikkeling (online).

Link-dump

https://www.theguardian.com/technology/2019/nov/05/fitbit-google-acquisition-health-data?CMP=fb_gu&utm_medium=Social&utm_source=Facebook&#Echobox=1573032552

http://moralmachine.mit.edu/?fbclid=IwAR3_eEYJPvVaOq4etq_p7MBT7_w_Kg0FxTjDj83T_4thkFte2n4SbaJTt2c

Cavia’s. Geiten. Wormen. Dit zijn de nieuwe Nobelprijswinnaars – De Correspondent

Wie van onderwijs een wedstrijd maakt, creëert een keiharde ratrace | De Volkskrant

‘Er is geen magische opvoedknop’ – NRC

Atheism Is Inconsistent with the Scientific Method, Prizewinning Physicist Says – Scientific American

Kwaliteit van leven Nederlanders hoog, maar neemt niet toe ondanks economische groei – SCP

Welcome to MyGoodness! – Game

Verwondering over exacte vakken | De Derde Dimensie in het Onderwijs

Neuroscientists and Philosophers Debate Reality and Sensory Perception – Big Think

A Data Visualization of Modern Philosophy, 1950-2018 | Open Culture

Umberto Eco Makes a List of the 14 Common Features of Fascism | Open Culture

Panpsychism’s new twist: We are multiple personalities of cosmic consciousness

The Derivation from “Relegere.” | NZETC

The world is returning to pluralism after American hegemony, says German philosopher – The Washington Post

Is Logic Absolute? Or Is It Relative to History? | Big Think

Socrates Was One Of The Smartest People Who Ever Lived. Here Are 24 Out Of His Most Important Quotes That Everyone Needs To Read | Real News 24: Breaking Alternative News Source

De moderne mens koestert een tegenstrijdig ideaal | TROUW

Why Facts Don’t Change Our Minds – The New Yorker

Calling Bullshit

Hoe lees en begrijp je een wetenschappelijk artikel? Een stap-voor-stap handleiding voor niet-wetenschappers | Alex Verkade | Pulse | LinkedIn

The Case Against Reality – The Atlantic

The desire to fit in is the root of almost all wrongdoing | Aeon Ideas

Zarathushtra – The Revolutionary Iranian Prophet and First Philosopher in History | Ancient Origins

Het is waar, want iedereen zegt het – Filosofie.nl

Dunning-krugereffect – Wikipedia

Video • Man without a memory – Clive Wearing [BBC – Time: Daytime]

Tegenlicht Talks – Daniel Dennett – VPRO

De AI-Revolutie – Tegenlicht

11/4 Levendig debat over Nietzsche als gids voor het hbo

138 Short Animated Introductions to the World’s Greatest Ideas: Plato, Michel Foucault, Simone de Beauvoir & More | Open Culture

“Victim of the Brain”: 1988 film version of Daniel Dennet’s “The Mind’s I” — Video Archive

Human Nature: Justice versus Power, Noam Chomsky debates with Michel Foucault

Damon Horowitz: Philosophy in prison | Video on TED.com

Born good? Babies help unlock the origins of morality – 60 Minutes – CBS News

Human, All Too Human: 3-Part Documentary Profiles Nietzsche, Heidegger & Sartre Open Culture

The History of Philosophy, from 600 B.C.E. to 1935, Visualized in Two Massive, 44-Foot High Diagrams Open Culture

No, Chimpanzees Aren’t ‘Legal Persons,’ New York Judge Rules – NBC News

Arrow and philosophy, part two: the morality of killing and violence

(Scepticisme Einde Geen Keuze Maken) Deze column gaat niet over de vrouw van Varoufakis

Huxley to Orwell: My Hellish Vision of the Future is Better Than Yours (1949) Open Culture

@# Titel 18 = Sprookjes (na)maken en de verhalengenerator

Tableau3 Applet Page

Orwell’s review of Mein Kampf – Boing Boing

Plato’s Allegory of the Cave – Alex Gendler | TED-Ed

Paul Feyerabend’s Against Method

Rationale – online redeneerschema’s maken

15 jokes that only smart people will truly appreciate | Lifestyle | The Independent

Hebben en zijn – Ed Hoornik

The Future of World Religions: Population Growth Projections, 2010-2050 | Pew Research Center’s Religion & Public Life Project

Teaching Children How to Think Instead of What to Think | The Mind Unleashed

Professor, bestaat God? – Wetenschap – TROUW

‘Tweetalige heeft dubbel wereldbeeld’ | NU – Het laatste nieuws het eerst op NU.nl

How playing an instrument benefits your brain – Anita Collins – YouTube

Waarom muziekonderwijs?

