HGL – Week 24

67. De kandidaten kunnen uitleggen wat nihilisme bij Nietzsche inhoudt. Daarbij kunnen zij uitleggen:
 wat Nietzsche verstaat onder de Übermensch;
 welke invloed het idee van de Übermensch heeft gehad op de ontwikkeling van de westerse cultuur.

Op pag. 302 wordt gesproken over “de zin van het menselijk handelen”. Het gaat hierbij om de moraal als basis voor het handelen. Wat is het goede om te doen? Waarop baseer je je handeling? Wanneer je ervan uitgaat dat de mens een egoïstisch wezen is, dan is het mogelijk dat je het goede beschouwt als voor jezelf kiezen.
Het maakt dus nogal wat uit, op welke “zin” je jouw handelingen baseert. Wanneer er geen zin is, waarom zou iemand dan nog handelen? Wanneer je zin ervaart in het dienen van een christelijke God, dan ga je andere handelingen plegen dan wanneer je zin ervaart in het losbandig leven voor alleen jezelf, want YOLO (you only live once 🙂 ).

Vanaf de verlichting komt de natuurwetenschap centraal te staan. De successen van Newton spelen hierin een belangrijke rol. Ook zien we Darwin opkomen met zijn theorie over de “survival of the fittest”. Al met al staat rationaliteit en wetenschap centraal sinds de verlichting. De moderniteit/moderne tijd bouwt voort op wetenschap en rationaliteit. Dit geldt ook voor de moraal. Wanneer Kant stelt dat we zodanig moeten handelen dat deze handeling een algemene wet zou kunnen worden, dan veronderstelt dit ook een geloof in een algemene wet, waarbij deze wet altijd door rationaliteit/reflectie gevormd wordt. Het is dus een rationeel proces waarvoor systematisch denken kan helpen.
Op pagina 301 wordt gesproken over de moderniteit en haar “rationele fundering van de moraal”. De moraal is in de moderne tijd een moraal die rationeel benaderd moet worden.

Een tijdgenoot van Nietzsche (die elkaar nauwelijks gekend hebben waarschijnlijk) was Karl Marx. Marx sprak over religie als het opium van het volk. Specifiek staat hier VAN het volk. Het volk heeft opium nodig. Het volk heeft iets nodig om zichzelf voor de gek te houden: een Godsopvatting wat niets anders is dan “een projectie het menselijke bewustzijn zelf” (p.300).
Nietzsche redeneert ongeveer in dezelfde lijn. Voor de moraal biedt de moderniteit haar eigen God: de God van de rationaliteit als fundering/opium/illusie van de moraal. Volgens Nietzsche is dit hypocriet. Het ideaal van de bevrijding van de mens creëerde een nieuwe “God”: de rationele God als fundering van de zin en de moraal. Deze discussie speelt nu ook tijdens de Covid-19/Coronacrisis (maart 2020). Langzaam zien we de fundering van onze moraal/ons handelen in tweeën splijten met aan de ene kant diegenen die “geloven” in rationaliteit als fundering voor het handelen en voor wat het goede is om te doen (niet hamsteren in de supermarkten) en anderzijds een nieuwe God van verbinding waarbij mensen de zin van het handelen zoeken bij elkaar en in de relatie tot en met elkaar. Kijk maar eens naar het ontroerende filmpje van het zwaar getroffen Italië met geïsoleerde mensen op balkons die aan het zingen zijn met elkaar.

Maar zowel de moderne God van de rationaliteit als de God van de verbinding en de liefde hebben één ding gemeen: ze prediken een idee wat de mens overstijgt. Een idee waarin mensen gezamenlijk kunnen geloven. Het staat boven de mens… een transcendentie (bovenzinnelijk – samenstelling over…). De zin is niet iets persoonlijks, maar bovenzinnelijk. De zin wordt vanuit iets wat boven de mens staat iets “hogers” gevonden. Voor Nietzsche is alles wat transcendent is hypocriet! We bouwen rechtssystemen, relaties, cultuur, normen, waarden en tradities op hypocrisie/religie/transcendentie. Dit kan nooit de bevrijding van de (individuele) mens zijn. Nietzsche ziet een nieuwe wereld voor zich van wat Heidegger later de “laatste mens” zal noemen: de nihilistische mens. Een menstype in een hypermoderne wereld (zie vorige week over de supernova & het antihumanisme bij Charles Tayler). Een nihilistisch mens voor wie geen gedeelde waarheid/God meer bestaat. Een nihilistische hypermoderne mens die alles van waarden, alle religieuze, moderne, christelijke of wat dan ook waarden omver wil werpen. Dit noemt Nietzsche de omverwerping en herwaardering van alle waarden! De mens die zich los wringt van alle overheersende waarden en religies noemt Nietzsche de Übermensch. Nietzsche stelt dat hij breekt met het verleden. Volgens hem is de mens niet meer gevat voor een alomvattend idee. Heidegger zal later stellen dat Nietzsche niet breekt met het verleden, maar de laatste religie neerlegt. Een religie die stelt dat de alomvattende werkelijkheid (p. 302) bestaat uit nihilistische mensen die als Übermenschen niet gebonden zijn aan overheersende waarden, maar louter aan de eigen wil. De ultieme zin van ons handelen is de wil naar macht! Dus niet de rationele grond, niet de bijbel, maar de pure wil. Het Christendom en het Jodendom hebben vooral (vaak via rationele instituten) deze pure wil willen onderdrukken door normen en waarden op te leggen (via de instituties bijvoorbeeld. Iets wat Foucault 100 jaar later dus zal uitwerken). Nietzsche noemt de moraal van onderdrukking dan ook de slavenmoraal. De Übermensch houdt zich niet aan de slavenmoraal, behalve als dit aansluit bij de persoonlijke wil. De Übermensch rukt zich los van de kuddemens en zijn slavenmoraal.

