Nietzsche – Week 6 – Amor Fati

  1. Wat zou Nietzsche kunnen bedoelen met zijn formule dat Amor Fati leidt tot grootsheid?
    Dat je je noodlot moet liefhebben omdat het je aanzet tot ontwikkeling van waarden en de wil.
  2. Nietzsche geeft aan dat we het “noodzakelijke” moeten liefhebben. Wat zou hij bedoelen met het “noodzakelijke”?
    Het noodzakelijke is datgene wat iemand aanzet iets te gaan doen/iets te willen in plaats van niks te willen of zaken te ontkennen.
  3. Wat is het verschil tussen het noodzakelijke liefhebben aan de ene kant en het dulden en/of ontkennen aan de andere kant?
    Er is een verschil tussen iets doen met liefde of het gewoon doen omdat het moet. Als je iets doet met liefde dan wil je het doen en als je iets duld of ontkent is het minder fijn om te doen en wil je het stiekem niet doen.
  4. Waarom wil de mensen altijd verbeteren en nooit passief zijn t.a.v. ons zelf en onze gemeenschappelijke verleden?
    De mens wil naar zichzelf kijken en daardoor moet hij naar zichzelf kijken om te verbeteren.
  5. Hoe omarmt het concept “Wil naar macht” het idee van vitaliteit?
    Door naar macht te zoeken en macht over jezelf te behouden kunnen anderen je vitaliteit niet storen omdat jij daar zelf controle over hebt.
  6. Nietzsche geeft aan dat het niet om consistentie gaat in het eigen handelen, maar over datgene wat we voorhanden hebben en kunnen gebruiken. Geef hiervan een voorbeeld.
    Het gaat niet om patronen en of iets algemeen klopt, maar het gaat om wat jij wil en dat hoeft met nadruk op hoeft niet hetzelfde te zijn.
  7. Nietzsche ontvouwt Amor Fati op twee manieren: A. Het accepteren van je eigen lot en B. De Wil naar verbetering (wil naar macht). In beide situaties is het belangrijk dat je je lot liefhebt (Amor Fati). Leg uit.
    Eigen voorbeeld -> toetsvraag kunnen zijn.

Interview – Leer de juiste vragen stellen, samen met anderen

LOF-onderzoeker Robert-Jan Gruijthuijzen: ‘Leer de juiste vragen stellen, samen met anderen’

Filosofieleraar Robert-Jan Gruijthuijzen onderzocht de resultaten van drie jaar LOF. Hij raakte nog sterker overtuigd van de waarde van LOF: leraren ontwikkelen zichzelf, hun vak en vormen netwerken binnen en buiten de schoolpraktijk. ‘Samen leren en ontwikkelen levert zo veel rijkdom en kwaliteit op! Je zou wel gek zijn om daar niet in te investeren’. 

Robert-Jan Gruijthuijzen geeft filosofieles op het Udens College, is trainer bij Trainees in onderwijs en denkt als lid van de NRO-commissie mee over de Lerarenagenda. Sinds vier jaar maakt hij deel uit van de LOF-onderzoeksgroep. Vijf vragen aan een betrokken onderzoeker en leraar die graag vragen beantwoordt tijdens een wandeling en paradoxen niet uit de weg gaat.

Waarom ben je LOF-onderzoeker geworden?Het was een nieuwe uitdaging voor mij, om mijn kennis te verbreden en nieuwe onderzoekstools toe te passen. Als filosoof ben ik geïnteresseerd in het wezen van het onderwijs: hoe werkt het leren? Persoonlijke vrijheid is daarin een belangrijk en complex thema. LOF geeft leraren lucht en bewegingsruimte; ze kunnen vanuit hun eigen interesse ondernemen, creëren en werken aan onderwijsontwikkeling. Dus het doet mij plezier te onderzoeken hoe dat werkt en wat het oplevert.

