The Matrix – vragen

Vragen The Matrix
1. Bekijk: https://www.youtube.com/watch?v=PhPeQ_YsdVQ
1a. Leven we in een droomwereld of zijn we klaarwakker? Wat zou Plato hierover zeggen?
1b. Wat is de droomwereld en wat is de werkelijke wereld?

2. Bekijk: https://www.youtube.com/watch?v=zQ1_IbFFbzA
Blauwe pil of rode pil?
2a. Waar zou jij voor kiezen?
2b. Is het mogelijk om in een droomwereld een pil te slikken die je uit diezelfde droomwereld haalt? Met andere woorden: kunnen we in de droomwereld wel handvatten vinden voor een wereld daarbuiten?
2c. Hoe verhoudt de werkelijke wereld zich tot bijvoorbeeld zoiets als God? Denk hierbij ook weer aan Plato.

3. Bekijk: https://www.youtube.com/watch?v=AGZiLMGdCE0
The construct
3a. Hoe weet je dat je wel of niet in een (of de) “construct” zit?
3b. Hoe kun je weten dat je wel of niet uit een construct breekt? Alles zou toch het onderdeel van een programma kunnen zijn?

4. Bekijk: https://www.youtube.com/watch?v=Z7BuQFUhsRM
Cypher maakt een deal met de agenten om zich niks meer te kunnen herinneren van de werkelijke wereld en te genieten van de droomwereld.
4a. Is het slecht om in een constructie te leven?
4b. Is het belangrijk dat we als mensen aannemen dat we in een mensenwereld (constructie) leven of moeten we streven eruit te breken?

5. Bekijk: https://www.youtube.com/watch?v=J0KHiiTtt4w
5a. Wat denk jij? Leven we in een simulatie (constructie)?
5b. Hoe zou Plato volgens jou op Elon Musk reageren?
5c. Is er een manier om weerstand te bieden aan het idee van Elon Musk?

6. Bekijk: https://www.youtube.com/watch?v=aWaodAu6uLM
Cypher wordt verweten onvrij te zijn. In de werkelijke wereld zijn mensen vrij en in de droomwereld zijn mensen onvrij. Cypher geeft echter aan dat hij in de droomwereld ook vrij kan zijn omdat het niet duidelijk is wat vrij is.
6a. Leg uit wat jij verstaat onder vrijheid.
6b. Kun je vrij zijn in een droomwereld of niet?
6c. Wat zou Plato zeggen?

HGL – Week 25

70. De kandidaten kunnen uitleggen wat de transformatie-economie inhoudt. Daarbij kunnen zij twee implicaties van de markteconomische spiritualisering weergeven en beoordelen (mythische en religieuze eeuw door commerciële belevingsgerichte bedrijven en, zingeving als vluchtige consumptiecultuur).

De transformatie-economie is een economie waarin de mens de behoeftes wil bevredigen. Het betreft hier een specifiek type behoeftes namelijk belevenissen. De consument wil sensatie(s). Denk hierbij aan reisjes, concerten, avontuur, etc. Een hele vrijetijdssector ontstaat hierdoor. Aan dit menstype: de mens als consument die op zoek is naar sensatie, wordt een nieuwe levensfilosofie bevonden: het streven naar maximale, persoonlijke groei door het telkens weer op zoek gaan naar “toegevoegde waarde” (p. 323) voor jou als mens.
Er ontstaat een vrijetijdsmarkt met mensen die “helpen” gedurende deze persoonlijke ontwikkelingstocht. Denk hierbij aan coaches, psychologen, therapeuten, zelfhulpboeken, website, etc. Dit zijn de nieuwe priesters van de moderne consumptiemaatschappij. Zij bemiddelen de consument gedurende de particuliere, flinterdunne zoektocht naar zin in termen van toegevoegde waarde voor jezelf.
De paradox ontstaat dat in filosofische zin het denken steeds praktischer wordt. Religie wordt steeds vaker vervangen door een steeds meer materiële en nihilistische wetenschapsfilosofische levensbeschouwing, waarbij de geest slechts nog een (manipuleerbaar) mechanisme is. Maar de mens zelf heeft steeds minder behoefte aan materiële zaken zoals eten en drinken, maar hulp nodig bij het zoeken naar zin (toegevoegde waarde). Er ontstaat een gigantische markt van aanbieders die mens helpen in hun spirituele zoektocht naar de zin van het leven. Ten tijden van de Corona-crisis merken we dat de zin van het leven misschien wel praktischer is dan we denken… gewoon hier op aarde in relatie tot de ander en met de ander. Het is niet iets louter persoonlijks en iets abstracts (belevingen), maar heel concreet en tastbaar. Wat dat betreft confronteert Covid-19 de mens met haar flinterdunne zingevingsideaal. Covid-19 biedt geen toegevoegde waarde, maar zet de mens weer met beide benen op de harde grond samen met andere mensen.

In het boek (p. 323) worden twee gevolgen van het flinterdunne zingevingsideaal benoemd die nu zowel zinnig als onzinnig lijken.

  1. Films en games spelen in op wat we goed en niet goed moeten vinden. De consument beleeft een game of film intens en hangt hieraan een betekenis. Zo zien we nu dat films over pandemieën heel populair zijn. De rampspoed wordt geconsumeerd en men zoekt naar een “geestelijk” en spiritueel voorbeeld die wellicht een film kan bieden. Zo heeft de moderne consument tegenwoordig wellicht geleerd om zin te geven aan het leven. Net zoals het gegeven dat #metoo in 2019 een hele populaire slogan was die ook in films en games terug is gekomen zoals The Avengers Endgame waarin de positie van de vrouwelijke rollen werden gelijkgetrokken met de mannen.
  2. Keuzemogelijkheden. Ten tweede is er hier sprake van keuze. Mensen kunnen kiezen welk type zingeving ze willen consumeren. Waar ze bij willen aansluiten. Welke vrienden ze willen maken en wie ze met een paar klikken willen ontvrienden. Dit maakt van zingeving een platte keuze en “lightversies” (p. 324) van oudere, diepere inzichten en trainingen.