Nietzsche is op verschillende manieren geïnterpreteerd. Zo kan de Übermensch nooit gebonden zijn aan regels, normen en waarden, maar betekent dit dat hij zomaar gaat moorden. Nietzsches filosofie van de wil naar macht en de Übermensch gold als blauwdruk voor de ideale Nazi. Nietzsche is ook misbruikt door economen. Mensen zouden alleen maar egoïsten zijn (survival of the fittest). Nietzsche zou daarmee aan de basis staan van sociaal-Darwinisme. De mens is een strijdvaardig wezen dat anderen wil aftroeven. Maar eigenlijk heeft Nietzsche nooit uitgewerkt HOE de Nietzscheaanse Übermensch zou moeten handelen. Persoonlijk denk ik dat iedereen dit voor zichzelf moet afvragen. De Übermensch kan namelijk ook de eigen geestelijke beperkingen proberen te overwinnen door bijvoorbeeld juist heel vredelievend proberen te zijn tegen de menselijke natuur in. Of door vetzucht te bestrijden tegen de eigen drang naar eten in. Wanneer iemand werkelijk lief wil zijn, kan het zo zijn dat dat niet altijd lukt. Iemand kan wel willen afvallen, maar dan kan de menselijke natuur (lekker blijven eten) toch tegenwerken. De Übermensch zou ook deze menselijke natuur kunnen willen overwinnen. Dit is een meer psychologische Nietzsche (al valt het maar te bezien of Nietzsche het hiermee eens zou zijn).

74. De kandidaten kunnen de opvatting van Camus ten aanzien van de afhankelijkheid en de kwetsbaarheid van een absurd en zinloos bestaan, weergeven en beoordelen. Daarbij kunnen zij Camus’ opvatting vergelijken met die van Nietzsches Übermensch, de christelijke agapè en de moderne zelfontplooiing.

“Als God niet bestaat, dan is alles geoorloofd” (Ivan uit de Gebroeders Karamazov – Dostojevsky). Het mag duidelijk zijn dat Nietzsche het hiermee eens zou zijn. Camus in zekere zin ook. Nietzsche heeft echter nooit uitgewerkt wat de Übermensch nu in de praktijk doet. Hoe hij of zij zich gedraagt. Dit biedt mogelijkheden om te kijken of er een zin voor het handelen mogelijk is vanuit het nihilisme zonder te vervallen in radicale, Nazistische en fascistische ideologieën die voortkomen uit haat en ressentiment. Ressentiment staat voor “work” en letterlijk voor het terug (re) voelen (sentiment). Ressentiment zien we in deze tijd ook. Het idee dat het vroeger altijd beter was. Het verlangen naar vroeger. Het opnieuw willen voelen van iets wat ooit zo goed aanvoelde. En iedereen die dat gevoel in de weg zit, moet bestreden worden. Het nihilisme kan dus ook zorgen voor een mens die in vrijheid andere groepen mensen wil onderdrukken en zelfs vernietigen voor zichzelf en de eigen groep. Wat weer paradoxaal klinkt, omdat hier dan toch weer een kuddedier lijkt voort te komen die een heersende moraal van het fascisme omarmt als de zin voor het handelen.

Camus komt (en is daarmee een grote inspirator voor Taylor) met de liefde voor het leven. Camus verwerkt in zijn boek “De Pest” (nu zeer actueel!!) een hoofdpersoon die arts is en in een stad met veel pest blijft. Waarom hij blijft, is niet duidelijk. Een strijdende arts zou vertrekken en iedereen later sterven aan de pest. Maar deze arts blijft. Hij is geen held, maar vooral trouw aan zijn stad en medemensen. Hij voelt met anderen mee (empathie). Zelf in de biologie zien we medemenselijkheid en wederkerigheid (je krijgt ook liefde terug). Wellicht is de nieuwe uitdaging voor de toekomst wel het verbinden van het christendom, humanisme en anti-humanisme richting een nieuwe zin voor het handelen, waarbinnen de liefde voor elkaar niet meer door een oriëntatie op God gebouwd wordt, maar een liefde die zich op aarde afspeelt. Een “binnenwereldlijk alternatief” voor het christendom. In een nihilistische wereld houden mensen niet voor elkaar omdat God dit wil. Ook niet omdat dit hoort volgens de rationele gronden, maar omdat men trouw, medemenselijk, empathisch en daarmee liefdevol wil zijn naar en voor elkaar.

