Menu

(De correspondent) Zo kan het onderwijs kinderen wél tot kritische burgers opleiden

Na zes jaar voor de klas staan, is dit mijn grootste zorg: we geven kinderen geen ruimte hun eigen overtuigingen te vormen. Op een school in Nootdorp zag ik dat het anders kan.

Zo kan het onderwijs kinderen wél tot kritische burgers opleiden

Correspondent Onderwijs

Tijdens de les burgerschap in groep 7 van basisschool De Winde in Nootdorp. Foto: Peter de Krom (voor De Correspondent)

‘Deze willen we niet. We willen geen mensen met overgewicht op ons eiland.’

(10) pakt een van de houten poppetjes – inderdaad iets breder dan de andere poppetjes – en legt het aan de zijkant van het speelbord.

‘Zo.’

Ik ben te gast bij groep 7 van basisschool De Winde in Nootdorp, die vandaag het spelspeelt. De spelleider: ‘We wonen in Nederland en heel veel dingen zijn gewoon zo. We wonen in huizen, we gaan naar school en we betalen onze boodschappen met geld. Maar wat zou er gebeuren als we dat allemaal zelf mogen bedenken? Vandaag gaan we een nieuwe wereld maken.’

De klas, vol verwondering: ‘Ohhh…’

Waarom ik in Nootdorp ben

Ik ben hier naar aanleiding van een passage die ik las in de bestseller Homo Deus,van de Israëlische historicus Yuval Noah Harari.

In dat boek schrijft hij over de aanleg van de waartoe de Chinese overheid in 1922 besloot. Natuurkundigen konden exact berekenen hoeveel druk die dam aan zou moeten kunnen. Elektrotechnici konden voorspellen hoeveel elektriciteit de dam op zou wekken. Economen konden inschatten hoeveel de bouw waarschijnlijk zou kosten.

Tijdens de les burgerschap in groep 7 van basisschool De Winde in Nootdorp. Foto’s: Peter de Krom (voor De Correspondent)
Tijdens de les burgerschap in groep 7 van basisschool De Winde in Nootdorp. Foto’s: Peter de Krom (voor De Correspondent)

De dam zou ook meer dan zeshonderd vierkante kilometer land onder water zetten. Land met dorpen en steden, duizenden monumenten, unieke landschappen en leefgebieden. Meer dan een miljoen mensen zouden moeten verkassen en honderden diersoorten zouden bedreigd raken.

Harari schrijft: ‘Het maakt niet uit wat je persoonlijk van de Drieklovendam vindt, maar het is duidelijk dat de aanleg ervan eerder een ethische dan een zuiver wetenschappelijke aangelegenheid was.’

Ik zette een uitroepteken in de kantlijn. Na zes jaar voor de klas als leraar Nederlands in het voortgezet onderwijs is dat mijn belangrijkste kritiek op ons onderwijs: het is onderwijs zonder risico, waarin we leerlingen voortdurend vertellen wat goed en wat fout is, maar ze nooit ethische vragen laten stellen op basis waarvan ze hun eigen moraal kunnen vormen. Daarom levert ons onderwijs geen kritische burgers, maar meewaaikinderen af. Ze rennen even gemakkelijk achter aan als achter omdat ze niet weten waar ze zelf voor staan.

In Nootdorp leer ik dat het ook anders kan.

Tijdens de les burgerschap in groep 7 van basisschool De Winde in Nootdorp. Foto: Peter de Krom (voor De Correspondent)
Tijdens de les burgerschap in groep 7 van basisschool De Winde in Nootdorp. Foto: Peter de Krom (voor De Correspondent)

Zo werkt Terra Nova

Want tijdens een potje Terra Nova stellen leerlingen elkaar voortdurend ethische vragen.

Het spel – dat je niet alleen op de basisschool, maar ook in het voortgezet onderwijs, mbo of hbo kan spelen – werkt als volgt: groepjes krijgen ieder een speelbord met daarop een eiland getekend, tien eilandbewoners (zeven volwassenen en drie kinderen), twee palmbomen, drie kokosnoten, drie meren en drie kampen. Leerlingen krijgen eerst de taak het eiland in te richten. Dat klinkt zo:

‘Wij hebben de kampen verspreid, omdat je anders sneller ruzie krijgt.’

‘Wij hebben alles bij elkaar gezet. Het is supergezellig met z’n allen.’

‘Ik denk dat het handig is als we de kinderen bij elkaar zetten, anders zijn ze zo eenzaam.’

Vervolgens moeten de leerlingen bedenken welke poppetjes het land moeten leiden. Dat wil zeggen: áls ze al vinden dat het land geleid moet worden.

‘Deze moet de leider zijn. Deze is ’t sterkst.’

‘Waarom kan een kind niet de leider zijn?’

‘Je moet er wel rekening mee houden dat we op een eiland zitten. Ik zie een klein meisje niet achter een wild beest aan rennen en dat vangen.’

‘Waarom moet de leider zelf jagen?’

Tijdens de les burgerschap in groep 7 van basisschool De Winde in Nootdorp. Foto: Peter de Krom (voor De Correspondent)
Tijdens de les burgerschap in groep 7 van basisschool De Winde in Nootdorp. Foto: Peter de Krom (voor De Correspondent)

Als het land eenmaal is ingericht en leerlingen geen, een of meerdere leiders hebben gekozen, worden ze voortdurend geconfronteerd met moeilijke situaties die de spelleider hen voorlegt.

Een van de bewoners heeft twee grote vissen gevangen, moet hij die delen of mag hij die zelf houden? Er is een zieke, krijgt die nog wel eten nu hij niet meer kan werken? En zo ja, hoelang? In hun groepje moeten de leerlingen ‘Eilandwetten’ bedenken bij de situaties.

Na een uur meekijken zie ik dat ik tien pagina’s vol heb geschreven met ethische vragen en opmerkingen van leerlingen van tien en elf jaar oud. En ik weet: dít is waar ik zes jaar naar op zoek was. Zó moet eruitzien.

Het gaat niet goed met het Nederlandse burgerschapsonderwijs

Bedenker van het spel is Lisa Hu (25), die in 2014 afstudeerde aan de Design Academy in Eindhoven. Daar was ze zoekende, omdat de opleiding een sterke traditie had in esthetiek en productontwerp. ‘Ik dacht: misschien hebben we wel genoeg spullen en is het tijd voor iets anders.’

Tijdens de les burgerschap in groep 7 van basisschool De Winde in Nootdorp. Foto’s: Peter de Krom (voor De Correspondent)
Tijdens de les burgerschap in groep 7 van basisschool De Winde in Nootdorp. Foto’s: Peter de Krom (voor De Correspondent)

In die tijd zag ze In die documentaire wordt een beeld geschetst van onderwijs als one size fits all, waarin kinderen die niet in die mal passen buiten de boot vallen.

