Wijsgerige antropologie – par. 1.5 (2) – antwoorden

  1. Bekijk het filmpje “Durf te denken” over Foucault. Wat wordt bedoeld met het “Einde van de (rationele) mens?”? Verwerk hierin Foucaults voorbeeld van de ui die uit verschillende schillen bestaat maar als zodanig geen kern heeft. Wat de mens is, kent geen kern net zoals de ui. De mens is als het ware gevormd in-de-wereld. En deze schillen staan ook niet vast. Het is dus ook maar zeer de vraag of de mens met behulp van rationaliteit, ordening en structuur gaat vatten wat de mens in de kern (of essentie) is.

  2. De mens wordt gevormd door de structuren (structuralisme) waaraan hij deelneemt zoals taal, geschiedenis, de maatschappij. Foucault analyseert onder andere het gevangeniswezen.
    A. Waar staat de filosofische stroming “structuralisme” voor? Het idee dat de samenleving een systeem is met talloze instanties en instellingen en dat dit systeem invloed heeft op de vormen van de mens die in zichzelf geen kern bezit. Dat maakt de essentieloze en kernloze mens tot een makkelijk slachtoffer van de structuur/het systeem. 
    B.Waaruit bestaat de taal, geschiedenis en de maatschappij van het gevangeniswezen volgens jou? Verwerk in je antwoord “macht en wat er gezegd mag worden” en de taal “als Heideggers huis van het zijn”.
    George Orwell benoemt in zijn beroemde boek 1984 het begrip “Newspeak”. Newspeak wordt op wikipedia als volgt omschreven: “Newspeak is een fictieve taal in George Orwells roman 1984. Het is een taal die wordt gecreëerd en gecontroleerd door de totalitaire staat als een instrument om de vrijheid van gedachten en concepten die een bedreiging voor het regime vormen (zoals vrijheid, zelfexpressie, individualiteit, en vrede) te beperken. Elke vorm van denken die zou kunnen afwijken van de concepten van de partij wordt beschouwd als thoughtcrime (gedachtemisdaad).” Als, om Heidegger aan te halen, de taal het huis van het Zijn is, en als we dus de wereld bemiddelt via deze taal kunnen waarnemen, dan kunnen we dus de manier van waarnemen van mensen beïnvloeden door de taal aan te passen en bepaalde begrippen zo te gebruiken en op scholen aan te leren dat we de wereld door deze begrippen anders gaan ervaren/zien. Dit is wat er ook in 1984 gebeurt. Newspeak is een gecreëerde taal die al het voor de machthebbers onwenselijke opheft. Op dit moment spelen er ook veel taalkwesties. Irigaray, tracht in paragraaf 1.5.2 via aanpassing van de taal buiten de “geijkte patronen” (lees: structuren/opvattingen over in dit geval de verhouding man-vrouw)  te treden. Dit kan natuurlijk goed uitpakken, maar ook minder goed…
  3. Volgens Foucault staat onze tijd in het teken van verregaande controle van de mens en zijn lichaam. Meer dan in het verleden. Leg uit hoe hij tot deze opvatting komt vanuit het idee van de taal, geschiedenis en maatschappij. Verwerk in je antwoord het concept van het “Panopticon”. Via het systeem en het aanpassen van taal en randvoorwaarden waarbinnen mensen bewegen, heb je enorm veel invloed op de mens zonder dat de mens dat zelf in de gaten heeft. De meeste mensen bewegen in het systeem en zijn zich niet bewust van de knoppen en hoe er aan de knoppen worden gedraaid. Denk bijvoorbeeld aan facebook of instagram of snapchat. Men gebruikt het, maar weet niet welke knoppen er achter de schermen worden aangedraaid. 
  4. In hoeverre zijn “waarheid en rationaliteit” machtsmiddelen om de mens en zijn lichaam te disciplineren (disciplinering van macht)? Rationaliteit is volgens de verlichting de manier naar bevrijding. Goed systematisch denken is iets wat op alle scholen wordt aangeleerd. Echter, het is niet ondenkbaar dat in de begintijd van de verlichting men werkelijk vrij en open deze denkwijze doorleefde. Maar op een gegeven moment komt er iemand die maakt er een plan van: hoe kan ik de verlichting systematisch in het onderwijs doorvoeren… Dat loopt je het risico dat de oorspronkelijke gedachte van de verlichting een systeem wordt van dwang. Een dwangmatig systeem dat verlichte idealen voorspiegelt maar waarin steeds minder mensen wellicht warm voor lopen. 
  5. Waar staat het concept “zelfzorg” bij Foucault voor? De bevrijding van jezelf uit systemen en structuren. 
  6. In hoeverre beschouw jij het Udens College als een machtsmiddel om jou als mens en jouw lichaam te disciplineren? Eigen mening :).
  7. Kun je nog meer voorbeelden noemen en analyseren waarbij sprake is van “disciplinering van macht”? Eigen mening.