Het zou best wel eens zo kunnen zijn dat de Covid-19/Coronacrisis van vandaag de basis vormt voor een nieuwe, wellicht nihilistische maar binnenwereldlijk alternatief voor samenleving op basis van liefde. De vraag is of deze crisis bij kan gaan dragen aan een meer Gaia-achtige (lees: Latour) oriëntatie op de zin voor het handelen. Een oriëntatie op het handelen van waaruit blijkt dat het goede wordt bepaald door de liefde van alles en iedereen in de wereld. Een oriëntatie die vertrekt vanuit empathie.

De pest
Camus on the Coronavirus (New York Times)

De Pest:
Camus: het leven is absurd. De natuur discrimineert niet. De natuur is rechtvaardig maar in essentie wellicht onbegrijpelijk. (In de film The Dark Knight refereren de twee “bad guys” ook vaak naar het onrechtvaardige karakter van de rechtsstaat. De natuur en het instinct heeft geen voorkeur. Voorkeuren komen voort uit een opvatting van iets of iemand. De voorkeur voor een jongen boven een meisje kan alleen ontstaat als iemand een bepaalde essentie ophangt aan een jongen en een meisje. De jongen kan dit en een meisje doet dat). De natuur kent geen essentie. De pest woekert bij rijke en arme mensen en laat niemand ongemoeid. De pest is willekeurig en nihilistisch.

Existentie voor essentie
Essentie:
1. Priester Paneloux -> De zin van het leven ligt bij God. God straft en beloont.
2. Rambert (journalist) -> De liefde voor de vrouw overwint (Romantiek)
3. Tarrou -> De plicht om te helpen (Kant)

Rambert en Tarrou vertegenwoordigen twee delen van het humanisme. Zingeving komt voort uit de mens zelf. Zingeving is iets romantisch (ik houd van mijn dierbaren). Of zingeving is iets wat systematisch onderzocht kan worden door zelfreflectie en analyse (plichtenethiek/Kant).

Paneloux legt de nadruk op de zin van het leven bij God.

Essentie: Dokter Rieux laat meerdere keren in het boek zien dat wanneer je de dood in de ogen ziet en de willekeur voorbij ziet komen, dat er geen tijd is voor essenties. Denken in essenties/discriminatie is een luxe. Denken dat je je liefde niet meer gaat zien is een luxe voor diegenen die in een willekeurige nihilistische wereld aan het werk zijn om zo lang mogelijk vol te houden. Denken aan de plicht is ook een luxe, omdat je geen tijd hebt voor analyse. De Nietzscheaanse Übermensch is ook niet bezig met analyse, maar met actief nihilisme: actief proberen te overleven. Camus gaat verder in de persoon van Rieux. Rieux heeft geen God en laat niks los over de essentie van het leven. Rieux heeft hier geen tijd en aandacht voor. Rieux heeft ook een geliefde buiten de stad waar de pest heerst, maar is te druk bezig om daaraan te denken. Rieux ziet het als fatsoen in een illusieloze wereld die willekeurig mensen raakt. De liefde voor elkaar ontvouwt zich daar waar mensen in niks geloven en geen illusies meer hebben. Daar waar men geen tijd meer heeft om zoals nu te discussiëren over wat onze politici goed en slecht doen. Daar waar er geen tijd is om de eigen groep te steunen en anderen uit te sluiten. Zoals de zorgmedewerkers ons ook willen vertellen, hebben deze essenties in vorm van decadente steun geen zin. Wat wel zin heeft, is om te handelen: je te houden aan de richtlijnen in een nihilistische wereld waarin we vol moeten houden voor elkaar en met elkaar.

Verteller (Camus) wil ons ook nog iets duidelijk maken: Dat is, zoals in het bovenstaande fotootje duidelijk wordt, er een vorm van liefde ontvouwt als “uitzichtloos geduld” en hardnekkig afwachten. Zo leven wij in tijden van beperking waarin mensen meesterschap moeten tonen. In een nihilistische tijd zonder verlossing (God). Dit is een andere soort van liefde, dan de journalist Rambert die lang in de luxe positie verkeerd te dromen en te denken aan het vluchten uit de stad (die afgesloten is – total lockdown). Het argument hierbij is dat Rambert zijn geliefde mist die buiten de stad zit en hij geen onderdeel is van de stad. Hij hoort hier niet. Dit is wederom idee: essentie. Het idee/de essentie dat liefde de kern is van het leven. Voor de nihilistische mens is dit ook een overheersende waarde. Werkelijke liefde is uitzichtloos en hardnekkig en zoals de Pest traag en langdurig (en niet flitsend en heldhaftig).

Existentialisten zoals Camus en Nietzsche willen aantonen dat de existentie (de nihilistische wereld van het uitzichtloze en hardnekkige) voorafgaat aan de essentie (de wereld zoals wij deze in termen zien en definiëren en begrijpen).


https://www.npostart.nl/POMS_WNL_16052290

https://www.trouw.nl/opinie/wat-de-democratie-kan-leren-van-de-pest-van-albert-camus~b5927b31/

Geef een reactie

5 × 2 =