Wat gebeurt er in je hersenen als je muziek luistert? | Universiteit van Nederland

https://www.nporadio1.nl/nos-met-het-oog-op-morgen/onderwerpen/518120-is-de-angst-voor-syri-terecht

De schuld van een burn-out wordt nog steeds bij de zieke gelegd | TROUW

Ga toch weg met je mindfulness – NRC

Brian Eno Explains the Loss of Humanity in Modern Music Open Culture

Lyric Intelligence In Popular Music: A Ten Year Analysis – SeatSmart Blog – Sports, Music and Ticket Data from SeatSmart

Does music really help you concentrate? http://www.theguardian.com/education/2016/aug/20/does-music-really-help-you-concentrate?CMP=Share_AndroidApp_Kopi%C3%ABren_naar_klembord – Google zoeken

How Virtual Reality Will Change The Music Industry — OSSIC

How to write the perfect pop song: From getting the hooks right to calling Simon Cowell | The Independent

Tonedeaf Test: Test your musical skills in 6 minutes!

Blake Fall-Conroy

Distress Test | Riot Season Records

The Tragic Decline of Music Literacy (and Quality) | Intellectual Takeout

Nonsense bullshit jobs | David Graeber | canberratimes.com.au

De school als voorsortering van de werkvloer. Lezing door Paul Verhaeghe – DeWereldMorgen.be

‘Niet alles wat mogelijk is moet je willen’ – De Groene Amsterdammer

IBM World of Watson – Overview

Blinded by Scientism | Public Discourse

On the Phenomenon of Bullshit Jobs

Inside the Macedonian Fake-News Complex | WIRED

Vlogger trekt net zoveel kijkers als een wedstrijd van het Nederlands elftal | Het Financieele Dagblad

Raad van Europa: algoritmes discrimineren ‘nieuwe klassen van mensen’

IBM Research | Project Debater

Social media is turning us into thoughtless political extremists – Big Think

How would you answer the following Oxford philosophy exam question:- “Is this a good question?”? | Yahoo Answers

How to improve the school results: not extra maths but music, loads of it | Education | The Guardian

‘Als ik vrij ben, voel ik me vaak nutteloos’ – NRC

Hoe herken je nepnieuws én kom je met ’n gefundeerd weerwoord?

De psychologie is in crisis. ‘Het moet radicaal anders’ | TROUW

Constructivisme is een slechte didactische raadgever – ScienceGuide

Writing essays by formula teaches students how to not think | Aeon Essays

De eenzijdige blik op meetbaarheid is in het onderwijs onverminderd sterk – ScienceGuide

How the modern office is killing our creativity | Financial Times

Quiz – Hidden Tribes

Passend en gepersonaliseerd onderwijs vergroot tweedeling – Isabelle Diepstraten

‘Mensen reduceren tot een diagnose is een ingreep in de identiteit’ – Opinie – Voor nieuws, achtergronden en columns

Hans Rosling: Factfulness, in defence of data and a true worldview — Then Do Better

8 Great Philosophical Questions That We’ll Never Solve

(3) BBC – Aristotle’s Lagoon 1/4 – YouTube

De methode Aristoteles – De Groene Amsterdammer

Philosophy of Education – By Branch / Doctrine – The Basics of Philosophy

How to Be Ethical in the Workplace, According to 3 Philosophers

Kunskapsskolan: we are the McDonald’s of education – Jelmer Evers – Medium

Students Who Use the Most Technology to Learn Also Perform the Worst | Big Think

teachphilosophy101 | Classroom Assessment Techniques

In the age of robots, our schools are teaching children to be redundant | George Monbiot | Opinion | The Guardian

Don’t Focus on that Black Dot!! | CROSS THE WORLD

Philosophy Experiments

Greatest Philosophical Questions of All Time

Want to improve NAPLAN scores? Teach children philosophy

Should a self-driving car kill the baby or the grandma? Depends on where you’re from. – MIT Technology Review

Nature By Numbers: Fibonacci Sequence Animated In Stunning Video Will Take Your Breath Away.