Wat onderzoeken jullie precies?We hebben resultaten van LOF-initiatieven geanalyseerd en vragenlijsten uitgezet. Belangrijke vragen waren hoe leraren zorgen voor duurzame implementatie van onderwijsvernieuwing en hoe netwerkvorming tot stand komt, binnen en buiten de school. Dit voorjaar hebben we de resultaten gepubliceerd: Leraren als onderwijsontwikkelaars.
Nu volgen we individuele leraren in het primair en voortgezet onderwijs en sinds kort ook in het mbo voor langere tijd. We kijken naar het ontwikkelproces op het niveau van de individuele leraar, de samenwerkingsverbanden die uit het ontwikkelproces voortkomen én de concrete ontwikkeling in de school. Interessant is ook dat we meerdere keren diepte-interviews houden zowel met LOF-leraren als met leraren die geen LOF-ondersteuning krijgen. Zo kunnen we ze goed met elkaar vergelijken.

Wat vind jij opvallende ontwikkelingen tot nu toe?Innovaties kunnen gericht zijn op onderwijs in de klas (bijvoorbeeld de ontwikkeling van een curriculum Frans) waar je met vakcollega’s samenwerkt. Bij schooloverstijgende projecten (bijvoorbeeld een techniekplatform) werk je samen met mensen binnen én buiten het onderwijs. Innovaties in de school hangen samen met de doelen en ambities van de school. Vooral projecten over ontwikkeling in de klas en schooloverstijgende projecten brengen nieuwe inzichten in de school. Persoonlijk vind ik die het spannendst en meest inspirerend. Dat zegt denk ik wel iets over mijn eigen voorkeuren als mens en leraar.
Wat me verder opvalt is dat leraren binnen een school veel van elkaar kunnen leren als ze hun deskundigheid bij elkaar brengen en in een community hun denken ontwikkelen.  Verder blijkt uit onderzoek dat veel leraren hun (academische) vaardigheden en kennis in de school willen inzetten. Als dat niet kan, vertrekken ze uit het onderwijs. Dat zie je vooral gebeuren bij leraren in het primair onderwijs.  Ik vermoed dat vakdocenten in het voortgezet onderwijs meer aan hun trekken komen  omdat ze vanuit hun expertise en enthousiasme voor hun vakgebied werken aan innovaties.  Naast de mogelijkheden van LOF, zou het goed zijn als scholen hun leraren meer tijd geven om zich vrij te ontwikkelen.

Vind je het belangrijk dat alle leraren onderzoekende vaardigheden ontwikkelen?Het gaat er meer om dat leraren vrije tijd en ruimte hebben om zichzelf te ontwikkelen. In het onderwijs zijn zo veel mensen bezig met strategie of vertellen adviseurs ‘hoe het zit’. Maar hoe meer iemand je vertelt hoe het zit, des te minder creatief word je. Het is een paradox. Draai het dus om: de leraar moet juist een onderzoeker zijn, per definitie moet hij zich verwonderen en vragen blijven stellen. De opdracht voor elke leraar is dan ook: leer de juiste vragen stellen, samen met anderen. Het mooie van LOF is dat het leraren ruimte geeft om zelf betekenis te geven aan hun vak, om ook buiten de school nieuwe mensen te ontmoeten en netwerken op te bouwen. Leraren in alle sectoren werken samen en dat levert zo’n rijke praktijk op. Het zou gek zijn om daar niet in te investeren, te meer omdat het helemaal niet zo veel kost.

Wat heeft het LOF-onderzoek jou persoonlijk gebracht?Ik was meer een einzelgänger, maar in de onderzoeksgroep werk je intensief samen en groei je naar elkaar toe. Nu ben ik wat milder en minder stellig. Aan de andere kant ben ik nog sterker gaan geloven in LOF en begrijp ik de waarde ervan beter. LOF betekent vrije tijd voor het luisteren naar anderen en samen ontwikkelen van schitterend onderwijs. Voor leerlingen, collega’s en jezelf. En dat je als leraar, door instituutsbelangen of knellende voorschriften, niet wordt gereduceerd tot een uitvoerder.