Parlementaire democratie (7) – antw.

7    Gemeente en provincie

 

 

VRAGEN  blz. 95

  1. a. Vraag onder de begincase: Is het een goed idee om burgers verplicht mee te laten denken over lokale kwesties?

Voorbeelduitwerking:

–      Ja, burgers krijgen meer te zeggen over lokale besluiten.

De kans dat ze regels eerder naleven en tevredener zijn over de politiek neemt hierdoor toe.

–      Nee, besluitvorming wordt vertraagd door inmenging van het burgerpanel.

–      Nee, de autonomie van de gemeenteraad neemt af.

–      Nee, kosten stijgen door vergoeding van panelleden.

  1. Gekozen moet worden uit:

–      bevolkingsregister

–      sluiten van huwelijken

–      politie

–      ophalen huisvuil

–      groenvoorziening

–      openbare verlichting

–      verlenen bouwvergunningen

–      bestemmingsplannen.

 

  1. Decentralisatie beoogt besluitvorming buiten ‘Den Haag’.

Het subsidiariteitsbeginsel sluit daarop aan: hogere instanties doen niet iets wat door lagere instanties kan worden gedaan.

 

  1. Voor meer efficiëntie, want beleid wordt toegespitst op een specifieke regio.

Regio’s hebben hun eigen kenmerken en problemen, bijvoorbeeld hoge werkloosheid, veel ouderen, veel natuur, krimpgemeenten, enzovoort. Dat vraagt om beleid op maat, want dat is efficiënter en effectiever dan centraal geleid beleid. Denk bijvoorbeeld aan het verstevigen van huizen in Groningen vanwege de gaswinning of de aanpak van drugscriminaliteit in grensgemeenten.

 

  1. Het poldermodel: overleg met elkaar voeren en samen zoeken naar een oplossing.

De Nederlandse overlegcultuur is ontstaan in de middeleeuwen toen boeren, edelen, stedelingen en andere burgers gezamenlijk de bouw van dijken moesten organiseren om zich tegen overstromingen te beschermen. Vandaar ook de naam ‘poldermodel’.

 

  1. a. De mate waarin gemeenten erin slagen om taken met de beschikbare middelen efficiënt uit te voeren.
  2. De centrale overheid kan aan macht inboeten en het overzicht over de prioriteiten en inzet van middelen kwijtraken.

 

  1. Voorbeeldantwoorden:

–      De gemeente Twenterand staat vanwege financiële tekorten in 2018 onder toezicht van de provincie Overijssel. Voor uitgaven die niet in de begroting staan is vooraf goedkeuring nodig van de provincie.

–      Amsterdam mocht alleen met goedkeuring van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een scooterverbod op fietspaden invoeren.

–      De stad Groningen lag in de clinch met Den Haag over het plaatsen van een opvanghuis voor afgewezen asielzoekers.

Gemeenten zijn op allerlei gebieden gebonden aan wat in Den Haag wordt beslist.

 

 

 

7     WELK POLITIEK ORGAAN?  blz. 96

 

  1. Met de Tweede Kamer, ze hebben dezelfde taken.

Het controleren van het bestuur en medewetgeving.

Verschil: Provinciale Staten en gemeenteraad vergaderen meestal maar één keer per maand, de Tweede Kamer enkele dagen per week.

Ook mensen zonder Nederlandse nationaliteit kunnen meedoen aan gemeenteraadsverkiezingen, mits ze vijf jaar in Nederland wonen.

  1. Met de regering, ze hebben uitvoerende macht.

Verschil: de voorzitter van Gedeputeerde Staten/B en W (= uitvoerende macht) is tevens voorzitter van de Provinciale Staten/de gemeenteraad (= wetgevende macht).

De voorzitter van de ministerraad (de premier) is geen voorzitter van de Tweede Kamer.

  1. Met de minister-president, want beiden zijn de hoogste functionaris voor dit politieke niveau.

Verschil: de burgemeester en de commissaris van de koning worden voor zes jaar benoemd. De minister-president wordt gelijk met de andere ministers voor maximaal vier jaar benoemd.

 

 

8     JOUW GEMEENTE  blz. 96

 

  1. t/m d. Eigen uitwerking leerling.

 

 

9     DILEMMA  blz. 97

 

Zie voor een toelichting bij de Dilemma-opdrachten het document Inleiding en extra’s van de Docentenhandleiding I VWO 2018-2019.

 

  1. Niet bijvoeren, waardoor dieren doodgaan en de maatschappelijke onrust voortduurt of wel bijvoeren, waarmee je bedreigers hun zin geeft en tevens het afweersysteem van dieren verzwakt.

Maatschappelijke onrust leidde in dit geval tot bedreigingen van boswachters en tot gevaarlijke bijvoeracties van burgers.

  1. Verkeerde vergelijking. Een hond is een huisdier en daarvoor heeft de eigenaar een zorgplicht. Voor ‘wilde’ dieren die in natuurgebieden leven bestaat deze plicht niet. Volgens de rechter geldt bij wilde dieren het principe ‘handen af’.
  2. Geen burgerlijke ongehoorzaamheid:

–      de actie op Facebook (de wet wordt niet overtreden);

–      het bedreigen van boswachters (daarbij is sprake van geweld).

Wel burgerlijke ongehoorzaamheid:

–      het bijvoeren van de dieren door burgers (de wet wordt overtreden, het is openlijk en het is geweldloos).

Naast het overtreden van de wet, geen geweld en uitvoer van de actie in het openbaar is een ander kenmerk van burgerlijke ongehoorzaamheid dat je niet opkomt voor je eigen belang, maar voor iets wat volgens jou in het algemeen belang is.