    Er lijken hier particuliere light-religies te ontstaan, waarin mensen zingeving fantaseren en van hot naar her hoppen. Zingeving als flinterdunne keuze. Niet te verwarren met iemand die vanaf de geboorte diepgeworteld zit in een bepaalde religieuze groep/cultuur en daarmee bijna samen lijkt te vallen en voor wie de religie een voorwaarde en daarmee vanzelfsprekend is voor het leven. Voor de light-religies is de keuze voorwaardelijk en niet de diepere inbedding in een cultuur/religie.

71. De kandidaten kunnen de paradox van de verwerkelijking van de vrijheid via de vrije markt in de prestatiemaatschappij herkennen en uitleggen. Daarbij kunnen zij:
 de vrije markt weergeven als individualiserende ideologie;
 overeenkomst en verschillen met de protestantse benadering van arbeid en beroep weergeven;
 uitleggen dat de prestatiemaatschappij tot grote psychische druk voor het individu leidt.

Het grote gevaar van de vrije markt is niet de vrije markt zelf, maar dat de vrije markt een doel op zich gaat worden. Dat men er alles aan gaat doen om de vrije markt te beschermen zelfs ten koste van de vrije markt. Een voorbeeld hiervan is de bescherming van banken ten tijden van de 2008-kredietcrisis. Veel banken zouden in een pure vrije markt failliet gaan, maar deze banken failliet zouden zijn gegaan, dan had dat het einde van de vrije markt en het kapitalisme kunnen betekenen. Dus overheden hebben ingegrepen in de vrije markt om ervoor te zorgen dat de vrije markt kon blijven bestaan. Op de manier dreigt de vrije markt een religie/ideologie op zichzelf te worden. Een verbindende factor die beschermd moet worden.

Deze ideologie draagt mensen op om “alles uit jezelf te halen”. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zaken zoals coaching en dergelijke. Een coach helpt je om alles uit jezelf te halen. Op de vrije markt is iedereen vrij om te bedenken en daarmee te kiezen wat aansluit bij de eigen behoeftes en deze behoefte is om volmaakt te worden en perfect. De zin van het leven is radicaal individueel: jij bent vrij, zelfs gedoemd tot vrijheid (Sartre)! Je kunt niet anders dan vrij zijn. Wat jij doet, doe jij alleen! Jij bent de meester over je eigen lichaam en leven! Jij bent VERANTWOORDELIJK! Je leeft maar één keer! En de vrije markt biedt jou een plek om alles uit die ene keer te halen!
“Het leven wordt opgeëist als een potentieel van kansen, belevingen en ervaringen” (p. 325).
Hierin sluiten we aan bij het protestantse ideaal van predestinatie: voorbestemd zijn. Jouw succes is voorbestemd: aan jou door God gegeven. Wanneer we het Goddelijke er vanaf plukken, dan is diegene wie jij wordt geheel afhankelijk van de keuzes die jij maakt. Ben je een loser, dan is er geen troost meer door God. Een loser is je eigen schuld. Dit zorgt voor een mensbeeld die enerzijds enorm veel psychische druk op mensen legt. De enige manier om hieruit te komen, is om jezelf neer te zetten als slachtoffer van de boze wereld. Zowel de winnaar en de loser omarmen de maakbaarheid van het eigen leven, waarbij de winnaar zegt dat hij of zij alles zelf heeft bereikt en de loser zegt dat hij belemmerd is door (slechte) mensen om hem of haar heen. De winnaar en de loser gaan beiden uit van de maakbaarheid en een soort van onderliggende structuur die beter kan worden gemaakt.

Een onderliggende structuur en/of systeem kan in kaart worden gebracht. Alle knooppunten en verbindingen kunnen worden omschreven. Met kan doelen stellen en deze planmatig naleven en stapsgewijs gaan kijken hoe de doelen worden bereikt. Je kunt indicatoren op gaan stellen die de prestaties meten (Key Performance Indicators) en wanneer de indicatoren slechte cijfers produceren een zogenaamde PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act) gaan opstellen om zo het systeem te verbeteren. Alles wordt meetbaar in een zogenaamd “rank and yank”-systeem (p. 327). Covid-19 maakt duidelijk hoe flinterdun deze systemen zijn en wat ze waard zijn ten tijden van een crisis, maar ten tijdens van rust en regelmaat gelooft men in de verbeterende werking en voorspellende waarde van deze systemen en haar meetbare indicatoren. Ook ik, de filosofie leraar, word door leerlingen gerankt. Zie de tabel hierboven. Ik ben 4 jaar geleden gerankt op 4 indicatoren aan de hand van een flinke set aan vragen. Er waren toen 20 leraren en ik scoorde vrij aardig. Allemaal zonnetjes. Maar ik werd wel gemeten en gewogen in relatie tot collega’s, terwijl mijn vak, mijn werk, mijn context misschien wel niet te vergelijken zijn. Wellicht typeert dit de illusie van de meetbaarheid… Iets waar velen wellicht wel in moeten geloven. Idem worden leerlingen gemeten aan de hand van cijfers en gemiddelden.
Deze meetcultuur lokt twee zaken uit:
1. Mensen gaan de boel omdraaien. Ik ga niet vertellen waar, maar er zijn bijvoorbeeld scholen die leerlingen die achterlopen verplichten om ’s morgens naar een zogenaamd succes-uurtje te gaan. Of denk aan de uitspraak: “Als het Kremlin het ontkent, dan is het waar”. Trump hoeft ook alleen maar aan te geven hoe goed hij is, wanneer hij wellicht iets niet goed heeft gedaan. De wereld op z’n kop.
2. Een loser kan nooit bezwaar maken omdat het altijd zijn eigen schuld is, of de schuld van de omgeving. Aan de eigen onkunde en wellicht pech kan men geen schuld ophangen. Dit zorgt voor een schuldcultuur met helden en losers, van links naar rechts.

Zie daar de moderne mens steeds meer gevangen in een dwangbuis van mensen die koste van het kost de vrije markt verdedigen. (p. 328).