Scepticisme – par. 2.6 + 2.7 – vragen

  1. Wat is volgens John Stuart Mill het verschil tussen noumena en fenomenen?
  2. Wat wordt er verstaan onder Mills fenomenalisme?
  3. In hoeverre verschilt Mills fenomenalisme met Berkeley’s idealisme?
  4. Wat is het verschil tussen een object en een fenomeen?
  5. Wat bedoelt Bertrand Russell met het onmiddellijk vertrouwd zijn met “sense-data”?
  6. Welke argumentatie zich achter Russells idee dat de mens nooit onmiddellijk vertrouwd kan zijn met een materieel object? (Wat is het verschil tussen het waarnemen van een materiaal object enerzijds en sense-data anderzijds?
  7. Wat is het verschil tussen eliminativisme en projectivisme?
  8. Leg uit wat het begrip metamerisme inhoudt aan de hand van een eigen praktijkvoorbeeld?
  9. In hoeverre spelen disposities een rol in het beoordelen welke kleur een bepaald object “heeft”?

 

Scepticisme – par. 2.5 – antwoorden

  1. Wat bedoelt Kant met “iets bestendigs” dat de zintuiglijke ervaringen voortbrengt? Verwerk in je antwoord de ervaringen van eerdere gebeurtenissen. Je bent je ervan bewust dat je mentale toestanden een welbepaalde volgorde hebben, bijvoorbeeld dat de nasmaak die je nu ervaart werd voorafgegaan door een eerdere smaakervaring. Door dit voorafgaande kan het niet anders dan dat je je voorafgaand aan een ervaring bewust bent van dit voorafgaande. Je kunt niet zeggen dat de appel groen is, wanneer je nog nooit de kleur groen hebt gezien (ervaren). Je moet al een bestendig idee hebben. Idem geldt dat voor alles in de wereld, en wellicht voor de gehele wereld. 
  2. In hoeverre is “iets bestendigs” uit vraag 1 een kritiek op de filosofie van George Berkeley? Voor Berkeley bestaat iets alleen bestendig wanneer ik het zie. Wanneer ik iets niet zie, dan bestaat het ook niet meer -> Zijn is waargenomen worden (Esse est percepi). 
  3. Wat is het verschil tussen transcendent en transcendentaal? Transcendent gaat over een wereld buiten onze wereld in ruimte en tijd. Denk hierbij aan de geestelijke, zuivere goddelijke wereld die zuiver is en niet onderhevig is aan de dynamiek in ruimte en tijd (Plato). Maar ook aan bijvoorbeeld het concept van de hemel… De hemel bevindt zich voorbij ruimte en tijd. De hemel transcendeert, overstijgt de tastbare wereld in ruimte en tijd.
    Transcendentaal heeft betrekken op de mogelijkheidsvoorwaarden. De mogelijkheidsvoorwaarden om te kunnen ervaren in de tastbare wereld zijn bijvoorbeeld ruimte en tijd. De mens legt de werkelijkheid ruimte en tijd op. Zonder ruimte en tijd kan de mens überhaupt geen ervaring opdoen. Opdoen is sowieso een werkwoord… Je hebt er tijd voor nodig om het te doen. En de ervaring is altijd de ervaring van iets in een ruimte. Ergo: ruimte en tijd. 
  4. Kant lijkt de twijfel over een onafhankelijke wereld te leggen in de opvatting dat je alleen over iets kunt twijfelen als het ook daadwerkelijk bestaat. Hoe komt het dat Kant, in het licht van deze twijfel, wordt ingedeeld bij de idealisten? Omdat Kant aangeeft dat de mens de werkelijkheid alleen kan zien vanuit de mogelijkheidsvoorwaarden… Het is de mens, de geest, die de werkelijkheid daarmee ruimte, tijd, veelheid, massa etc. oplegt, waardoor de realiteit onvermijdelijk een realiteit als idee in de geest wordt. 
  5. Wat bedoelt Kant met de buitenwereld die met ons bestaan verbonden is en hoe kunnen we dat begrijpen als een bewustzijn van ons bestaan in de tijd? Zoals uit vraag 1 al voortkwam: je kunt je alleen van iets bestendigs bewust zijn (in de tijd). De buitenwereld moet (intuïtief of vanuit een innerlijke ervaring) al aanwezig zijn, zodat vervolgens deze buitenwereld ervaren en bekeken kan worden.