Hu: ‘Een beetje het standaardverhaal, maar dat was toen heel prikkelend voor mij. Ik wilde daarna iets maken waarbij je met elkaar kan leren, erachter kan komen dat wat je eerst dacht misschien ook nog anders kan, iets waarbij er niet maar één antwoord is en waarbij niemand je dat antwoord ook geeft.’

Met dat idee stapte ze naar de documentairemaakster, Katinka de Maar, die ook docent was. Ze vroeg: waar heb je iets voor nodig?

De Maar zei: ‘Burgerschapsvorming.’

Niet zo gek, want daar is het in het Nederlandse onderwijs slecht mee gesteld. begin 2017 dat scholen maar wat aanmodderen als het op burgerschap aankomt. Na een aanslag weten leraren niet goed 

Ook op de school van De Maar worstelden ze met burgerschap. Daar dachten ze: we moeten er iets mee, maar wat? Het kwam neer op wat oefeningen uit de methode Wereldoriëntatie, en daarmee was het klaar. Zonde, vond De Maar.

Tijdens de les burgerschap in groep 7 van basisschool De Winde in Nootdorp. Foto: Peter de Krom (voor De Correspondent)
Tijdens de les burgerschap in groep 7 van basisschool De Winde in Nootdorp. Foto: Peter de Krom (voor De Correspondent)

Burgerschap in een meetcultuur

Dus ging Hu vier jaar lang scholen langs om met leerlingen en docenten te praten en maakte acht prototypes van het spel, tot ze uiteindelijk tevreden was.

In die tijd las ze veel teksten van hoogleraar pedagogiek Gert Biesta. In vaak moeilijk te doorgronden teksten over ‘subject-zijn’ en ‘in de wereld komen’ verdedigt Biesta de opvatting dat goed onderwijs altijd een risico met zich meebrengt.

Tijdens de les burgerschap in groep 7 van basisschool De Winde in Nootdorp. Foto’s: Peter de Krom (voor De Correspondent)
Tijdens de les burgerschap in groep 7 van basisschool De Winde in Nootdorp. Foto’s: Peter de Krom (voor De Correspondent)

In gewonemensentaal komt dat op het volgende neer: stel, je wilt dat een kind ervan overtuigd raakt dat het belangrijk is dat minderheden gelijke rechten hebben. Dan kan je haar dat honderd keer vertellen en vindt zij dat na verloop van tijd misschien ook. Maar waaróm het belangrijk is dat minderheden gelijke rechten hebben, daar heeft zij nooit over nagedacht. Dat maakt haar makkelijk beïnvloedbaar: vertelt iemand met meer overtuigingskracht het tegenovergestelde, dan gaat het meewaaikind daarin mee.

Het onderwijs moet leerlingen daarom volgens Biesta in situaties brengen waarin zij zélf tot inzicht komen. Zulke leerlingen hebben niet alleen meningen, maar weten ook waaróm ze iets vinden. Omdat je vooraf niet zeker bent dat een leerling tot een bepaald inzicht komt, brengt goed onderwijs altijd een risico met zich mee. ‘Het prachtige risico van onderwijs,’ noemt hij dat.

Het is volgens Biesta eenvoudig – en veilig – om onderwijs te maken waarin dat risico uitgebannen is. Dat gebeurt in een onderwijscultuur die gericht is op meten. Het onderwijs wordt daarin volgens Biesta teruggebracht tot dat wat eenvoudig meetbaar is en beter onderwijs staat gelijk aan betere resultaten.

Een leerling is excellent als haar cijfers goed zijn, een school presteert als de examenresultaten beter zijn dan op andere scholen, een land heeft een sterk onderwijssysteem als het hoog scoort in internationaal vergelijkend onderzoek. Onderwijs draait in die meetcultuur om vooraf vastgestelde leeropbrengsten die zo effectief mogelijk behaald moeten worden.

In zo’n meetcultuur is weinig ruimte voor burgerschap, omdat dat niet meetbaar is. En áls er over burgerschap gepraat wordt, dan verwordt dat al snel tot een inburgeringscursus, tot kennis óver de rechtsstaat en tot 

dat de ‘prestaties’ van burgerschapsonderwijs per school in beeld moeten worden gebracht. Het is taal die sterk stuurt op wat de uitkomsten van burgerschapsonderwijs zouden moeten zijn. ‘Ontzettend normatief,’ burgerschapsonderwijs dan ook.

Hoezeer die meetcultuur het onderwijs regeert, ervaart ook Hu. Soms vraagt een leerling ook haar weleens: ‘Maar wat is dan het goede antwoord?’

Burgerschap? Daar is geen winst op te maken

Tijdens een potje Terra Nova bepalen leerlingen zélf wat het goede antwoord is. Een docent kan er acht lessen mee bezig zijn, met zeven lessen een ander thema: solidariteit bijvoorbeeld, en duurzaamheid en anders-zijn.

De achtste les is een ‘syntheseles’: daarin zoeken leerlingen naar overeenkomsten in elkaars samenlevingen en bedenken ze een project dat ze buiten het spel kunnen uitvoeren om die wereld meer op de door hen ontworpen werelden te laten lijken.

Tijdens een potje Terra Nova bepalen leerlingen zélf wat het goede antwoord is

Je zou dus denken dat educatieve uitgeverijen stonden te springen toen Hu met het spel bij hen aanklopte. Niets is minder waar. Ze sprak ze allemaal, maar allemaal vertelden ze haar dat ze er te weinig winst op konden maken. Als goedkoop kaartspel wilden ze het wel uitbrengen, maar niet als spel met houten figuurtjes in allerlei vormen.

Hulp kwam uit onverwachte hoek. De Rabobank verdubbelde het bedrag dat Hu ophaalde met een crowdfunding. In november 2016 won ze bovendien de ASN Bank Wereldprijs: 10.000 euro.

Genoeg geld om een stichting op te richten om dan maar zonder die uitgeverijen haar spel het klaslokaal in te krijgen. In groep 7 van De Winde werken kinderen vandaag met de versie die in september in een oplage van 1.000 geproduceerd zal worden.

Tijdens de les burgerschap in groep 7 van basisschool De Winde in Nootdorp. Foto’s: Peter de Krom (voor De Correspondent)

Burgerschap als risico

Hu vertelt de klas in Nootdorp dat door de kokosnotenmachine die de groepjes eerder in het spel zelf gebouwd hebben een ander eiland is overstroomd. De bewoners van dat eiland komen nu op een boot naar hun eiland. Wat te doen?

‘Ze mogen blijven, want wíj hebben die machine gebouwd.’

‘Er mag een aantal personen komen. Als dat aantal…’

‘Dat is niet eerlijk! Waarom mag de ene wel en de andere niet?’

