Parlementaire democratie (1) – antw.

VRAGEN  blz. 64

  1. a. Vraag bij de begincase is: Moet de bevolking in dictaturen zelf de dictator verdrijven of is het onze plicht om zulke landen te helpen democratisch te worden?

Voorbeelduitwerking:

De bevolking moet het zelf doen:

–      Inmenging schendt het rechtsbeginsel van non-interventie.

Non-interventie is het beginsel dat staten zich niet in de interne politieke situatie van andere soevereine landen mengen. Een staat heeft op zijn eigen grondgebied immers het hoogste gezag. Landen waar mensenrechten geschonden worden verschuilen zich vaak achter dit non-interventiebeginsel.

–      Inmenging roept haatgevoelens op bij inwoners die de inval een schending van hun soevereiniteit vinden.

De haatgevoelens ontaarden vaak in een gewelddadige strijd, met vele dodelijke slachtoffers als gevolg. Denk aan de inval van de VS in Irak, de strijd tegen de taliban in Afghanistan of de internationale oorlog in Syrië. Ook is er na de interventie vaak strijd tussen interne rivaliserende groepen, die voorheen onderdrukt werden en nu kansen zien om aan de macht te komen.

Het is onze plicht om het te doen:

–      Omdat we broederschap nastreven en dat vereist onze inzet voor hulpbehoevenden en onderdrukten.

Broederschap is een van de drie waarden van de Franse Revolutie (‘liberté, egalité, fraternité’)

–      Omdat het VN-Handvest militaire interventie toestaat bij grootschalig verlies van levens.

Denk bijvoorbeeld aan de genocide in Rwanda in 1994.

–      Het vergroot onze eigen veiligheid en bestaanszekerheid en die van generaties na ons.

Onderdrukking in andere landen heeft vrijwel altijd grote gevolgen voor andere landen.

Denk aan vluchtelingenstromen en oorlogen waar andere landen bij betrokken raken.

 

  1. – Snellere besluitvorming.

Een dictator die met veel minder tegenmacht te maken heeft neemt sneller politieke beslissingen dan een regering met een stevige oppositie.

–      Langetermijnplanning is beter mogelijk.

Een meerjarenplan, zoals in China met de bouw van grote waterkrachtcentrales of maatregelen tegen milieuvervuiling, kan niet worden afgebroken door een nieuwe regering. Dictators blijven vaak lang in het zadel. Zo is Teodoro Obiang Nguema Mbasogo al sinds 1979 president van Equatoriaal-Guinea.

 

  1. – De scheiding der machten, want geestelijke leiders staan boven de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht.

–      Burgers hebben vaak weinig tot geen vrijheidsrechten.

Het belijden van een ander geloof dan de dominante religie is in de praktijk vaak lastig.

–      Het legaliteitsbeginsel is gebrekkig, omdat geestelijk leiders regels en bepalingen kunnen verwerpen.

 

 

 

  1. 4. Voorbeelduitwerking:

Voordeel:

Snelle besluitvorming.

Beslissingen nemen door telkens miljoenen mensen te laten stemmen is tijdrovend.

Nadeel:

Het risico dat politiek buiten de samenleving komt te staan.

Als de volksvertegenwoordigers het contact met de burger verliezen, dan zijn besluiten niet meer representatief voor de samenleving.

 

  1. 5. Er zijn landen waar de macht bij het parlement ligt en de president slechts een ceremoniële rol heeft.

Voorbeeld: Duitsland.

 

  1. Dictatoriaal: tegenstanders van het regime worden geïntimideerd, gevangengezet en gemarteld.

Rechtsstatelijk: de rechterlijke macht neemt onafhankelijk van de regering besluiten.

 

7     IN HET NIEUWS  blz. 65

 

  1. Dictatuur gebaseerd op een ideologie. Dat blijkt uit de zin: ‘Zo moest Japan “tot zinken” worden gebracht met de “kernbom van Juche”’.

       Juche is de staatsideologie van Noord-Korea. Deze leer benadrukt de raciale superioriteit van de Koreanen en het belang van zelfvoorzienendheid.