72. De kandidaten kunnen de twee strategieën die Nussbaum onderscheidt voor omgaan met afhankelijkheid en kwetsbaarheid in het menselijk leven (immunisering en erkenning) herkennen, uitleggen, toepassen en beoordelen.
Niet alles is maakbaar. Sommigen worden geboren met een ongezond lichaam. Sommigen worden in eenzaamheid geboren met verknipte relaties. Covid-19 overkomt ons. Niemand kiest voor een dergelijke natuur. En de instituten waarin we worden geboren en waar de ouders bij geboorte de naam van het kind doorgeven, zijn ons gegeven bij geboorte.
Geluk is niet te koop. De tirannie van de volmaaktheid en maakbaarheid lijkt soms meer op een religie dan waarheid. Happy voelen is ook een kwestie van geluk hebben.
De mens is kwetsbaar! De 5 dimensies (lichaam, instituut, natuur, zin en relatie) zijn niet te reduceren tot keuzes. Daarnaast kiezen mensen maar beperkt rationeel. En toch worden mensen opgedragen te kiezen en daarvoor gehele verantwoordelijkheid te nemen en delen we mensen in in winnaars en losers die prestaties moeten halen.
Nussbaum benoemt twee manieren van omgaan met kwetsbaarheid:
1. Immunisering -> de mannelijke manier. Gericht op het in kaart brengen van het systeem en alles in het systeem beteugelen (managen. Het woord manager komt ook van de manege in termen van het beteugelen van paarden). De mens probeert “immuun” (in termen van bescherming) te worden voor de kwade impact van de natuur/wereld op de mens. Het gaat hierbij om het inrichten van de wereld als een alomvattend en controleerbaar systeem. We weten met Covid-19 hoe fragiel dergelijke systemen kunnen zijn. Het kapitalistische, globale radarwerk is door een virus rigoureus tot stilstand gebracht. Of de beteugeling/berekening is veel te complex voor een mens om te vatten. Denk hierbij aan de complexe, wiskundige modellen die uitrekenen wat de juiste manier om om te gaan met de verspreiding van Covid-19. Veel mensen willen behapbare modellen waarop een persoonlijke keuze gemaakt kan worden. Modellen zijn er, maar deze zijn voortdurend (real time) in ontwikkeling en niet behapbaar. Dit maakt de mens als kiezende consument alsnog en wellicht zelfs extra kwetsbaar.
2. Erkenning -> de vrouwelijke manier. Gericht op het leiden en navigeren in wisselende omstandigheden. Hiervoor is vertrouwen nodig ten tijden van onrust. Deze kant zien we nu ontstaan als gevolg van Covid-19. Het systeem komt voor een groot deel tot stilstand en we moeten nu vertrouwen op wetenschappers, politici en alle zorgmedewerkers, docenten, politieagenten etc. Hier draait het om het durven vertrouwen op het veranderlijke. De erkenning van onzekerheid ten tijden van hevige druk en systemen die tot stilstand komen, vormt op dit moment de basis voor leraren die massaal online lessen verzorgen, mensen die vrijwillig bij ziekenhuizen gaan werken en politici die steeds vaker de strijdbijl lijken te begraven.

Het eerste punt staat meer in lijn met Plato/Descartes, waarbij er een abstract perfect systeem is wat rationeel en controleerbaar en berekenbaar is. Het tweede punt lijkt meer op Aristoteles, waarbij het in-de-wereld zaak is het juiste midden (eudaimonia) te zoeken. Tijdens dit zoeken weeg je relaties met anderen mee in het zoeken naar balans. Een zoektocht naar het juiste midden neemt altijd de relaties met anderen met zich mee en daarmee ook het vertrouwen in de anderen. We zien nu dat deze onzekere tijd mensen dwingt om vertrouwen te hebben in elkaar en diegenen die nu navigeren daar waar er geen logisch systeem meer is om ons aan vast te houden! Vertrouwen maakt kwetsbaar en deze kwetsbaarheid is een element van het menselijk bestaan!

73. De kandidaten kunnen de wijze waarop kwetsbaarheid en zin naar voren komen in elk van de vijf dimensies van het goede leven weergeven, uitleggen, toepassen en beoordelen.

Lichaam: Je kunt alles kwantificeren van je eigen lichaam, maar dan nog kunnen omstandigheden een rol spelen in de mate waarin je je lichaam kunt onderhouden. Covid-19 zorgt ervoor dat we niet zomaar naar een sportschool kunnen bijvoorbeeld.
Relaties: Je kunt relaties leggen en ontvrienden, maar soms men je niet in de omstandigheid om relaties te leggen. Je komt niet de juiste mensen tegen, etc. etc.
Instituten: Soms gebeurt er iets waardoor alles moet wijken. Een virus kan ervoor zorgen dat ziekenhuizen anders moeten worden ingericht. Dit heeft enorm veel invloed op ons leven. Dit is niet altijd maakbaar en controleerbaar. We moeten vertrouwen op elkaar.
Natuur: We hebben de wereld zo goed geordend. In ieder geval in Nederland, dat we daarvan ook weer de gevolgen zien. Weinig diversiteit, waardoor de processierups kan opkomen. Maar ook meer luchtverontreiniging en virussen zijn ook het gevolg van steeds meer contact tussen mens en dier… waarbij de mens steeds meer plek inneemt ten koste van zieke dieren (die mensen besmetten).
Zin: de zin van het leven is flinterdun wanneer deze geconsumeerd kan worden. Denk hierbij aan moderne tuinkabouters (boeddha beeldjes), waarvan de oorspronkelijke, gewortelde, culturele betekenis heeft plaatsgemaakt voor vermaakt en dunne spiritualiteit.

Dit alles zou ons aan het denken moeten zetten. Vooral met de grote vraagstukken waar we vandaag de dag voor staan!

https://www.volkskrant.nl/mensen/filosoof-martha-nussbaum-plezier-en-pijn-zijn-de-risico-s-van-het-mens-zijn~bcc57b2a/?referer=https%3A%2F%2Fwww.googleapis.com%2Fauth%2Fchrome-content-suggestions

HGL – Week 24

67. De kandidaten kunnen uitleggen wat nihilisme bij Nietzsche inhoudt. Daarbij kunnen zij uitleggen:
 wat Nietzsche verstaat onder de Übermensch;
 welke invloed het idee van de Übermensch heeft gehad op de ontwikkeling van de westerse cultuur.

