HGL – Week 25

70. De kandidaten kunnen uitleggen wat de transformatie-economie inhoudt. Daarbij kunnen zij twee implicaties van de markteconomische spiritualisering weergeven en beoordelen (mythische en religieuze eeuw door commerciële belevingsgerichte bedrijven en, zingeving als vluchtige consumptiecultuur).

De transformatie-economie is een economie waarin de mens de behoeftes wil bevredigen. Het betreft hier een specifiek type behoeftes namelijk belevenissen. De consument wil sensatie(s). Denk hierbij aan reisjes, concerten, avontuur, etc. Een hele vrijetijdssector ontstaat hierdoor. Aan dit menstype: de mens als consument die op zoek is naar sensatie, wordt een nieuwe levensfilosofie bevonden: het streven naar maximale, persoonlijke groei door het telkens weer op zoek gaan naar “toegevoegde waarde” (p. 323) voor jou als mens.
Er ontstaat een vrijetijdsmarkt met mensen die “helpen” gedurende deze persoonlijke ontwikkelingstocht. Denk hierbij aan coaches, psychologen, therapeuten, zelfhulpboeken, website, etc. Dit zijn de nieuwe priesters van de moderne consumptiemaatschappij. Zij bemiddelen de consument gedurende de particuliere, flinterdunne zoektocht naar zin in termen van toegevoegde waarde voor jezelf.
De paradox ontstaat dat in filosofische zin het denken steeds praktischer wordt. Religie wordt steeds vaker vervangen door een steeds meer materiële en nihilistische wetenschapsfilosofische levensbeschouwing, waarbij de geest slechts nog een (manipuleerbaar) mechanisme is. Maar de mens zelf heeft steeds minder behoefte aan materiële zaken zoals eten en drinken, maar hulp nodig bij het zoeken naar zin (toegevoegde waarde). Er ontstaat een gigantische markt van aanbieders die mens helpen in hun spirituele zoektocht naar de zin van het leven. Ten tijden van de Corona-crisis merken we dat de zin van het leven misschien wel praktischer is dan we denken… gewoon hier op aarde in relatie tot de ander en met de ander. Het is niet iets louter persoonlijks en iets abstracts (belevingen), maar heel concreet en tastbaar. Wat dat betreft confronteert Covid-19 de mens met haar flinterdunne zingevingsideaal. Covid-19 biedt geen toegevoegde waarde, maar zet de mens weer met beide benen op de harde grond samen met andere mensen.

In het boek (p. 323) worden twee gevolgen van het flinterdunne zingevingsideaal benoemd die nu zowel zinnig als onzinnig lijken.

  1. Films en games spelen in op wat we goed en niet goed moeten vinden. De consument beleeft een game of film intens en hangt hieraan een betekenis. Zo zien we nu dat films over pandemieën heel populair zijn. De rampspoed wordt geconsumeerd en men zoekt naar een “geestelijk” en spiritueel voorbeeld die wellicht een film kan bieden. Zo heeft de moderne consument tegenwoordig wellicht geleerd om zin te geven aan het leven. Net zoals het gegeven dat #metoo in 2019 een hele populaire slogan was die ook in films en games terug is gekomen zoals The Avengers Endgame waarin de positie van de vrouwelijke rollen werden gelijkgetrokken met de mannen.
  2. Keuzemogelijkheden. Ten tweede is er hier sprake van keuze. Mensen kunnen kiezen welk type zingeving ze willen consumeren. Waar ze bij willen aansluiten. Welke vrienden ze willen maken en wie ze met een paar klikken willen ontvrienden. Dit maakt van zingeving een platte keuze en “lightversies” (p. 324) van oudere, diepere inzichten en trainingen.

    Er lijken hier particuliere light-religies te ontstaan, waarin mensen zingeving fantaseren en van hot naar her hoppen. Zingeving als flinterdunne keuze. Niet te verwarren met iemand die vanaf de geboorte diepgeworteld zit in een bepaalde religieuze groep/cultuur en daarmee bijna samen lijkt te vallen en voor wie de religie een voorwaarde en daarmee vanzelfsprekend is voor het leven. Voor de light-religies is de keuze voorwaardelijk en niet de diepere inbedding in een cultuur/religie.