  1. – persvrijheid

–        gegarandeerde grondrechten zoals vrijheid meningsuiting, drukpers

–        onafhankelijke rechtspraak

–        politie en leger hebben wettelijk beperkte bevoegdheden

Journalisten kunnen dus niet zomaar worden geïntimideerd, opgepakt, gemarteld en/of          vervolgd.

  1. Onderhandelen kan de indruk wekken dat dreigen loont, maar kan escalatie (oorlog) voorkomen. Bij niet-onderhandelen is er een escalatierisico, maar laat je wel zien dat dreigen niet loont.

Tegenstanders van de ontmoeting vinden bovendien dat Trump hiermee het gezag erkent van een dictator die mensenrechten schendt.

 

 

8     DEMOCRATIE OF DICTATUUR?  blz. 65

 

                            Democratie                               Dictatuur

 

 

 

 

9    REFERENDUM  blz. 66

 

  1. Voorbeelden van goede antwoorden:

–      Meer invloed van burgers op de besluitvorming.

–      Meer politieke betrokkenheid van burgers (participatie).

–      Politici weten beter hoe de bevolking over bepaalde onderwerpen denkt.

–      Een kleinere kloof tussen burgers en beroepspolitici.

  1. b. Voorbeelduitwerking:

–      Alleen overzichtelijke onderwerpen voorleggen die zich lenen voor een duidelijke voor- of tegenstem.

Denk aan praktische zaken binnen een gemeente zoals een nieuwe weg, speeltuin, een nieuw buurthuis of park.

–      Alleen onderwerpen voorleggen die gaan over wezenlijke zaken, zoals euthanasie en abortus.

Dit soort morele kwesties vindt vrijwel iedereen belangrijk, waardoor de opkomst hoog zal zijn.

–      Opkomstdrempel of uitkomstdrempel invoeren.

Daarmee voorkom je dat een kleine groep stemmers onevenredig veel invloed krijgt op de besluitvorming.

–      Referenda bindend maken.

Dit is ook de aanbeveling van de staatscommissie die het hele parlementaire stelsel onder de loep neemt. Het vertrouwen in de parlementaire democratie zou hierdoor toenemen. Bij een bindend referendum telt je stem zwaarder en dat kan de motivatie bij burgers voor referenda verhogen.

 

 

10    Dictaturen en dictators  blz. 66

 

Dictators Landen Soort dictatuur
1.   Kim Jong-un c.   Noord- Korea Ideologisch

Kim Jong-un volgde zijn vader op in 2011; de familie is al sinds 1948 aan de macht. Juche is de staatsideologie en benadrukt de raciale superioriteit van de Koreanen en het belang van zelfvoorzienendheid.

2.   Raúl Castro d.   Cuba Ideologisch

Raúl Castro volgde in 2008 zijn broer Fidel op die ernstig ziek was.

3.   Xi Jinping i.    China Ideologisch

Xi Jinping werd als enige kandidaat in 2012 tot president gekozen door het communistische partijcongres, nadat de partij hem naar voren had geschoven.

4.   Abdoel Aziz al-Saud a.   Saudi-Arabië Religieus

Al-Saud volgde in 2005 zijn vader op als absoluut monarch. Het land is naar de heersende familie vernoemd.

5.   Omar al-Bashir j.    Noord-Sudan Militair

Al-Bashir kwam in 1989 na een militaire staatsgreep aan de macht.

Hij is de eerste zittende president die door het Internationaal Strafhof wordt vervolgd wegens oorlogsmisdaden.

6.   Bashar al-Assad f.    Syrië Militair

Bashar al-Assad volgde in 2000 zijn vader op. In 2011 kwamen er openlijke demonstraties tegen Assad. Sindsdien woedt er een (burger)oorlog tussen het regeringsleger en diverse verzetsgroepen.

7.   Ruhollah Khomeini g.   Iran Religieus

Khomeini verdreef met zijn islamitische revolutie in 1979 de westers-georiënteerde sjah. Ondanks verkiezingen heeft de Raad van Geestelijken sindsdien de macht in handen.