The Place of Fine Art in a Consumer Society | Escape Into Life

Daniel Rozin Weave Mirror

‘Het westerse kapitalisme is een ziekte’ – Filosofie – TROUW

Everything you think you know about AI is wrong – The Washington Post

Hoe geloof in technologische vooruitgang de populairste religie werd – FTM

(7) Moderne Bildung – de redding van het onderwijs – Over de tragiek. Joep Dohmen, Socrateslezing – YouTube

John Cleese on Creativity (video from a training) – YouTube

John Cleese – How to Be Creative – YouTube

What being bilingual can do for your brain | World Economic Forum

The Tyranny of Choice by Renata Salecl – review | Books | The Guardian

College is not a commodity. Stop treating it like one. – The Washington Post

Harvard’s Epic 75 Year Study Reveals What Men Need To Live A Happy Life | Collective-Evolution

The age of loneliness is killing us | George Monbiot | Comment is free | The Guardian

Slavoj Žižek: What Fullfils You Creatively Isn’t What Makes You Happy Open Culture

De kunst van het flaneren | Het Financieele Dagblad

Noam Chomsky Defines What It Means to Be a Truly Educated Person Open Culture

Want Your Children to Survive The Future? Send Them to Art School — Medium

‘Empathy, Is It All It’s Cracked Up to Be?’: At Aspen, the Case Against Feeling Others’ Pain – The Atlantic

‘De mens is slaaf geworden van de klok’ | TROUW

Diversiteit – Het filosofisch kwintet – Human

Wie kruipt er onder het bed van de neoliberaal? – De Groene Amsterdammer

Teachable Machine

‘Het wringt in de spreekkamer tussen meetbare en merkbare zorg’ | medischcontact

‘We Are All Clowns’ – A Defense of Joker – The Philosophical Salon

What did Hannah Arendt really mean by the banality of evil? | Aeon Ideas

https://teachablemachine.withgoogle.com/

https://www.nrc.nl/nieuws/2019/10/18/er-is-geen-magische-opvoedknop-a3976979?utm_source=social&utm_medium=facebook&utm_campaign=facebook&utm_term=20191020&fbclid=IwAR2IjiDOQaegV2tOVg_t1-SIwf3YeRdz6Ii33g6i_GZG9CsZu4wtXkqO_H8

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/wie-van-onderwijs-een-wedstrijd-maakt-creeert-een-keiharde-ratrace~b32ec53b/?fbclid=IwAR1Od6tsufwxD-p5Pn5kD47J7SoAKycsQr146XTdwYemnOe0H2vnCrV32y0

“We got to go straight into the heart of capitalism”

Kapitalisme is: “an economic system characterized by private or corporate ownership of capital goods, by investments that are determined by private decision, and by prices, production, and the distribution of goods that are determined mainly by competition in a free market” (https://www.merriam-webster.com/dictionary/capitalism).