‘Ze mogen blijven tot we een oplossing hebben.’

Eén leerling (11) komt met de meest Nederlandse oplossing: ‘We gaan een nieuw eiland opspuiten voor ze.’

Tijdens de les burgerschap in groep 7 van basisschool De Winde in Nootdorp. Foto’s: Peter de Krom (voor De Correspondent)
Tijdens de les burgerschap in groep 7 van basisschool De Winde in Nootdorp. Foto’s: Peter de Krom (voor De Correspondent)

Uiteindelijk mogen de nieuwelingen op de meeste eilanden blijven, al is dat volgens sommige leerlingen niet ideaal. Ook dat is een les die Hu mee wil geven: er is geen perfecte oplossing, omdat er altijd wel iemand benadeeld wordt.

Dat besef maakt het verschil tussen een consument en een burger, in zijn boek Om de wereld te redden, klik hier. Morozov: ‘Waar consumenten gewoon kunnen betalen om hun zin te krijgen, als koningen behandeld te worden en de beste haardroger voor hun geld te krijgen, moeten burgers een bepaalde nederigheid accepteren en bereid zijn om offers te brengen, al is het maar uit solidariteit met anderen.’

Burgers moeten zich dus niet als consumenten gaan gedragen, want dat leidt ertoe dat ze keer op keer teleurgesteld zullen worden. Hoogleraar politicologie Catherine Needham schrijft in haar boek Citizen Customers (2003): ‘Het fundamentele gevaar is dat consumentisme geprivatiseerde en wrokkige burgers voedt, burgers met verwachtingen over de overheid waaraan nooit kan worden voldaan en die nooit de zorg voor het publieke goed kunnen ontwikkelen die nodig is voor een democratische betrokkenheid en steun voor de publieke diensten.’

Zoals Pascale (10) aan het eind van het spel zegt: ‘Ik begrijp eigenlijk nu pas hoe moeilijk het is een land te besturen.’

Waarom we telkens opnieuw moeten definiëren wat goed is

Dat klinkt hartstikke mooi, maar wat als dat ‘prachtige risico’ samenlevingen oplevert die lijnrecht tegenover de onze staan? Wat als een groep kinderen naar Gwen (10) luistert en besluit dat mensen met overgewicht niet meer in de samenleving thuishoren?

Soms vindt Hu het lastig om niet te sturen, zoals die ene keer dat vijf leerlingen resoluut oordeelden dat de ‘nieuwelingen’ niet op hun eiland mochten omdat ze kwade intenties hadden. ‘Een jongen zei: ‘Ze moeten op een rij gaan staan, we schieten ze allemaal neer en gooien ze in zee.’

Voor Hu vormt dat het vertrekpunt om vragen te stellen. Waarom vertrouw je ze niet? Waarom wil je ze doodmaken? Wat als jij een van hen bent? Het helpt dat het om een spel gaat, omdat de houten poppetjes en huisjes geen andere context hebben dan die het spel geeft. De blauwe poppetjes zijn geen Palestijnen en de groene geen Israëliërs.

Uiteindelijk levert het vaak minisamenlevingen op waarin burgers voor elkaar zorgen, zegt Hu. Belangrijker: het levert leerlingen op die nadenken over waar het heen moet met de wereld. Leerlingen die ethische vragen laten stellen op basis waarvan ze hun eigen moraal vormen.

Hu: ‘Er wordt vaak gezegd: ‘Je moet ónze normen en waarden kennen!’ Maar die veranderen, en gelukkig maar: vijftig jaar geleden werd je nog in de bak gegooid als je in Engeland homoseksueel was en 150 jaar geleden verhandelden we nog slaven. Je mag toch hopen dat we over vijftig jaar weer heel andere ideeën hebben dan nu? Als we niet telkens opnieuw definiëren wat goed is, dan is er geen vooruitgang.’

Wat is maatschappijleer? Antwoorden werkboek

1   Maatschappelijke vraagstukken

 

 

VRAGEN blz. 4

 

  1. Samenleven op een eiland vereist samenwerking en het maken van afspraken. Op grotere schaal geldt hetzelfde voor samenlevingen.

Net als in een samenleving zul je op het eiland rekening met elkaar moeten houden en zijn er regels en verwachtingen.

 

  1. Ja, het oplossen van maatschappelijke problemen brengt nagenoeg altijd discussie met zich mee over (de uitvoering van) maatschappelijke regels en wetten.

Voorbeelden:

De politiek moet het fileprobleem oppakken omdat de wegen met belastinggeld worden betaald en goede wegen in het algemeen belang zijn.

Plastic afval is schadelijk voor het milieu, daarom voert de overheid een verbod op het verstrekken van gratis plastic tasjes in.

 

  1. Voorbeelduitwerking:
  2. Oudere mensen hebben belang bij verlaging van de pensioenleeftijd naar 65 omdat ze dan eerder kunnen stoppen met werken. Op de lange termijn moeten echter de jongere generaties de kosten hiervoor dragen.
  3. – Werkgevers hebben voordeel bij versoepeling van het ontslagrecht, werknemers niet.

–      IJsverkopers hebben belang bij zonnig weer; verkopers van paraplu’s niet.

  1. Festivals op zondag druisen in tegen de christelijke zondagsrust. Seculieren of minder streng gelovigen hebben hier geen problemen mee.

 

  1. Voorbeelduitwerking:

–      Een schooldirecteur die onredelijk is heeft door zijn functie veel macht, maar hij geniet weinig gezag van leerlingen en docenten.

–      Vladimir Poetin heeft veel macht als president van Rusland. Toch vinden veel mensen in andere landen hem een onbetrouwbare leider. Onder hen heeft Poetin weinig gezag.

 

  1. Voorbeelduitwerking:

Goedkope kleding

Goedkope kleding wordt namelijk vaak onder slechte arbeidsomstandigheden gemaakt.

Belang: weinig geld uitgeven.

In strijd met waarden en normen: rechtvaardigheid, (mede)menselijkheid; eerlijke behandeling van fabrieksarbeiders.

Vlees eten

Veel vlees wordt niet diervriendelijk geproduceerd en zorgt voor een hoge CO2-uitstoot.

Belang: lekker eten, eten wat je wilt.

In strijd met waarden en normen: duurzaamheid, milieubewustzijn, minder vlees eten.

 

  1. Abusievelijk is het bronnummer waarnaar wordt verwezen niet in de vraag opgenomen. Het gaat om bron 1 op bladzijde 10 van het lesboek, ‘Oorlog tegen overgewicht’.

Het stimuleren van gezond eten sluit aan op de centrale vraag van het thema Verzorgingsstaat: zijn burgers zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid of moet de overheid hieraan bijdragen?

