HGL – Week 22

64. De kandidaten kunnen de benadering van de natuur van Latour uitleggen. Daarbij kunnen zij:
 uitleggen wat er volgens Latour mis is met het subject-object schema;
 weergeven wat de radicaal empirische interpretatie van onze ervaring inhoudt;
 beoordelen of deze benadering een goed alternatief voor het subject-objectschema biedt.

Het denken dat we allemaal autonome, zelfsturende subjecten zijn in een lege, materiële wereld (p. 276) redt de mens het niet in de 21ste eeuw. Dit is wel het denken wat in de moderne (veelal Angelsaksische) traditie (liberale) traditie centraal staat. Je bent meester over je eigen leven. Een mens ervaart in een technische wereld steeds minder zin, maar nog dwingender… ervaringen en gevoelens dreigen gereduceerd te worden tot stroompjes in de hersenen en geloof tot iets voor jezelf. Wetenschap en categoriseren dreigt ook een religie te worden en mensen (hier komt de overeenkomst met Heidegger naar boven) die met de wetenschappelijke religie worden opgevoed, onderzoeken op een gegeven moment niet meer, maar zoeken naar bevestiging van theorie.

De bevestiging van theorie, de wereld van de wetenschap, leert mensen in complexe categorieën te denken die systematisch en logisch onderzocht dienen te worden. Wetenschap wordt “meer en meer gezien als een absolute, onbetwistbare toegang tot ‘de’ waarheid” (p. 285). Zo wordt het gevoel ook iets wat systematisch onderzocht kan worden als schakeltjes en stroompjes in de hersenen. De gevoelens van mensen gaan echter veel verder dan deze manier van empirie (waarnemen). Mensen nemen de wereld waar met ervaringen in veel bredere zin. Zo kunnen gevoelens van haat, liefde en frustratie het gevolg zijn van de ervaring van een buitenwereld die inwerkt op de geest en waar de geest geen controle over heeft. De wereld wordt dan opeens als kleurrijk of zwart ervaren. Deze ervaringen gaan veel verder dan de empirisch-wetenschappelijke ervaringen. Deze brede opvatting van ervaren noemt Latour radicaal empirisme! Veel radicaler dan het wetenschappelijke empirisme.

Goethe (en in navolging hiervan Hegel) sprak niet voor niets de bekende woorden: “In de beperking toont zich de meester”. De beperking is noodzakelijk om meester te kunnen worden. We hebben een buitenwereld nodig om de binnenwereld (geest) “aan te zetten”. De meesters van het wantrouwen (Marx, Darwin, Nietzsche, Freud en Foucault) probeerden veel later duidelijke te maken dat de mens helemaal niet zo rationeel is, maar door onbewuste krachten wordt gedreven. Latour wil naar een nieuw soort denken, waarbij de mens niet wordt gezien als een autonoom subject dat de objecten in de wereld observeert en naar zijn hand zet, maar als een mens dat wordt “aangezet” door de buitenwereld… aangezet tot handelen, tot actie dus! En terwijl de mens gaan handelen, aangezet door de buitenwereld, creëert de mens iets. Maar gedurende het creatieproces zet de creatie zelf de mens ook voortdurend weer aan om aanpassingen te maken. Zo kun je een heel mooi schilderij schilderen, maar tijdens het schilderen zet het schilderij je aan om die ene streep toch nog iets mooier te maken. De mens creëert daarmee geen schilderij, net als dat de buitenwereld geen schilderij creëert. De mens en de buitenwereld draaien om elkaar heen en beïnvloeden elkaar, waardoor er uiteindelijk in de wereld een schilderij tot stand komt. Latour gebruikt hiervoor, voor het tot stand komen, het begrip “instauratie“.

65. De kandidaten kunnen uitleggen dat het instrumentele denken kan worden ingezet om milieuproblematiek aan te pakken. Daarbij kunnen zij een filosofische en ethische beoordeling geven van drie benaderingen via de vrije markt: beprijzen van het milieu, directe overheidsregulering en consumentengedrag.

Op pagina 286 wordt (terecht) gesteld dat Latour postmoderne prietpraat dat iedereen een eigen mening heeft die even belangrijk is, predikt. Het is de moderne tijd die zoveel bouwt op de wetenschap, waardoor cynisme dreigt wanneer de wetenschap niet alles (meteen) kan oplossen. Wetenschapsbeoefening is geen religie, maar haar methode geeft ons het beste instrument voor waarheidsvinding (niet HET instrument!). Het is zaak om met veel respect naar deze methode te kijken en te omarmen in ons streven en zoektocht om “onszelf weer te leren af te stemmen op” (p. 283) wat Latour “Gaia” noemt. Gaia is een alomvattend netwerk waarin alles in de wereld met alles is verbonden, inclusief de mens. In het zoeken naar het verbeteren van deze verbondenheid, biedt de wetenschap en haar methode ons het instrument om hier gehoor aan te geven door te onderzoeken hoe hoog de doorberekening van milieuschade voor het produceren van producten zou moeten zijn, in hoeverre de vrije markt of de overheid grenzen moet stellen en in hoeverre van consumenten verwacht mag worden dat zij rekening houden met de aarde en alles in het netwerk meenemen in overweging (wat onmogelijk is voor een individu – en dus het beste argument tegen de subject-object verhouding en het idee van het autonome individu dat heel goed in staat zou zijn uit te rekenen wat het beste is voor hem of haar).

https://www.volkskrant.nl/wetenschap/overspringende-virussen-moeten-we-radicaal-anders-met-dieren-omgaan~bba0cd7e/

https://www.groene.nl/artikel/vader-van-moeder-aarde?fbclid=IwAR3PwnEDtZH4MUAhXyoxRhYRxC2PqBqKJ65hyltLs2Al3rco9_9zQGHO4zg

Geef een reactie

veertien + een =