Nietzsche – Week 6 – Amor Fati

  1. Wat zou Nietzsche kunnen bedoelen met zijn formule dat Amor Fati leidt tot grootsheid?
    Dat je je noodlot moet liefhebben omdat het je aanzet tot ontwikkeling van waarden en de wil.
  2. Nietzsche geeft aan dat we het “noodzakelijke” moeten liefhebben. Wat zou hij bedoelen met het “noodzakelijke”?
    Het noodzakelijke is datgene wat iemand aanzet iets te gaan doen/iets te willen in plaats van niks te willen of zaken te ontkennen.
  3. Wat is het verschil tussen het noodzakelijke liefhebben aan de ene kant en het dulden en/of ontkennen aan de andere kant?
    Er is een verschil tussen iets doen met liefde of het gewoon doen omdat het moet. Als je iets doet met liefde dan wil je het doen en als je iets duld of ontkent is het minder fijn om te doen en wil je het stiekem niet doen.
  4. Waarom wil de mensen altijd verbeteren en nooit passief zijn t.a.v. ons zelf en onze gemeenschappelijke verleden?
    De mens wil naar zichzelf kijken en daardoor moet hij naar zichzelf kijken om te verbeteren.
  5. Hoe omarmt het concept “Wil naar macht” het idee van vitaliteit?
    Door naar macht te zoeken en macht over jezelf te behouden kunnen anderen je vitaliteit niet storen omdat jij daar zelf controle over hebt.
  6. Nietzsche geeft aan dat het niet om consistentie gaat in het eigen handelen, maar over datgene wat we voorhanden hebben en kunnen gebruiken. Geef hiervan een voorbeeld.
    Het gaat niet om patronen en of iets algemeen klopt, maar het gaat om wat jij wil en dat hoeft met nadruk op hoeft niet hetzelfde te zijn.
  7. Nietzsche ontvouwt Amor Fati op twee manieren: A. Het accepteren van je eigen lot en B. De Wil naar verbetering (wil naar macht). In beide situaties is het belangrijk dat je je lot liefhebt (Amor Fati). Leg uit.
    Eigen voorbeeld -> toetsvraag kunnen zijn.

Geef een reactie

achttien + tien =