Scepticisme – par. 4.3 – vragen

  1. Wat is een filosofische zombie? Wat is het onderscheid tussen een mens en een zombie?
  2. De mogelijkheid van zombies is een metafysisch en een epistemologisch probleem. Leg uit.
  3. Functionalisten gaan ervan uit dat mentale toestanden volledig kunnen worden gekarakteriseerd in termen van de “functie” die een bepaalde mentale toestand speelt. Als dit zo is, dan hebben we hier een probleem als het gaat over het onderscheiden van mensen en robots. Leg uit. Verwerk in je antwoord de concepten “sensorische input” en “mentale input”.
  4. Wat is het verschil tussen enerzijds het aspect van bewustzijn dat te maken heeft met representaties en anderzijds het aspect van bewust zijn dat gaat over de kwalitatieve beleving/ervaring?
  5. Kan een robot een fenomenale ervaring (hoe het is) hebben, zoals een mens?
  6. Bied het onderscheid tussen robot en mens op basis van intuïtie een sterk fundament om op verder te bouwen?
  7. Waarom is het noodzakelijk, als we robots bepaalde ervaringen willen meegeven, dat we de zuiver kwalitatieve aspecten van de ervaring (qualia) in kaart brengen?
  8. Is het mogelijk om qualia in kaart te brengen zonder context? Wat is het probleem als het gaat om het programmeren van ervaringen en de contexten waarbinnen deze ervaringen zich moeten manifesteren?
  9. Kun je naast taalvermogen en wiskundig inzicht, nog meer karaktereigenschappen geven van de mens die als zodanig noodzakelijk zijn, willen we robots menselijke ervaringen meegeven?
  10. Waar staat het begrip “spectruminversie” voor? Hoe weten we van elkaar dat we dezelfde kleuren zien en hetzelfde proeven als wie iets eten? En wat zegt dit dan over het programmeren van dergelijke ervaringen in een robot?

Geef een reactie

vijftien − 4 =