 

 

 

10    BURGEMEESTERS AAN DE MACHT  blz. 97

 

  1. Ideologisch geruzie staat praktische, snelle en effectieve oplossingen in de weg.
  2. Eigen antwoord leerling. Het gaat om de volgende vier argumenten bij de stelling “Burgemeesters moeten we rechtstreeks kunnen kiezen”:

–      Een rechtstreeks gekozen burgemeester is democratischer.

–      Gekozen burgemeesters hebben meer steun van de bevolking.

–      Een gekozen burgemeester staat tegenover de eveneens gekozen gemeenteraad.

Het is dan onduidelijk wie het voor het zeggen heeft

–      In de meeste andere West-Europese landen kiest de bevolking ook rechtstreeks de burgemeester.

 

 

Schema politiek bestuur  blz. 98

 

Scepticisme – par. 4.1 – vragen

  1. Ga naar de (Google) app-store en download de Eliza app: https://play.google.com/store/apps/details?id=com.cc.eliza. Probeer de app een beetje uit. Stel eens een paar vragen. Kun je je voorstellen dat midden jaren 60 veel mensen toen dachten dat Eliza een echt mens is?
  2. In hoeverre laat Eliza voor het eerst het probleem van “Andere Geesten” zien? Verwerk in je antwoord de Turin-test van Alan Turing.

3. Wat is conceptueel scepticisme en waardoor speelt het concept “andere geesten” een centrale rol binnen het conceptueel scepticisme?

4. Beschikt een robot, die de Turing-test doorstaat, over een geest? Verwerk in je antwoord ook het begrip “belevingswereld”.

Tip: De film “The imitation game” over (een deel van) het leven van Alan Turing. (Must see!!! Westworld serie!!)

 

 

Scepticisme – par. 3.6+3.7 – antw.

  1. Wat is het verschil tussen inductie, deductie en abductie? In de onderstaande afbeelding wordt heel algemeen de “empirische cyclus” afgebeeld. Dit sluit aan bij wetenschapsfilosofie. Aan de ene kant beschikken we over een theorie. Vanuit deze theorie kunnen we bepaalde verwachtingen uit/voorspellingen doen/hypotheses stellen en vervolgens zien we in de realiteit of deze theorie in aparte/geïsoleerde gevallen klopt, gedeeltelijk klopt of niet klopt (deductie).
    Ook kunnen we specifieke/aparte/geïsoleerde gevallen waarnemen (empirisme) en op basis van een aantal waarnemingen een bepaalde theorie vormen (inductie).
    Bijvoorbeeld:
    Ik heb een twintigtal mensen geobserveerd en ik kwam erachter dat ieder mens sterfelijk is door simpelweg te constateren dat alle mensen zijn overleden. Hieruit heb ik de volgende conclusie getrokken/theorie gevormd (inductie): Alle mensen zijn sterfelijk.
    Vervolgens kwam ik vandaag Socrates tegen. Socrates is een mens. En omdat ik de theorie ken “Alle mensen zijn sterfelijk” en Socrates een mens is, kan ik niet anders zeggen dan dat in dit specifieke geval (Socrates), Socrates sterfelijk is (deductie).
    Dit is een logisch gevolg. Het kan niet anders dan dat een mens sterfelijk is en als ik een mens tegenkom dat deze mens sterfelijk is.

    Bij abductie is iets anders aan de hand. Wanneer ik op zoek ben naar de dader van een moord en ik veel aanwijzingen heb (maar geen logisch bewijs), dan is het niet per definitie “logisch” dat uit een set data (uit de realiteit) ik een logische conclusie/theorie kan trekken (dus niet inductie), maar het is ook niet logisch dat ik over een theorie beschik waaruit blijkt dat de verdachte in alle gevallen de dader is. Neem als voorbeeld een DNA-bewijs. Een DNA-spoor van een verdachte op een slachtoffer ik een zeer goede aanwijzing, maar wil niet automatisch zeggen dat de verdachte het slachtoffer heeft vermoord. Met behulp van data (zoals o.a. het DNA-spoort) kan er een redenering worden opgezet, waaruit niet onlosmakelijk blijkt dat de verdachte ook de dader is, maar wat als zodanig wel de “best mogelijke verklaring” biedt. Dit noemen we abductie.

  2. Leg uit wat het verschil is tussen ondergecodeerde en overgecodeerde abductie? Leg je antwoord uit aan de hand van een voorbeeld.
    Alleen een DNA-spoor is ondergecodeerd. Je hebt dan te weinig codes/data/informatie om tot de verklaring te komen m.b.t. de dader. Je kunt dan wel tot de best mogelijke verklaring komen, maar deze best mogelijke verklaring is dan nog steeds niet goed genoeg om iemand daadwerkelijk te veroordelen.
    Wanneer er naast een DNA-spoort nog karrevrachten aan andere sporen/data/codes/informatie beschikbaar is en je heb eigenlijk aan een stuk of 10 sporen al genoeg, dan is het overgecodeerd. Dit kan in praktische zin ook een probleem opleveren (verder niet filosofisch). Wanneer de politie op informatie/codes/data vraagt via zoiets als opsporing verzocht op tv en de politie krijgt vervolgens tienduizenden berichten die veelal bruikbaar zijn, dan is het niet alleen overgecodeerd, maar kost het ook heel veel tijd om deze berichten te duiden en te onderzoeken.
  3. Sherlock Holmes (zie filmpje) spreekt vaak over deductie. Zijn redeneringen zijn voor hem niets meer dan logische deductieve stappen naar de uiteindelijke conclusie (het weten dat). Leg uit waarom Sherlock Holmes beter over creatieve abductie kan spreken dan over deductie.
    Deductie staat voor een logisch, onvermijdelijk gevolg dat uit een theorie een specifiek geval te verklaren kan worden alsof er sprake is van 1+1=2. Bij creatieve abductie beschikt iemand over een set aan codes/informatie/data en deze set is net te weinig (ondergecodeerd). Door middel van geestelijke inspanning (creativiteit en verbeelding) kan de mens zich iets voorstellen, waardoor het langzaam duidelijker kan worden wie de dader is.
  4. Leg uit in hoeverre er in de film Rear Window, sprake is van creatieve abductie. In Rear Window “fantaseert” (of niet :)?) de hoofdrolspeler een mogelijke moord op basis van wat hij ziet en vervolgens hoe hij de geobserveerde data van achter zijn raam in zijn geest op een creatieve wijze verwerkt.
  5. Wanneer zou er wel sprake kunnen zijn van deductie in plaats van (creatieve) abductie?
    Wanneer het onvermijdelijk en onlosmakelijk zo is dat uit theorie x, specifiek geval y kan worden herleid.
  6. Hoe verhouden “afleiding naar de beste verklaring” en “creatieve abductie” zich tot elkaar?
    Zie vraag 2.