8. Jorge Videla b.   Argentinië Militair

Videla kwam via een staatsgreep in 1976 (tot 1981) aan de macht. Tijdens zijn bewind was Jorge Zorreguieta, de vader van Máxima, staatssecretaris van Landbouw.

9. Islom Karimov e.   Oezbekistan Ideologisch

Alleenheerser van 1994 tot zijn overlijden in 2016.

10. Francisco Franco h.   Spanje Ideologisch

Pas met de dood van Franco in 1975 werd Spanje een democratie.

 

 

11    ÉÉN, WEINIG OF VEEL  blz. 67

 

Autocratie           b.    regering van één leider

Aristocratie         a.    regering van de besten

Democratie         e.    volksregering

Polyarchie          d.    heerschappij van velen

Oligarchie          c.    heerschappij van weinigen

Op de afbeelding zien we een vergadering van de Atheense raad (‘Boule’) uit circa de zesde eeuw voor Christus. Mannen van ten minste dertig jaar werden afgevaardigd om adviezen te geven aan generaals en over andere staatsaangelegenheden te beslissen.

NB Abusievelijk staat bij deze opdracht eerst de letter e. en daarna pas de letter d. Voor de juiste

antwoorden maakt dit niet uit.

 

 

12    IN DE MEDIA  blz. 67

 

  1. Ja, met veiligheid en privacy hebben veel burgers te maken.
  2. b. Indirect: het parlement neemt namens ons de meeste beslissingen.

Direct: met volksstemmingen oefenen burgers in indirecte democratieën ook direct invloed uit op overheidsbeleid.

  1. Voor maximale participatie. Besluitvorming duurt door een volksraadpleging langer, maar de afweging wordt wel zorgvuldiger.

 

 

13    HOE DEMOCRATISCH IS DE WERELD?  blz. 68

 

NB Helaas is de inhoud van de website waarnaar verwezen wordt bij vraag d en e gewijzigd. Daarom moeten vragen d en e vervangen worden door:

 

  1. Download het rapport Democracy Index 2017 via themasvwo.nl/edi. Bekijk de tabel op bladzijde 2 van het rapport. Welke categorie democratie komt het vaakst voor?

 

  1. Op bladzijde 14 van het rapport zie je de Democracy Index-score van Rusland voor de jaren 2006 t/m 2017 (score 0 = volledige dictatuur, score 10 = volwaardige democratie). Westerse media melden regelmatig dat de politieke situatie in Rusland verslechtert. Ondersteunen de scores van Rusland die conclusie?

 

 

 

  1. 1 Canada

7     VS

4     Zuid-Afrika

5     Marokko

8     Rusland

6     Afghanistan

2     Libië

3     Noord-Korea

  1. Voorbeelduitwerking:

–      De kenmerken van een democratie zijn nauw verweven met de kenmerken van een rechtsstaat.

–      Dictatoriale staten voldoen niet aan de kenmerken van een rechtsstaat, waaronder (gegarandeerde) grondrechten, rechtsbescherming, trias politica en onafhankelijke rechtspraak.

  1. Voorbeelden van manieren om ‘politieke deelname’ te meten zijn:

–      de opkomst bij verkiezingen;

–      het lidmaatschap van een politieke partij;

–      het plaatsvinden van vrije, regelmatige verkiezingen;

–      deelname aan verkiezingscampagnes en inspraakavonden, petities tekenen, demonstreren, enzovoort.

Voorbeelden van vragen waarmee je ‘burgerlijke vrijheden’ in kaart kunt brengen:

–      kunnen burgers zonder problemen religieuze diensten organiseren en bijwonen?

–      bestaat er een vrije pers?

–      kunnen burgers vrij hun mening uiten en demonstreren?

–      beperkt de overheid de toegang tot internet?

–      vinden er martelingen plaats?

  1. NB Deze vraag is gewijzigd. Zie opmerking aan het begin van de opgave.

Flawed democracies komt het vaakst voor (in 57 landen).

  1. NB Deze vraag is gewijzigd. Zie opmerking aan het begin van de opgave.

Ja, Rusland is sinds 2006 minder democratisch geworden. Rusland daalde van 5.02 punten in 2006 naar 3.17 in 2017.