Op pag. 302 wordt gesproken over “de zin van het menselijk handelen”. Het gaat hierbij om de moraal als basis voor het handelen. Wat is het goede om te doen? Waarop baseer je je handeling? Wanneer je ervan uitgaat dat de mens een egoïstisch wezen is, dan is het mogelijk dat je het goede beschouwt als voor jezelf kiezen.
Het maakt dus nogal wat uit, op welke “zin” je jouw handelingen baseert. Wanneer er geen zin is, waarom zou iemand dan nog handelen? Wanneer je zin ervaart in het dienen van een christelijke God, dan ga je andere handelingen plegen dan wanneer je zin ervaart in het losbandig leven voor alleen jezelf, want YOLO (you only live once 🙂 ).

Vanaf de verlichting komt de natuurwetenschap centraal te staan. De successen van Newton spelen hierin een belangrijke rol. Ook zien we Darwin opkomen met zijn theorie over de “survival of the fittest”. Al met al staat rationaliteit en wetenschap centraal sinds de verlichting. De moderniteit/moderne tijd bouwt voort op wetenschap en rationaliteit. Dit geldt ook voor de moraal. Wanneer Kant stelt dat we zodanig moeten handelen dat deze handeling een algemene wet zou kunnen worden, dan veronderstelt dit ook een geloof in een algemene wet, waarbij deze wet altijd door rationaliteit/reflectie gevormd wordt. Het is dus een rationeel proces waarvoor systematisch denken kan helpen.
Op pagina 301 wordt gesproken over de moderniteit en haar “rationele fundering van de moraal”. De moraal is in de moderne tijd een moraal die rationeel benaderd moet worden.

Een tijdgenoot van Nietzsche (die elkaar nauwelijks gekend hebben waarschijnlijk) was Karl Marx. Marx sprak over religie als het opium van het volk. Specifiek staat hier VAN het volk. Het volk heeft opium nodig. Het volk heeft iets nodig om zichzelf voor de gek te houden: een Godsopvatting wat niets anders is dan “een projectie het menselijke bewustzijn zelf” (p.300).
Nietzsche redeneert ongeveer in dezelfde lijn. Voor de moraal biedt de moderniteit haar eigen God: de God van de rationaliteit als fundering/opium/illusie van de moraal. Volgens Nietzsche is dit hypocriet. Het ideaal van de bevrijding van de mens creëerde een nieuwe “God”: de rationele God als fundering van de zin en de moraal. Deze discussie speelt nu ook tijdens de Covid-19/Coronacrisis (maart 2020). Langzaam zien we de fundering van onze moraal/ons handelen in tweeën splijten met aan de ene kant diegenen die “geloven” in rationaliteit als fundering voor het handelen en voor wat het goede is om te doen (niet hamsteren in de supermarkten) en anderzijds een nieuwe God van verbinding waarbij mensen de zin van het handelen zoeken bij elkaar en in de relatie tot en met elkaar. Kijk maar eens naar het ontroerende filmpje van het zwaar getroffen Italië met geïsoleerde mensen op balkons die aan het zingen zijn met elkaar.

Maar zowel de moderne God van de rationaliteit als de God van de verbinding en de liefde hebben één ding gemeen: ze prediken een idee wat de mens overstijgt. Een idee waarin mensen gezamenlijk kunnen geloven. Het staat boven de mens… een transcendentie (bovenzinnelijk – samenstelling over…). De zin is niet iets persoonlijks, maar bovenzinnelijk. De zin wordt vanuit iets wat boven de mens staat iets “hogers” gevonden. Voor Nietzsche is alles wat transcendent is hypocriet! We bouwen rechtssystemen, relaties, cultuur, normen, waarden en tradities op hypocrisie/religie/transcendentie. Dit kan nooit de bevrijding van de (individuele) mens zijn. Nietzsche ziet een nieuwe wereld voor zich van wat Heidegger later de “laatste mens” zal noemen: de nihilistische mens. Een menstype in een hypermoderne wereld (zie vorige week over de supernova & het antihumanisme bij Charles Tayler). Een nihilistisch mens voor wie geen gedeelde waarheid/God meer bestaat. Een nihilistische hypermoderne mens die alles van waarden, alle religieuze, moderne, christelijke of wat dan ook waarden omver wil werpen. Dit noemt Nietzsche de omverwerping en herwaardering van alle waarden! De mens die zich los wringt van alle overheersende waarden en religies noemt Nietzsche de Übermensch. Nietzsche stelt dat hij breekt met het verleden. Volgens hem is de mens niet meer gevat voor een alomvattend idee. Heidegger zal later stellen dat Nietzsche niet breekt met het verleden, maar de laatste religie neerlegt. Een religie die stelt dat de alomvattende werkelijkheid (p. 302) bestaat uit nihilistische mensen die als Übermenschen niet gebonden zijn aan overheersende waarden, maar louter aan de eigen wil. De ultieme zin van ons handelen is de wil naar macht! Dus niet de rationele grond, niet de bijbel, maar de pure wil. Het Christendom en het Jodendom hebben vooral (vaak via rationele instituten) deze pure wil willen onderdrukken door normen en waarden op te leggen (via de instituties bijvoorbeeld. Iets wat Foucault 100 jaar later dus zal uitwerken). Nietzsche noemt de moraal van onderdrukking dan ook de slavenmoraal. De Übermensch houdt zich niet aan de slavenmoraal, behalve als dit aansluit bij de persoonlijke wil. De Übermensch rukt zich los van de kuddemens en zijn slavenmoraal.