Parlementaire democratie (6) – antw.

6. Invloed op politieke besluiten 

VRAGEN  blz. 90 

1.a.Vraag onder de begincase is: Wat kunnen Paula en Vera doen om politici naar hen te laten luisteren? 

-De bestuurders direct aanschrijven of bellen. 

-De media aanschrijven (zoals nu ook gedaan). 

-Een burgerinitiatief starten. 

-Een actiegroep oprichten. 

-Demonstreren. 

-Lobbyist inschakelen. 

-Inspreken tijdens vergaderingen. 

-Referendum organiseren. 

-Overgaan tot burgerlijke ongehoorzaamheid. 

b.Spreekbuisfunctie. Vera en Paula kregen van Trouw de ruimte om hun zegje te doen. 

 

2.Voorbeelduitwerking: 

-De wens voor schone energie, maar tegelijk willen veel burgers geen (grote) windmolens in hun woonomgeving. 

-De wens voor degelijke en humane vluchtelingenopvang, maar tegelijk is er vaak weerstand tegen de plaatsing van azc’s in de nabije woonomgeving. 

-De wens voor een goed wegennet, maar geen verhoging van de wegenbelasting. 

 

3.Ja, want volgens de Mediawet moeten de publieke omroepen zorgen voor programma’s op het gebied van informatie en educatie. Dit impliceert een informerende, onderzoekende, controlerende en agenda- en spreekbuisfunctie van de media. 

Ook commerciële journalistieke organisaties vervullen deze functies vaak, maar hebben als vrije onderneming geen wettelijke plicht om dat te doen. 

 

4.Voorbeelduitwerking: 

Effectiviteit: werkt de aanpak of moet er iets aan veranderen? 

Wenselijkheid: zijn de burgers tevreden met het besluit of leidt het vooral tot kritiek? 

 

5.Gezien de kleinschaligheid van het probleem lukt het niet om 40.000 handtekeningen te verzamelen. 

Het is niet de bedoeling van het burgerinitiatief dat de Tweede Kamer zich bezighoudt met privébelangen van burgers. 

Eigen antwoord leerling. 

 

6.a.Voorbeeldargumenten: 

Goed, want in een democratie mag iedereen invloed uitoefenen op politici. 

Of dat nu actievoerders zijn zoals milieuactivisten of bedrijven zoals de vuurwerkbranche. 

Goed, want dat helpt politici rekening te houden met verschillende belangen. 

Dus ook die van de vuurwerkbranche. 

Slecht, want het winstbejag van de vuurwerkbranche schaadt het algemeen belang (veiligheid en welzijn). 

Slecht, want het is ondemocratisch.  

Lobbyisten van de vuurwerkbranche komen niet op voor de kiezer, maar voor de commerciële belangen van het bedrijfsleven. 

b.Vooral voor het wetsvoorstel wordt ingediend, dus tijdens de invoer– of omzettingsfase. 

Ook in de terugkoppelingsfase kan lobbyen effectief zijn. Bijvoorbeeld door te benadrukken dat de bestaande wetgeving zinloos is of juist effectiever gemaakt moet worden. 

Pagina-einde 

7Welke BESLUITVORMINGSfase?  blz. 91 

 

Situatie  Twee betrokken actoren  Fase 
1.Vanwege een wetswijziging krijgt een bijstandsgerechtigde een hogere uitkering.  burger, ambtenaar, regering  uitvoer 
2.Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat laat uitrekenen hoeveel de aanleg van een ondergrondse spoorlijn kost.  ambtenaren, regering  omzetting 
3.Greenpeace haalt alle kranten met de gewaagde blokkade van een olietanker.  pressiegroep, massamedia  invoer 
4.De gemeenteraad gaat akkoord met de sluiting van het plaatselijke zwembad vanwege geldgebrek.  gemeenteraad, parlement, ambtenaren  omzetting 
5.Een groep mensen protesteert bij het gebouw van de Tweede Kamer tegen de huidige euthanasiewetgeving.  burgers, Kamerleden, politici  invoer, terugkoppeling 
6.B en W geven een omstreden bouwvergunning af aan een garagebedrijf voor uitbreiding.  wethouders, ambtenaren  uitvoer 

 

 

8CARTOON  blz. 91 

 

Voorbeelduitwerking: 

Dat de werkelijke politieke macht bij het bedrijfsleven ligt en dat politici (marionetten) doen wat bedrijven ze influisteren. 

Of: 

Dat de politieke koers grotendeels bepaald wordt door de economische situatie in een land. 

In tijden van crisis worden er heel andere besluiten genomen dan in tijden van hoogconjunctuur.  

 

Pagina-einde 

9WERKLOOSHEID EN OMGEVINGSFACTOREN  blz. 92 

 

Voorbeelduitwerking: 

 

 

 

10IN HET NIEUWS  blz. 92 

 

a.Voorbeelduitwerking: 

-opwarming van de aarde; 

-meer aandacht voor duurzaamheid; 

-technologische ontwikkelingen op het gebied van alternatieve energie; 

-het opraken van fossiele brandstoffen. 

b.Ja, want de minister sprak ook met diverse actievoerders en bewoners uit het aardbevingsgebied.  