Kapitalisme volgt op een feodaal systeem waarin een Aristocratie de macht had en de rest horigen/slaven waren. Technologische ontwikkelingen, als gevolg van een aantal industrialisatie-golven, zorgden ervoor dat 1. veel spullen steeds sneller en goedkoper geproduceerd konden worden en 2. voor steeds meer mensen. Aangezien deze producten wel consumenten nodig hadden en de groep Aristocraten met geld te klein was, was de opkomst van een burgerij vanuit onder andere deze technologische ontwikkelingen (naast talloze geestelijke en wetenschappelijke ontwikkelingen) onvermijdelijk.
Adam Smith en Karl Marx staan aan de basis van de onvermijdelijke politieke vraag daaropvolgend: wat te doen met deze productiekracht en daarmee beschikbaarheid van producten en het ontstaan van een consumerende burgerij/middenklasse en het ontstaan van een (rijke) bourgeoisie en (arm) proletariaat.
Adam Smith zag dat handelaren, de bourgeoisie, niet zelden staatsbescherming afdwongen. Dan hoefden ze niet meer te concurreren met andere handelaren uit andere landen. Dit denken leidde in een groot aantal gevallen tot (handels)oorlogen tussen landen wiens (oorlogs)productie beschermd moest worden tegen de concurrerende en vijandige productie elders. (What’s new?)
Adam Smith begreep dat de overheid de burgers moe(s)t beschermen tegen deze (potentiële oorlogs)situatie. De overheid moest handelaren niet beschermen maar laten opereren op een vrije markt met (internationale) concurrentie. Iedereen zou als gevolg van meer concurrentie, beter worden (de onzichtbare hand). De overheid moest dus minder actief optreden als een beschermer van handelsbelangen, maar als beschermer van de belangen van het volk.
Paul Sagar schrijft: “The message that Smith conveys cuts across party and ideological lines, and applies to both Left and Right. It is about a pathological attitude that politicians of all stripes are prone to. If not kept in check, this can be the source not just of disruption and inefficiency but of cruelty and suffering, when those who find themselves on the wrong side of the plan’s consequences are forced by the powerful to suffer them regardless. Smith in turn urges us to recognise that real-world politics will always be too complex for any prepackaged ideology to cope with. What we need in our politicians is careful judgment and moral maturity, something that no ideology, nor any position on the political spectrum, holds a monopoly on.” (https://aeon.co/…/we-should-look-closely-at-what-adam-smith…)
“The pathological attitude” omvat ieder overtuigd moreel gelijk: “any preconceived plan – especially one that assumes that the millions of individuals composing a society will just automatically go along with it – is potentially dangerous. This is because the ‘spirit of system’ infects politicians with a messianic moral certainty that their reforms are so necessary and justified that almost any price is worth paying to achieve them”. Adam Smith zelf zegt: “Science is the great antidote to the poison of enthusiasm and superstition” en “This is one of those cases in which the imagination is baffled by the facts”. Smith benadrukt hierbij de werkelijke armoede en dat is de armoede van de geest… een geest zoals ik het invul die niet meer twijfelt en onderzoekt. Een armoedige geest die leidt tot een pathologische attitude en wiens armoedige imagination overwelmt kan worden door de feiten. Het fundament van wetenschap en haar feiten, is de wetenschappelijke methode/empirische cyclus “coming from doubt, journeying to truth” (Franz Liszt). Een wetenschapper gaat op zoek naar the inference to the best explanation (John Locke). De beste verklaring is niet DE verklaring. Priesters, helden die prediken voor eigen parochies met “DE” verklaring (bijbel) in de hand, verkondigen “het heilige woord” dat hun parochianen oproept tot wat eerder poison of enthousiasm and superstition is genoemd. Dit zet aan tot potentiële oorlogen. Dergelijke predikanten, accepteren nauwelijks morele, individuele dwaling. Zij willen dat de staat andere concurrerende staten, maar ook particuliere ideeën en morele dwaling bestrijdt. Zoals een oude topman wiens naam ik niet mag noemen ooit eens zei: “Het ergste wat je als bedrijf kan overkomen, is dat domme mensen enthousiast gaan worden”. Bertrand Russell was iets genuanceerder: “One of the painful things about our time is that those who feel certainty are stupid, and those with any imagination and understanding are filled with doubt and indecision.” Dwaling is geheel eigen. Niemand kan de dwaling van de ander begrijpen. Dwaling vraagt ook om imagination and understanding. Dwaling roept ook op tot twijfel en besluiteloosheid. Dwaling is net als twijfel een wezenlijke, menselijke eigenschap. Dwaling heeft tijd nodig en kan niet zonder een specifieke plek. Een gezonde democratische rechtsstaat staat dwaling van individuen, zelfs politici, toe en blijft zoeken naar controle en balans zonder te stellen deze te hebben gevonden.