Nietzsche is op verschillende manieren geïnterpreteerd. Zo kan de Übermensch nooit gebonden zijn aan regels, normen en waarden, maar betekent dit dat hij zomaar gaat moorden. Nietzsches filosofie van de wil naar macht en de Übermensch gold als blauwdruk voor de ideale Nazi. Nietzsche is ook misbruikt door economen. Mensen zouden alleen maar egoïsten zijn (survival of the fittest). Nietzsche zou daarmee aan de basis staan van sociaal-Darwinisme. De mens is een strijdvaardig wezen dat anderen wil aftroeven. Maar eigenlijk heeft Nietzsche nooit uitgewerkt HOE de Nietzscheaanse Übermensch zou moeten handelen. Persoonlijk denk ik dat iedereen dit voor zichzelf moet afvragen. De Übermensch kan namelijk ook de eigen geestelijke beperkingen proberen te overwinnen door bijvoorbeeld juist heel vredelievend proberen te zijn tegen de menselijke natuur in. Of door vetzucht te bestrijden tegen de eigen drang naar eten in. Wanneer iemand werkelijk lief wil zijn, kan het zo zijn dat dat niet altijd lukt. Iemand kan wel willen afvallen, maar dan kan de menselijke natuur (lekker blijven eten) toch tegenwerken. De Übermensch zou ook deze menselijke natuur kunnen willen overwinnen. Dit is een meer psychologische Nietzsche (al valt het maar te bezien of Nietzsche het hiermee eens zou zijn).

74. De kandidaten kunnen de opvatting van Camus ten aanzien van de afhankelijkheid en de kwetsbaarheid van een absurd en zinloos bestaan, weergeven en beoordelen. Daarbij kunnen zij Camus’ opvatting vergelijken met die van Nietzsches Übermensch, de christelijke agapè en de moderne zelfontplooiing.

“Als God niet bestaat, dan is alles geoorloofd” (Ivan uit de Gebroeders Karamazov – Dostojevsky). Het mag duidelijk zijn dat Nietzsche het hiermee eens zou zijn. Camus in zekere zin ook. Nietzsche heeft echter nooit uitgewerkt wat de Übermensch nu in de praktijk doet. Hoe hij of zij zich gedraagt. Dit biedt mogelijkheden om te kijken of er een zin voor het handelen mogelijk is vanuit het nihilisme zonder te vervallen in radicale, Nazistische en fascistische ideologieën die voortkomen uit haat en ressentiment. Ressentiment staat voor “work” en letterlijk voor het terug (re) voelen (sentiment). Ressentiment zien we in deze tijd ook. Het idee dat het vroeger altijd beter was. Het verlangen naar vroeger. Het opnieuw willen voelen van iets wat ooit zo goed aanvoelde. En iedereen die dat gevoel in de weg zit, moet bestreden worden. Het nihilisme kan dus ook zorgen voor een mens die in vrijheid andere groepen mensen wil onderdrukken en zelfs vernietigen voor zichzelf en de eigen groep. Wat weer paradoxaal klinkt, omdat hier dan toch weer een kuddedier lijkt voort te komen die een heersende moraal van het fascisme omarmt als de zin voor het handelen.

Camus komt (en is daarmee een grote inspirator voor Taylor) met de liefde voor het leven. Camus verwerkt in zijn boek “De Pest” (nu zeer actueel!!) een hoofdpersoon die arts is en in een stad met veel pest blijft. Waarom hij blijft, is niet duidelijk. Een strijdende arts zou vertrekken en iedereen later sterven aan de pest. Maar deze arts blijft. Hij is geen held, maar vooral trouw aan zijn stad en medemensen. Hij voelt met anderen mee (empathie). Zelf in de biologie zien we medemenselijkheid en wederkerigheid (je krijgt ook liefde terug). Wellicht is de nieuwe uitdaging voor de toekomst wel het verbinden van het christendom, humanisme en anti-humanisme richting een nieuwe zin voor het handelen, waarbinnen de liefde voor elkaar niet meer door een oriëntatie op God gebouwd wordt, maar een liefde die zich op aarde afspeelt. Een “binnenwereldlijk alternatief” voor het christendom. In een nihilistische wereld houden mensen niet voor elkaar omdat God dit wil. Ook niet omdat dit hoort volgens de rationele gronden, maar omdat men trouw, medemenselijk, empathisch en daarmee liefdevol wil zijn naar en voor elkaar.

Het zou best wel eens zo kunnen zijn dat de Covid-19/Coronacrisis van vandaag de basis vormt voor een nieuwe, wellicht nihilistische maar binnenwereldlijk alternatief voor samenleving op basis van liefde. De vraag is of deze crisis bij kan gaan dragen aan een meer Gaia-achtige (lees: Latour) oriëntatie op de zin voor het handelen. Een oriëntatie op het handelen van waaruit blijkt dat het goede wordt bepaald door de liefde van alles en iedereen in de wereld. Een oriëntatie die vertrekt vanuit empathie.

De pest
Camus on the Coronavirus (New York Times)
Loader Loading…
EAD Logo Taking too long?

Reload Reload document
| Open Open in new tab

Download [0.96 MB]

De Pest:
Camus: het leven is absurd. De natuur discrimineert niet. De natuur is rechtvaardig maar in essentie wellicht onbegrijpelijk. (In de film The Dark Knight refereren de twee “bad guys” ook vaak naar het onrechtvaardige karakter van de rechtsstaat. De natuur en het instinct heeft geen voorkeur. Voorkeuren komen voort uit een opvatting van iets of iemand. De voorkeur voor een jongen boven een meisje kan alleen ontstaat als iemand een bepaalde essentie ophangt aan een jongen en een meisje. De jongen kan dit en een meisje doet dat). De natuur kent geen essentie. De pest woekert bij rijke en arme mensen en laat niemand ongemoeid. De pest is willekeurig en nihilistisch.

Existentie voor essentie
Essentie:
1. Priester Paneloux -> De zin van het leven ligt bij God. God straft en beloont.
2. Rambert (journalist) -> De liefde voor de vrouw overwint (Romantiek)
3. Tarrou -> De plicht om te helpen (Kant)

Rambert en Tarrou vertegenwoordigen twee delen van het humanisme. Zingeving komt voort uit de mens zelf. Zingeving is iets romantisch (ik houd van mijn dierbaren). Of zingeving is iets wat systematisch onderzocht kan worden door zelfreflectie en analyse (plichtenethiek/Kant).