Overleg bleef dus niet beperkt tot de vaste kring van Haagse besluitvormers, ook wel Haagse kaasstolp genoemd.  

 

 

11BURGERLIJKE ONGEHOORZAAMHEID  blz. 93 

 

a.-De actie moet plaatsvinden in het openbaar, voor iedereen zichtbaar. 

-De actie moet geweldloos zijn. 

Een ander kenmerk van burgerlijke ongehoorzaamheid is dat je niet opkomt voor je eigen belang, maar voor iets wat (volgens jou) in het algemeen belang is. 

b.Eigen antwoord leerling. 

Tip om het ultieme doel van de burgerlijke ongehoorzaamheidsactie te achterhalen: stel de waarom-vraag (waarom vind ik het belangrijk dat …). Doe dit net zolang tot je bij de waarde uitkomt waar het je uiteindelijk om te doen is. 

Pagina-einde 

12IN HET NIEUWS  blz. 93 

 

a.Omzettingsfase; de wet is aangenomen door de Eerste Kamer. 

b.Mogelijke gebeurtenissen die de besluitvorming flink hadden kunnen beïnvloeden: 

-Een terroristische aanslag of oorlog waardoor opeens veel mensen een donor nodig hebben. 

-Een BN’er die met spoed een donor nodig heeft om te overleven en veel media-aandacht krijgt. 

-De verspreiding van het gerucht dat donoren soms nog in leven zijn. 

Dit gerucht deed daadwerkelijk de ronde. Een groep burgers, genaamd Comité Orgaandonatie Alert, bestookte Eerste Kamerleden met verontrustende e-mails: “Na veel studie zijn wij tot de conclusie gekomen dat het niet onwaarschijnlijk is dat de donor die hersendood is verklaard, bij het uitnemen van organen helse pijn lijdt.” Neurologen ontkrachtten dit vervolgens in een brief aan de senaat: “Er zijn geen voorbeelden van hersendood verklaarde personen die na het doorlopen van het hersendoodprotocol nog in leven zijn. Hersendood is dood en dat is onomkeerbaar. Ook de Gezondheidsraad bestempelde het gerucht als nepnieuws. 

 

 

13DE ESSENTIE VAN DEMOCRATIE IS MACHT OPBREKEN  blz. 93 

 

a.Ja, zijn beschrijving past bij de rol van ‘laatste controle’ door de Eerste Kamer. 

De Vries spreekt over “onzorgvuldige wetgeving” door de Tweede Kamer en vindt het goed “dat er nog mensen in de Eerste Kamer zijn die een beetje nadenken”. 

b.De Vries benadrukt het belang van dualisme. Hij stelt dat: 

-het opbreken van de macht de essentie van democratie is. 

-macht per definitie moet worden gewantrouwd en dus opgesplitst. 

-een samenleving met een gedeelde macht zich het best ontwikkelt. 

c.Voorbeelduitwerking: 

Argumenten tegen: 

-Partijpolitiek zal dan een grotere rol gaan spelen bij de controle van wetsvoorstellen. 

-Het is een kopie van de Tweede Kamerverkiezingen, dus zinloos. 

-Risico op een lage opkomst; kiezers willen niet zo vaak naar de stembus. 

Ook het feit dat de Eerste Kamer onbekender is kan zorgen voor een lage opkomst. 

d.Voorstanders:  

-zorgvuldigheid 

-kwaliteit 

-nauwkeurigheid. 

Door de extra controle van de Eerste Kamer verloopt de besluitvorming zorgvuldiger en sluipen er minder foutjes in wetten. Ook hebben Eerste Kamerleden doorgaans meer ervaring dan Tweede Kamerleden en vervullen vaak diverse functies naast hun baan als senator. 

Tegenstanders: 

-snelheid 

-efficiëntie. 

Zonder Eerste Kamer verloopt de besluitvorming sneller. 

Filosofie (6) – vragen

  1. Wat wordt er verstaan onder de Duitse idealisten?
  2. Volgens Schelling moest de gehele werkelijkheid als een Idee worden gedacht? Leg uit in eigen woorden wat Schelling bedoelt met dit “Absolute”.
  3. Wat is het probleem met het definiëren van het absolute? Verwerk in je antwoord de tweedeling tussen het gedefinieerde en diegene die definieert, waarbij het ook duidelijk wordt dat het definiëren zelf ook weer haar grenzen kent.
  4. Welk “antwoord” biedt de kunst volgens Schelling voor het symboliseren van het absolute?
  5. Leg uit waar het begrip “dialectiek” voor staat.
  6. Geef een voorbeeld van Hegels These, Antithese en Synthese. Verwerk in je antwoord het begrip identiteit. Je mag ook over persoonlijke identiteit spreken, maar ook in algemene termen over identiteit spreken.
  7. Wat wordt er bedoeld met het samenvallen van de subjectieve geest (persoonlijke ontwikkeling) en de objectieve geest (het samenleven van mensen in een maatschappij) en het zelfbegrip van de mensheid op het niveau van de absolute geest?
  8. De absolute geest ontvouwt zich in drie stappen. Welke drie stappen?
  9. Leg uit waarom kunst bij Hegel een belangrijke plek inneemt in het denken?
  10. Hoe denk jij over de plek van kunst voor het denken?

Filosofie (6) – antw.