Marx begreep dat de vrije markt juist het volk als proletriaat uitbuit en dat kapitaal leidt tot meer kapitaal. Hierdoor wordt de marktlogica van winstmaximalisatie een machtsinstrument. Marx roept op de wereld op te pakken en te strijden deze specifiek deze logica.
Ik denk dat, in navolging van Plato’s Philosopher King (zie ook Plutarchs Seven Wise Men), behoefte is aan “careful judgment and moral maturity, something that no ideology, nor any position on the political spectrum, holds a monopoly on”.
De oude Grieken begrepen misschien wel veel beter dan nu het geval is, dat morele volwassenheid geen technische aangelegenheid is. Technisch gezien worden mensen steeds intelligenter, behalve in het westen overigens maar dat terzijde. Maar een intelligentere bevolking is daarmee nog geen moreel volwassen bevolking. Moraliteit draait om wijsheid en daarmee dieper inzicht.
Stel je een samenleving voor als schaakbord. Het schaakspel heeft duidelijke regels. Zo mag ieder stuk volgens bepaalde regels bewegen. Wijsheid volgt niet louter de techniek van de regels binnen het schaakspel. Wijsheid is minder pathologisch en dogmatisch. Een logica gebouwd op een bepaalde ideologie brengt haar eigen pathologische volgers met een armoedige verbeelding die vooral lijkt op het reproduceren van dogma’s. Slimme mensen, technocraten, kunnen op basis van deze logica snel uitrekenen welke tactische zetten op het schaakbord gezet moeten worden, maar reproduceren daarmee vooral de dogma’s en haar eigen logica.
Echter, de stukken op het schaakbord van het leven en samen leven volgen geen duidelijke logica. Dit blijkt ook wel uit de jaarlijkse voorspellingen van het CPB. Geen enkele voorspelling komt ooit uit, terwijl de logica van de CPB-methodieken wel vaak als “waarheid” worden genomen. Hier ontvouwt zich een bepaalde logica met eigen snel denkende en slimme parochianen, die op basis van een overtuigende en gedeelde ideologie, op logische wijze hun dictatoriale ideologie en morele gelijk opleggen aan anderen. Zelfs het geloof in wetenschap als een wereld die de logica van de mens en het leven gaat ontdekken/claimen, kan alleen bestaan omwille van het feit dat wetenschappers blijven twijfelen en zoeken naar de waarheid achter deze claim. Slechts armoedige geesten, veelal niet wetenschappers en wijsgeren, misbruiken en reduceren (wetenschappelijke) inzichten en ideeën tot rigide dogma’s verwerkt in beklemmende (quasi-wetenschappelijke) bijbels.
Denk hierbij aan het toppunt van de technologische “vooruitgang” in de 20ste eeuw. In een tijd van oorlog waarbij heel functioneel innovatieve technieken werden ontwikkeld waar we nu nog steeds gebruik van maken, werden veel boeken en andere inzichten op de brandstapel gegooid, miljoenen mensen gedood, cultuur en geest verarmd en twijfel onderdrukt op grond van een gedeelde nazi-logica waar veel slimme maar geestelijk en cultureel armoedige mensen niet alleen in geloofden maar voor waar aannamen. Voor veel mensen was de Nazi-ideologie geen ideologie maar echt waar! Idem geldt dit voor het communisme en nu het kapitalisme. Deze systemen zijn an sich niet slecht maar zodra ze louter nog als techniek worden toegepast, kunnen (technische-denkende) mensen (technocraten) ontstaan. Mensen ontdaan van enig gevoel voor twijfel, verbeelding, beweging en samenleving, nu en in de toekomst. Dan gaat er iets goed mis. Dit geldt tegenwoordig ook voor de strijd tussen de parochies voor en tegen het politieke klimaat. Deze parochies, gooien vanuit hun loopgraven bommen naar elkaar maar ze raken elkaar niet. Sterker nog! Deze parochies hebben elkaar nodig om de oorlog op het open veld vol weldenkende, twijfelende, wijze burgers en wetenschappers te kunnen voeren op zoek naar nog meer parochianen voor de eigen parochie met idem misleidende marketingstrategieën, memes en slogans. Hierdoor staan wijsheid, ontwikkeling, wetenschap en de twijfel onder druk. De oplossing van het klimaatprobleem is daardoor nog verder weg maar niet minder ver van huis. De herrie van bommen en granaten slaat velen midden op het slagveld zonder loopgraf murw en laat velen hopeloos en verdrietig achter, terwijl we juist aan de slag moeten met elkaar en er geen tijd te verliezen is.
Wijsheid omvat het voortdurend inzicht verkrijgen en ervaring blijven opbouwen ten aanzien van de bewegingen van de schaakstukken in het leven. Niet alleen techniek maar vooral ook inter-esse (tussen (inter) de zijnden (esse), tussen de strijdende partijen, tussen de elkaar wederkerig beïnvloedende schaakstukken) en dieper inzicht in het (afhankelijk van de logica van waaruit men vertrekt (ir)rationele) karakter van de bewegingen op het schaakbord des levens. Wat is beweging, wat doet het met mij en met ons? Wat is willen, meer willen, meer willen bewegen, meer willen consumeren en produceren, wat is de wil, wat wil ik, wat wil jij?