71. De kandidaten kunnen de paradox van de verwerkelijking van de vrijheid via de vrije markt in de prestatiemaatschappij herkennen en uitleggen. Daarbij kunnen zij:
 de vrije markt weergeven als individualiserende ideologie;
 overeenkomst en verschillen met de protestantse benadering van arbeid en beroep weergeven;
 uitleggen dat de prestatiemaatschappij tot grote psychische druk voor het individu leidt.

Het grote gevaar van de vrije markt is niet de vrije markt zelf, maar dat de vrije markt een doel op zich gaat worden. Dat men er alles aan gaat doen om de vrije markt te beschermen zelfs ten koste van de vrije markt. Een voorbeeld hiervan is de bescherming van banken ten tijden van de 2008-kredietcrisis. Veel banken zouden in een pure vrije markt failliet gaan, maar deze banken failliet zouden zijn gegaan, dan had dat het einde van de vrije markt en het kapitalisme kunnen betekenen. Dus overheden hebben ingegrepen in de vrije markt om ervoor te zorgen dat de vrije markt kon blijven bestaan. Op de manier dreigt de vrije markt een religie/ideologie op zichzelf te worden. Een verbindende factor die beschermd moet worden.

Deze ideologie draagt mensen op om “alles uit jezelf te halen”. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zaken zoals coaching en dergelijke. Een coach helpt je om alles uit jezelf te halen. Op de vrije markt is iedereen vrij om te bedenken en daarmee te kiezen wat aansluit bij de eigen behoeftes en deze behoefte is om volmaakt te worden en perfect. De zin van het leven is radicaal individueel: jij bent vrij, zelfs gedoemd tot vrijheid (Sartre)! Je kunt niet anders dan vrij zijn. Wat jij doet, doe jij alleen! Jij bent de meester over je eigen lichaam en leven! Jij bent VERANTWOORDELIJK! Je leeft maar één keer! En de vrije markt biedt jou een plek om alles uit die ene keer te halen!
“Het leven wordt opgeëist als een potentieel van kansen, belevingen en ervaringen” (p. 325).
Hierin sluiten we aan bij het protestantse ideaal van predestinatie: voorbestemd zijn. Jouw succes is voorbestemd: aan jou door God gegeven. Wanneer we het Goddelijke er vanaf plukken, dan is diegene wie jij wordt geheel afhankelijk van de keuzes die jij maakt. Ben je een loser, dan is er geen troost meer door God. Een loser is je eigen schuld. Dit zorgt voor een mensbeeld die enerzijds enorm veel psychische druk op mensen legt. De enige manier om hieruit te komen, is om jezelf neer te zetten als slachtoffer van de boze wereld. Zowel de winnaar en de loser omarmen de maakbaarheid van het eigen leven, waarbij de winnaar zegt dat hij of zij alles zelf heeft bereikt en de loser zegt dat hij belemmerd is door (slechte) mensen om hem of haar heen. De winnaar en de loser gaan beiden uit van de maakbaarheid en een soort van onderliggende structuur die beter kan worden gemaakt.