Hierbij gaat het niet alleen om de gevolgen van slecht eten voor de gezondheid, maar ook om de kosten die daarbij komen kijken voor de overheid en dus de belastingbetaler.

 

 

 

  1. Voorbeelduitwerking:
  2. In Indonesië wordt niet open over seks gesproken en is homoseksualiteit taboe. Het land kent vele conservatieve groeperingen, gebaseerd op het christendom en de islam.
  3. Tot ongeveer 1960 hadden de kerken in Nederland grote invloed. Daardoor werd door veel mensen niet openlijk over seks gesproken en was seks voor het huwelijk voor hen ondenkbaar.
  4. – Mannen die zich seksueel aangetrokken voelen tot kinderen.

–      Rooms-katholieke geestelijken; voor hen zijn seksuele handelingen verboden (celibaat).

–      Prostituees; vrouwen die geld verdienen met het verlenen van seksuele diensten.

 

 

8     IN HET NIEUWS blz. 5

 

  1. Boef:

–      Waarden: traditioneel fatsoen, kuisheid, braafheid, zedigheid, eer. Normen: meisjes horen zich netjes te kleden, op tijd thuis te zijn, geen alcohol te drinken.

–      Waarden: spijt, schuldbesef. Norm: als je een fout maakt moet je je excuses aanbieden.

Boze mensen:

–      Waarden: respect, beleefdheid. Normen: vrouwen maak je niet uit voor ‘hoer’, mensen behandel je met respect.

–      Waarden: dankbaarheid, fatsoen. Norm: als mensen je helpen, mag je ze niet achteraf afvallen.

  1. Functie/beroep/aanzien: als bekende, populaire rapper bereikt hij veel mensen (die tegen hem opkijken).
  2. – De uitspraken hebben bij veel mensen kwaad bloed gezet. Het wederzijdse onbegrip drijft groepen (voor- en tegenstanders van Boef) (verder) uit elkaar.

–      De uitspraken kunnen ertoe leiden dat de kritiek wordt gegeneraliseerd naar andere jongens met een Marokkaanse migratieachtergrond. Hierdoor komen groepen juist verder van elkaar af te staan.

Deze polariserende beweging werkt onderling begrip en sociale cohesie juist tegen.

Anderzijds stelden veel mensen (waaronder columnisten, radio-dj’s en andere figuren in de media) dat Boef te ver ging met zijn uitspraken. In zekere zin zorgt die eensgezindheid juist voor méér sociale cohesie.

 

 

9     WEL OF NIET PILLEN TESTEN? blz. 5

 

  1. Afschaffing van testplekken kan leiden tot dodelijke ongelukken. Anderzijds wordt door testplekken voor xtc in feite een verboden harddrug gedoogd.
  2. Voorstanders testplekken: streven veilig drugsgebruik na.

Tegenstanders testplekken: streven handhaving rechts- en gezondheidsnormen na.

  1. Ja, normen, waarden en opvattingen omtrent drugsgebruik veranderen met de tijd.

Na drie drugsdoden is voor D66 veilig drugsgebruik zwaarder gaan wegen dan de illegaliteit ervan.

 

 

10    DILEMMA blz. 6

 

Zie voor een toelichting bij de Dilemma-opdrachten het document Inleiding en extra’s van de Docentenhandleiding 1 VWO 2018-2019.

 

Situatie Waarom een dilemma?
1.   De politie heeft bewijs dat een terreurverdachte een bom heeft verborgen in de stad. Ze overwegen de man met geweld te dwingen om de locatie kenbaar te maken. a.   Wel of geen geweld tegen de verdachte gebruiken.

b.   Of de rechten van de verdachte worden geschonden, of er kunnen mensen doodgaan door de bom.

2.   De mazelen is een besmettelijke en soms dodelijke ziekte die je met vaccinatie kunt voorkomen. Sommige ouders laten hun kind echter om religieuze redenen niet inenten. De ziekte komt in Europa weer vaker voor. a.   Wel of niet verplicht vaccineren.

b.   Of ouders verliezen de vrijheid om zelf te beslissen, of er ontstaan risico’s voor de volksgezondheid.

3.   Een bevriende klasgenoot verkoopt hasj aan brugklassers. Moet je dit aan de directie van de school vertellen? a.   Wel of niet melden van strafbaar gedrag.

b.   Of de vriendschap gaat over, of hij blijft drugs dealen op school.

 

 

11    WIE HEEFT DE MEESTE MACHT? blz. 6

 

Voorbeelduitwerkingen:

–      Mark Zuckerberg (A), Angela Merkel (B), Paus Franciscus (C) en chirurg (D).

Beroep / functie – alle vier hebben een beroep met veel aanzien.

Kennis – alle vier beschikken ze over specifieke kennis die vereist is om het beroep / de functie te kunnen bekleden.

–      Vooral Angela Merkel (B) en Paus Franciscus (C): aantal (beiden zijn in staat om grote groepen mensen te mobiliseren / hebben een grote achterban); overtuigingskracht (beide personen hebben het gezag om mensen te overtuigen van hun ideeën).

Ook voor Mark Zuckerberg (A) is ‘aantal’ een belangrijk machtsmiddel. Door de oprichting van Facebook heeft hij invloed op de levens van miljarden mensen.

 

 

12    IN HET NIEUWS blz. 7

 

  1. Voorbeelduitwerking:

–      Lichamelijke integriteit, veiligheid, emancipatie, openheid, zelfbeschikking: met veel andere vrouwen geeft Dadis het signaal af dat er meer openheid rondom seksueel misbruik moet komen en dat seksueel misbruik vaker bestraft moet worden.

–      Eerlijkheid, rechtvaardigheid: een mogelijke misstand wordt hiermee gemeld. Mogelijk wordt hierdoor meer misbruik voorkomen en de dader kan alsnog worden gestraft.

  1. Ja, veel mensen hebben met misbruik te maken; slachtoffers hebben andere belangen dan de daders; een oplossing is alleen mogelijk als er collectief naar gehandeld wordt.
  2. Als beginnend actrice was ze voor werk afhankelijk van gevestigde namen binnen de branche. Kritiek uiten op deze mensen zou een risico zijn voor haar carrière.

 

 

 

13    VERPLICHT REGISTREREN? blz. 7

 

  1. Situatie juli 2018: het wetsvoorstel van D66 is goedgekeurd door de Eerste Kamer.
  2. Ze zien zwaarwegende voordelen en nadelen bij invoering van de donorwet.

Bij het niet invoeren van de wet blijven veel patiënten op de wachtlijst staan met alle gevolgen van dien, maar behouden mensen wel de vrijheid om niet te kiezen voor donorschap. Bij invoering van de wet gaat deze vrijheid (deels) verloren, maar zullen waarschijnlijk meer patiënten geholpen worden.