Is productie en consumptie altijd slecht? Nee. Is de vrije markt altijd slecht? Nee. Is kapitalisme slecht? Nee. En wat het productie- en consumptieproces “slecht” of “goed” maakt, nam ten tijden van Smith andere vormen aan dan nu. Naast deze verschillen zijn er ook overeenkomsten. Zo gaf Smith aan dat de (democratische) rechtsstaat het recht op veiligheid voor en eigendom van alle burgers per wet moet beschermen.
Een puur democratische staat bestaat niet in de wereld (Plato’s Grot). Hoogstens als idee in een abstracte, Goddelijke ideeënwereld. Maar Plato beschouwde de Aristocratie en niet de democratie als de ideale, Goddelijke staatsvorm.
Echter, iedereen die Plato’s opvatting van democratie gelijkstelt/verwart met de moderne democratische rechtsstaat, gaat voorbij aan veel moderne argumenten tegen deze gelijkstelling/verwarring. De begripsverwarring wordt helder wanneer het idee van een democratische rechtsstaat, nog onbekend ten tijden van de oude Grieken, wordt verhelderd. In een democratische rechtsstaat staat de (als zelfstandig naamwoord) “the Rule of Law” op zichzelf en regeert (als bijvoeglijk naamwoord) het volk (demos) door de richting van de Rule of Law te bepalen. De rechtsstaat heeft drie “Rules”, namelijk de de trias politica. Dit zijn de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. De Rule of Law wordt jarenlang bepaald door het volk, maar heeft dikke wortels in de grond en kan tegen een stootje. Daar waar het volk (demos) niet zelden ad-hoc en emotioneel reageert en anticipeert op maatschappelijke ontwikkelingen, is de Rule of Law stug en volhardend. De Rule of Law vertraagt en compenseert democratsiche processen. Fundamentele veranderingen in de Rule of Law vragen om meerdere verkiezingen en meerdere politieke besluiten en gaat daarmee niet over een dag ijs. Niet zelden bekritiseert het volk (demos) deze vertragende werking en sommigen hebben daardoor het idee dat er niet naar ze wordt geluisterd. Echter, deze vertragende werking en daarmee de factor tijd, biedt minderheden wettelijke bescherming tegen de plotselinge willekeur en daarmee de tirannie van het getal/meerderheid. Daar waar het volk niet zelden vanuit verschillende kanten schreeuwt dat het democratisch systeem niet werkt, werkt de democratische rechtsstaat juist wel. Zowel in de VS en de UK hebben respectievelijk Trump en Johnson geen vrij spel. Ze kunnen wetten uitvoeren, maar deze wetten niet eindeloos oprekken, opstellen en rechtspreken. Zo worden veel van Trumps presidentiële decreten niet zelden als onwettig beschouwd door Amerikaanse federale rechters. Boris Johnsons poging om het parlement (de wetgever) vijf weken buiten spel te zetten is ook door de rechter onwettig verklaard. De belangen en daarmee de bescherming van minderheden, zoals asielzoekers in de VS en de grote minderheid van Remainers in de UK (mensen die niet uit de EU willen) kan niet zonder meer door de uitvoerende macht ((Minister-)President) aan de kant worden gezet. Geen enkele macht, wetgevende, rechtsprekende of uitvoerende, heeft de alleenheerschappij over de andere twee machten. Wanneer een specifieke macht probeert de andere te overrulen en daarmee de Rule of Law geweld aan probeert te doen, dan kan dit jaren duren. Deze jaren omvatten kostbare tijd. Gaandeweg het proces, zoals in het geval van een Brexit, verstrijkt de tijd en komen er nieuwe inzichten met andere ideeën. Op termijn kan de president zijn of haar meerderheid en daarmee zijn of haar machtspositie daardoor zelfs verliezen. Een fundamentele verandering heeft tijd nodig, juist omdat deze zo fundamenteel is. Een fundamentele verandering kan niet over een nacht ijs gaan. Het volk krijgt via de rechtsstaat noodzakelijke bedenktijd in een tijd waarin het volk wellicht ad-hoc beslissingen neemt. Ongeacht of deze beslissingen goed of slecht zijn, zijn ze altijd ad-hoc: men kruist iets aan op een stemformulier. Hierdoor worden de gevaren van keuzes op basis van emoties, technisch denken, dogmatische, wetenschappelijke uitkomsten getemd door de tijd en terug gebracht worden tot een niveau waarbij burgers tijd nemen en krijgen om met elkaar in debat te gaan over de vraag wat het goede leven is en hoe het goede leven te bereiken. Natuurlijk spelen nieuwe communicatiemiddelen en nieuwe technieken hier een nieuwe stimulerende en belemmerende rol in. Ook over deze rollen is debat noodzakelijk. Het gaat hier om nieuwe rollen die nog verder uitgedacht en begrepen moeten worden. Hiervoor is wederom tijd nodig. Wanneer deze rollen niet worden begrepen, dan kan er sprake zijn van spraakverwarring en onveiligheid, ondermijning van privacy, burgerrechten, klimaat enzovoorts.