Paneloux legt de nadruk op de zin van het leven bij God.

Essentie: Dokter Rieux laat meerdere keren in het boek zien dat wanneer je de dood in de ogen ziet en de willekeur voorbij ziet komen, dat er geen tijd is voor essenties. Denken in essenties/discriminatie is een luxe. Denken dat je je liefde niet meer gaat zien is een luxe voor diegenen die in een willekeurige nihilistische wereld aan het werk zijn om zo lang mogelijk vol te houden. Denken aan de plicht is ook een luxe, omdat je geen tijd hebt voor analyse. De Nietzscheaanse Übermensch is ook niet bezig met analyse, maar met actief nihilisme: actief proberen te overleven. Camus gaat verder in de persoon van Rieux. Rieux heeft geen God en laat niks los over de essentie van het leven. Rieux heeft hier geen tijd en aandacht voor. Rieux heeft ook een geliefde buiten de stad waar de pest heerst, maar is te druk bezig om daaraan te denken. Rieux ziet het als fatsoen in een illusieloze wereld die willekeurig mensen raakt. De liefde voor elkaar ontvouwt zich daar waar mensen in niks geloven en geen illusies meer hebben. Daar waar men geen tijd meer heeft om zoals nu te discussiëren over wat onze politici goed en slecht doen. Daar waar er geen tijd is om de eigen groep te steunen en anderen uit te sluiten. Zoals de zorgmedewerkers ons ook willen vertellen, hebben deze essenties in vorm van decadente steun geen zin. Wat wel zin heeft, is om te handelen: je te houden aan de richtlijnen in een nihilistische wereld waarin we vol moeten houden voor elkaar en met elkaar.

Verteller (Camus) wil ons ook nog iets duidelijk maken: Dat is, zoals in het bovenstaande fotootje duidelijk wordt, er een vorm van liefde ontvouwt als “uitzichtloos geduld” en hardnekkig afwachten. Zo leven wij in tijden van beperking waarin mensen meesterschap moeten tonen. In een nihilistische tijd zonder verlossing (God). Dit is een andere soort van liefde, dan de journalist Rambert die lang in de luxe positie verkeerd te dromen en te denken aan het vluchten uit de stad (die afgesloten is – total lockdown). Het argument hierbij is dat Rambert zijn geliefde mist die buiten de stad zit en hij geen onderdeel is van de stad. Hij hoort hier niet. Dit is wederom idee: essentie. Het idee/de essentie dat liefde de kern is van het leven. Voor de nihilistische mens is dit ook een overheersende waarde. Werkelijke liefde is uitzichtloos en hardnekkig en zoals de Pest traag en langdurig (en niet flitsend en heldhaftig).

Existentialisten zoals Camus en Nietzsche willen aantonen dat de existentie (de nihilistische wereld van het uitzichtloze en hardnekkige) voorafgaat aan de essentie (de wereld zoals wij deze in termen zien en definiëren en begrijpen).


https://www.npostart.nl/POMS_WNL_16052290

https://www.trouw.nl/opinie/wat-de-democratie-kan-leren-van-de-pest-van-albert-camus~b5927b31/

HGL – Week 23

66. De kandidaten kunnen uitleggen wat wordt bedoeld met de vraag naar zin. Daarbij kunnen zij deze vraag:
 in verband brengen met het goede leven en de vrije markt;
 benaderen vanuit religieus, moreel en politiek-ideologisch perspectief.

De vraag naar zin is de oervraag van de filosofie. Bepalend is de plek die de mens in de wereld inneemt.
Religieus: In een wereld zonder God neemt de mens alleen een plek in op aarde en is er geen hemel. De zin van het leven speelt zich dan vooral op aarde af. Wanneer het klimaat slechter wordt en er geen hemel is, dan kan men ook anders gaan kijken naar de geboorte en de dood.
Moreel: Wat als “goed” en “slecht” wordt gezien, wordt bepaald door datgene wat mensen telkens weer opnieuw (re-) met elkaar verbindt (ligaire), re-ligie dus. Religie is het opnieuw verbindende en kent vele vormen: Christendom, Hindoeïsme, Islam, Nihilisme, Jodendom, etc. etc. Iedere religie kijkt anders aan tegen het goede en het kwade aan.
Politiek-ideologisch: De moderne tijd “predikt” een nieuwe religie van de vrije markt en haar hypermoderniteit, waarin de zin van het leven bepaald wordt door voortdurende en steeds intensere behoeftebevrediging, die steeds meer atomair (gepersonaliseerd), gericht is op het aanbieden van kortstondige belevenissen. Er zijn winnaars en losers en mislukking is geheel de eigen verantwoordelijkheid. Deze meritocratische samenleving werkt enorm bedrukkend op de psyche van de mens (werkdruk, stress, etc.). Het is maar zeer de vraag of de mens dit aankan (natuurlijk kan de mens bemiddelt door techniek een nieuw trans-mens worden waarin het brein wordt “gehackt”, maar dit zijn nog fantasieën van nieuwe technopredikanten. Ondertussen wordt er een heel scala aan controlesystemen opgetuigd om mensen in bedwang te houden (panopticon / magister 🙂 ), terwijl het werkelijk contract tussen mensen en de kwetsbaarheid van mensen steeds verder buiten schot geraakt.

De filosoof Slavoj Zizek stelt dat geluk je niet zonder meer je creatief bevredigt. Het goede leven en de zin van het (creatieve) leven is volgens Zizek dan ook niet een leven op zoek naar geluk. Veel mensen ook verlangens van geborgenheid, bescherming, uitdaging en richting hebben (p. 294). Velen verlangen meer dan genot. Wat zinvol wordt geacht, is veelal ook afhankelijk van de culturele achtergrond. Zo is de christelijke cultuur doordrongen van schuld en boete en was voor de Spartanen in het oude Griekenland het sterven op het strijdveld eervol. Mensen kunnen om uiteenlopende redenen de eigen dood prefereren boven een zinloos leven. Wanneer men zich schuldig voelt, kan men het andere doen ook al betekent dit wellicht de dood. De mens kan het zinvolle doen en daarmee het “banale” leven overstijgen.