  1. Leg uit wat Kant met reflectie bedoelt. Verwerk in je antwoord de begrippen verbeeldingskracht, belangeloosheid en autonomie.
    Reflectie draait om de ervaring waarbij verschillende aspecten (voor en door jezelf) in harmonie gebracht worden. Hiervoor is verbeeldingskracht noodzakelijk. Dit streven naar harmonie kan ook leiden tot de subjectieve beoordeling dat iets “moois” is. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat hierbij geen belangen een rol mogen spelen. Als je bijvoorbeeld iets mooi vindt, omdat dat belangrijk is voor je om iets te bereiken, dan is het niet mooi. Echter, het kan wel dat je iets doet wat je niet als mooi bestempeld omdat je er belang bij hebt of een ander doel voor ogen hebt. De reden waarom je het doet, kan wel mooi zijn. Je kunt dus bepaalde vervelende vakken doen, omdat je voor ogen hebt om straks jouw droom te verwezenlijken als oncoloog bijvoorbeeld. Of je kunt talloze schilderoefeningen doen om later de mooiste film te kunnen maken.
  2. Geef een voorbeeld van subjectieve algemeenheid. Wanneer ik een heel mooi liedje hoor, dan wil ik dat iedereen dit mooi vindt, dus ga ik soms mijn best doen om mensen te overtuigen.
  3. Geef een eigen voorbeeld waarbij de scheidslijn tussen enerzijds belangen en anderzijds de subjectieve ervaring van schoonheid moeilijk te leggen is.
    Wil je je diploma halen omdat je het diploma an sich mooi vindt. Niet zozeer het papiertje, maar de gedachte dat in dit diploma zoveel jaar werk zit waar je trots op bent en wat je als werk mooi vindt (ook omdat je hier samen met andere leerlingen en leraren jarenlang hebt geleefd in een school), of wil je het diploma alleen maar halen om verder te komen (belang).
  4. Leg uit hoe Schiller politiek en kunst met elkaar verbindt. Politieke keuzes werden te veel gebouwd op het idee dat mensen volledig rationele keuzes kunnen maken en dat we het land ook zo moeten opbouwen. Schiller was een romanticus die de mens zag als een dier met rationaliteit maar ook met driften/instincten. Wanneer mensen de kunst verstaan om te reflecteren op het eigen handelen, de eigen driften (stofdrift) en de structuur (vormdrift) van de samenleving, dan ontstaat er ruimte voor de levenskunst (het spel om het eigen leven vorm te geven) -> speeldrift. Zo ontstaat er een mens die voortdurend nadenkt en ideeën voor en door zichzelf in harmonie brengt, ontwikkelt en de schoonheid uit en in het leven probeert te halen en te vinden.
  5. Wat is het verschil tussen stofdrift en vormdrif en hoe kan dit verschil door de speeldrift worden overbrugd? Zie vraag 4.
  6. In hoeverre heeft de school als opdracht om aan Bildung te werken? Wat is Bildung? Eigen mening. Bildung staat voor het ontwikkelen van de gehele mens in relatie tot de buitenwereld. Het spel waarbij de mens de vorm (structuur) probeert samen te brengen (spel) met de driften (stof). Tijdens dit spel is het noodzakelijk om de leerling verschillende aspecten van de samenleving aan te bieden, zodat de leerling kan reflecteren, en daarmee een harmonie kan vormen, van de samenleving in de breedte. Dit idee staat wel op gespannen voet met diegenen die vinden dat onderwijs alleen maar als taak/functie heeft om leerlingen een diploma te laten halen. En voor dit laatste valt wellicht ook iets te zeggen, omdat er niet altijd genoeg tijd is om de volledige mens te ontwikkelen.

Filosofie (5) – vragen 9.3

  1. Leg uit wat Kant met reflectie bedoelt. Verwerk in je antwoord de begrippen verbeeldingskracht, belangeloosheid en autonomie.
  2. Geef een voorbeeld van subjectieve algemeenheid.
  3. Geef een eigen voorbeeld waarbij de scheidslijn tussen enerzijds belangen en anderzijds de subjectieve ervaring van schoonheid moeilijk te leggen is.
  4. Leg uit hoe Schiller politiek en kunst met elkaar verbindt.
  5. Wat is het verschil tussen stofdrift en vormdrif en hoe kan dit verschil door de speeldrift worden overbrugd?
  6. In hoeverre heeft de school als opdracht om aan Bildung te werken? Wat is Bildung?

Filmfilosofie (5) – antwoorden week 3 en 4

Week 3:

  1. Om over filmfilosofie te spreken kunnen we ons beperken tot de theorie over film. Echter, filmtheorie is het domein van de filmwetenschappen. Filmfilosofie zou wellicht beter kunnen vertrekken vanuit het idee van Poetics zoals omschreven door Aristoteles. Aristoteles gaat in Poetics op zoek naar de eigenschappen van een Griekse tragedie (toneelstuk). Eigenlijk is er in alle tijden nagedacht over de op dat moment relevante kunstvorm. De vraag is of de film ook een dergelijke analyse zoals Aristoteles in Poetics verdient.
  2. In paragraaf 9.2.1 wordt een onderscheid gemaakt tussen systematische en historische antwoorden. De vraag naar “Wat is filmfilosofie?” en “Wat is film?” kan vanuit de systematische benadering als volgt worden omschreven: Wat zijn de gemeenschappelijke kenmerken van alle films? Aristoteles doet een poging. Niet zozeer om de gemeenschappelijke kenmerken van de film te omschrijven, maar om uit te werken wat de gemeenschappelijke kenmerken van een Griekse Tragedie zijn. Een film heeft veel dezelfde gemeenschappelijke kenmerken als de Griekse Tragedie.
    De vraag blijft echter: 1. Is het voldoende om via een systematische analyse van het begrip film a. helder te krijgen wat film is om vervolgens b. helder te krijgen waar filmfilosofie zich op moet richten?
    De systematische benadering lijkt, ook in lijn met paragraaf 9.2, niet geheel toereikend te zijn. Zoals op pagina 220 van het boek, alinea 2 staat: “Het lijkt niet gemakkelijk om een kenmerk te vinden dat alle kunstwerken gemeen hebben en dat maakt dat kunst kunst is”. Dit geldt wellicht ook voor film(kunst).
    De historische benadering biedt wellicht een uitkomst. Hoe heeft het begrip van kunst zich ontwikkeld door de eeuwen heen van Techne richting Esthetica? Door deze vraag te stellen krijgen we inzicht in de ontwikkeling van het begrip kunst. De vraag is dan: Hoe heeft de film zich door de eeuwen heen ontwikkeld? Op deze manier krijgen we misschien inzichtelijk wat film(kunst) is of betekent voor mensen door de tijd heen.
  3. Waarom moet Poetics niet gezien worden als een theorie over kunst, maar meer als een analyse van een Griekse tragedie? Wat is het verschil? (Minuut 2:35)
    Poetics houdt zich niet bezig met de hoe-vraag. Een theorie naar hoe je het beste een Griekse Tragedie kunt uitwerken? Poetics is slechts een uiteenzetting van de kenmerken van een Griekse Tragedie.
  4. In minuut 3 stelt Aristoteles: “Tragedy is an imitation of an action that is admirable, complete and possesses magnitude; in language made pleasurable… performed by actors, not through narration, effecting through pity and feat the purification of such emotions”. Hoe zou Plato reageren op het waarheidsgehalte van de tragedie? Plato zou de imitatie van een werkelijke actie zien als een imitatie van een imitatie. De werkelijke actie is al een imitatie van het zuivere idee en dan wordt deze imitatie ook nog eens in een tragedie geïmiteerd.
  5. Wat zijn de zes componenten van een tragedie? (minuut 3:22).
    1. Plot, 2. Karakters, 3. Het denken/retorica, 4. Melodie/lied, 5. Medium (wijze van zeggen), 6. Schouwspel
  6. Waarom is het plot het belangrijkste? En wat wordt bedoeld met de universaliteit van een plot? Een plot is de ziel van de tragedie en moet samenvallen met het begin, middenstuk en het einde van de tragedie. Ook moet het plot makkelijk te onthouden zijn, overtuigend worden uitgedragen en een onverwacht/aangrijpend verloop hebben. Het lijden is hierin veelal belangrijk.
  7. Aan welke vijf karaktereigenschappen moet een acteur voldoen? (minuut 4:44).
  • Goed karakter
  • Sympathiek
  • Hoge status
  • Consistent
  • (Niet) Perfect
  1. Wat is het probleem, volgens Plato, wanneer een filmregisseur met de vier karaktereigenschappen in de hand een filmscript gaat uitwerken? Denk aan het risico van imitatie en reproductie. De film wordt dan een imitatie van het Goddelijke en zuivere idee en doet daarmee de waarheid geweld aan.
  2. Neem een eigen film en leg uit wat het idee of de gedachte achter de film zou kunnen zijn. Wat is het alom verbindende idee achter de film? Als er een universeel en alom verbindend idee achter te film zit, representeert de film dan niet een bepaalde, universele vorm van wijsheid/waarheid? In hoeverre kan film met een universeel achterliggend idee, bijdragen aan filosofie?
    Hier gaat het om het universele, het zuivere idee van de film. In hoeverre “helpt” de film bij het zoeken naar het zuivere idee?
  3. Wat wordt bedoeld met “diction” (eigenschap nummer 4)? In hoeverre is taal bepalend in een film?
    Een verhaal hoeft niet alleen maar in gesproken taal overgebracht te worden. De “wijze van zeggen” staat nog niet vast voor de film en daarmee ligt de vraag naar wat de film is ook nog open.
  4. Taal kan op verschillende manieren gebruikt worden volgens Aristoteles. Denk hierbij aan een versje, ritme, rijm, lange of korte vertellingen, platte taal, etc. Bekijk minuut 5:42 en reflecteer op een zelfgekozen film en leg uit hoe de taal in deze film wordt gebruikt. Eigen mening

De vijfde eigenschap is melodie. Melodie is meer dan alleen muziek. Melodie gaat ook over het ritme van de dialoog, het geluid van bepaalde handelingen (zoals een oorlog) en de muziek. Neem twee films in gedachte. Luister naar het ritme van de dialogen, het geluid van bepaalde handelingen en naar de muziek. Wat zijn de verschillen en overeenkomsten? Probeer twee totaal verschillende films te analyseren. (Bijvoorbeeld een film als Stalker enerzijds en Avengers anderzijds)

De dialogen van beide films zijn heel verschillend. Met name de tijd en de lengte van de dialogen verschillen. De dialogen in de film Stalker zijn langer en uitvoeriger dan bij Avengers.

  1. Doe hetzelfde voor de beelden/visuele elementen (punt 6. Spectacle (schouwspel), min. 6.25). Denk hierbij aan de kostuums, filmset, licht en beweging in beide films. Bij Avengers worden er talloze kostuums geïmiteerd. De set verandert ook voortdurend en er wordt veel gebruik gemaakt van digitale middelen. De beelden bewegen ook veel sneller.
  2. Wat is volgens jou belangrijker voor een film? Een universeel plot of het geluid en het spectakel (het beeld/schouwspel). Eigen mening… Echter, ik denk dat een goed verhaal altijd overeind blijft en blijft boeien.