  1. Eigen antwoord leerling.

 

 

 

Leven en dood

 

 

14    IN DE MEDIA blz. 8

 

  1. Voorbeelduitwerking:

Belang van de samenleving: zo min mogelijk ongelukken met dodelijke middelen / voorkomen dat mensen impulsief zelfmoord plegen.

Belang van mensen die zelfmoord willen plegen: dat ze hun leven op een waardige, rustige wijze beëindigen / zelf een moment kunnen kiezen.

  1. Politiek-juridische invalshoek

Het gaat hier om een juridische kwestie. Het verstrekken van zelfdodingspoeder is een overtreding van artikel 294 uit het Wetboek van Strafrecht. Dit artikel gaat over hulp bij zelfdoding.

  1. Voorbeelduitwerking:

–         Ja, mensen kunnen dan in alle rust gaan en zijn anderen niet tot last. Denk aan machinisten die getraumatiseerd raken door mensen die zichzelf voor de trein werpen.

–         Ja, er zijn wel meer dodelijke middelen die je zo kunt bestellen, bijvoorbeeld zoutzuur. Een verbod op zelfmoordpoeder is daarom hypocriet.

–         Nee, want door het middel te verstrekken wordt de drempel voor zelfdoding lager. Meer mensen zullen zelfmoord plegen zonder er goed over na te denken.

–         Nee, in de wet is vastgesteld dat je alleen op strikte voorwaarden hulp mag bieden bij zelfdoding. De verstrekking van het poeder druist in tegen een democratisch besluit.

 

 

15    EICELDONATIE blz. 8

 

  1. Voorbeelduitwerking:

–      Weegt het zelfbeschikkingsrecht van Raunigk op tegen de risico’s voor de betreffende ongeboren baby’s?

–      Weegt de vrijheid om kinderen te nemen op tegen het manipuleren van de natuurlijke zwangerschap?

  1. Voorbeelduitwerking:

–      De vierling zal op een relatief vroege leeftijd z’n moeder verliezen.

–      De moeder is tot minder in staat dan andere moeders.

Denk aan stoeien, sporten, spelen, huiswerkbegeleiding, enzovoort.

De vierling is gezond ter wereld gekomen en vooralsnog zijn er geen medische gevolgen voor de kinderen merkbaar. Dat neemt niet weg dat de moeder een groot gezondheidsrisico heeft genomen voor haar vierling.

 

 

16    ABORTUS blz. 9

 

  1. Ze vinden beiden de waarde (eerbied / respect voor het) leven het belangrijkste. Hertzberger laat zelfbeschikking / autonomie alleen in extreme situaties prevaleren.

Ze stelt dat abortus in de eerste veertien weken gerechtvaardigd is, maar dat in de periode daarna kritischer gekeken moet worden naar de reden van de abortus. En daarmee bedoelt ze dat abortussen in die periode vaker afgewezen moeten worden.

 

 

  1. Voorbeelduitwerking:

–      Vanwege ernstige lichamelijke of verstandelijke beperkingen niet in staat zijn een kind op te voeden.

–      Te jonge leeftijd (13, 14, 15 jaar).

–      Zelf ernstig ziek zijn.

–      In levensgevaar verkeren door de zwangerschap.

–      In gevallen van incest.

 

 

17    JOUW CONCLUSIE blz. 9

 

Eigen mening leerling.

 

 

2   Kennis van zaken

 

 

VRAGEN blz. 10

  1. De vraag van de begincase is: Wat ging hier volgens jou mis en wordt dat veroorzaakt door de zender of door de ontvanger?

De bevooroordeeldheid of selectieve perceptie van de ontvanger. Het publiek dacht dat de rebellenleider de knuffel als trofee omhoog hield, terwijl hij eigenlijk erg onder de indruk was van de ramp.

 

  1. Onderzoek:

–      Wie heeft het bericht geschreven?

Een journalist van het NRC.

–      Met welk doel wordt het verspreid?

Het informeren van de lezer over de politieke actualiteit.

–      Wat is de actualiteitswaarde van het bericht?

Hoog: het gaat om een nieuwe wet.

–      Welke bronnen worden er aangehaald?

Wetsvoorstel voltooid leven, Pia Dijkstra, christelijke partijen en andere politieke partijen.

–      Is er hoor en wederhoor gepleegd?

Ja, verschillende politici zijn voor dit bericht aangesproken, maar alleen Pia Dijkstra op naam.

 

  1. In een democratie maken burgers politieke keuzes op grond van aangereikte informatie. Door foutieve informatie zoals nepnieuws kunnen politieke keuzes dus worden gemanipuleerd.

Bijvoorbeeld: als een nieuwsmedium de valse informatie verspreidt dat 80 procent van de vluchtelingen uit gewelddadige dieven bestaat, zullen burgers sneller geneigd zijn op een partij te stemmen die de grenzen wil sluiten voor vluchtelingen. Deze democratische keuze vindt dan niet plaats op basis van de werkelijkheid. Massa’s vluchtelingen worden gedupeerd door enkele nepberichten.

 

  1. Indoctrinatie komt voor bij regimes die bij machte zijn om de media te censureren. Door de censuur kan alleen berichtgeving doorkomen die het regime welgevallig is.

 

  1. Voorbeelduitwerking:

–      Ik zorg wekelijks voor mijn oma, daardoor ben ik meer begaan geraakt met misstanden in de ouderenzorg.

–      Ik ben een keer opgepakt door de politie vanwege vandalisme. Na dit voorval zie ik mensen die expres dingen slopen vooral als kinderachtig.

–      Mijn moeder werkt voor de SP, daardoor heb ik een behoorlijk linkse kijk op de aanpak van armoede.

 

  1. Door de sturing van het controleteam heeft Facebook veel invloed op de onderwerpen die gebruikers belangrijk vinden en waarover ze nadenken.

 

  1. Journalisten controleren of politici en ambtenaren hun werk goed uitvoeren en hun macht niet misbruiken. Ze informeren de bevolking (de kiezers) hierover.

 

  1. Dierenmishandeling: de onverdoofde halssnede is pijnlijk en niet direct dodelijk voor de dieren.

De Partij voor de Dieren vindt dat vrijheid van geloof of tradities begrensd moet worden wanneer mensen of dieren er leed door ondervinden.

 

 

 

9    IN HET NIEUWS blz. 11

 

  1. Manipulatie, de berichten zijn immers nep. Dotan verdraaide niet alleen feiten, hij verzon ze.
    Dat deed hij opzettelijk, zonder dat de ontvangers dit wisten of merkten.
  2. Voorbeelduitwerking:

Voor:

–      Dit soort valse informatie zal je bij traditionele nieuwsmedia zoals NOS, RTL Nieuws of het NRC niet zien vanwege de journalistieke codes.

–      Traditionele media hebben grote redacties waarmee nieuws wordt geselecteerd en gecheckt. Op sociale media gebeurt dit niet en dus is het risico op valse informatie groter.