Een onderliggende structuur en/of systeem kan in kaart worden gebracht. Alle knooppunten en verbindingen kunnen worden omschreven. Met kan doelen stellen en deze planmatig naleven en stapsgewijs gaan kijken hoe de doelen worden bereikt. Je kunt indicatoren op gaan stellen die de prestaties meten (Key Performance Indicators) en wanneer de indicatoren slechte cijfers produceren een zogenaamde PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act) gaan opstellen om zo het systeem te verbeteren. Alles wordt meetbaar in een zogenaamd “rank and yank”-systeem (p. 327). Covid-19 maakt duidelijk hoe flinterdun deze systemen zijn en wat ze waard zijn ten tijden van een crisis, maar ten tijdens van rust en regelmaat gelooft men in de verbeterende werking en voorspellende waarde van deze systemen en haar meetbare indicatoren. Ook ik, de filosofie leraar, word door leerlingen gerankt. Zie de tabel hierboven. Ik ben 4 jaar geleden gerankt op 4 indicatoren aan de hand van een flinke set aan vragen. Er waren toen 20 leraren en ik scoorde vrij aardig. Allemaal zonnetjes. Maar ik werd wel gemeten en gewogen in relatie tot collega’s, terwijl mijn vak, mijn werk, mijn context misschien wel niet te vergelijken zijn. Wellicht typeert dit de illusie van de meetbaarheid… Iets waar velen wellicht wel in moeten geloven. Idem worden leerlingen gemeten aan de hand van cijfers en gemiddelden.
Deze meetcultuur lokt twee zaken uit:
1. Mensen gaan de boel omdraaien. Ik ga niet vertellen waar, maar er zijn bijvoorbeeld scholen die leerlingen die achterlopen verplichten om ’s morgens naar een zogenaamd succes-uurtje te gaan. Of denk aan de uitspraak: “Als het Kremlin het ontkent, dan is het waar”. Trump hoeft ook alleen maar aan te geven hoe goed hij is, wanneer hij wellicht iets niet goed heeft gedaan. De wereld op z’n kop.
2. Een loser kan nooit bezwaar maken omdat het altijd zijn eigen schuld is, of de schuld van de omgeving. Aan de eigen onkunde en wellicht pech kan men geen schuld ophangen. Dit zorgt voor een schuldcultuur met helden en losers, van links naar rechts.

Zie daar de moderne mens steeds meer gevangen in een dwangbuis van mensen die koste van het kost de vrije markt verdedigen. (p. 328).


72. De kandidaten kunnen de twee strategieën die Nussbaum onderscheidt voor omgaan met afhankelijkheid en kwetsbaarheid in het menselijk leven (immunisering en erkenning) herkennen, uitleggen, toepassen en beoordelen.
Niet alles is maakbaar. Sommigen worden geboren met een ongezond lichaam. Sommigen worden in eenzaamheid geboren met verknipte relaties. Covid-19 overkomt ons. Niemand kiest voor een dergelijke natuur. En de instituten waarin we worden geboren en waar de ouders bij geboorte de naam van het kind doorgeven, zijn ons gegeven bij geboorte.
Geluk is niet te koop. De tirannie van de volmaaktheid en maakbaarheid lijkt soms meer op een religie dan waarheid. Happy voelen is ook een kwestie van geluk hebben.
De mens is kwetsbaar! De 5 dimensies (lichaam, instituut, natuur, zin en relatie) zijn niet te reduceren tot keuzes. Daarnaast kiezen mensen maar beperkt rationeel. En toch worden mensen opgedragen te kiezen en daarvoor gehele verantwoordelijkheid te nemen en delen we mensen in in winnaars en losers die prestaties moeten halen.
Nussbaum benoemt twee manieren van omgaan met kwetsbaarheid:
1. Immunisering -> de mannelijke manier. Gericht op het in kaart brengen van het systeem en alles in het systeem beteugelen (managen. Het woord manager komt ook van de manege in termen van het beteugelen van paarden). De mens probeert “immuun” (in termen van bescherming) te worden voor de kwade impact van de natuur/wereld op de mens. Het gaat hierbij om het inrichten van de wereld als een alomvattend en controleerbaar systeem. We weten met Covid-19 hoe fragiel dergelijke systemen kunnen zijn. Het kapitalistische, globale radarwerk is door een virus rigoureus tot stilstand gebracht. Of de beteugeling/berekening is veel te complex voor een mens om te vatten. Denk hierbij aan de complexe, wiskundige modellen die uitrekenen wat de juiste manier om om te gaan met de verspreiding van Covid-19. Veel mensen willen behapbare modellen waarop een persoonlijke keuze gemaakt kan worden. Modellen zijn er, maar deze zijn voortdurend (real time) in ontwikkeling en niet behapbaar. Dit maakt de mens als kiezende consument alsnog en wellicht zelfs extra kwetsbaar.
2. Erkenning -> de vrouwelijke manier. Gericht op het leiden en navigeren in wisselende omstandigheden. Hiervoor is vertrouwen nodig ten tijden van onrust. Deze kant zien we nu ontstaan als gevolg van Covid-19. Het systeem komt voor een groot deel tot stilstand en we moeten nu vertrouwen op wetenschappers, politici en alle zorgmedewerkers, docenten, politieagenten etc. Hier draait het om het durven vertrouwen op het veranderlijke. De erkenning van onzekerheid ten tijden van hevige druk en systemen die tot stilstand komen, vormt op dit moment de basis voor leraren die massaal online lessen verzorgen, mensen die vrijwillig bij ziekenhuizen gaan werken en politici die steeds vaker de strijdbijl lijken te begraven.