67. De kandidaten kunnen Taylors analyse van de transformatie van de vraag naar zin in de moderne tijd weergeven. Daarbij kunnen zij uitleggen:
 welke rol individuele zelfreflectie, zelfdiscipline, kunst en de opkomst van de natuurwetenschappen hierin spelen;  wat de verhouding tussen christendom, seculier humanisme en antihumanisme hierbij is;
 wat Taylor bedoelt met het ‘Nova-effect’, ‘supernova’ en cross-pressured-zijn.

Taylor stelt de vraag: “Hoe kan het dat in het jaar 1500 iedereen in God geloofde en religie dus volstrekt vanzelfsprekend was, terwijl rond het jaar 2000 geloof in God primair een optie is, een mogelijkheid die zelf vele kleuren kan aannemen en ook hele andere mogelijkheden naast zich aantreft: atheïstisch, agnostisch, twijfelend, dogmatisch, fundamentalistisch, chirstelijk, boeddhistisch, islamitisch, humanistisch, New-Age-achtig- noemt maar op?”
Wat we eerder ook al hebben besproken bij de geschiedenis van het moderne individualisme is het thema van zelfreflectie. Het Christendom omvatte een cultuur waarin mensen geloofden dat ze zelf in gesprek waren met God en God vertelden wat ze goed en slecht hadden gedaan. Deze “dialoog” met God was een vorm van zelfreflectie gericht op het helder krijgen van wat goed en slecht is. Dit zorgde er ook voor dat mensen zelf gingen zoeken naar manieren om beter te leven. Op een gegeven moment kwam de vraag naar boven of God hier wel voor nodig was en of de mens dat gesprek niet met zichzelf aan kon gaan. Dan ontstaat er secularisatie (ontkerkelijking – loslaten van het idee God), maar blijft de zelfreflectie over.
Tijdens de verlichting kwam naast het Christendom ook het seculiere Humanisme (zelfreflectie – mens reflecteert op zichzelf en daarvoor is God niet noodzakelijk).
Het humanisme heeft vervolgens met Nietzsche en Marx een anti-humanistische beweging gekregen. Een humanisme is saai. Stel je maar eens een perfect geordende, humane wereld voor je zoals D66 deze voor ogen heeft. Voor jullie filosofiedocent is deze wereld prima, maar wellicht ook saai… Wat is de zin van een dergelijk humanisme. Antihumanisme zet de wil en niet de zelfreflectie centraal. Niet eindeloos reflecteren op het goede of slecht, maar juist de wil uitdragen en leven!
Het NOVA-effect: het beschikbaar worden/ontstaan van meerdere levensbeschouwingen (christendom, humanisme, antihumanisme) die met elkaar onverenigbaar zijn. Christendom duldt geen humanisme en antihumanisme. Antihumanisme duldt geen humanisme en Christendom. Humanisme staat op gespannen voet met antihumanisme en Christendom. Het NOVA-effect is dan ook het uiteenspatten van religie, datgene wat mensen telkens weer opnieuw verbindt… Het NOVA-effect is een uiteenspattende ster. De ster is het verbindende.

De SUPERNOVA: Wanneer mensen steeds meer zelfverantwoordelijk zijn voor het zijn van “goede mensen”, dan is het niet gek dat ze ook zelf religie gaan vormgeven en dat de ster uiteenspat. Wellicht zijn er tegenwoordig net zo veel religies als dat er mensen zijn… iedereen shopt zijn of haar eigen religie bij elkaar. Deze hyperindividualiteit vormt de basis voor de radicaal plurale tijd!

Taylor geeft aan dat met de aanwezigheid van opties, de vanzelfsprekendheid van het verbondende verloren gaat. We kunnen niet meer geloven, maar ook geen humanist meer zijn en ook niet postmodern. Twee dingen staan hierin centraal: 1. de aanwezigheid van opties biedt geen grond meer onder de voeten en 2. de opties worden bij elkaar geshopt zodanig dat ze bij je passen, zodat je authentiek kunt zijn. Authenticiteit wordt daarmee ook een moderne vervanging van een leven zonder duidelijke eenheid.

KUNST: Kunst kan betekenis uitdrukken. In een wereld zonder gedeelde waarheid/religie, kan de kunst ervoor zorgen dat we oefenen in het zelf nadenken en zelf verbinden van onze ideeën (creativiteit). Denk hierbij aan poëtische vorming… het vormen van mensen in het verbeelden van wat ze voelen en denken in woorden, zorgt ervoor dat ze zichzelf ook kunnen duiden en ideeën kunnen verbinden. Het is wellicht vreemd dat de kunsten in deze tijd als hobby worden gezien zoals we eerder hebben kunnen lezen in de tekst van Hanna Arendt.

68. De kandidaten kunnen aangeven wat de centrale vragen zijn in het moderne debat tussen christendom, seculier humanisme en
antihumanisme. Daarbij kunnen ze Taylors positie in dit debat (agapè-liefde) uitleggen en beoordelen
.

(P. 315) Agape (liefde) is het centrale (Christelijke) begrip wat humanisme, antihumanisme en christendom verbindt, waarbij het draait om wie het beste, het meest geloofwaardige verhaal vertelt op zoek naar onze morele ervaring (wat het goede is om te doen)? We zien nu ook veel verhalen over armoede, de staat van de natuur, kapitalisme, waarbij de strijd nog niet gestreden is. Wat het beste verhaal is over wat het goede en het slecht is in deze tijd, is nog niet duidelijk.

Humanisme heeft liefde voor de menselijke natuur met sympathie en empathie binnen een maatschappelijke orde met instituten en regels.

Antihumanisme heeft liefde voor de strijd en de blinde scheppingsmacht (Nietzsche Üebermensch).

Christelijke positie draait om de menselijke bloei. Liefde komt van buiten (God) en is via God in ons allemaal aanwezig en verbindt ons allemaal. We zijn allemaal via iets hogers (God) door liefde met elkaar verbonden. Dit lijkt op een familie (p. 315) maar in een familie zijn er nog regels. Deze liefde overstijgt regels en beperkingen, bureaucratie, instituten, systemen, codes, etc.