Wanneer de vrije (arbeids)markt van vraag en aanbod, de veiligheid van burgers en minderheden aantast, dan zoekt een wijs staatsman naar een weg om de wereld veiliger te maken. In het geval van de staatszorg voor de samenleving benadrukt de best mogelijke verklaring voor toenemende onveiligheid verschillende maatschappelijke problemen op het gebied van klimaatontwikkelingen, privacy-vraagstukken, burgervrijheden- en rechten. Een wijs staatsman zorgt voor veiligheid door de productie en consumptie van klimaat-belastende producten te belemmeren en van klimaatbevorderende productie en consumptie te stimuleren. Hiervoor kunnen natuurlijk uiteenlopende technologische middelen worden ingezet. Technologie kan ook een stimulerende factor zijn in dit totale proces. Een wijs man gaat niet het fundament van rechtsstaat, trias politica, eigendomsrechten, burgerrechten en democratie aantasten door emoties af te doen als irrationeel (volgens de eigen (markt)logica) en/of technologie uit te bannen of in te zetten voor eigen gewin/het winnen van een politieke strijd. Een wijs staatsman, een Philosopher King, begrijpt emoties, creativiteit, technologie, rechten, plichten en abstracte ideeën als democratie, dictatuur, rechtsstaat, triaspolitica en samenleving als stukken op het schaakbord des levens wiens bewegingen niet altijd een bepaalde ideologie en idem (politieke en technische) logica volgen.
Een Philosopher King breekt politieke systemen niet zomaar af. Slechts cynische en nihilistische mensen willen de afbraak van alles omwille van de afbraak. Wat nodig is, is een hernieuwde definitie van veiligheid en geen nieuw en onduidelijk systeem van ondoordachte dromers en romantici. Deze nieuwe definitie van veiligheid kan door verschillende groepen mensen gedefinieerd worden. Denk hierbij aan een dictator, een Aristocratie of het volk wat bepaalt wat wel of niet veilig is. Het is zeer waarschijnlijk zo dat in alle gevallen er altijd sprake is van dictatoriale, Aristocratische en democratische invloeden in besluitvorming en daarmee dus ook in het verhelderen van een eventuele nieuwe definitie van veiligheid. Iedere samenleving herbergt elementen van een dictatuur, democratie, aristocratie, techniek, creativiteit, emotie en logica. In een democratische rechtsstaat wordt de wetgever en in veel gevallen de uitvoerende macht (Minister-President), binnen de Rule of Law (rechtsstaat) gekozen door het volk via verkiezingen. Maar deze verkiezingen omvatten maar een deel van de trias politica met checks and balances. En deze verkiezingen vinden op een bepaalde dag plaats. Er volgen nog meer checks en balances en andere dagen vol stemmingen in de toekomst. De tijd en de plek bepalen, hoe, waar en wanneer burgers met elkaar gaan zoeken naar een bijvoorbeeld nieuwe definitie van veiligheid. Kennis en technologie zijn handige tools om deze gesprekken input te geven, maar kunnen ook in de weg gaan staan. Denk hierbij aan dogmatische kennis die aanzet tot haat en verdeling in plaats van een gedeeld debat over gedeelde morele waarden. Kennis en technologie kunnen samenleving maken en breken.
Een democratische rechtsstaat kan, en mijns inziens mag, daarmee nooit vervangen worden door louter pure democratie, dictatuur, technocratie, meritocratie, sciëntisme, populisme en religie, enzovoorts. Een democratische rechtsstaat vertrekt op basis van vertrouwen in de goedheid van alle mensen die als gelijken onder gelijkenen, zichzelf net zo lief hebben als de ander (waarbij natuurlijk de vraag opkomt, wie valt onder de categorie van de ander… kunnen dat ook (bepaalde) diersoorten zijn?)