Het PLOT:

  1. Wat wordt bedoeld met het begrip “Catharsis”? Verwerk in je antwoord de begrippen medelijden en angst (minuut 7:00).
    Catharsis staat bij de oude Grieken voor emotionele zuivering. Een film, of kunst kan een emotioneel zuiverende werking hebben. Het confronteert de innerlijke angsten en ellende en deze confrontatie kan “louterend” en zuiverend werken. Daarna ben je van je emoties verlost. Je hebt ze d.m.v. de Griekse Tragedie geuit, waardoor ze niet alleen meer van jezelf zijn.
  2. Noem twee voorbeelden uit het eigen leven waarbij er sprake is van Catharsis.
    De massale rouw tijdens de herdenkingsdienst van mensen zoals prinses Diana en Andre Hazes. Massaal gingen mensen huilen… niet zozeer omdat ze treuren om de dood van iemand die slechts enkelen echt gekend hebben, maar omdat ze vol met emoties zitten uit het eigen leven die via de herdenking ruimte krijgen om geuit te worden. Ontroering en geraakt kunnen worden lijken hierin essentiële punten.
  3. Waar staat “Hamartia” voor? Waarom is Hamartia heel erg belangrijk en waaruit bestaat de verantwoordelijkheid? (Minuut 7:25)
    Hamartia staat voor de fout die is gemaakt maar waarvoor de hoofdrolspeler wel verantwoordelijk is. Dit maakt dat mensen meegenomen kunnen worden en zich kunnen identificeren en “herkennen” wat het probleem/de fout is. Het universele hierin is wellicht dat niemand perfect is en iedereen fouten maakt.
  4. Leg uit wat herkenning (recognition), momenten van realisatie en herkenning, en de omkering (reversal), momenten waarbij de kijker het idee heeft dat de hoofdrolspeler zich iets realiseert maar dat nog niet doen, inhouden. (Minuut 7:50). Als er iets fout gaat, dan moet deze fout eerst herkend worden om vervolgens te handelen door alles om te keren en de “fout” te herstellen.
  5. Bekijk een film vanuit de drie eenheden (unities): I. Tijd, II. Plaats en III. Actie (minuut 8:45). Voldoet de film aan de drie eenheden? Hierin verschillen de eigenschappen van de film met die van de Griekse tragedie. In een film is het mogelijk om verschillende tijden samen te laten vallen (flashback, etc.) in een film. Daarnaast kan het decor ook veranderen in een film en tegenwoordig kunnen special effects een rol spelen in de mate waarin de acties worden weergegeven.
  6. Huge Müsterberg is een van de eerste filosofen die heeft nagedacht over de film als filosofie en het onderscheid tussen film en theater/griekse tragedie. Lees desnoods het hoofdstuk “2. The nature of film”. Volgens Müsterberg onderscheidt de film zich van theater door haar technische mogelijkheden. Denk hierbij aan de factor tijd (flashbacks, close-ups en edits) en de factor plaats  (bewegende beelden op verschillende plaatsen). Film kan op een andere manier werelden openen in vergelijking met een theater.  Dit zorgt er ook voor dat de film een andere vorm is. Lees paragraaf 9.2.3. In hoeverre is volgens jou de vorm van de film bepalend of we wel of niet over een kunstfilm kunnen praten? En in hoeverre beperkt de vorm van de film het Platoonse streven naar verlichting? De film als kunstvorm heeft hele eigen specifieke kenmerken. Aan de andere kant is niet iedere film een kunstvorm. Zo zou ik mijn telefoonopnames van bezoekjes niet als kunst willen bestempelen. De vorm duidt wellicht niet wat het zuivere idee van een film is. Maar wellicht vorm wel. Vorm is, in tegenstelling tot “de vorm”, een abstract idee, maar zodra we vragen hoe dat abstracte idee er dan uitziet, verliest het ook weer haar zuiverheid want dat dwingt om een concrete vorm te omschrijven en deze omschrijving met eigenschappen is dan weer “een vorm van film” (imitatie) van het goddelijke idee “film”.
  7. In het bovenstaande filmpje wordt aangegeven dat volgens Müsterberg de film zonder een verhaal/plot, slechts een gadget is. Wat wordt hiermee bedoeld? Kan een film nog kunst zijn als het slechts een gadget is? Kunnen gadgets een bijdrage leveren aan filosofie? Een instrumentje, hulpmiddeltje of leuk hebbedingetje. Deze films dragen niet bij aan filosofie. Deze films hebben een bepaalde functie (verkopen/succes behalen, lekker consumeren, etc.). Deze functiegerichtheid van de film is al onzuiver en haalt het streven naar het zuivere idee film onderuit.
    De vraag die we ons wel kunnen stellen, is of een bepaalde gadget in zichzelf toch niet iets zuivers aanraakt. In ieder instrument kan toch iets zitten dat uniek en daarmee niet geïmiteerd is.
  8. In minuut 1:34 wordt gesproken over “cinema” als de kunst van de geest en een imitatie van mentale processen. Wat wordt hiermee bedoeld? Is deze imitatie bedrieglijk in het licht van Plato’s allegorie van de Grot? Of wordt hier een andere soort imitatie bedoeld? Enerzijds imiteert de film de geest of probeert de geest in een film zichzelf te reproduceren… Oftewel: de geest maakt iets “Goddelijks” naar haar eigen beeld/idee. De vraag blijft of deze film het Goddelijke is of dat het gewoon weer imitatie is. Maar aan de andere kant, zit er soms iets in de film dat niet te imiteren valt… Iets Goddelijks van de geest, dat niet zozeer bewust in de film is verwerkt. Misschien zien we hierin wel een basis voor filmkunst en film als weg naar waarheid en daarmee filosofie?
  9. Vanaf minuut 1:44 wordt het verschil tussen theater en film uiteengezet. Reflecteer op een film vanuit de verschillen tussen theater en film? Hoe zie je deze verschillen terug in de film?
    Podium: acteurs projecteren emoties + woorden creëren fantasie
    Cinema: emoties kunnen worden getriggerd door bepaald acteerwerk en beelden + beelden creëren fantasie.
    De vraag hierin luidt of beelden (afspiegelingen van de werkelijkheid), wezenlijk aan iedere film, in staat zijn om emoties te triggeren zoals werkelijke acteurs op een podium dat kunnen doen bij het publiek.
  10. Edits in films zorgen ervoor dat de kijker heen en weer blijft kijken. Kijk eens naar een stukje uit de film Stalker en daarna na een recente actiefilm. Bekijk de snelheid waarmee de beelden wisselen? Welke film heeft de snelste wisseling van beelden?
    De snelheid van beelden en edits neemt steeds meer toe. Het idee hierachter is dat hierdoor de aandacht van de kijker toeneemt en de kijker de film makkelijker consumeert. Maar op deze manier wordt er een externe eis aan de film opgelegd (consumptie).
  11. Wat is het effect op de kijker wanneer de beelden snel afwisselen? Wat is de impact van dergelijke edits om de mate waarin de film kan bijdragen aan reflectie, denken en daarmee filosofie? Wanneer de snelheid van elkaar opvolgende beelden niet bepaald wordt door de geest, maar een imitatie is van een regel over de verkoopbaarheid en het stimuleren van consumptie, dan kan deze film wat dat betreft moeilijk bijdragen aan een zuiver idee van film.
  12. Bekijk het bovenstaande filmpje. Wat is de impact van de close-up? Je ziet de emoties.
  13. Waarom wordt steeds vaker in moderne films gebruik gemaakt van close-ups zoals in de nieuwe film over Vincent van Gogh (At etenity’s gate): https://www.vulture.com/2018/11/extreme-close-ups-are-defining-the-current-movie-moment.html
    Mensen worden wellicht getriggerd door emoties in het gezicht.
  14. Dragen close-ups (en de functie van close-ups) bij aan reflectie, denken en filosofie? Als ze als instrument worden ingezet, dan wordt de film weer iets opgelegd. Wat wel kan is dat de film als film geen kunstvorm is, omdat er veel wordt geïmiteerd (los van dat er altijd wel iets is dat niet geïmiteerd kan worden), maar dat de boodschap van de film wel raakt aan een universeel concept.
  15. In een film wordt het geheugen, de verbeelding en de emotie hapklaar gemaakt voor de filmconsument. Wat is de impact hiervan op de film als filosofie? Denk ook aan wat eerder is geschreven over de impact van Netflix op de film. Film als product en niet als kunst. Film met voorbedachten rade.