HGL – Week 22

64. De kandidaten kunnen de benadering van de natuur van Latour uitleggen. Daarbij kunnen zij:
 uitleggen wat er volgens Latour mis is met het subject-object schema;
 weergeven wat de radicaal empirische interpretatie van onze ervaring inhoudt;
 beoordelen of deze benadering een goed alternatief voor het subject-objectschema biedt.

Het denken dat we allemaal autonome, zelfsturende subjecten zijn in een lege, materiële wereld (p. 276) redt de mens het niet in de 21ste eeuw. Dit is wel het denken wat in de moderne (veelal Angelsaksische) traditie (liberale) traditie centraal staat. Je bent meester over je eigen leven. Een mens ervaart in een technische wereld steeds minder zin, maar nog dwingender… ervaringen en gevoelens dreigen gereduceerd te worden tot stroompjes in de hersenen en geloof tot iets voor jezelf. Wetenschap en categoriseren dreigt ook een religie te worden en mensen (hier komt de overeenkomst met Heidegger naar boven) die met de wetenschappelijke religie worden opgevoed, onderzoeken op een gegeven moment niet meer, maar zoeken naar bevestiging van theorie.

De bevestiging van theorie, de wereld van de wetenschap, leert mensen in complexe categorieën te denken die systematisch en logisch onderzocht dienen te worden. Wetenschap wordt “meer en meer gezien als een absolute, onbetwistbare toegang tot ‘de’ waarheid” (p. 285). Zo wordt het gevoel ook iets wat systematisch onderzocht kan worden als schakeltjes en stroompjes in de hersenen. De gevoelens van mensen gaan echter veel verder dan deze manier van empirie (waarnemen). Mensen nemen de wereld waar met ervaringen in veel bredere zin. Zo kunnen gevoelens van haat, liefde en frustratie het gevolg zijn van de ervaring van een buitenwereld die inwerkt op de geest en waar de geest geen controle over heeft. De wereld wordt dan opeens als kleurrijk of zwart ervaren. Deze ervaringen gaan veel verder dan de empirisch-wetenschappelijke ervaringen. Deze brede opvatting van ervaren noemt Latour radicaal empirisme! Veel radicaler dan het wetenschappelijke empirisme.

Goethe (en in navolging hiervan Hegel) sprak niet voor niets de bekende woorden: “In de beperking toont zich de meester”. De beperking is noodzakelijk om meester te kunnen worden. We hebben een buitenwereld nodig om de binnenwereld (geest) “aan te zetten”. De meesters van het wantrouwen (Marx, Darwin, Nietzsche, Freud en Foucault) probeerden veel later duidelijke te maken dat de mens helemaal niet zo rationeel is, maar door onbewuste krachten wordt gedreven. Latour wil naar een nieuw soort denken, waarbij de mens niet wordt gezien als een autonoom subject dat de objecten in de wereld observeert en naar zijn hand zet, maar als een mens dat wordt “aangezet” door de buitenwereld… aangezet tot handelen, tot actie dus! En terwijl de mens gaan handelen, aangezet door de buitenwereld, creëert de mens iets. Maar gedurende het creatieproces zet de creatie zelf de mens ook voortdurend weer aan om aanpassingen te maken. Zo kun je een heel mooi schilderij schilderen, maar tijdens het schilderen zet het schilderij je aan om die ene streep toch nog iets mooier te maken. De mens creëert daarmee geen schilderij, net als dat de buitenwereld geen schilderij creëert. De mens en de buitenwereld draaien om elkaar heen en beïnvloeden elkaar, waardoor er uiteindelijk in de wereld een schilderij tot stand komt. Latour gebruikt hiervoor, voor het tot stand komen, het begrip “instauratie“.

65. De kandidaten kunnen uitleggen dat het instrumentele denken kan worden ingezet om milieuproblematiek aan te pakken. Daarbij kunnen zij een filosofische en ethische beoordeling geven van drie benaderingen via de vrije markt: beprijzen van het milieu, directe overheidsregulering en consumentengedrag.

Op pagina 286 wordt (terecht) gesteld dat Latour postmoderne prietpraat dat iedereen een eigen mening heeft die even belangrijk is, predikt. Het is de moderne tijd die zoveel bouwt op de wetenschap, waardoor cynisme dreigt wanneer de wetenschap niet alles (meteen) kan oplossen. Wetenschapsbeoefening is geen religie, maar haar methode geeft ons het beste instrument voor waarheidsvinding (niet HET instrument!). Het is zaak om met veel respect naar deze methode te kijken en te omarmen in ons streven en zoektocht om “onszelf weer te leren af te stemmen op” (p. 283) wat Latour “Gaia” noemt. Gaia is een alomvattend netwerk waarin alles in de wereld met alles is verbonden, inclusief de mens. In het zoeken naar het verbeteren van deze verbondenheid, biedt de wetenschap en haar methode ons het instrument om hier gehoor aan te geven door te onderzoeken hoe hoog de doorberekening van milieuschade voor het produceren van producten zou moeten zijn, in hoeverre de vrije markt of de overheid grenzen moet stellen en in hoeverre van consumenten verwacht mag worden dat zij rekening houden met de aarde en alles in het netwerk meenemen in overweging (wat onmogelijk is voor een individu – en dus het beste argument tegen de subject-object verhouding en het idee van het autonome individu dat heel goed in staat zou zijn uit te rekenen wat het beste is voor hem of haar).

Loader Loading…
EAD Logo Taking too long?

Reload Reload document
| Open Open in new tab

Download [223.16 KB]

https://www.volkskrant.nl/wetenschap/overspringende-virussen-moeten-we-radicaal-anders-met-dieren-omgaan~bba0cd7e/

https://www.groene.nl/artikel/vader-van-moeder-aarde?fbclid=IwAR3PwnEDtZH4MUAhXyoxRhYRxC2PqBqKJ65hyltLs2Al3rco9_9zQGHO4zg