Tegen:

–      Profielen van artiesten dienen het doel artiesten te promoten, het is een soort reclame. Reclame is bij voorbaat manipulatief. Als ontvanger weet je dit.

–      Ook traditionele media brengen soms onjuiste informatie. Als ontvanger moet je altijd alert zijn op manipulatie en nepnieuws.

  1. Verkeerde vergelijking.

Een filtertje gebruiken om er jonger uit te zien laat zich niet vergelijken met een pertinente leugen over ontmoetingen met fans of de inzet van trollen om je populariteit te vergroten.

 

10    FEIT, VOOROORDEEL OF STEREOTYPE? blz. 11

 

  F, V of D? Motivatie
1.   “De donkere jongen die rondkijkt in de fietsenstalling van school, wil vast een fiets stelen.” V Je hebt een (negatieve) mening over iemand, zonder dat je iets van deze persoon weet.
2.   “Vrouwen verdienen gemiddeld minder dan mannen.” F Diverse onderzoeksresultaten laten dit zien.
3.   “Nederlanders met een migratieachtergrond die een delict plegen, moeten het land verlaten.” D Nederlanders met een migratieachtergrond worden anders behandeld dan autochtone Nederlanders.
4.   “Meisjes presteren op school gemiddeld beter dan jongens. Daarom zal Betty het beter doen dan haar broer Steven.” V Onderzoeksresultaten hebben weliswaar aangetoond dat meisjes op school beter presteren dan jongens, maar dit betekent niet dat dat ook voor Betty geldt.

 

 

11    BEELDVORMING blz. 12

 

Eigen uitwerking leerling.

Neem vooraf met uw leerlingen door welke opdrachten zij gaan maken.

De opdrachten kunnen in de klas maar ook als huiswerk opgegeven worden.

Vraag de leerlingen van elke gemaakte opdracht een uitdraai met de uitslag te maken.

 

 

 

12    IN HET NIEUWS blz. 12

 

  1. Het is een betrouwbare bron.

De VN zijn een officiële instantie, gezaghebbend, beschikken over veel middelen om feiten te achterhalen, zijn onpartijdig en hebben belang bij vertrouwen.

  1. Voorbeelduitwerking:

Nee, bij censuur wordt informatie vóór publicatie gecontroleerd en mogelijk verboden. Dat is hier niet aan de orde.

Nee, bij censuur gaat het doorgaans om berichten die nadelig zijn voor het regime; in dit geval gaat het om feitelijke onjuistheden in de berichtgeving.

Ja, er is sprake van controle van informatie door de overheid en dus is er sprake van censuur.

  1. Voorbeelduitwerking:

Nee, persvrijheid brengt de morele verantwoordelijkheid met zich mee om te streven naar objectieve nieuwsgaring. Doelbewust nepnieuws verspreiden druist in tegen deze verantwoordelijkheid.

Nee, vrije pers en vrije meningsuiting zijn bedoeld om een open debat te kunnen voeren over wat er in de samenleving speelt. Nepnieuws verstoort dit open debat alleen maar.

Ja, want er zijn enkele wettelijke uitzonderingen op vrijheid van drukpers / vrijheid van meningsuiting. Het verspreiden van nepnieuws valt hier niet onder en dus is het toegestaan.

Ja, want de meest toonaangevende kranten maken wel eens fouten of brengen nieuws te eenzijdig. Het onderscheid tussen dergelijke dwalingen en nepnieuws is moeilijk te duiden.

 

De NPO maakte in maart 2018 een speciale uitzending over nepnieuws: Nieuws of nonsens? Bekijk de uitzending via de volgende link: themasvwo.nl/nepnieuws2.

 

 

13    WELK WOORD WEG? blz. 12

 

Zie voor een toelichting bij deze ‘thinking skill’ het document Inleiding en extra’s van de Docentenhandleiding I VWO 2018-2019.

 

Voorbeeldantwoorden

  1. Objectiviteit hoort er niet bij, omdat het daarbij gaat om het weergeven van de werkelijkheid. Bij de andere drie wordt de werkelijkheid vertekend.

Of:

–      Selectieve waarneming hoort er niet bij, want dat heeft betrekking op de ontvangerskant van communicatie. De andere drie horen juist bij de kant van de zender.

  1. Nu.nl hoort er niet bij, omdat het bij dit medium draait om het weergeven van de realiteit. Bij de andere drie is sprake van een andere (bijvoorbeeld mooiere of aantrekkelijkere) voorstelling van die realiteit.

Of:

  • Instagram hoort er niet bij, omdat daarbij de rol van zender en ontvanger continu wisselt. Dit geldt niet voor de LINDA. en nu.nl.

 

 

 

14    NIEUWSBRONNEN VERGELEKEN blz. 13

 

  1. Voorbeelduitwerking:

De Volkskrant: hoger opgeleiden, politiek links georiënteerd, interesse in politiek, kunst en cultuur.

Dagelijkse Standaard: hoger opgeleiden tussen de 35 en 55, politiek rechts georiënteerd, interesse in politiek nieuws op een sensationele manier gebracht.

  1. Bij de Volkskrant wel, bij DDS niet. De Volkskrant beschrijft zowel de reactie van Broederliefde als van het Nationaal Comité 4 en 5 mei op het voorval. DDS doet dit niet.

Zie hiervoor in het Volkskrantartikel de regels “Emms bood destijds (…) comité te respecteren.”

  1. Bij het bericht van DDS lopen feiten en meningen door elkaar, bij de Volkskrant niet.

Zie bijvoorbeeld de zinnen in het DDS-artikel: “De band was door (…) het joodse volk”. De eerste zin is redelijk feitelijk, de tweede zin is sterk subjectief.

  1. Voorbeelduitwerking:

Sensationeel nieuws trekt doorgaan meer lezers en kijkers. In veel gevallen is sensatie dus een commerciële keuze.

Nieuwsmedia die op een minder sensationele manier nieuws brengen, proberen vooral met de journalistieke kwaliteit lezers en kijkers te trekken.

 

 

Huiswerk Maatschappijleer 27-8 t/m 2-9.