 

Week 4

  1. De vraag die we ons zouden kunnen stellen is de vraag naar het zuivere idee van een verhaal of vertelling? Moet er altijd taal aanwezig zijn? Hoe zit dat dan met stomme films (een film waarin niet wordt gesproken)? Is een verhaal een onderdeel van de film als kunst? Kan het verhaal in zichzelf een zuiver idee uitdragen of blijft het via de film altijd een imitatie? Ja, dat kan. Een verhaal is niet afhankelijk van gesproken taal.
  2. Een zanger als Bob Dylan wint zelfs de Nobelprijs voor de literatuur. Dylan wordt door velen gezien als een verhalenverteller. Hij vertelt over de wereld, de Verenigde Staten, het leven… maar toch zijn het imitaties van de werkelijkheid of niet? Volgens velen spreekt Dylan “the voice of truth” en zoals Dylan zelf zegt: “And the voice of thruth is not a pretty one”. Maar wat is deze waarheid dan? Is dat de letterlijke vertaling van zijn teksten of zit er iets tussen de regels, voorbij het letterlijke verhaal dat grote groepen mensen aanspreekt als waarheid?
    Het Goddelijke zou wellicht gevonden kunnen worden tussen de regels. Verschillende mensen worden aangesproken door zijn muziek, maar iedereen interpreteert de teksten verschillend. Wat is dan dat zuivere idee op grond waarop grote groepen mensen de muziek van Dylan waarderen?
  3. Bekijk de bovenstaande (kunst)film van Bill Viola. Is deze film een kunstfilm, waarom wel of niet? In hoeverre draagt deze film bij naar de zoektocht naar het zuivere idee/waarheid? Eigen mening.
  4. Bekijk het bovenstaande filmpje van de gebroeders Dudok de Wit. Is taal noodzakelijk om een verhaal te vertellen?  Is deze korte film kunst? In hoeverre draagt dit filmpje bij aan het zoeken naar het zuivere idee/waarheid?
    Eigen mening.
  5. Bekijk de bovenstaande filmpjes. De eerste twee filmpjes hebben geen tekst en wellicht geen plot. Is hier sprake van kunst? Kunnen deze filmpjes iets zeggen over het zoeken naar het zuivere idee/waarheid? Eigen mening.
  6. Het laatste filmpje gaat over de tv-serie Twin Peaks. Deze serie heeft een verhaal, gesproken tekst en een plot. Echter, het blijft voor velen volstrekt onduidelijk wat het verhaal is. Is dit kunst? Draagt deze serie bij aan een zuiver idee/waarheid? Eigen mening.

Scepticisme – par. 3.6 + 3.7

  1. Wat is het verschil tussen inductie, deductie en abductie?
  2. Leg uit wat het verschil is tussen ondergecodeerde en overgecodeerde abductie? Leg je antwoord uit aan de hand van een voorbeeld.
  3. Sherlock Holmes (zie filmpje) spreekt vaak over deductie. Zijn redeneringen zijn voor hem niets meer dan logische deductieve stappen naar de uiteindelijke conclusie (het weten dat). Leg uit waarom Sherlock Holmes beter over creatieve abductie kan spreken dan over deductie.
  4. Leg uit in hoeverre er in de film Rear Window, sprake is van creatieve abductie.
  5. Wanneer zou er wel sprake kunnen zijn van deductie in plaats van (creatieve) abductie?
  6. Hoe verhouden “afleiding naar de beste verklaring” en “creatieve abductie” zich tot elkaar?