Het eerste punt staat meer in lijn met Plato/Descartes, waarbij er een abstract perfect systeem is wat rationeel en controleerbaar en berekenbaar is. Het tweede punt lijkt meer op Aristoteles, waarbij het in-de-wereld zaak is het juiste midden (eudaimonia) te zoeken. Tijdens dit zoeken weeg je relaties met anderen mee in het zoeken naar balans. Een zoektocht naar het juiste midden neemt altijd de relaties met anderen met zich mee en daarmee ook het vertrouwen in de anderen. We zien nu dat deze onzekere tijd mensen dwingt om vertrouwen te hebben in elkaar en diegenen die nu navigeren daar waar er geen logisch systeem meer is om ons aan vast te houden! Vertrouwen maakt kwetsbaar en deze kwetsbaarheid is een element van het menselijk bestaan!

73. De kandidaten kunnen de wijze waarop kwetsbaarheid en zin naar voren komen in elk van de vijf dimensies van het goede leven weergeven, uitleggen, toepassen en beoordelen.

Lichaam: Je kunt alles kwantificeren van je eigen lichaam, maar dan nog kunnen omstandigheden een rol spelen in de mate waarin je je lichaam kunt onderhouden. Covid-19 zorgt ervoor dat we niet zomaar naar een sportschool kunnen bijvoorbeeld.
Relaties: Je kunt relaties leggen en ontvrienden, maar soms men je niet in de omstandigheid om relaties te leggen. Je komt niet de juiste mensen tegen, etc. etc.
Instituten: Soms gebeurt er iets waardoor alles moet wijken. Een virus kan ervoor zorgen dat ziekenhuizen anders moeten worden ingericht. Dit heeft enorm veel invloed op ons leven. Dit is niet altijd maakbaar en controleerbaar. We moeten vertrouwen op elkaar.
Natuur: We hebben de wereld zo goed geordend. In ieder geval in Nederland, dat we daarvan ook weer de gevolgen zien. Weinig diversiteit, waardoor de processierups kan opkomen. Maar ook meer luchtverontreiniging en virussen zijn ook het gevolg van steeds meer contact tussen mens en dier… waarbij de mens steeds meer plek inneemt ten koste van zieke dieren (die mensen besmetten).
Zin: de zin van het leven is flinterdun wanneer deze geconsumeerd kan worden. Denk hierbij aan moderne tuinkabouters (boeddha beeldjes), waarvan de oorspronkelijke, gewortelde, culturele betekenis heeft plaatsgemaakt voor vermaakt en dunne spiritualiteit.

Dit alles zou ons aan het denken moeten zetten. Vooral met de grote vraagstukken waar we vandaag de dag voor staan!

https://www.volkskrant.nl/mensen/filosoof-martha-nussbaum-plezier-en-pijn-zijn-de-risico-s-van-het-mens-zijn~bcc57b2a/?referer=https%3A%2F%2Fwww.googleapis.com%2Fauth%2Fchrome-content-suggestions

Geef een reactie

twee × 2 =