1.  (OPTIONEEL, HOEFT DUS NIET!) Thema 1: Wat is maatschappijleer? Vragen uit het werkboek blz 4 t/m 14.
Vragen:
Pag. 4 werkboek opdr. 1, 3 , 4 en 7
Pag. 5 opdr. 8 en 9
Pag. 6 opdr. 10
Pag. 7 opdr. 12 en 13
Pag. 10 opdr. 3, 4, 5, 7
Pag. 11 opdr. 9 en 10
Pag. 13 opdr. 14

2. Extra vragen (als vervanging van punt 1, VERPLICHT). https://filosofie.gruijthuijzen.nl/rechtsstaat-paragraaf-1-2-extra-vragen/

3. Vragen uit het werkboek. Thema 2, hoofdstuk 1. Blz. 18, 19 en 20. (VERPLICHT)

Wijsgerige antropologie – par. 1.2 – vragen

  1. Leg uit wat de kern is van het dualisme en verwerk hierin de begrippen lichaam en geest en de filosoof Plato en zijn ideeënleer.
  2. Leg uit wat de kern is van Descartes’ substantiedualisme. Verwerk hierin ook de begrippen res extensa en res cogitans.
  3. Wat wordt er bedoeld met het interactieprobleem? Is er een verband tussen het interactieprobleem en het concept van zelfreflectie?
  4. Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen het dualisme van Plato en van Descartes?
  5. Wat is de oorsprong van het Materialisme? Verwerk in je antwoord het begrip monisme?
  6. Is de mens volgens jou een machine? Kunnen we mensen ooit namaken?
    Voor de geïnteresseerden onder ons, kan ik heel erg de serie Westworld aanraden! Eigenlijk een must voor iedereen!
  7. Wat is het verschil tussen monisme en dualisme?

Volgende keer: fenomenologie, symmetrische antropologie (cyborg).

Wijsgerige – antropologie – par. 1.1 – antwoorden

1.1 Wat is wijsgerige antropologie

Kernbegrippen: ziel. lichaam en zelf.

  1. Leg aan de hand van Plato’s allegorie van de Grot uit, hoe Plato denkt over het lichaam en de ziel. Wat is volgens Plato een lichaam en een ziel?
    Het lichaam is slechts het vervoersmiddel van het brein, de geest, de ziel. De tastbare werkelijke wereld buiten ons is inferieur aan de zuivere goddelijke ideeën die in de geest gelegen liggen. Plato zou waarschijnlijk de nadruk leggen op een geestelijke weg naar het zuivere Goddelijke idee. Plato had geen hoge pet op van de buitenwereld.
  2. “Wijsgerige antropologie combineert de studie naar de mens met de filosofische reflectie op wat de mens is”. 
  • Waaruit bestaat de studie naar de mens? Vanuit welke wetenschappen kunnen we een studie naar de mens aanvangen? Je kunt vanuit een psychologisch, sociologisch, neurologisch, historisch, antropologisch, technologisch en zelf economisch perspectief/wetenschap naar de mens kijken. Psychologisch wanneer de wetenschappelijke methode zich richt op de ontwikkeling van het geestelijke leven. Sociologisch wanneer de wetenschappelijke methode zich richt op de ontwikkeling van de mens als groepswezen. Neurologisch wanneer de wetenschappelijke methode zich richt op de werking van het brein. Historisch wanneer de ontwikkeling van de mens wordt bekeken vanuit het heden tot aan nu? Antropologisch wanneer de wetenschappelijke methode wordt ingezet om naar de ontwikkeling van de mens en zijn cultuur uit het verleden tot nu en op de ene plek en op de andere plek te kijken? Technologisch wanneer de wetenschappelijke methode wordt ingezet om de mens van de toekomst vorm te geven? Economisch wanneer de wetenschappelijke methode wordt ingezet om a. het (keuze)gedrag van mensen/consumenten in kaart te brengen en/of b. sociaal-economische ontwikkelingen in de samenleving in kaart te brengen.
  • Wat houdt de filosofische reflectie op wat de mens is, in? Wat is reflectie? Is ene mens in staat voorbij de eigen reflectie te reflecteren? Zo ja, hoe? Zo nee, wat zegt dat over de vraag naar wat de mens is?
    Wijsgerige antropologie houdt zich niet zozeer bezig met het inzetten van de wetenschappelijke methode om de ontwikkeling van de mens en zijn cultuur uit het verleden tot nu toe en op de ene plek en op de andere plek in kaart te brengen.  Wijsgerige antropologie, filosofische antropologie, gaat uit van het principe reflectie.
    – In alle gevallen, bij alle wetenschappen, en wanneer welke methode dan ook wordt gebruikt, is er altijd sprake van een mens die werkt met deze methodes.
    – Een mens observeert/onderzoekt de buitenwereld (de geest, de groep, het brein, de geschiedenis, mens en cultuur, technologie, economie, etc.).
    – Maar, en dit is misschien wel de kern van de filosofie!, de mens kan niet alleen maar de buitenwereld observeren. De mens observeert altijd ook meteen zichzelf. Met andere woorden: Ik zie iets buiten mij en meteen, direct, voel ik aan, begrijp ik, of wat dan ook, dat ik aan het observeren ben. Ik zie mensen dansen op de dansvloer en meteen begrijp ik dat ik daar ook sta en dat ik misschien wel mee moet dansen.
  • Waardoor is de vraag naar de combinatie van enerzijds de studie naar de mens en anderzijds de filosofische reflectie op wat de mens is, een hele complexe vraag?
    – We weten dat een mens voortdurend op zichzelf reflecteert en dat kan soms ook zwaar zijn. Je wilt niet altijd maar met jezelf bezig moeten zijn. Met een buitenwereld geconfronteerd worden waar je meteen van begrijpt dat je daar zelf ook in staat. Echter! Een ding kunnen we, denk ik, niet en dat is reflecteren op reflectie. Kunnen we ooit in kaart brengen HOE de mens reflecteert, en dus naar zichzelf kijkt, zonder vanuit de mens daarop weer te reflecteren? Als je antwoord is: Nee dat kunnen we niet. Hoe kunnen we dan ooit zuivere kennis verkrijgen over welke wetenschap met welke methode dan ook? Dan is het altijd kennis vanuit de mens die ook zichzelf (subjectiviteit) als gevolg van reflectie meeneemt.

3.  Wat is het verschil tussen antropologie en wijsgerige antropologie? Antropologie hanteert een wetenschappelijke methode naar de mens en zijn cultuur. Wijsgerige antropologie houdt zich bezig met het element reflectie en gaat wellicht verder. Is de mens een reflecterend wezen of misschien wel een ander soort wezen? Dat is nogal essentieel? Wat is het wezen van de mens? Deze vraag kunnen we niet wetenschappelijk oplossen, omdat we dan de subjectieve mens inzetten om de wetenschap en methoden te gebruiken om iets over de mens te zeggen…