Het alternatief lijkt mij een paradigma-shift als gevolg van de opvatting dat alleen via strijd en macht de slechtheid van mensen bestreden kan worden. Veel strijders voor het goede veroorzaken daarmee precies het tegenovergestelde doel. Zij omarmen de slechtheid in de mens en daarmee de strijd. Het machtsdenken overwint. Deze masculine lompheid of in nobelere termen eervolle grondhouding kan doorgetrokken worden naar het neoliberale denken uit de jaren 80. Een denken dat vertrekt vanuit een Sociaal-Darwinistisch perspectief. De survival of the fittest is een strijd tussen mensen in het sociale domein en de sterksten overleven en dit is goed voor iedereen. De zorg voor de huishouding (oikonomis / economie), met een traditioneel meer feministisch karakter wat vertrekt vanuit de zorg en liefde voor elkaar, verliest niet alleen deze masculine strijd maar geeft ook de mogelijkheid op om in openheid elkaar te kunnen leren begrijpen en samen tot nieuwe ideeën te kunnen komen
Thomas Kuhn, de grondlegger van het concept Paradigma-shift, gaf aan dat shifts voortkomen uit strijdende waarheidssystemen. Systemen die niet zorgen voor elkaar, maar voor zichzelf ten koste van de ander. Denk hierbij aan de strijd tussen klimaat-ontkenners en tegenstanders van klimaat-ontkenners. Twee systemen die ten koste van het grote middenveld, daar waar de oorverdovende bommen vallen, elkaar gebruiken om te kunnen blijven bestaan. De Spartanen hadden oorlog nodig. Zonder oorlog gingen ze met elkaar op de vuist. De Spartanen reduceerden de zorg voor elkaar tot een zorg voor het gezonde, strijdende lichaam dat eervol ten strijde moet gaan. De Spartanen waren steevast de grote winnaars tijdens de Olympische Spelen. De Spartanen, en veel strijdvaardige mensen, hadden niet zelden respect en waardering voor hun tegenstanders. Ze hadden elkaar namelijk nodig. Zonder een tegenstander was er immers geen strijd. (Dit is ook de kern van de boodschap om de andere wang toe te keren wanneer iemand je slaat). Een strijder weet hier geen raad mee. Hier volgt een fundamenteel probleem in het hart van de logica van de vrije markt en het kapitalisme dat vertrekt vanuit de Sociaal-Darwinistische positie dat de sterkste in de sociale groep vanuit eigenbelang de anderen moet overwinnen. De logica van de vrije markt weet niet om te gaan met de bredere opvatting waarbij de zorg voor het samen leven centraal staat. Een zorg voor de samenleving wordt door iedereen opgepakt ongeacht de technologische vooruitgang, koopkrachtcijfers en het zogenaamde morele gelijk van welke strijdende parochies dan ook.
Terug naar Kuhn. Kuhn stelt dat het winnende waarheidssysteem, afhangt van politieke machtsprocessen en strijd. Het winnende waarheidssysteem volgt niet uit een wijze en wetenschappelijke overwegingen op basis van twijfel.
Wanneer strijdende ideologieën op oorlogspad gaan en bommen gooien op het open veld, is het maar zeer de vraag of het goede zal overwinnen. Wat wel duidelijk is, is dat oorlogen over het algemeen slecht uitpakken voor vrouwen en kinderen, klimaat en moraal, waardoor de zorg voor elkaar nog meer in het gedrag komt en mogelijkerwijs de grote meerderheid letterlijk en figuurlijk dood wordt geslagen. Uit een dergelijke oorlogstaat kan de meest apathische, ernstige, destructieve en banale mens naar boven. Een banaliteit van het kwaad vol parochianen, volgers en alles-ontkenners:

“Arendt dubbed these collective characteristics of Eichmann ‘the banality of evil’: he was not inherently evil, but merely shallow and clueless, a ‘joiner’, in the words of one contemporary interpreter of Arendt’s thesis: he was a man who drifted into the Nazi Party, in search of purpose and direction, not out of deep ideological belief.” (https://aeon.co/ideas/what-did-hannah-arendt-really-mean-by-the-banality-of-evil)

Dit is een ontwikkeling waar ik niet naar uitkijk. Maar de vraag blijft of en in hoeverre we het hart van kapitalisme kunnen en moeten afbreken.