4.  Wat is het “zelf”?
Ook hier speelt de vraag naar identiteit. Wie ben ik? Ben ik wat ik kies dat ik ben? Ben ik vrij? Ben ik meer dan mijn lichaam? Ben ik alleen mijn geest? Verandert het zelf? Zo ja, hoe kan ik dan ooit 1 ding zijn? Hoe kan ik ooit over zelf spreken als ik altijd alleen maar als mens op mezelf kan reflecteren? Blijft een vraag die meer vragen oproept.
Persoonlijk zie ik mezelf als een technisch wezen dat voortdurend, in lijn met Peter Sloterdijk (pagina 18, links boven), het denken inzet om (nieuwe) technieken te bouwen in verschillende contexten. En dit bouwen is iets wat mensen niet niet kunnen doen -> Ze blijven het doen, zelfs als ze liever niks doen, blijven mensen dingen doen en bewegen en oefenen en aan zichzelf werken en veranderen.
Ik denk hier vaak over na, want als we voortdurend blijven werken en veranderen dan staat a. vast dat we veranderen en b. dat we blijven werken. Als vast staat dat we veranderen, dan is dat voor mij hoopvol. Wat nu niet goed is, kan beter worden en wat nu wel goed is, zou ook weer weg kunnen gaan. En wat we ook doen, de mens blijft bouwen, of we dat nu willen of niet. En van hieruit kunnen we eindeloos blijven doordenken. Maar er zijn genoeg filosofen die op deze positie van mij ook weer (wellicht terecht) kritiek hebben.

5.  Is het belangrijk om te onderzoeken hoe we ons “zelf” ervaren? Ja, met de hele #metoo en zwartepietendiscussie zien we hoe belangrijk identiteit voor mensen is. Mensen voelen wellicht aan, zo denk ik dan, dat de wereld voortdurend onder druk staat door veranderingen. Andere mensen brengen andere ideeën en opvattingen naar binnen en daar is niet veel tegen te doen, behalve bijvoorbeeld deze mensen buiten te houden. Maar hoe doe je dat in een geglobaliseerde samenleving? Ik zou zeggen dat juist het gevoel dat de wereld te veel zou kunnen veranderen, het gevoel kan geven bij mensen dat de eigen identiteit en wie ze zijn onder druk staat. Ik denk dat als we de vraag stellen wat het “zelf” is, dan hoef ik niet bang te worden voor de veranderlijke buitenwereld, maar kan ik me richten op mezelf en wie ik ben. Maar ook dit is weer mijn eigen opvatting.

6.  Leg uit wat het verschil is tussen enerzijds het Faustiaanse beeld van de mens die boven zichzelf wil uitstijgen en de ziel aan de duivel wil verkopen en anderzijds het mensbeeld van Sloterdijk waarbij de mens door te oefenen voortdurend aan zichzelf werkt en verandert. (Zie boven).
7.  Probeer een wereld te schetsen waarbij alle mensen boven zichzelf proberen uit te stijgen en de ziel aan de duivel verkopen.
Een wereld zonder God. Een wereld zonder een gemeenschappelijk kader. Een wereld vol individuen met een eigen streven naar perfectie. Ik denk dat zo’n wereld enorm veel druk kan opleggen aan individuen. Ik denk ook dat dit voor velen veel te zwaar is. Wellicht creëert het ook een wereld van winnaars en verliezers. Ik ben ook benieuwd of mensen zo individualistisch kunnen leven. Ik denk ook niet dat het gezond is voor de mensheid als geheel.

8.  Probeer een wereld te schetsen waarbij mensen voortdurend aan zichzelf werken en als zodanig veranderen, waardoor het in ieder geval onduidelijk blijft wat de mens is.
Veel lijkt ook op vraag 7, maar hier komt dan nog bij dat ik nooit zal weten wie ik ben. Soms denk ik wel eens dat mensen zoveel over zichzelf hebben, omdat ze geen God meer hebben om te vragen wie ze zijn en hoe ze moeten leven. We zien nu, denk ik, niet voor niets de opkomst van zelfhulpprogramma’s, coachingsuren, waarbij mensen (en dus ook leerlingen) aan zichzelf moeten gaan werken. We zien ook kleine groepjes mensen die voortdurend spreken over betekenisgeving in een kleine kring. Een wereld waarin je voortdurend aan jezelf moet werken, zonder perspectief op wie je bent, kan erg zwaar zijn.

Scepticisme – par. 1.1

  1. Wat betekenen de begrippen ‘gerede twijfel’, causaliteit en ‘alternatief scenario’?Bekijk de scene “The Man Who Wasn’t There” uit 2001. 
  2. Wat is de strekking van Advocaat Freddy Riedenschneider wanneer hij zegt: “Looking at something, changes it”?
    (Voor meer natuurkundige onderbouwing is het wellicht interessant om naar de Quantum technologie te vragen bij de natuurkunde docent)
  3. Waar ligt de grens? Wanneer is het niet meer redelijk om te twijfelen? Heeft de advocaat een punt of niet?

Filmtip: Lucy de B. met bijbehorende tekst van filosoof Ton Derksen.

 

Wat is maatschappijleer? – extra vragen

  1. Wanneer is de verlichting ontstaan? (zie filmpjes)
  2. De rede en vrijheid zijn de twee belangrijkste kenmerken van de verlichting? A. Leg uit wat deze twee begrippen inhouden, B. Leg uit waardoor de verlichting met de nadruk op de rede en vrijheid heeft geresulteerd in de opkomst van de burgerij.
  3. Wat zijn de (vier) verschillen tussen Thomas Hobbes en John Locke als het gaat om het bereiken van een vrije samenleving? (Zie filmpjes)Lees het artikel “Zo kan het onderwijs kinderen wel tot kritische burgers opleiden” in de online krant de correspondent
  4. Leg uit, aan de hand van de drie voorwaarden van een maatschappelijk vraagstuk, wat het maatschappelijke vraagstuk is waar het artikel over gaat. (1. Grote groepen in de samenleving ondervinden de gevolgen van het vraagstuk, 2. er zijn tegengestelde belangen, 3. er is een gemeenschappelijke oplossing nodig).In het artikel staat het volgende stuk: “Dat besef maakt het verschil tussen een consument en een burger, in zijn boek Om de wereld te redden, klik hier. Morozov: ‘Waar consumenten gewoon kunnen betalen om hun zin te krijgen, als koningen behandeld te worden en de beste haardroger voor hun geld te krijgen, moeten burgers een bepaalde nederigheid accepteren en bereid zijn om offers te brengen, al is het maar uit solidariteit met anderen.’” 
  5. Er is hier sprake van een belangentegenstelling tussen twee verschillende partijen? Welke twee partijen zijn dit en waaruit bestaat de tegenstelling?
  6. Ben jij op het Udens College een consument of een burger?
  7. Is burgerschap, inclusief de nadruk op vrijheid, de rede en het gezonde verstand, belangrijk op school?
  8. Wat doet het Udens College aan burgerschap en wat zou er beter kunnen en/of moeten?
  9. Vind jij dat er een gemeenschappelijke oplossing nodig is om het spanningsveld tussen de consument en de burger op te lossen?
  10. Hoe denk je zelf over het gestelde maatschappelijke vraagstuk?